Bekijk het origineel

IN GODS HEILIGDOMMEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

IN GODS HEILIGDOMMEN

9 minuten leestijd

„Totdat ik in Gods heiligdommen inging.... Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat; Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij (in) heerlijkheid Psalm 73: 17a, 23, 24.

Wat kan het in het leven vaak héél anders gaan dan men tevoren heeft gedacht ! Het leven is zo wisselvallig en onzeker ! Aan het begin lijkt het soms niet anders als „rozengeur en maneschijn". Maar och wat een ontgoocheling en disillusie als men verder komt of aan het eind staat !

Terecht moet dan 't profetische woord van Mozes worden beaamd : 't uitnemendste er van is moeite en verdriet. Of, gelijk de oude Jacob het voor Farao beleed : „Weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijner vreemdelingschap geweest".

O zeker, ik weet het en Gods Woord zegt 't : de goddelozen zal het kwalijk gaan en de weg der vromen zal bestaan. Het zal hen wèl gaan en de onrechtvaardigen kwaad. Maar de practijk is vaak met ons logisch denken in strijd. Wij zeggen wel eens „Zo men doet zo men ontmoet" en „wat de mens zaait zal hij ook maaien". Doch de werkelijkheid is dikwijls heel anders !

De goddelozen hebben vrede en de ongelovigen voorspoed. Hun pad gaat op rozen en ze hebben wat hun hartje begeert !

Maar de gelovige en vrome zielen moeten meestal het pad van kruis en druk bewandelen. En dan komt onwillekeurig de bange vraag in het hart op : Hoe is dit alles toch te rijmen met de rechtvaardigheid Gods ?

En het opstandige hart vraagt : Is dat wel een God van liefde Die mijn leven leid. Als er dan een God is — zo zegt de ongelovige en ongeduldige mens —, als Hij de Rechtvaardige is, waarom laat Hij dit alles toe ? Waarom kan het dan Zijn raad en wil zijn dat de boosheid met succes wordt bekroond en dat de Godvrezende slagen ontvangt ? Dat de wereld in haar opstand tegen God vrijelijk Voortgaat en de kerk vaak in moeite en verdriet ter neer zit ?

Wanneer 't smaden van Gods naam ongestraft kan geschieden, en het belijden en eren daarvan versmaadheid meebrengt : Waar is dan dia rechtvaardige God, als Hij zoveel ongerechtige dingen toelaat, alsof Hij het niet ziet en Hem niet aangaat ?

Deze vragen zouden met vele te vermeerderen zijn, vooral als men ook denkt aan die beide andere deugden n.l. Zijn goedheid en liefde !

Alles wat er in de wereld zo gebeurd schijnt die rnensen gelijk te geven, die zeggen : „Laat ons eten en drinken en vrolijk zijn". Leef zoals ge wilt en het beste uitkomt Want de Heere ziet het niet en merkt er toch niet op".

Dat de wereld zo spreekt is te begrijpen, maar dat de kerk zich door deze schijn laat bedriegen is erger, ja dat Gods volk soms zo onzinnig spreekt is wel heel verschrikkelijk !

O zeker, ze kunnen danig doorf de satan geslingerd worden en het is o zo moeilijk voor hen om éénswillend te zijn met de wegen Gods.

Dat zou allemaal nog wel gaan als de Heere overeenkomstig^ hun zin en wil handelde.» Als alles naar wens cii'vafcr de wind ging ! .

Dan kunnen ze gemakkelijk zingen : Geloofd zij God met diepst ontzag. Doch o wéé, als de donkere wolken zich boven hun levenshuis samenpakken en de weg tegen vlees en bloed ingaat!

Als de Satan met vuisten slaat en de doorn diep in het vlees dringt ! O, wat is het dan moeilijk (om niet te zeggen onmogelijk) te zingen : „De Heer is recht in al Zijn weg en werk".

Zie lezer daar is genade voor nodig ter verootmoediging !

Dat heeft Asaf geleerd, die in ons teksthoofdstuk getuigt, dat hij bijna over dat grote struikelblok der Godsregering is gevallen en uitgegleden.

Maar God bracht hem terecht in het heiligdom waar hij op het einde der goddelozen ging letten. Daar kwam hij tot inkeer en verootmoediging. Daar leerde hij alle eigenwijsheid af en ging hij God gelijk geven, ja billijken in Zijn recht. Daar worden zijn voeten weer vastgezet en ging hij de Heere prijzen.

Toen kwam de stilte na de storm en roemde hij in Godsvertrouwen.

In heerlijke geloofsverwachting mocht hij de deugden Gods prijzen en in een overtuigende geloofsbelijdenis kon hij gewagen van dé hope der zaligheid, die in hem was.

Allereerst zijn geloofsstrijd. Ja, zonder strijd geen overwinning en zonder kruis geen kroon ! Dat is de ervaring van ieder kind Gods. '

Heeft niet de mens een strijd hier op aarde ? O, wat kan het gisten en koken in de ontdekte zondaarsziel ! Wat kan het soms stormen in het leven der gelovigen ! Wat een bange vragen kunnen de ziel (die.ten dode bedroefd is) benauwen. Het is er mee als met een scheepje, dat ineens in open zee door een stormwind wordt overweldigd.

Het dreigt in zijn schudden en slingeren door de kokende golven verzwolgen of op de rotsen te pletter geslagen te worden.

Zie, zo heeft het ook gestormd in het geloofsleven van Asaf toen de omstandigheden des levens en de aanvallen van satan zijn angstige hart hebben benauwd.

Wat was n.l. het geval? Wèl, het Godsbestuur verbijsterde hem. Hij begon te twijfelen aan da Goddelijke almacht en liefde. Hij geloofde niet meer in de rechtvaardigheid en wijsheid des Heer en. Of —i om in die beeldspraak te blijven : — Een rukwind van twijfel en moedeloosheid viel op zijn levensscheepje aan. De storm van twijfelmoedigheid was in zijn ziel opgestoken, zodat hij schier schipbreuk dreigde te lijden. „Mijii • voeten waren bijkans ijitgegfeden-'j-xo zegt hij.5 Allicht valt u zulk een getuigenis tegen van zo'n man als Asaf, die toch in andere psalmen zo heerlijk roemen kon van zijn geloof en de huipe Gods. Maar dan kent gij uzelf nog niet ! Zeer zeker was hij iemand, waarvan in de éérste psalm geschreven staat, dat hij niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op de weg der zondaren, noch nederzit in het gestoelte der spotters. (Let op de climax). Zijn hart leeft in vertrouwen op God. Hij getuigde — mede namens zich zelf — dat God goed was voor de reinen van hart.

Dit ging allemaal goed, totdat hij — o dwaze hovaardij — ging merken op andere mensen en hun levenslot !( Zo trok hij een vergelijking — en zie — toen was het mis ! Toen klopte zijn vrome levensleus niet meer met de werkelijkheid der practijk. Die waren lijnrecht met elkaar in strijd !

En de vorst der duisternis die evenals bij Job — rondging als een briesende leeuw — fluisterde hem op zekere kwade dag in :

„Zeg Asaf, heb je wel eens gezien hoe het die mensen gaat, die gij goddeloos noemt ? Zij hebben geen vrede zegt uw God. Zij zullen vergaan zegt uw bijbel. Maar zie, het omgekeerde is waar hoor ! Zij hebben het heus zo slecht niet ! Integendeel, ze hebben rust in de wereld. Ze vermeerderen het vermogen ! Ze hebben werk en genieten goede gezondheid, kortom, ze hebben alles wat ze maar wensen kunnen. En hoe is het met u en allen die de" Heere vrezen? Wordt gij niet de ganse dag geplaagd, en is uw bestraffing er niet elke morgen ? Merkt ge niet Asaf, dat het eigenlijk tevergeefs is om God te dienen" ?

Asaf denkt hier diep over na en moet — zo oppervlakkig gezien — de vader der leugeinen nog gelijk geven ook !

Inderdaad, dat lot der goddelozen is heel •wat aangenamer dan dat der vromen, i Weet ge, mijn lezer, wat zijn grote fout Jiierbij was ?

Hij zag alleen op de uitwendige dingen. Voorspoed, vrede en uitwendige rust der wereldlingen, zonder op hun toekomst te letten. Met andere woorden : Hij merkte louter op het tijdelijke en niet op het eeuwige leven. Hij zag alleen op het aardse en vergankelijke en niet op het hemelse en onvergankelijke goed. Dat bracht hem geheel in de war !

Zo wordt hij boos op hen in z'n binnenste. Hij wordt geprikkeld in zijn nieren. Ja, hij wordt zelfs jaloers in z'n hart op de dwazen, ziende der goddelozen voorspoed en vrede ! Hij begrijpt er niets meer van hoe dat alles nu te rijmen is met de rechtvaardigheid Gods, Hij vraagt zich af, hoe het mogelijk is, dat Hij de kinderen der wereld doet wandelen op een weg van voorspoed, terwijl Hij de zijnen leidt op wegen van druk en tegenslag. Met alle kracht die in hem was heeft hij die Gods-regering ingedacht. Maar zie : Het was een stuk dat in zijn oog hem moeilijk viel en veel te hoog. De theorie van zijn godsdienst ging dus regelrecht in tegen de realiteit van wat hij zag in de wereld.

En dan — in de worsteling met dit geweldige probleem — • komt hij zó vér dat hij zijn vuisten balt in zijn opstand tegen God. Hij gaat God zelfs ongerijmdheden toeschrijven !

En hij weet helaas niet dat hij daarmee de satan behaagt, zichzelf bedriegt, en — wat erger is — Gods majesteit aanrandt !

Evenwel, — dit raadsel heeft niet alleen Asaf afgemat, doch'ook duizenden gelovigen vóór en na hem. Ja ik kan u wel zeggen — al Gods kinderen komen met dit probleem — in meerdere of mindere mate — in aanrakmg. ' •', -

Dan komen er ogenblikken dat ze gaan vragen : waarom moet ik dat alles nu weer meemaken ? Waarom dit en waarom dat ? Wat heeft m'n leven toch eigenlijk voor zin ? In die omstandigheden vervloekte een Job en een Jeremia hun geboortedag en vroeg een Elia en een Jona of de Heere hun ziel niaar wilde wegnemen, want het was hun beter te sterven dan te leven !

Ja het kan vér gaan, als jle Heere hen een ogenblik van Zijn wegen laat dwalen en hun eigen gang laat gaan.

En nu kan een natuurlijk mens gemakkelijk vragen : Zijn dit ook nog kinderen Gods? En dan antwoord ik: Zeker, ook het verst afgeweken schaap der kudde blijft nog een schaap, al zal het de kastijdende hand hierin ondervinden ter terugkeer. Ieder, die geen vreemde ; n eigen hart is zal tot de bekentenis van Asaf moeten komen : „Ik was een groot beest bij U".

Ik heb gedwaald als een verloren schaap, dat onbedacht zijn Herder heeft verloren, zo klaagt David, de man naar Gods hart ! (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

IN GODS HEILIGDOMMEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken