Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VRAAG VAN Ds K. J. DIJKEMA, GEREF. PREDIKANT TE ZWIJNDRECHT AAN DE GEREFORMEERDE BOND

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VRAAG VAN Ds K. J. DIJKEMA, GEREF. PREDIKANT TE ZWIJNDRECHT AAN DE GEREFORMEERDE BOND

7 minuten leestijd

Weinige weken geleden schreef ik in ons blad een artikel over het feit, dat er onder de mensen van de Geref. Bond in de Hervormde Keik maar weinig animo is voor de centrale kas, omdat uit die kas zowel vrijzinnigen als orthodoxen worden gesalarieerd.

Ds. K. J. Dijkema heeft dat artikel gelezen en daaruit enkele dingen overgenomen, waarmee hij zich verenigen kan. Hij oppert echter in het slot ernstige bezwaren tegen de Geref. Bond.

Hij schrijft n.l. als volgt in zijn orgaan van 28 April 1951, hetwelk mij per post werd toegezonden :

Dat de vrijzinnigen de kerk reeds meer dan 100 jaar verwoesten en tot een grotendeels verwoeste kerk gemaakt hebben, is buiten kijf. Maar dat de resterende gereformeerden in de Herv. kerk de kerkverwoestende activiteit van de Barthianen en Vrijzinnigen menen te moeten steunen, ja het te moeten, dat is iets waar ik met mijn gereformeerd verstand en bij het licht der Schrift absoluut niet bij kan. Na de Afscheiding en de Doleantie zijn de ogen bij onze broeders en zusters ' ginds wel volkomen verblind geworden. Hoe kan men meewerken aan wat men terecht noemt de verwoesting der kerk ? Hoe durft men te schrijven dat zulks moet ? Dit is geen goddelijk moeten, doch een eigenwillig moeten. Ik acht dit eigenwillige godsdienst te zijn, terwijl de Heere beveelt : „Gij zult géén andere goden voor Mijn aangezicht hebben". Van zulk een „gereformeerde" mentaliteit is niets te verwachten tot heil en ter reformatie der kerk. Ik mis in de „Gereformeerde Bond" het schriftuurlijk-kerkelijke besef. Men schijnt zich te vergenoegen met een kerkje in de kerk, inaar dan spéélt men met de Kerk welke wij geloven en belijden. Och, dat men zich aldaar bekeerde tot de grote HEER van de Kerk. Dan zou men zo niet meer durven schrijven, maar tegen al wat vrijzinnig is in de Naam des Heeren de strijd aanbinden en uitstrijden tot het bittere einde en het heerlijke begin : de afscheiding van hen, die tot de ware kerk, de gemeenschap en vergadering der ware christgelovigen, niet be­

horen (art. 28 N.G.B.).

K. J. D.

Zie zo, nu weten we het hoe er door ds. Dijkema over ons geoordeeld wordt.

Het zijn zeer ernstige beschuldigingen, die tegen ons worden uitgesproken.

Hij schrijft dat hij met zijn „gereformeerd" verstand er niet bij kan en bij het licht der Schrift nog minder.

De ogen van de mannen van de Geref. Bond zijn totaal verblind.

Ons standpunt wordt door hem tot de eigenwillige godsdienst. gerekend

Van zulk een „gereformeerde" mentaliteit is niets te verwachten volgens ds. Dijkema.

Het ontbreekt ons aan schriftuurlijk-kerkelijk besef. We worden er verder van beschuldigd, dat we ons vergenoegen met een kerkje in de kerk. Ten slotte komt hij tot de verzuchting : „Och, dat men zich aldaar bekeerde tot de grote Heer van de kerk !"

En dan is er volgens ds. D. maar één weg, die bewandeld moet worden en dat is de weg van de afscheiding.

Tot zover het schrijven van een man met een gereformeerd verstand, die ons de goede weg wil wijzen.

Wat begrijpen vele mensen uit de gescheidene kerken toch weinig van de grote moeilijkheden, waarmee de gereformeerde groep in de Hervormde Kerk te worstelen heeft.

Ds. D. ziet maar één oplossing : Die diep gezonken Hervormde Kerk de scheidbrief geven ! De weg van de afscheiding op !

Dat is al een heel gemakkelijke weg. Men stelt maar een attëstatiekwestie aan de orde en binnen weinige maanden staat men buiten de kerk. En men behoeft dan niet eens te zeggen, dat men er uit gelopen is, maar kan volhouden tot het einde toe, dat men er uitgezet is. En dat is de weg van het goddelijke moeten volgens ds. D.

Waarom hebben in de dagen van de koningen van Israël en Juda de profeten ook maar niet de scheidbrief gegeven aan de tempeldienst ? Waarom hebben ze niet een tweede tempel naast de oude tempel gezet ?

Naar de regel van ds. D. zouden Simeon en Anna misschien wel bestraft moeten worden omdat ze nog opgingen naar die vervallen tempel.

De Heere Jezus heeft gezegd, dat men de tempel, het huis van Zijn Vader, tot een moordenaarskuil had gemaakt. Scherpejr oordeel kan nooit over een tempel worden geveld. Toch heeft Hij niet geweigerd om de tempelschatting te betalen. Toch is Hij als kind in die tempel voorgesteld en we lezen van Hem dat Hij als naar gewoonte opging naar de synagoge.

Er is ook nog een andere weg, ds. D. Dat is een moeilijke weg. Dan moet een minderheidsgroep, die wil staan op de grondslag van Schrift en Belijdenis, tegen de stroom oproeien. Dan moet die minderheidsgroep de massa weer trachten terug te roepen tot de oude waarheid.

O, wat een taak!

De Heere heeft het werk van die minderheidsgroep toch nog willen zegenen. Schreef dr. Kuyper in 1886, dat de Hervormde Kerk door God verlaten was en tot een Babel van ongerechtigheid geworden was, —• vijf en zestig jaar later zien we dit grote wonder gebeuren, dat van menige kansel in de Hervormde Kerk weer de oude waarheid mag worden verkondigd.

Verblijdend is het, dat van alle zijden weer naar gereformeerde prediking wordt gevraagd. Is dat niet een bewijs, dat God de Heere onze Kerk nog niet verlaten heeft ? Dr. Kuyper moge hebben gemeend dat de lijn van de verbondsgenade alleen zou worden doorgetrokken in de kringen van hen, die zich afscheidden, de practijk heeft geleerd dat God óok de lijn der genade bleef uitstippelen in die diep gezonken Hervormde Kerk. De Heere ging voort om in die Hervormde Kerk mensen te bekeren.

En waar het voor ons vaststaat, dat God onze diep gezonken Kerk nog niet heeft verlaten, daar staat het eveneens óok voor ons vast, dat wij die Kerk ook nog niet mogen verlaten. We mogen als gereformeerde pre- ^ dikanten in de Hervormde Kerk op de kansels gelukkig nog de volle Raad Gods verkondigen. Werd ons dat verhinderd, ja, ds. Dijkema, dan zou de zaak anders staan. Maar zover zijn we nog niet.

En als ik dan zie op Nieuwerkerk a/d IJssel en Capelle a/d IJssel, waar Gereform. kerken, een Geref. kerk art. 31, 2 Oud-Geref. Gemeenten, de gemeente van ds. Vlot enz. enz. worden gevonden, dan moet men het mij niet kwalijk nemen, dat ik voor afscheiding niet veel gevoel.

De historie heeft het mij genoegzaam bewezen, dat de afscheiding ons volk heeft ver-

scheurd en uiteen heeft gedreven. En het einde van allerlei nieuwe kerken en kerkjes, op grondslag van Schrift en Belijdenis, is nog niet in 't zicht. Er komen er steeds meer.

Is men dan in het kamp der gescheiden kerken zó verblind, dat men de vraag maar laat rusten : Is Christus gedeeld?

Het is overbekend, dat elk van die kerkformaties zich het recht aanmatigt om zichzelf kerk te noemen en al de andere met de titel van secten te bekladden.

Neen, zó moet het niet!

We moeten samen terug naar de plaats. waar het verzondigd is. Naar de diep gezonken kerk terug!

In sommige Oud-Gereformeerde Gemeenten wordt dit openlijk beleden en wijst men van de kansel naar de toren van de Hervormde kerk. Helaas, bij woorden blijft het, maar men keert niet terug.

Erbarme zich de Heere over de minderheidsgroep, die nog strijdt voor de gereformeerde belijdenis, en dat er velen van Gods kinderen nog de schouders mogen zetten onder de schuld van de erve der vaderen!

Timmer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAAG VAN Ds K. J. DIJKEMA, GEREF. PREDIKANT TE ZWIJNDRECHT AAN DE GEREFORMEERDE BOND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken