Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de Wijkgemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de Wijkgemeente

6 minuten leestijd

Ds. J. J. Buskes heeft in het Weekblad der Hervormde Kerk van 17 Sept.j.l. een pleidooi gevoerd voor een parochie van buitenkerkelijken in verband met een door hem gestelde vraag : ,,Hoe vinden buitenkerkelijken hun plaats in de kerk".

Ds. J. R. Wolfensberger komt in het nummer van 10 December j.l. op het artikel terug en pleit voor een betere wederzijdse waardering van kerkelijken en buitenkerkelijken, terwijl hij niet ongevoelig blijkt te zijn voor de moeilijkheden, welke door ds. Buskes naar voren werden gebracht.

Wij bedoelen op de discussie van deze predikanten niet in te gaan, doch zouden naar aanleiding daarvan toch enkele opmerkingen willen maken. Er zijn n.l. verschillende kanten aan het vraagstuk, die buiten beschouwing bleven. De directe aanleiding voor ds. B. ligt o.i. in de instelling van Wijkkerkeraden, welke wordt aangegrepen om met name in de grote stad de herderlijke bearbeiding der gemeente meer tot haar recht te doen komen en in het algemeen de kerkelijke arbeid te vergemakkelijken en meer doeltreffend te maken.

De geografische indeling in Wijkkerken of Wijkgemeenten brengt echter uit de aard der zaak nieuwe bezwaren mede.

Zonder twijfel is er, kerkelijk gezien, in de afsplitsing van de grote stadsgemeente met haar veel te grote kerkeraad een goede gedachte. De vraag kan zelfs gesteld, of de eenmanskerk, wij bedoelen de gemeente met één Herder en Leraar, in verband met het karakter van de geestelijke arbeid en het leven ener Christelijke gemeente niet de aangewezen vorm behoort te zijn.

Persoonlijk gevoelen wij daarvoor niet alleen op practische gronden, maar het heeft toch ook wat te zeggen, dat Johannes zijn brieven moet richten tot de engel der gemeente. Denken wij ons eens in, dat de kerk der reformatie het beginsel van afsplitsing van meet af zou hebben toegepast. Welk een geheel andere ontwikkeling van het kerkelijk leven zou daarvan het gevolg zijn geweest ?

Niet alleen de kwestie der richtingen zou een geheel andere geschiedenis hebben gehad, maar ook de ontkerstening zou niet zulke afmetingen hebben verkregen. Het kerkelijk huisgezin zou een intiem karakter hebben bewaard, indien, wanneer de gemeente te uitgebreid werd voor één Herder en Leraar, een vrijwillige afsplitsing ware overwogen en de vorming ener nieuwe gemeente met een eigen dominé en kerkgebouw gewoon ware geworden. Hoe zou dit tegemoet gekomen zijn aan de uitbreiding der bevolking in het algemeen en aan die van de grote stad in het bijzonder ?

De kleine dorpsgemeente en de kleine kerkverbanden kunnen daarvan een voorbeeld geven. Het zou inderdaad te eenzijdig zijn te menen, dat de kleinere gemeenten, die practisch eenmanskerken zijn, alleen aan een veeltijds gelaakt conservatisme haar kerke­ lijk bestaan danken. Dat zij aan de reformatorische belijdenis vasthouden, rekenen wij daartoe althans niet. Wel blijkt het, dat zij daarin een kracht vinden, die een toenemend deel van ons volk aantrekt, als een merkwaardig tegendeel van de evenzeer toenemende afval van de kerk, met name in de grote steden.

Indien het alles zou worden gecontroleerd, zou het ook blijken, dat gezinnen, die zich metterwoon in de grote stad vestigen, hoewel zij op hun dorp nog meer of minder getrouw meeleefden, in hun nieuwe woonplaats binnen korter of langer tijd onkerkelijk of buitenkerkelijk worden. Maar het zou ook blijken, dat velen hospiteren bij de kleine kerken of daartoe overgaan.

Wij ontveinzen ons ook niet, dat kerkelijke toestanden èn in de grote stad èn elders, aanleiding worden tot zulk een hospiteren in de Christelijk Gereformeerde Kerk en in de Gereformeerde Gemeente. Hierbij komt de gereformeerde gezindheid haar rechten vragen. Ook deze speelt in de afglijding naar kleinere gemeenten in de grote stad een rol, maar daarmede is niet alles verklaard. De kleinere gemeenschap oefent een aantrekkelijkheid uit, die men niet moet onderschatten.

De organisatie van de grote-stadsgemeente met haar op een parlement gelijkende kerkeraad, die op commissie-werk is aangewezen, moet men voor een belangrijk deel aansprakelijk stellen voor de afval. De indeling en verdeling der predikbeurten over de predikanten en kerken volgens tableau, heeft mede in verband met de richtingen daartoe medegewerkt. Deze is wel bevorderlijk aan de richtingsstrijd en heeft daaraan vooral het karakter van een ,,partijstrijd" gegeven, maar zij is zelfs voor de ,,richtingen" geen voordeel geweest.

De geografische wijkkerk kan mogelijk hier en daar een ,,situatie" scheppen, welke voor een bepaalde groep een gewenste toestand zal brengen. Dat is in een samenloop van omstandigheden wel mogelijk.

Waarom zou in een grote stad een bepaalde wijk niet eens een belangrijk aantal lidmaten saambrengen, die in de wijkpredikant nu juist hun dominé treffen ?

De mogelijkheid is er, maar de realiteit zal veelal niet zo gelukkig uitvallen.

Een eenheidsidealisme, dat zich blind staart op een luchtspiegehng, kan wel de ogen sluiten voor de werkelijkheid, maar deze zal zich niet verloochenen.

Mogelijk zal men hierin een pleidooi voor de gereformeerde gezindheid willen zien. Men zij daarin echter niet eenzijdig en bedenke, dat iedere richting of gezindheid - de bezwaren zal ondervinden,

In dit opzicht verdient het artikel van ds. B. meer aandacht en zal een soepele toepassing als ds. W. in uitzicht stelt, volstrekt onvoldoende zijn en aanleiding geven tot willekeur en verwarring.

De enige weg, die een goede oplossing kan bevorderen en het kerkelijk leven in de grotere plaatsen in meer gezonde banen kan leiden, is een wettige regeling.

En die is mogelijk. De geografische indeling der wijkkerken heeft als zodanig reeds een min of meer gewelddadig, althans mechanisch, karakter. De eigen aard ener gemeente moet daaraan in de meeste gevallen ontbreken. De gemeente is nu eenmaal een gemeenschap, welke wordt gedragen door het gemeenschappelijk geloof en niet door het feit, dat men in een bepaald stadsgedeelte woont.

Zelfs, indien men het ideaal nastreeft, dat de richtingen zullen worden overwonnen in één geloofsgemeenschap, kan het geen aanbeveling verdienen de werkelijkheid te negeren en te doen, alsof alle leden der Hervormde Kerk in éénzelfde geloof verenigd zijn, alle predikanten hetzelfde geloof prediken, alle gemeenten éénzelfde karakter vertonen, zodat het om het even is, in welke wijkgemeente men wordt ingedeeld.

Ds. B. komt op voor zijn buitenkerkelijken en wij erkennen, dat er onder de huidige omstandigheden en de wijze, waarop de arbeid onder buitenkerkelijken wordt verricht, aanleiding kan zijn voor een soort Zendingsgemeente, die niet onder een bepaalde locale indeling valt.

Doch het ontbreekt niet aan argumenten om een regeling te treffen, waardoor iedere wijkkerk een echte gemeente kan worden.

De consequentie daarvan zal voor ieder duidelijk zijn en er zijn er, die dat nu juist niet willen. Dan zullen de wijkkerken richtingskerken worden !

Waarom zou men dat niet wagen ? Er is toch een kerkelijke organisatie ? Laat de kerken richtingskerken worden

en als zodanig haar kracht en geloof bewijzen. Wat men noemt de partijstrijd, is uit, en de richtingen ontmoeten elkander in organisatorische weg.

Het behoeft ook volstrekt geen schrikbarende wijzigingen te brengen in de reglementering der wijkkerken. 

De eenvoudige bepahng, dat men de wens kan te kennen geven om tot een andere wijk gerekend te worden dan die, in welke men woonachtig is, met het gevolg, dat men dan ook bij. de gewenste wijkkerk wordt ingedeeld, is voldoende om te voorzien in een behoefte, en de bezwaren aan een geografische indeling verbonden, weg te nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Over de Wijkgemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken