Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

Tot christus komen

9 minuten leestijd

Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke. Johannes 6 vs. 44a.

Twee zaken worden ons in de H. Schrift zeer duidelijk voor ogen gesteld; De ene is de algehele verlorenheid en verdorvenheid van de mens. Daar is niemand, die goed doet, daar is niet tot één toe. Allen zijn afgeweken en onnut geworden. Zeer duidelijk tekent de apostel ons in Romeinen 3 het beeld van de onwedergeboren mens. Vandaar, dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, ja, dat hij van nature dood is en de gehele wereld voor God verdoemelijk is. Uit de mens alzo geen vrucht in der eeuwigheid.

Aan de andere zijde leert de H. Schrift niet minder duidelijk, dat er voor zulk een verloren volk redding en zaligheid mogelijk is in Christus. Dat leert niet alleen de Schrift maar dat wordt ook in de weg des geloofs als werkelijkheid ervaren. Christus Jezus is juist in de wereld gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Hij komt met het aanbod van genade tot allen en zegt: „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde". Nodig is dus tot Hem te komen, om behouden te worden. Hoe nu zulk een verloren zondaar tot Hem komt, zegt Hij in onze tekst.

,,Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke". Hier is dus sprake van trekken en komen. Wat is nu dat trekken ? Volgens de Kanttekeningen wil dat zeggen, dat Hij degene, die van nature onbekwaam en onwillig is, door de krachtige werking des H. Geestes bekwaam en gewillig maakt.

Volgens velen is de mens niet onbekwaam en onwillig om tot Jezus te komen. ,,Ge moet Hem aannemen, in Hem geloven" — zegt men. ,,Hij zegt toch zelf, dat we in Hem moeten geloven". En — wie in Hem gelooft, zal immers niet beschaamd worden. Volgens Johannes is van dit alles geen sprake, is dit onmogelijk op de wijze, waarop de mens, levend in eigenwillige godsdienst, het wil.

Van nature is de mens onbekwaam en onwillig. Hij verstaat niet de dingen, die des Geestes Gods zijn. Dat verontschuldigt de mens niet, maar dat beschuldigt hem. Dat is de vrucht van zijn moedwillige en vrijwillige afval van God. Tengevolge hiervan is hij geestelijk blind en kent niet de weg tot Christus. Bovendien is hij onbekwaam om die weg te bewandelen. Hij wil met zijn dode werken de levende God dienen, en denkt dat de Heere met zijn dode werken genoegen zal nemen.

Wanneer nu de Heere met Zijn onwederstandelijke Geest in dat geestelijk dode zondaarshart werkt, zo is dat ten leven. De mens wordt overtuigd van eigen doodstaat en zondeschuld. Hij gaat verstaan, dat hij met al zijn godsdienst en vrome verrichtingen voor God niet kan bestaan, dat hij geen, zucht, geen traan, geen woord heeft ten goede. Kortom, hij ziet zich midden in de dood en voor God naar recht verdoemelijk. Hij gaat verstaan, dat uit hem geen vrucht is in der eeuwigheid. Hij wordt het met het Woord eens, dat zegt, dat hij onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Hoezeer de mens ook denkt, dat het zo juist verkeerd gaat, dit alles is noodzakelijk, om uit genade zalig te worden, om te verstaan, dat genade alleen redden kan. Zonder de onwederstandelijke trekking Gods zou de mens nooit tot die erkenning komen, nooit Gods recht leren billijken en lief krijgen. Zo brengt de Heere Zijn volk in de onmogelijkheid hunnerzijds, zo ontneemt Hij alle steunsels en leunsels en brengt tot het besef van algehele verlorenheid. God rechtvaardig, hij straf schuldig ! Daar wordt de belijdenis uitgesproken, naar het rechtvaardig oordeel tijdelijke en eeuwige straf verdiend te hebben, maar de vraag geboren : „Is er nog een weg, waardoor wij deze straf kunnen ontgaan en weder tot genade komen? Ze verstaan dat God wil, dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschieden zal, dat er volkomen moet betaald worden, óf door hen zelf óf door een ander. Dat zijn verlorenen, van welke de Schrift zegt, dat Jezus Christus in de wereld is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.

Zulke verlorenen zoekt Christus en zij zoeken Hem. Ze hebben geen grond in zich zelf en zoeken derhalve een grond buiten zich zelf. De Heere doet ze door Zijn trekkende kracht, door Zijn Geest en Woord, tot Hem komen. Hij leert de zondaar de Waarheid verstaan en doet de Christus aanschouwen als noodzakelijk, gepast en dierbaar. Hij leert de Heere Jezus kennen als enige Redder. Hij heeft Hem nodig tot vergeving, verzoening, gerechtigheid en leven. Buiten Christus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.

Door die trekking is hij gewillig gemaakt om te komen.Uitwendig belijden van de Waarheid maakt nog niet gewillig om als verlorene te komen, inwendig beleven maakt wèl bereid als verlorenen te komen. Wie zo waarlijk tot Christus komt, wordt als een goddeloze gerechtvaardigd, als vijand met God verzoend. Waar de Heere onwederstandelijk werkt door Geest en Woord, daar moet zulk een zondaar komen, anders komt hij nooit. Velen beschouwen zich vrienden en zijn toch vijanden van het kruis van Christus, en achten Zijn bloed onrein. Waar houdt men al niet aan vast, waarmede bouwt men zich al niet op. Zonder door de Vader getrokken te zijn, wil hij langs elke weg zalig worden, behalve door die éne weg, Jezus Christus en die gekruist.

Calvijn zegt : ,,Omdat „komen tot Christus" hier figuurlijk gebruikt wordt voor geloven, zegt de Evangelist, om het beeld vol te houden, in het andere deel, dat zij ,,getrokken worden", wier verstand God verlicht en wier hart Hij neigt en vormt tot de gehoorzaamheid van Christus. Dit is hoofdzaak, dat het geen wonder is als velen een afkeer hebben van het Evangelie, omdat niemand ooit uit zichzelf tot Christus komen kan, tenzij God met Zijn Geest hem voorkomt. Daaruit nu volgt, dat niet allen getrokken worden, maar dat God met deze genade Zijn uitverkorenen verwaardigt". Zo maakt Hij onwilligen en wederspannigen gewillig. Hij doet dat naar Zijn eeuwig verkiezend welbehagen, zonder enige verdienste hunnerzijds. Door de onwederstandelijke trekking des Vaders neemt de zondaar Christus gewillig aan. Wie Hem zo vindt, vindt het leven. Alles wat hij nodig heeft om zalig te worden, vindt hij in Hem. Daar wordt het de enige troost beide in leven en sterven, met lichaam en ziel niet zichzelf toe te behoren, maar het eigendom van Christus te zijn, die met Zijn dierbaar bloed voor al hun zonden volkomen betaalde.

Dat komen tot Christus is zo het zalig ogenblik des geloofs, waarop de ziel Christus als haar Zaligmaker en Verlosser omhelst. Het is als grond tot zaligheid verliezen alles wat Christus niet is. Wie zo komt, leert zijn leven verliezen en het in Christus vinden.

Dat komen is een zichzelf aan Hem toevertrouwen, een vertrouwen, dat nu al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Christus vergeven zijn. Zelf worden ze nooit meer als zondaar, maar wat een zaligheid, te mogen geloven, dat ze als zondaar een Borg hebben voor hun onsterfelijke ziel, die al hun zonden heeft uitgedelgd door Zijn bloed, en wel zó volkomen, als hadden ze nooit zonden gehad, noch gedaan, ja, als hadden ze zelf alle gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor hen volbracht heeft. Zalig, zo te geloven in Hem, die goddelozen rechtvaardigt om niet.

De Heere nam daartoe geen redenen uit hen. Hij deed dat om Zijns Zelfs wil. In hen was alleen maar reden hen voor eeuwig te verwerpen, maar Hij delgt de overtredingen uit om Zijns Naams wil, en hun zonden gedenkt Hij niet.

Zo wordt Christus alles, een iegelijk die gelooft. En, die in Hem gelooft zal leven, al ware Hij ook gestorven.

Die Christus wordt aan zondaren aangeboden als enige Redder en Behouder. Daar is geen andere Zaligmaker. Daar is één Naam onder de hemel gegeven, waardoor wij moeten zalig worden. ,,Wij bidden u van Christus' wege, alsof God door ons bade, laat u met God verzoenen !"

De Joden vonden, volgens ons teksthoofdstuk, deze leer hard. Ze volgden Jezus niet meer, omdat Hij hun geen broden meer gaf. Hem kenden ze niet als het brood des levens. En, inderdaad, deze leer is hard voor de eigengerechtigde zondaar, voor het vrome vlees, dat nog nooit zich heeft leren kennen als verdoemelijk voor God, dat het leven niet wil verliezen, om het in Hem te vinden. En omdat men het leven niet wil verliezen, zegt Jezus tot hen : ,,Gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben".

Lezer (es), kent ge u reeds verloren vanwege uw zondeschuld ? Smart het u, tegen God gezondigd te hebben. God kwijt te zijn door uw zonde ? Ge kunt niet bestaan met een eigengemaakt geloof in eigen kracht. Ge kunt terecht als een verlorene, als een schuldige, als een niets hebbende en alles missende zondaar. Al uw gerechtigheden zijn voor God als een wegwerpelijk kleed. Ge kunt terecht, zoals ge zijt, dat is als schuldig zondaar. Het geloof is een kracht Gods tot zaligheid. Dezulken komen met ledige handen. Dat zijn de armen, die met goederen vervuld worden, in tegenstelling met de rijken, die ledig worden weggezonden.

,,Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke". Dit is een rijke Evangelieboodschap voor een verloren zondaar, voor een goddeloze, die weet verloren te zijn. Het is hard voor de eigengerechtigde en vrome in eigen oog.

Bij wie behoort ge ? Niets hebbende, gans schuldige zondaren mogen weten, dat Hij alles deed, alles volbracht en dat de Vader hen schenkt dat heil, dat nooit vergaat.

Zo is het alles door Hem, door Hem alleen, om 't eeuwig welbehagen.

(Ede)

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken