Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De belijdenissen van Augustinus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De belijdenissen van Augustinus

8 minuten leestijd

Een oppervlakkige kennismaking met de schrijver zelf

Augustinus werd geboren op 13 november 354. Toen hij op de „lagere school" ging was hij een ondeugende, speelse jongen. Reeds toen echter bleek zijn begaafdheid. Vandaar dan ook, dat hij op elfjarige leeftijd naar Madaurus (het huidige Mdauruch) werd gezonden om daar onder leiding van een zogenaamde grammaticus verder te studeren. Wij zouden hier spreken van voorbereidend hoger onderwijs. Van zijn vijftiende tot zijn zestiende jaar is Augustinus weer in Thagaste. Er is namelijk geen geld voor universitaire studie.

Gelukkig komt er een oplossing. Een rijke inwoner van Thagaste, Romanianus, neemt de kosten voor zijn rekening. Zo wordt Augustinus dan student in Carthago. U kijkt misschien een beetje vreemd op, als ik u vertel, dat het hoofdvak wat hij daar te bestuderen kreeg de rhetorica, de welsprekendheid, was. Wij moeten echter niet vergeten, dat men met welsprekendheid toendertijd (en nu? ), vooral in het politieke leven, veel bereiken kon.

In 371 sterft de vader van Augustinus en in 375 keert laatstgenoemde naar Thagaste terug als leraar, om echter het volgende jaar zich als zodanig in Carthago te vestigen.

Reeds in zijn studententijd leefde Augustinus in concubinaat 1) en gewon een zoon, Adeodatus. 2) Later wordt hij door het lezen van de dialoog „Hortensius" van de bekende romeinse schrijver Cicero 3) tot het inzicht gebracht, dat het geluk niet gelegen is in eer of genot, maar in de wijsheid. Dan komt hij langzamerhand onder invloed van het Manichaeisme, een wijdverbreide secte, gesticht door de Pers Mani, die in 216 te Babylon werd geboren en waarschijnlijk in 273 de kruisdood onderging. Bij deze secte vindt Augustinus op den duur echter geen bevrediging.

In 383 gaat hij intussen naar Rome en wordt vervolgens benoemd tot rhetor, hoogleraar in de welsprekendheid, aan de „universiteit" te Milaan. Milaan was toendertijd de residentie van de keizer en ook.... de stad van de bekende prediker Ambrosius. Aanvankelijk gaat Augustinus alleen maar bij deze ter kerk om Ambrosius' redenaarstalent te bewonderen. Allengs begint de inhoud van zijn prediking echter beslag op hem te leggen. Verstandelijke bezwaren tegen de kerkleer staan hem echter nog steeds in de weg om catechumeen te worden. Dan komt hij echter onder invloed van het zogenaamde Neo-Platonisme, een wijsgerige stroming, in het leven geroepen door Plotinus, die op zijn eigen wijze voortbouwde op hetgeen de vroegere griekse wijsgeer Plato had geleerd. Deze invloed helpt — hoe vreemd dat ook moge schijnen! — Augustinus over zijn verstandelijke bezwaren tegen het christelijk geloof heen. Hij wordt catechumeen. Dat wil overigens niet zeggen, dat de strijd ten einde is; want zijn oude zondige leven wil hij niet opgeven. Dan komt echter in juli of augustus 386 plotseling zijn bekering. Zijn moeder heeft dat nog mogen beleven. Augustinus wordt dan tegelijk met zijn zoon op de Paasdag van 387 gedoopt. Zijn hoogleraarsambt heeft hij intussen al neergelegd.

Na zijn doop vertrekt hij eerst naar Ostia, waar zijn moeder sterft. Vervolgens gaat hij naar Thagaste en verkoopt de landerijen, die hij geërfd heeft, en geeft het geld aan de armen. Zijn huis verkoopt hij echter niet. Daar gaat hij n.l. in een soort kloostergemeenschap leven. 4) Dat Augustinus een ootmoedig mens geworden is, blijkt onder meer uit het feit, dat hij vermijdt zich in plaatsen te vertonen, waar een bisschopsvacature is (!). Had God echter ook niet oudtijds Saul aangewezen als koning van Israël, terwijl hij zich schuil hield achter de vaten? Ook Augustinus ontsnapt niet aan de aandacht. Als hij in 391 in Hippo Regius is, wordt hij opgemerkt en de mensen in de kerk brengen hem bij bisschop Valerius, opdat die hem tot presbyter 5) wijde, hetgeen ook inderdaad geschiedt. Later, in 396, volgt hij Valerius zelfs als bisschop op, nadat hij reeds in 395 tot diens medebisschop was gewijd. Als bisschop verwerft hij zich grote bekendheid door prediking en pastoraat, maar vooral door zijn bestrijding van het Donatisme en het Pelagianisme. Vooral daardoor heeft hij grote invloed op de latere theologische ontwikkeling uitgeoefend. Hij zou zelfs met een zeker recht „voorloper der hervorming" genoemd kunnen worden, 6) ook al doet de rooms-katholieke kerk eveneens menigmaal een beroep op hem, en niet altijd ten onrechte. Men zou het misschien zo kunnen stellen, dat de religie van Augustinus de religie van Luther en Calvijn is geweest, maar dat de theologische vormgeving op sommige punten met de dwalingen van de rooms-katholieke kerk verwant is of daar zelfs aanleiding toe heeft gegeven.

Augustinus is overleden op 28 augus­tus 430 in de leeftijd van vijfenzeventig jaar. De verwoesting van Hippo Regius door de Vandalen' 7) heeft hij niet meer meegemaakt.

Wat bracht Augustinus tot het schrijven van de Belijdenissen?

Augustinus schreef zijn Belijdenissen omstreeks het jaar 400. Hij was toen nog maar 5 jaar bisschop en ook zijn bekering lag nog slechts veertien jaar „achter" hem. Toch was hij reeds wijd en zijd beroemd. En hoe gaat het met beroemde mensen? Men wil van alles van hen weten! Men wil weten, hoe hun levensgewoonten zijn. Men wil hun levensgang leren kennen. Ja, men zou zelfs graag een blik in hun hart willen werpen. Zo trad men nu ook op tegenover bisschop Augustinus.

De verheerlijking van een bepaalde dominee is dus kennelijk al zo oud als de christelijke kerk! Dat verwondert ons trouwens ook niet. De mens is er immers altijd op uit om op iets of iemand anders te steunen dan op Christus alleen.

Augustinus heeft de gevaren, die hier liggen, doorzien. Zo horen wij hem ergens in het tiende boek van zijn Belijdenissen zeggen 8): „Terwijl de mensen nieuwsgierig zijn om het leven van een ander te vernemen, zijn zij traag om het hunne te verbeteren. Waarom Verlangen zij van mij te horen, wie ik ben, terwijl zij niet van u willen horen, wat zij zelf zijn? 9) Zou dit woord van de kerkvader misschien ook tot ons iets te zeggen hebben?

Maar ter zake!

Augustinus tekent dus protest aan tegen de nieuwsgierigheid met betrekking tot zijn persoon. Maakt hij dat protest echter in feite niet krachteloos door toch aan die nieuwsgierigheid tegemoet te komen? In de Belijdenissen beschrijft hij immers inderdaad die dingen, waarvan men zo graag op de hoogte was. Ja, heeft hoogmoed en ijdelheid de „heilige man" 10) toch niet een beetje parten gespeeld? Ik geloof het niet. Het is waar, dat ook Augustinus geen volmaaktheid bezat en de hoogmoed hem dus niet geheel en al vreemd was. Wij zullen straks zelf uit zijn eigen mond horen, dat hierin een ernstig probleem voor hem schuilde. 11). Dat wil echter niet zeggen, dat hij met zijn Belijdenissen bedoeld heeft de loftrompet voor zichzelf te steken. Veeleer beoogt hij door dit werk de al te uitbundige lof in te tomen. In een brief aan zijn vriend Darius schrijft hij dan ook: „Neem dus, mijn zoon, de boeken mijner belijdenissen, waarom gij gevraagd hebt; beschouw mij daarin, opdat gij mij niet prijst boven hetgeen ik ben." En even verder: „Indien iets in mij u behaagt, prijs dan daarin met mij Hem, Die ik geprezen wilde zien om mij, want Hij heeft ons gemaakt en niet wij; wij hadden ons verdorven, maar Hij, Die ons gemaakt heeft, heeft ons hersteld. Wanneer ge mij dan daarin gevonden hebt, bid voor mij, dat ik niet bezwijke, maar voleindigd worde."

En Possidius, zijn biograaf, 12) getuigt van hem: „Hij zocht niet eigen, maar Gods lof om hetgeen hij reeds ontvangen had. Zijn vrijmaking en Zijn gaven, en hij vroeg om de gebeden der broeders voor hetgeen hij nog begeerde te ontvangen."

Terwijl wij dus de meeste „bekeringsgeschiedenissen" niet kunnen vrijpleiten van een zekere pronkzucht, blijken de Belijdenissen daartegen gunstig af te steken.

(Wordt vervolgd.)


1) „In concubinaat leven" houdt in, dat men als man en vrouw met elkander leeft, zonder gehuwd te zijn.

2) De naam „Adeodatus" betekent „van God gegeven". Deze zoon van Augustinus werd geboren in 372. Augustinus was toen zelf achttien jaar oud. In zijn boekwerkje „de beata vita", d.i. „over het gelukzalige leven" zegt hij van hem: „Adeodatus, mijn zoon, was de jongste van allen, maar zijn intellectuele aanleg belooft, als ik mij uit liefde niet vergis, iets groots." In 388 of 389 is hij echter reeds overleden.

3) „Dialoog" betekent letterlijk „gedachtenwisseling". Het is een boekwerkje, waarin een bepaald onderwerp in gesprekvorm wordt behandeld.

4) Augustinus heeft altijd een grote voorliefde voor het kloosterleven gehad en heeft dat ook bevorderd; waarbij men intussen bedenken moet, dat Augustinus steeds blijk gaf van een gezonde christelijke nuchterheid t.a.v. deze zaak en dat het kloosterleven zelf toenmaals een ander karakter droeg dan in later tijden.

5) „Presbyter" is „ouderling". Het woord „priester" is hier een verbastering van.

6) Zowel Luther als Calvijn grijpen vaak op Augustinus terug en hebben grote invloed van hem ondergaan.

7) Germaanse stam, die omstreeks 430 Afrika, d.w.z. het huidige Tunis en Algiers, veroverde, onder aanvoering van koning Geiserik. Zij waren berucht om hun ruwheid en wreedheid. Ook wij spreken nog van „vandalen".

8) Conf. X, 3.

9) Wij gebruiken hier en in het vervolg, tenzij anders vermeld staat, de vertaling van prof. dr. A. Sizoo.

10) Zo wordt Augustinus vaak door Calvijn aangeduid!

11) Conf. X, 58—64.

12) Vriend van Augustinus. Hij was eerst diaken. Later werd hij tot bisschop van Calama gewijd.

(Lopikerkapel)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De belijdenissen van Augustinus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken