Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

9 minuten leestijd

Huurling en herder, door Jan Overduin. Uitgever J. H. Kok N.V., Kampen.

De schrijver brengt ons met dit boek niet zozeer een verhaal, maar een probleem, dat nogal actueel is, n.l. woordchristen of daadchristen zijn. De wijze, waarop hij dit hier doet, is aantrekkelijk.

Hoofdpersoon is een jong predikant, die direct na zijn intrede in een dorp bij de plassen met dit conflict te worstelen krijgt. Zijn wroeging en zelfverwijt, dat een groot deel van het boek vult, is aanvaardbaar, en ook, dat hij daarna het onrecht, dat hij zijn vroegere verloofde aandeed, wenst goed te maken, eveneens. Ook deze daad had intussen verschrikkelijke gevolgen, die hij dapper aanvaarden wil, doch wat hij zijn gemeente niet zonder meer aan kon doen. Dat dit aan het einde door de dood van de koster wel kan, is een zwakke kant van het boek, dat uit een idealistisch hart, realistisch beschreven is.

Interessant is het zeker!

Css.

Dr. C. W. du Boeuff en dr. P. C. Kuiper, Psychotherapie en Zielzorg. Uitgave : Erven J. Bijleveld, Utrecht. 173 pag., prijs geb. ƒ 6.90.

Dit werk van twee Hervormde psychiaters voert ons naar het voor velen onbekende terrein van de geestes- en zenuwziekten. Schrijvers stellen in de inleiding de vraag: Wat is de typische taak van de psychiater en welke die van de predikant, en hoe moet hun beider werkterrein worden afgebakend? Kan men — zo vragen schrijvers — een geesteszieke genezen door'hem het Evangelie te verkondigen? Hier is inderdaad een grote verwarring, en dat heus niet alleen bij de nietgeschoolden. Schr. maken nu een streng onderscheid tussen drie terreinen : het psychotherapeutische, het agogische en het zielzorgelijke, 'k Geloof^ dat het van de grootste betekenis is, als deze gebieden niet door elkaar worden gehaald ; een predikant is geen psychotherapeut en heeft tegenover de mensen, die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, een andere taak, d^n de medicus ; de predikant heeft het Woord Gods te verkondigen, zeker in de breedste'en ruimste zin, maar hij heeft zijn eigen terrein. En dat geldt evenzeer van de dokter. Daarmede bedoelen de schrijvers niet — en ik heb het gevoel, dat hier voor velen een imisverstand ten opzichte van de bedoeling dêr schrijvers ligt —, dat de medicus, die Christen is, niet zielzorgelijk met zijn patiënten kan omgaan, dat zal hij op zijn tijd zeker, maar het gaat om het eigene van de arbeid van de dokter en het eigene van het werk van de predikant te laten zien. Wat door vele predikanten in bepaalde moeilijke omstandigheden intuïtief gevoeld wordt : hier ligt werk voor de medicus en niet voor inij, dat zoeken de schrijvers in dit boek af te bakenen. Evenmin wordt ontkend dat de zielzorg niet met agogie rekening moet houden, en in moeilijke omstandigheden niet op haar plaats zou zijn ; integendeel, geen zielzorger kan dit agogische element in zijn arbeid verwaarlozen. Zo is het te verstaan, dat het standpunt van Tournier volkomen wordt afgewezen als een vermenging van zielzorg en therapie. M. i. terecht ; Tournier wijst wel op een element, dat jaren zeker- door de medici is verwaarloosd en waarvoor, men geen oog heeft gehad, maar uit reactie gaat hij te ver en trekt de zaak scheef. Wil dit dan zeggen, dat schr. tevreden zijn met een neutrale psychiater, die naast zich heeft een predikant voor de zielzorg? Neen, want schr. weten al te goed, dat ieder, die geen godsdienstige ervaringen kent, zelfs de waarde er van niet kan inzien in sterke emoties van religieuze aard iets ziekelijks zal zien". Wie met niet-christen-psychiaters in contact is gekomen, weet van éen en ander wel mee te spreken.

Ik kan mij niet dan verblijden over de probleemstelling ; het gevaar is niet alleen, dat het religieuze in het psychologische vlak getrokken wordt, maar vooral dat het Evangelie wordt verkort, dat niet verstaan wordt, waarom het in de kern gaat, n.l. om de verlossing door het bloed van de Heere Jezus Christus. Consequentie zou zijn, wat ik in een Amerikaans tijdschrift las : in een „mental hospital" moeten godsdienstoefeningen gehouden als een therapeutische maatregel. Die kant moet het niet op.

Na een brede inleiding handelen schrijvers in het eerste hoofdstuk over Psychotherapie ; hier komen aan dé orde de opvattingen van Freud, Jung en Adler en de mentaliteitenleer, zoals die door dr.' du Boeuff is opgesteld. Dan volgt een hoofdstuk over opvoeding en reëducatie. Het derde hoofdstuk handelt over de zielzorg, over zielzorg bij lichamelijke ziekte, bij moeilijke levensomstandigheden, bij neurose en psychopathic en bij psychoti^phe toestanden. 'W^MUÊSi

Gaarne raad ik ieder van de collega's aan en niet alleen hen, maar allen, die met deze problemen in aanraking komen, dit boek door te werken, en ik weet, dat zij'daarvan geen spijt zullen hebben ; het betekent een verrijking van de geest en ik geloof, dat het ziekenbezoek er door aan betekenis zal winnen. '

Bt.

Raoul Stéphan. Het Westen op de Dwaalweg. Vertaald door dr. G. G. Baardman. T. Wever, 1951, Franeker. Prijs gecart ƒ 2.25, geb. ƒ 3.25.

Een merkwaardig boekje van een merkwaardig man. De schrijver, een Fransman, schreef verschillende romans. Hij is een man, die, om het zo uit te drukken, door de moderne cultuur is heen gegaan, en bij een Avondmaalsviering in 1942 tot verandering kwam — en zoals de vertaler het uitdrukt , „tot een vlammend getuige werd van Christus' werk aan zijn ziel. In het protestantse leven van Parijs, zo deelt hij verder mede, neemt de heer Stéphan een belangrijke leidende plaats in. Dit boekje verwierf een prijs van de Académie Frangaise.

Een en ander nodigt uit tot lezing van dit boekje, waarin de ziekten van onze tijd op een opvallend klare wijze worden beschreven en waarin vermaand wordt tot het enig geneesmiddel : het geloof in de Christus der Schriften. Het boekje telt X hoofdstukken, tezanien slechts 100 bladz., waarvan wij de titels overnemen, omdat zij een indruk geven: 1. Door de Nacht ; 2. Verstoring van het Evenwicht ; 3. Het Rijk der Machine ; 4. Het Manco van de moderne Mens; 5. Wetenschap en Mystiek ; 6. Macht der Duisternis ; 7. Het Rijk der Genade ; 8. De zwijgende Partner ; 9. Is het Christendom failliet? ; 10. Geloven in het Wonder.

Treffend is het, deze auteur te volgen in zijn critiek en waardering bij zijn vogelvlucht door de eeuwen en als hij de lezer bepaalt bij een bonte reeks van leidende figuren in vroegere en latere tijd. Treffend ook is de eenvoud, als hij b. V. spreekt over het gebed. Het is een boekje om gelezen te worden.

S.

Getuigen van Jehova of van de Antichrist ? door ds. H. J. Spier te Rijswijk (Z.-H.). Uitgave : Van Keulen, Delft. 1951.

Onder de vragen, die tot ons kwamen, is er ook een aangaande de Getuigen van Johova. Ds. Spier heeft in een klein boekske een goed overzicht gegeven van het optreden en de leer (dwaalleer) van deze mensen. De stichter van deze religieuze beweging is Charles Faze Russell, een Amerikaan, die leefde van 1852—1916. Zijn opvolger is J. T. Rutherford uit New-York. Het centrum bevindt zich in Brooklijn, New-York, U.S.A. Moedig zijn deze propagandisten zeker. Zij trotseren concentratiekampen en gevaren.

Op grond van hun dwaalleer (Zij verwerpen de Godheid van de Heere Jezus Christus, de leer der onsterfelijkheid van de ziel is volgens hen satanisch van oorsprong, en zij loochenen een eeuwige straf), noemt ds. Spier deze beweging terecht antichristelijk. (Vgl. 1 Joh. 2 VS. 22 en 23). .MW;

Dat reeds een 3de druk van dit geschriftje verscheep, is op zichzelf een aanbeveling.

s.

Calvinisme en Existentie-philosophie, door J. M. Spier, Geref. pred. te Sneek. Uitgave : J. H. Kok N.V. te Kampen, 1951. Prijs geb. ƒ 6.90.

Het is ongetwijfeld een goede gedachte om de existentie-philosophie eens te toetsen aan onze gereformeerde belijdenis. Het verdient ook aanbeveling, dit op populaire wijze te doen. De existentie-philosophie verheugt zich, ondanks haar moeilijke uitdrukkingswijze, in een steeds stijgende populariteit. Dit wordt niet alleen terecht opgemerkt door de schrijver, maar hij vindt daarin een aanleiding temeer om die geest 'te verstaan en te toetsen.

, .. Daartoe geeft hij een overzicht van de leer der existentie-philosophie en haar achtergronden. Bij de behandeling van deze wijsbegeerte zelf geeft de schrijver gelegenheid om kennis te maken met de voornaamste leeraren dezer wijsbegeerte en hun leer : Jaspers, Heidegger, Marcel, Lavelle, Sartre en ook de Hollandse wijsgeer Loen, die zelfs vrij uitvoerig wordt behandeld.

Daarna volgt een uiteenzetting van het karakter dezer philosophic en van haar waarheidsmomenten.

Daaronder noemt hij het anti-rationalisme, vervolgens het streven naar een ontologie ; voorts de belangstelling voor de anthropologie en tenslotte het waarheidsmoraent in het iheïstisch-existentalisme.

Het laatste hoofdstuk vult de critiek, welke bereids is geleverd, aan tot volledige afwijzing van uit het Calvinisme, zoals ook de titel aangeeft. Deze term omvat mede de wijsbegeerte van de wetsidee, waarvan de schrijver een vurig verdediger is.

Dlt hoofdstuk, hoewel, wij het principieel eens zijn, dat de existentie-philosophie moet worden afgewezen, en ondanks ook het vele goede daarin gegeven, achten wij uit methodisch oogpunt minder gelukkig. Een rechtstreekse bestrijding vanuit de gereformeerde belijdenis en theologie ware, naar het ons voorkomt, doeltreffender, geweest.

Dit weerhoudt ons echter niet dit boekje aan te bevelen aan allen, die zich met de leringen der existentie-philosophie op de

hoogte willen stellen. ,

S.

De Strijdende Kerk. Vertelling der Kerkgeschiedenis van het eerste Pinksterfeest tot heden, door P. A. de Rover. Jan Haan, N.V., Groningen, 1951.

Het vijfde en laatste deel van deze Kerkgeschiedenis en een zeer belangrijk deel vertek over vele theologen, kerken, gezindten en secten. Aangenaam, populair verteld, vele portretten, overzichten, jaartallenlijsten, en opgave van bronnen^'^f^^f'^ ^ •'• - 'S^-liil

Gaarne wensen wij de schrijver geluk met de volFooiïng van dit werk, dat wij hartelijk aanbevelen aan degenen, die wat van Kerkgeschiedenis willen weten, aan onderwijzers. Zondagsschoolonderwijzers en Jeugdverenigingen. Ook catechisanten kunnen een dank­

baar gebruik maken van dit werk.

S.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken