Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GENESIS I

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GENESIS I

GENESIS I 8

5 minuten leestijd

Prof. dr. J. Severijn

En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de gansche aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is, het zij u tot spijze, (vs. 29).

Maar aan alle gedierte der aarde en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipend gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. (vs. 30).

En God zeide. Volgens vs. 28 heeft God dat bepaaldelijk tegen de mens gezegd: Hij heeft hem in zijn roeping toegesproken en gezegend. Deze twee verzen horen daarbij en geven hem order aangaande de voeding voor de mens en voor de dieren.

De mens is dus als een planteneter (herbivoor), begonnen. Dat is de orde door God gesteld. Later na de zondvloed is dat anders geworden. Zie Genesis 9:3: „Al wat zich roert, dat „levend is, zij u tot spijze. Ik heb het „u al gegeven, gelijk het groene kruid".

Dat heeft uit de aard der zaak een bedoeling, die wellicht saamhangt met de veranderingen, die ingetreden zijn na de zondvloed. Maar we gaan daarover niet filosoferen. Het was na de zondvloed anders dan vóór de vloed.

En God zag al wat Hij gemaakt had en ziet het was zeer goed. (vs. 31).

De schepping is voltooid. God overziet Zijn werk. Hij weet, wat Hij wilde maken, waartoe en waarom. Hij was ook de Enige, die het kon overzien en beoordelen, of het met Zijn wil overeenkwam. En ziet, het was zeer goed. Zo besluit de Heere God Zijn scheppende werkzaamheid.

Wij hebben een en andermaal aanleiding en gelegenheid gehad om er op te wijzen, dat de Heere bij de arbeid der schepping de mens gedachtig is geweest.

Hier staan we weer op zo'n punt.

Waarom zegt God dit : God zag al wat Hij gemaakt had en ziet, het was zeer goed? Had de Heere God dat voor Zichzelf nodig? Was het mogelijk, dat Hij Zich vergiste in Zijn werk? Of is het eigenlijk heel gewoon, dat, wat God doet, zeer goed is?

Zo is het toch!

Maar daarom heeft de Heere God een bedoeling, als Hij zo spreekt. Gedurende Zijn scheppende arbeid is Hij de mens gedachtig geweest. Men denke aan de zes scheppingsdagen en aan de zevende dag als Sabbath, een voorbeeld van de menselijke werkweek en de rustdag. De mens naar Gods beeld geschapen! Zie slechts het woord uit de Spreuken : Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen. (Spr. 8 : 31).

Onderscheidene keren lezen wij: En God zag, dat het goed was. Lees bijvoorbeeld vs. 12. Heeft dit geen betrekking op het voedsel van de mens? Vergelijk daarmede vs. 29. Wat in enige bijzondere zin met het mensenleven saamhangt: zijn voedsel, zijn heerschappij, het licht van zon en maan, wordt door God gemeld: Het was zeer goed. (Zie vs. 10, 12, 18, 24 en 31).

Waarom doet God dat? Zou het vol­maakte Wezen Gods daaraan behoefte hebben? Of zou het ook kunnen zijn, dat Hij dat zegt met het oog op de mens: „Het was zeer goed".

De mens is zo geneigd om de schuld van zich te werpen en aanmerkingen te maken. Was het niet dat God, de Heere, hem waarschuwend tegen kwam voor het geval hij in verzoeking zou komen om de schuld op God te werpen?

Zo straks zou het wel blijken, dat de mens allerlei vonden zoekt: „Die vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt". (Gen. 3: 12).

Wat zou de mens de Heere verweten hebben van allerlei, dat naar zijn smaak niet deugde. Adam kon dat nu niet doen. Op de verboden vrucht kon hij niets aanmerken, wat de vrucht en zijn verschijning aangaat. Het was een goede vrucht, een schone vrucht, een begeerlijke vrucht. - Waarom had God die nu verboden?

De Heere had het er waarlijk wel bij gezegd: „Want ten dage, als gij daarvan eet, zult ge den dood sterven". (Gen. 2 : 17).

Was die vrucht dan toch een kwade vrucht? Weineen, maar zoals Gods Woord achter de gehele wereld en achter ieder schepsel ligt, en alle schepselen op God heenwijzen, zcr is ook de speciale betekenis van ieder schepsel niet dezelfde. Lees maar eens het 16e en 17e vers van het tweede hoofdstuk van Genesis. Van alle boom van de hof van Eden mocht Adam eten, maar van die éne boom, die er toch ook zo begeerlijk uitzag, nu juist niet.

Deze boom was niet tot spijze beschikt, maar had een hogere, een geestelijke bestemming en was inzonderheid bedoeld voor de geestelijke opvoeding van de mens.

Er was nog zo'n bijzondere boom, in het midden van de hof, n.l. de boom des levens. Vergelijk ook Openb. 2 : 37 en Genesis 3 : 24.

De schepping was schoon en goed. En hoe voortreffelijk God voor de mens had gezorgd en zelfs een woonplaats bereid in de hof van Eden, lezen wij in het tweede hoofdstuk van Genesis.

Het paradijs, zo hebben de mensen de hof van Eden genoemd en daarmede uitdrukking gegeven aan de schoonheid van de woonplaats van Adam en Eva. Hoe lang zij in die hof hebben gewoond, weten wij niet.

De Heere God heeft ons een en ander gemeld van die hof. Hij licht ons in omtrent Zijn arbeid aan die hof en Hij heeft ongetwijfeld gesproken met Adam en Eva. Hij bracht Eva zelf tot Adam (zie Genesis 2 : 22) en Adam is zich zeer wel bewust geweest van de wonderbare schepping van de vrouw. (Vgl. Gen. 2 : 23).

En dan die twee heel bijzondere bomen. De boom der kennis des goeds en des kwaads, en de boom des levens.

Daarover heeft de Heere God zeer zeker gesproken. (Vgl. Gen. 2 : 9). Hij heeft niets nagelaten. De Heere heeft de mens goed en naar Zijn evenbeeld geschapen. Daarom rust de schuld der zonde op de mens.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GENESIS I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken