Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

Mattheüs 18:35 : Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet van harte vergeeft een iegelijk zijn broeder zijn misdaden.

Aan de vruchten kunt ge de boom kennen. Een goede boom brengt goede vruchten voort, een kwade boom kwade vruchten. Zo gaat het in het geloofsleven. Echt, levend geloof uit zich in goede werken. Geloof zonder werken is dood, zegt Jacobus. Geloof draagt vruchten. Eén van de vruchten, die het geloof voortbrengt, is : vergevensgezindheid. Wie in het geloof staat, is bereid zijn naaste diens verkeerde levenshouding te vergeven. Zo heeft de Here Jezus ons leren bidden: ,,vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren". Als de Here ons onze zonden vergeeft, zijn ook wij geroepen elkander te vergeven.

Helaas ontbreekt het hier bij heel velen aan. Velen, die zelf wel van genade willen leven, zijn geenszins bereid hun medemens ook vergeving te geven voor hetgeen deze tegenover hem misdeed. Wat is er ook binnen de christelijke gemeente weinig vergevingsgezindheid, weinig elkaar eerlijk en oprecht willen vergeven.

Op een keer vraagt Petrus aan de Here Jezus, hoe vaak hij zijn medemens vergeven moet. Hij meent, dat het al heel wat is, als hij zevenmaal vergeeft. De Here Christus wijst er op, dat men altijd moet willen vergeven, en vertelt dan de gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht. In deze gelijkenis gaat het over een koning, die verschillende stadhouders heeft. Op een gegeven dag gaat hij ,,rekening houden". Eén van de stadhouders blijkt dan een zeer grote schuld te hebben: 10.000 talenten, d.i. 25 millioen gulden. De straf kan niet uitblijven, maar als die schuldenaar om genade vraagt, en zegt de hele schuld te zullen betalen, scheldt de koning hem alles kwijt.

We zouden verwachten, dat deze man nu buitengewoon dankbaar zou zijn, en bovendien ootmoedig, nederig, klein.

Het tegendeel blijkt het geval te zijn. Als hij buiten komt en daar een collega ontmoet, die hem ongeveer ƒ 50, — schuldig is, grijpt hij hem vast, en laat hem in de gevangenis werpen, ook al vraagt deze collega hem dringend om genade en tijd tot betaling.

Twee dingen in deze gelijkenis vallen ons op. In de eerste plaats: de grote schuld van die dienstknecht en de vergevingsgezindheid van de koning.

10.000 talenten: het was een buitengewoon grote schuld, zo groot, dat ze niet meer terug te betalen was. En hoewel de stadhouder wist, dat de koning vandaag of morgen rekening zou houden, ging hij door met de schuld steeds groter te maken.

Tekent de Here Jezus hier niet ons leven tegenover God? Wat is er in ons leven tegenover de heilige Majesteit des Heren toch ontzettend veel zonde. Vaak wordt er gemakkelijk en vlot gepraat over zonde, alsof het helemaal niet erg is. Velen spreken over gebreken, fouten en tekortkomingen. Maar de gelijkenis zegt: neen, het is schuld. Zonde is schuld, schuld van de mens tegenover de Here. Onnoemelijk grote schuld zelfs. We zijn niet te verontschuldigen.
,,Ik heb gedaan, wat kwaad is in Uw ogen", zegt de psalmdichter. En hoewel we weten, dat de Here eens rekenschap zal vragen, en wij voor Gods rechterstoel zullen staan, gaan we rustig door, en stapelen zonde op zonde.

Nochtans wil de Here gaarne alle schuld vergeven. Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Als een mens tot Hém vlucht met zijn schuld, en om genade vraagt, wil de Here van harte alles, vergeven. Maar Hij zal het alleen maar doen om wille van de Here Jezus Christus, Die stierf om onze zonden, en opgewekt werd om onze rechtvaardigmaking. Wanneer iemand met een gebroken hart en een verslagen geest, in het geloof leert pleiten op het volbrachte werk van de Here Jezus, wil de Here ,,U al wat gij, hebt misdreven, hoeveel het zij, genadig vergeven".

Alleen uit genade, zonder verdienste onzerzijds, waardoor wij de schuld zouden kunnen aflossen.

Het tweede, waar de Here Jezus in deze gelijkenis op wijst, is: als de Here zo genadig is alle schuld te vergeven, dan zijn wij geroepen, onze naaste eveneens te vergeven.

Dat is het verschrikkelijke in deze gelijkenis, dat deze begenadigde man zo onbarmhartig is tegenover zijn collega. Die collega heeft schuld, zeer zeker, maar het is slechts een kleine schuld vergeleken bij die millioenen, die de koning hem kwijtschold. Eén ding is te verwachten, dat hij vlot en zonder meer ook zijn naaste van harte kwijtscheldt. Maar hij doet het niet. Weet u, hoe dat komt? Wel, omdat hij onder zijn eigen schuld nooit verootmoedigd werd; hij heeft zijn eigen schuld niet eerlijk en oprecht beleden... leest u maar in de gelijkenis. Toen zijn grote schuld aan het licht kwam, heeft hij ze niet met een gebroken hart beleden en om vergeving gevraagd. Neen, hij moest nog gedwongen worden om voor de koning te verschijnen (vs. 24). En dan nog komt er geen schuldbelijdenis over zijn lippen. Hoe anders was dat bij de verloren zoon. Deze jongen erkende: „ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u". Dat ontbreekt bij deze man. En ook de grote goedheid van de koning brengt hem niet tot verootmoediging.

Daarom kent hij tegenover zijn collega geen barmhartigheid. Door deze houding bewijst hij, dat zijn hart nog onveranderd gebleven is; innerlijk is hij nog dezelfde als vroeger.

Als iemand in zijn leven de grote genade ervaren heeft, dat de Here om Christus' wil hem alle schuld heeft vergeven, dan zal hij daar zo klein en ootmoedig onder zijn, dat hij ook bereid is te vergeven aan zijn medemens. Ja, die naaste kan ons zeer veel pijn doen, zeer beledigen en diep krenken; kan ons op ons hart trappen, enz. Dat is zonde, schuld van die naaste, ongetwijfeld. De Here Jezus ontkent dat niet. Maar wat betekent deze schuld van mijn naaste tegenover mij, vergeleken met de schuld, die ik heb tegenover de Here ? Dan is het slechts weinig.

En zie, wanneer ik nu niet bereid ben mijn naaste te vergeven, dan bewijs ik daarmee, dat ik mijn eigen schuld nog niet heb leren kennen, dat mijn hart nog niet verbroken werd, en dat ik nog geen weet heb van Gods grote genade voor schuldige zondaren. Dan toon ik daarmee, dat ik nog niet ken de enige troost in leven en sterven: het eigendom te zijn van de Here Jezus.

Dan wacht mij ook gewis de straf des Heren, de eeuwige straf, waaruit geen redding meer mogelijk is.

Genade Gods maakt klein en ootmoedig. Maakt mededeelzaam tegenover de naaste. Genade Gods doet knielen voor het Lam Gods, Dat smaad en hoon verdroeg om onzentwil, Dat bad voor Zijn vijanden en zegende degenen, die Hem vervloekten.

W. K.S.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken