Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

10 minuten leestijd

Deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods, door hetwelk Hij vóór de grondlegging der wereld een zekere menigte van mensen, niet beter of waardiger zijnde dan anderen, maar in de gemene ellende met anderen liggende, uit het gehele menselijk geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije welbehagen Zijns wils, tot de zaligheid, louter uit genade, uitverkoren heeft in Christus

HOOFDSTUK 1. ARTIKEL 7

L. VROEGINDEWIJ

Hoe komt het, dat er, terwijl er niemand is, die God zoekt, toch nog mensen zalig worden ? Iemand vroeg mij kort geleden, wat wij, dominees van de Bond, toch preken. Hij bedoelde dit in een bepaalde zin. Hij bedoelde : wat eist of vraagt ge van de mens ? Waarop doet gij een beroep bij de mens ?

ledere lezer zal de betekenis van deze vraag onmiddellijk verstaan. Volgens Gods heilig Woord zijn wij onbekwaam tot enig goed. Wij kunnen niet geloven. Wij kunnen ons niet bekeren. Wij kunnen niets, dat God behaagt. Wij zijn dood in zonden en misdaden.

Welk appèl kan men nu tot de doden richten? Ik heb toen voor mij zelf gezegd : Wij bieden Christus aan en prediken een ieder, dat de Heere Jezus aan ieder aangeboden wordt, hoewel niemand Hem wil hebben uit en van zichzelf. Dit laatste nu werd bestreden. Daar schijnen heel wat predikanten in onze kerk te zijn, die van oordeel zijn, dat de mens van nature niet zo verdorven is als de Belijdenis en de Catechismus leren. Om nog even op de prediking terug te komen, wat ik zei, was maar een klein gedeelte van een antwoord. Het zou een paar artikelen vereisen om op die vraag in te gaan. De bespreking van die vraag is echter wel actueel en belangrijk. Wij prediken bekering en geloof aan doden. Welke verwachting kunnen wij daarvan hebben? Van de mens niets. Maar wij geloven in de Heilige Geest. Wij geloven, dat de Geest Gods op velerlei wijze in de gemeente door en onder de bediening des Woords wil werken. Wij geloven ook, dat dit werken des Geestes verband houdt met het leven der gemeente. De apostel zegt: Blust de Geest niet uit. Wij geloven niet in de krachten of de wil van de mens. Wij geloven wél in de kracht en de wil van de Heilige Geest.

Wij geloven, dat Gods Geest op allerlei wijzen werkt: overtuigend, vertroostend, bemoedigend, met Christus verenigend, verlichtend, overbuigend. Daar door kunnen wij een beroep doen op omze hoorders, alsof zij alles zelf kunnen. Doch tevens roepen wij God aan om Zijn Geest, als die weten, dat predikers en hoorders niet anders kunnen of willen dan God en Zijn Woord tegenstaan. Maar als dit laatste waar is, in de volle zin waar, hoe komt het dan dat er nog één hoorder zalig wordt ?

Dat komt vanwege die veel gesmade en veel bestreden Uitverkiezing. God heeft Zich een voornemen gemaakt om een volk zalig te maken. Ieder lid van dit volk is ten enenmale van zichzelf onwillig. Doch nu is er eerst dat voornemen bij God. Hij heeft uit de wederwilligen en opstandigen sommigen uitverkoren. Waartoe heeft de Heere hen uitverkoren ? Tot zaligheid. Dat betekent niet: om hen de zaligheid aan te bieden. Neen, dat betekent: om hen zó te leiden in het natuurlijke leven en zó te bewerken door de Heilige Geest, dat zij zeker zalig worden.

Tegenwoordig is er een zeggen in de kerk : alle mensen zijn uitverkoren.

Dit is een bedriegelijke leuze. Men bedoelt met , , uitverkoren" iets heel anders dan Schrift en Belijdenis. Als wij, op grond daarvan, het woord , , uitverkoren" gebruiken, denken we aan een mens, van wie God vastelijk besloten heeft, al verzet die mens zich nog zo sterk, om hem zalig te maken, door hem in Christus in te lijven. Maar de nieuweren denken bij het woord , , uitverkoren" aan iemand, die God het evangelie laat prediken, dat hij alleen maar behoeft te geloven, dat hij een uitverkorene is. De beslissing of hij zalig zal worden, ligt dan bij de mens. Als men echter, op een wijze, die zoveel verschilt van 't gewone spraakgebruik, het woord uitverkorene gebruikt, laadt men de schijn op zich van een spelen met woorden. Ik geloof, dat dit een soort van onzindelijk woordgebruik is, waartegen de theologen moesten protesteren, inplaats van het vergoelijken of er in meegaan.

Het woord „uitverkorene" is daarom zo'n zwaar geladen woord, omdat het de beslissing over de zaligheid in Gods handen legt. Het krijgt een héél andere betekenis en kleur, als het alleen de mogelijkheid en de aanbieding der genade in Gods handen laat, doch de uiteindelijke beslissing in de hand des mensen legt.

Nu de vraag: Hoe heeft God uitverkoren : De Schrift antwoordt: in Christus. Wat hetekent dit ? De Remonstranten hebben indertijd geleerd, dat dit betekende , , als in Christus ingeplant". God zag, dat deze en die geloofde in Christus, dus in Christus ingeplant was, en toen heeft Hij hen uitverkoren. Dat staat er niet, zei indertijd Gomarus reeds. Om de Remonstranten te weerstaan, verklaarde hij : „door Christus". Dit was wel goed bedoeld, maar dit staat er toch óok niet.

Wat betekent de toevoeging : in Christus ? Ursinus merkte dienaangaande op : , , De verkiezing is in Christus geschied, d.i. opdat Christus ons zou verdienen de kwijtschelding der zonden, de gerechtigheid en het leven: en ons deze goederen door Zijn voorbidding zou toe-eigenen".

Is Christus het fundament der verkiezing? Ligt dit uitgedrukt in Efeze; 1 VS. 4? Neen, de Vader is niet door de Zoon tot Zijn liefde bewogen. De verkiezende liefde is opgekomen uit de Vader zelf. Hij is niet door de verdiensten van de Borg en Middelaar bewogen.

Maar ging dan de Uitverkiezing buiten Christus om ? Volstrekt niet. Nooit zijn de verkorenen los gedacht van de Borg. Zonder het kruis van Christus zijn ze nimmer als zaligen gedacht. Christus hoort bij de uitverkorenen van vóór de grondlegging der wereld. Met de blote uitverkiezing was dan ook niet alles beslist. Zonder het werk van de Zaligmaker zou nimmer één uitverkorene zalig zijn geworden. Ook dit laatste is begrepen in de uitdrukking : verkoren in Christus. Calvijn schreef : , , Een groot gewicht heeft het woord verzoening, want God was op onuitsprekelijke wijze in de tijd, dat Hij ons beminde, tevens vertoornd op ons, totdat Hij verzoend is in Christus".

Dat besluit Gods om zondaren te verkiezen tot zaligheid, was dat een besluit van Gods almacht alleen ? Neen, het was een besluit, dat opwelde uit 's Heeren liefde. Als Christus in deze uitverkiezing is opgenomen, betekent dit, dat de liefde Gods de bron is. De verkiezing ging niet om buiten de liefde en de genade Gods. De uitverkiezing is niet een koud besluit. Zij betekent, dat God de uitverkorenen op een bijzondere wijze in Zijn hart sluit. De Leerregels spreken daarom van een genadige verkiezing.

Dat , , uitverkoren zijn in Christus" wijst niet op een blote vrijmacht, doch op een vrijmacht der liefde. Wat betekent de vermelde uitdrukking ? Toch zeker ook, dat in Christus al het heil ligt. Men zou haast verklaren: uitverkoren om in Christus te zijn. Het is meer, doch dit is het ook. Grosheide zegt : , , Het gebruik dat Paulus van , , in Christus" maakt, is wel bijzonder ruim. En het is niet gemakkelijk in onze taal te omschrijven, wat hij er mee bedoelt. Hij spreekt tenslotte van een plaats en misschien omschrijven we in Christus het best als : vastliggend in, steunend op Christus, in de sfeer van Christus. Het gebruik van de uitdrukking leert, dat Paulus al de weldaden, die Christus verwierf, maar ook de door Hem beweldadigden in Christus ziet". Laten wij maar zeggen dat de volstrekte betekenis van het heilswerk van Christus voor de uitverkorenen hiermede wordt uitgedrukt. De zaligheid der uitverkorenen is nooit verwerkelijkt gedacht buiten Christus om.

Zijn alle mensen uitverkoren in Christus ? Dit staat niet in de Heilige Schrift. Zit er dan geen bedreiging in het verborgen besluit der Verkiezing ? Zo wordt het niet in de Heilige Schrift geleerd. Men kan niet zo spoedig een plaats vinden, waar de uitverkiezing als een waarschuwing staat. Meestal niet als een bedreiging der heilszekerheid, doch wel als een fundering. Op een enkele plaats als een verklaring, dat God zijn doel niet mist, al is het dat de mensen weigerachtig zijn. Men zie daartoe het verband in Matth. 22 vs. 14 : , , Velen zijn geroepen ; weinigen uitverkoren".

Vaak wordt het woord besluit opgevat als de formulering van iets, dat star en stijf en onverwrikbaar daar ligt. Soms zegt men, dat bij aanvaarding van de belijdenis der Uitverkiezing God Zelf aan Zijn besluit gebonden zou zijn. Dat is dan echter geen andere gebondenheid dan die van de man of van de vrouw, die gebonden zijn aan hun besluit om altijd samen te gaan. Gods besluit is geen ledig besluit, maar een besluit, in liefde genomen. Het is een voornemen der liefde. Het is een besluit in Christus. God heeft dit besluit altijd lief en neemt het iedere dag — om zo te zeggen —, want Hij heeft dat uitverkoren volk lief. Het is een verkiezing in Christus.

Men pleegt van zekere zijde in onze tijd het zó voor te stellen, dat de verkiezing zou zijn door Christus. De mens. Jezus heeft ons uitverkoren. Mij dunkt, dat de Heilige Schrift dit niet leert, In Efeze 1 vs. 4 staat, dat God ons heeft uitverkoren. Christus is de Uitverkorene, doch als mens' is Hij niet de Uitverkiezende.

Waarom wil men dat zo stellen ?

Omdat men meent, dat op deze wijze de Uitverkiezing makkelijk wordt. Men stelt het dan zó voor, dat de Heere Jezus kennelijk voor alle mensen gekomen is. De Uitverkiezing is dus een verkiezing van allen. Niemand hoeft meer te denken, dat hij niet uitverkoren is. Ieder mag denken van wèl. Ik heb er echter reeds op gewezen, dat bij deze denkers het woord Uitverkiezing van inhoud is veranderd. Maar laten we hen eens volgen. Hoe staan de zaken, als zij gelijk hebben en als er geen andere uitverkiezing is dan de uitwendige roeping ? Wie moet er dan zalig worden ? Wanneer de Uitverkiezing niet meer is dan het werk des Vaders en des Zoons voor de zondaar en het werk van de Heilige Geest wordt op zij gezet, wie kan er dan zalig worden ?

De Heere Jezus heeft gezegd: , , Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekke". Al wordt de Vader genoemd, dit is" toch wat wij noemen — het werk van de Heilige Geest.

Heeft iemand daar bezwaar tegen, zo verandert er nog niets. Trekt de Vader allen? Kajafas, Pilatus, Herodes, allen? Waar staat dat ? Ik zou niet weten, wie er zalig zou moeten of kunnen worden, wanneer er niet was het eeuwig voornemen, de eeuwige liefde Gods tot een volk, dat Hij voor Zijn rekening heeft genomen en dat Hij heeft uitverkoren in Christus. Alle bezwaren, die tegen deze bijbelse, leer worden ingebracht, zijn pseudo bezwaren. Zij komen niet uit de Heilige Schrift op, doch uit een Pelagiaanse leer over de vrije wil. Het is niet de Schrift, maar het is Pelagius, die gestalte heeft gekregen in vele nieuweren, en die bezwaar heeft tegen de leer van de slaafse wil en tegen de noodzakelijkheid, dat de gehele beslissing ligt in de hand Gods.

Bij de mensen valt de beslissing altijd verkeerd, doch de Vader trekt de uitverkorenen tot Christus.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken