Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vergeving op belijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vergeving op belijdenis

6 minuten leestijd

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid. 1 Joh. 1 : 9.

Ik geloof, zo belijdt de Kerk van alle eeuwen, de vergeving der zonden.

Is er groter weldaad denkbaar? Welgelukzalig, zo zegt de Psalmdichter, is de mens, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.

De zonde toch is het, die een scheiding maakt tussen de Heere en ons de zonde brengt de mens onder Gods oordeel en roept Gods toorn over hem wakker. Waar de zonde heerst, daar is geen licht, maar duisternis; daar is niet het leven, maar de dood; daar is geen vrede, maar onrust.

Het is dan ook daarom, dat wij bij de profeet Ezechiël de klacht van het volk Israels beluisteren : , , Dewijl onze zonden op ons zijn en wij In dezelve versmachten, hoe zouden wij lèven!"

Wat toch is de zonde eigenlijk in de grond der zaak ? Zij is de ongerechtigheid. De zondige mens is niet in overeenstemming met Gods eis en wet. Daarom kan de Heere geen welgevallen in hem hebben. Hij is te rein van ogen dan dat Hij 't kwade zou kunnen aanschouwen. En bijgevolg stelt de zonde de mens dan ook schuldig tegenover Hem, die hem eens schiep naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis, opdat hij Hem recht kennen. Hem van harte liefhebben en met Hem in de eeuwige zaligheid delen zou.

Nu kennen evenwel niet allen hun zonden. Niet allen zoeken daarom ook de wegneming hunner ongerechtigheid, de vergeving hunner zonden. Hoe wij als mensen onze zonden leren bekennen en betreuren voor de hoge en heilige God? Enkel en alleen door de wet Gods, die in de ure der ontdekking tot ons spreken gaat.

Dan worden wij gewaar wie en wat wij door onze ongerechtigheid voor God zijn. God zelf leert ons, dat wij voor Hem niet kunnen bestaan ; door Zijn Heilige Geest onderwijst Hij ons aangaande Zijn heilig recht en brengt ons op die plaats, waar wij wel altijd mochten zijn: aan de voetbank Zijner voeten, om daar onze zonden te erkennen, te belijden en Hem te vragen om genade alleen.

Het is in die weg, dat wij onderwezen worden in het stuk der ellende. Maar dat niet alleen. Het einde der wet toch is Christus, tot rechtvaardigheid voor een iegelijk, die gelooft.

Het behaagt de Vader de treurende en verslagene Zijn Zoon te openbaren, opdat in Hem nog zou gevonden worden wat nodig is, om in een verzoende betrekking en verhouding te komen met Hem, die geen lust heeft in de dood des zondaars, maar in zijn bekering en leven. In Jezus Christus blijkt dan te zijn vergeving der zonde, vernieuwing des levens, ja een volkomen verlossing van dood en hel en graf, en dat voor een arm en in zichzelf verloren mens.

Ten aanzien van de zonde kan derhalve een verschillende stand worden ingenomen.

De mens kan haar ontkennen of bedekken. Tot degenen, die dit doen, zegt Johannes: , , Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebbejn, zo verleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet." Ongelukkige mens! Hij zal niet voorspoedig zijn.

Ook kan het zijn, dat de mens de zonde bagatelliseert of gering acht. Ieder mens toch is een zondaar?

Tenslotte is het ook mogelijk, dat de mens, door genade, zijn zonde leert kennen, bekennen, belijden, haten en vlieden.

Tot deze laatsten zegt Johannes : , , Indien wij onze zonde belijden. Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid.''

Waarop het dus aankomt? Op de belijdenis der zonden. Alleen ken uw zonden, zo zegt de Heere, dat gij tegen Mij overtreden hebt. David mocht alzo zijn zonde voor de Heere belijden. Mijne zonde, zo zegt hij, maakte ik U bekend en mijne ongerechtigheid bedekte ik niet; ik zeide: ik zal belijdenis van mijne overtredingen doen voor de Heere en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde.

Op de belijdenis der zonde volgt dus de vergeving der ongerechtigheid.

Niet alsof, en hierop hebben wij wel zeer goed te letten, niet alsof die belijdenis op haarzelf de vergeving zou bewerken. Zó is 't zeker niet. Neen, de grond voor de vergeving der zonde ligt in de Drieënlge God. in de Vader en in de Zoon en in de Heilige Geest. Hij is getrouw en rechtvaardig, zo zegt Johannes, dat Hij ons de zonde vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid. En dat doet Hij op de belijdenis onzer zonden. niet om de belijdenis onzer zonden.

God is getrouw. Dat verstaan we. Zovele beloften als er zijn, die zijn alle in Christus Jezus ja en amen.

God is getrouw en rechtvaardig. Dit laatste kan ons aanvankelijk doen huiveren. Immers, is Hij rechtvaardig, dan kan Hij de zonde niet ongestraft laten. Inderdaad! God kan de zonde niet ongestraft laten. Dit zou strijden tegen Zijn deugden en volmaaktheden. Maar zie, nu heeft voor al Gods kinderen Gods gerechtigheid haar voldoening gevonden in het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus, Slons Borg en Middelaar.

En wat dunkt u ? Zou nu de Heere ten tweede male de prijs eisen, dieZijn Zoon heeft betaald voor allen, die Hem van de Vader ter verlossing gegeven zijn en die door het geloof in Hem gevonden worden? Onmogelijk! Neen, de Heere is rechtvaardig. En daarom reinigt hen het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, van al hun zonden. Met één offerande heeft de Zaligmaker in eeuwigheid volmaakt allen, die geheiligd worden. In Hem is hun schuld gedelgd! In Hem is het leven en de zaligheid hun aangebracht! Loof daarom de Heere, mijne ziel en vergeet geen van Zijne weldaden; die al uw ongerechtigheid vergeeft!

Is dit nu niet rijk, overweldigend rijk? Alle ongerechtigheid vergeven! O, als de Heere vergeeft, dan vergeeft Hij volkomen, en wel zó, dat niets meer te vergeven overblijft. Zover 't Oosten is van 't Westen, zó ver doet Hij onze ongerechtigheden van ons.

Nogeens: is er groter weldaad denkbaar? Verzoend te zijn met God! Vrede te hebben niet Hem! Vóór Hem te staan, als hadden wij nooit zonde gekend of gedaan!

Tenslotte nog dit. Hoe krijgen wij nu deel aan dit goed? Luister dan eens goed, wat Johannes aan het eind van zijn brief ons schrijft: , , Deze dingen heb ik u geschreven ... opdat gij gelooft in de naam van de Zoon Gods".

Het onze moeten wij volkomen prijs leren geven; ja schade leren achten, om te mogen gewinnen hetgeen van Christus Jezus is.

Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon van God ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.

Gelooft gij dit?

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vergeving op belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken