Bekijk het origineel

Christendom en Sport

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christendom en Sport

5 minuten leestijd

Een trouw lezer van De Waarheidsvriend heeft mij de volgende vraag ter beantwoording gegeven :

„Is het een christen geoorloofd om Zaterdags naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken of zelf aan sport te doen ? Of is het een kenmerk, dat zulk een christen nog met zijn hart aan de wereld hangt, ook al zet hij er zijn hart niet op, maar ziet de sport alleen als ontspanning ? "

Ziehier de bedoelde vraag.

Het is niet gemakkelijk, om al dergelijke vragen zo maar eens te beantwoorden, zonder in een onhoudbare coruistiek te vervallen. Aan de éne zijde is het natuurlijk te betreuren dat er velen zijn in onze dagen, die zich wel met de Christennaam willen sieren, doch van een christelijke levenswandel maar weinig willen weten.

Ze vragen zich af, hoever ze zich wel van het middelpunt van de cirkel kunnen verwijderen en toch willen ze binnen de cirkelomtrek blijven en tot de kerk des Heeren gerekend worden.

Zie, lezers, dat noemen we een heel veeg teken, als het zo met een mens gesteld is.

Aan de andere kant kan het natuurlijk ook gebeuren, dat iemand iets doet, wat feitelijk moet worden afgekeurd, en dat we toch te doen hebben met een waar kind van God. Ik denk in dit verband aan wat mijn leermeester, prof. dr. H. Visscher, over een dergelijk geval eens opmerkte. Hij gebruikte daarbij het platte beeld van een paardestaart, die bestaat uit vele honderden lange haren.

„Veronderstelt eens" — zo zei hij — „dat ik er vijftig haren uittrok, dan zou het toch nog een paardestaart blijven. En hoeveel haren ik er kan uittrekken, zodat het zou ophouden een paardestaart te wezen, weet ik niet".

Laat het een plat beeld wezen, de strekking en de bedoeling is overduidelijk.

Wat nu betreft die man, die zo gaarne op Zaterdag naar het sportveld gaat kijken, ik vind het al gelukkig, dat die man het niet op Zondag doet. De dag des Heeren is niet voor de sport. Ik zou er mij in verheugen, wanneer alle voetbalwedstrijden werden gehouden op Zaterdag en niet op de dag des Heeren.

Voorts kan ik nergens in de Bijbel lezen, dat sport op zichzelf zondig is. Integendeel, ontspanning is nodig en geoorloofd, maar het is niet hetzelfde, hóé men die zoekt. Ik ben geen bewonderaar van het voetbalspel. Ik vind het een ruw spel en ik heb in de ziekenhuizen vele jongelingen bezocht, die bij het voetballen zulk een schop hadden gekregen, dat ze zich onder medische behandeling moesten stellen.

Toch heb ik wel eens gezegd tegen jongens, die steeds in de kroeg zaten, dat ze maar liever naar het voetbalterrein moesten gaan of naar een ander sportterrein. Er is voor jonge mensen niets gevaarlijker dan de verveling en lediggang.

We kunnen ons dus maar niet zonder meer tegen de sport verzetten. De één wil zwemmen, de ander gaat naar de gymnastiekafdeling, een derde wil tennissen, enz., enz. En waarom ook niet ? Wel is het te betreuren, dat we leven in een eeuw van sportvergoding. We leven in een tijd, dat Jan Publiek meer nota neemt van een jongen die een voetbalwedstrijd heeft gewonnen, dan van geestelijke belangen, die van de hoogste betekenis zijn voor de mensheid. Het gevaar is groot om te overdrijven en mee te gaan doen met wat men terecht sportvergoding noemt. Laten we onze kinderen daarvoor waarschuwen.

Over de sport wordt in de Heilige Schrift niet zoveel gezegd. De klassieke plaats is 1 Tim 4 vers 8. Daar lezen we : Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut, maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.

Het 7e vers luidt aldus : Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen en oefen uzelf tot godzaligheid.

Dat woord „oefenen" zal wel ontleend zijn aan de lichamelijke oefeningen van de kampvechters in de Griekse wedstrijden. Gelijk die kampvechters zich inspanden, moeten ook de kinderen Gods alle middelen aanwenden om in de Godzaligheid goede voortgang te maken.

Welke middelen dat zijn ?

Wel, ik denk aan gebed, lezing van de Schrift, overdenking en wat dies meer zij. „De lichamelijke oefening is tot weinig nut" — zo laat de apostel er als een tegenstelling op volgen.

Wat zou Paulus met die lichamelijke oefening bedoeld hebben ?

Er zijn uitleggers, die hier denken aan oefeningen om het lichaam in bedwang te houden, bijvoorbeeld door onthouding van huwelijk en spijs, om daardoor het geestelijk leven te bevorderen. (vs. 3).

Ik geloof niet, dat de apostel daaraan gedacht heeft. Het is niet waarschijnlijk, dat hij over deze onthouding zou gesproken hebben, zonder een scherpe lijn te trekken tussen haar en de in vers 3 bestredene onthouding van de gemeenschap des huwelijks en van zekere spijzen.

Neen, Paulus denkt aan de lichamelijke oefening. Paulus was immers met de Griekse spelen zeer goed op de hoogte. Hij erkent, dat er een weinig nut aan verbonden is. Ze kan de kracht en lenigheid des lichaams verhogen, ons in gevaar van dienst zijn. Maar denk nu eens aan de Godzaligheid, die is tot alles nut, omdat ze een belofte heeft, die zowel het tegenwoordige als het toekomende leven omvat.

In dat licht bezien, zinkt alle lichamelijke oefening in het niet en wenden we ons af van de sportvergoding dezer eeuw.

J. J. TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Christendom en Sport

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken