Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOORBEDE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VOORBEDE

8 minuten leestijd

In deze week trouwt H.K.H. Prinses Beatrix met de Heer Claus von Amsberg.

Daarbij is ons gehele volk betrokken, omdat, zo God wil, onze Prinses eenmaal de kroon zal dragen. Wanneer het gehele volk daarmee te maken heeft, dan zeker de kerk in ons vaderland.

Wat is haar taak?

Luisteren wij naar het Woord Gods:

Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen voor alle mensen; voor koningen en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid (1 Tim. 2 : 1 en 2).

Deze vermaning komt ook tot ons. Een christen moet iets te doen hebben. Ledigheid is des duivels oorkussen. Wij zijn van nature geneigd ons met allerlei beuzelingen op te houden. Zo wil de satan het, maar zo wil de Heere het niet.

Hier zet de vermaning in: Ik vermaan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen enz. Het enig geneesmiddel om de duivel te weerstaan is, dat wij goed letten op wat God aangenaam is. Welnu, het is God aangenaam, dat wij bidden voor alle mensen.

Zeker mogen wij inzonderheid bidden voor hen, met wie wij door hetzelfde geloof verbonden zijn. Daarmee eindigt het gebed niet, maar begint het. God heeft het menselijk geslacht uit enen bloede gemaakt. Daarom zijn wij vervlochten met alle mensen. Ons meedogen dient uit te gaan tot hen, die in de kluisters van het ongeloof of bijgeloof gevangen zijn. Heeft dit een vaste plaats in onze gebeden? Gevoelen wij ons er toe aangedreven om alle mensen aan God op te dragen?

Bovendien staat hier: vóór alle dingen. Dit betekent, dat het niet terloops een plaats mag hebben in onze gebeden, maar vóór alle dingen. Hier is een toets tot zelf beproeving. Immers wanneer God zegt: voor alle dingen, zal daarin onze gehoorzaamheid in geloof en gebed uitkomen, dat wij op deze belofte vertrouwen en daarmee werkzaam zijn. Het gebed kan toch alleen maar rusten in Gods eigen woorden en beloften?

Dat wij er aan denken in de gebeden van de gemeentesamenkomsten én in de gebeden in de gezinnen. Hoe staat het daarmee in de gezinnen?

God wil, dat er gedaan worden: smekingen. Dat zijn gebeden in een concrete situatie, zoals Zacharias in zijn gezin en in zijn persoonlijk leven gevraagd had om, een zoon. De gebeden zijn de dagelijks weerkerende gebeden, zoals Cornelius deze opzond tot God.

De voorbiddingen zijn de gebeden voor anderen in de meest wijde verbanden van deze wereld. Deze drie woorden zijn niet scherp té scheiden, maar de Heilige Geest legt ons deze drievoudige teugel aan om daarin te volharden. Wij verslappen zo spoedig. Onze gedachten worden zo spoedig door andere dingen in beslag genomen. Wij zijn geestelijk zo traag, dat wij door deze drievoudige teugel gedwongen worden te volharden.

Behalve de smekingen, gebeden en voorbiddingen noemt Paulus de dankzeggingen. Deze vinden plaats wanneer God de gebeden verhoort.

Deze gebeden dienen alle mensen te omvatten. Het heil is niet meer tot één volk beperkt (Israël) maar bestemd voor alle volken. Er is geen onderscheid meer tussen Jood en Griek. Elke bevoorrechte positie heeft afgedaan. Het bevel luidt: predikt het evangelie aan alle creaturen en: bidt voor alle mensen.

Nu gaat Paulus dit „allen" nader

verklaren. Onder hen worden in de eerste plaats genoemd: koningen en hen, die in hoogheid zijn.

Onder koningen verstaat de Schrift: de soevereinen, zij die staatshoofden zijn. Daarnaast worden genoemd: zij, die in hoogheid zijn. Dat zijn de overheidspersonen. Het zijn de mensen, die over ons gesteld zijn.

In Paulus’ dagen waren deze koningen en overheidspersonen de christenen alles behalve gunstig gezind. Vaak haatten en vervolgden zij de gemeenten. Wat ligt er in zo'n situatie meer voor de hand dan deze mensen aan het oordeel Gods over te geven? Niets van dit alles! Paulus weet wel wie en wat deze personen in die tijd waren, maar hij ziet niet zozeer op hun personen, of zij al of niet hun plicht vervullen, maar op de orde, die God heeft ingesteld onder de mensen. Deze orde dient nauwkeurig in acht genomen te worden.

Zo worden wij geroepen te bidden Voor het Huis van Oranje en alle overheidspersonen. Wij zijn als volk uitzonderlijk gezegend in dit Huis van Oranje. Onnoemelijk veel hebben wij te danken als volk en als kerk aan de regering van dit geslacht. Het is niet te geloven hoe snel de weldaden worden vergeten en de ondankbaarheid bij sommigen van ons volk de toon aangeeft. Het is meer dan ooit nodig ons volk en vooral de komende generatie de geschiedenis te leren. Daarbij strijden wij niet voor een mythe, maar voor een hechte band tussen Oranje en Nederland, voor Gods aangezicht.

Is dan dit Huis van Oranje onfeilbaar? Integendeel! Al wat er aan goeds was en is, kwam en komt van God. Hij heeft getoond, dat telkens wanneer het licht in het Oranjehuis bijna gedoofd was, het weer ging lichten. Dat was en is Gods genade. Wanneer wij konden zien hoevele gebeden er door de vorige generaties zijn opgezonden voor dit Huis, zouden velen onzer met beschaamde kaken staan.

Ook ons Vorstenhuis is evenals wij allen tot hinken en zinken geneigd. Maar, wat hebben wij als volk verdiend? Hebben wij het er naar gemaakt, dat ons Vorstenhuis bleef? Het is nog een wonder, dat wij geregeerd worden door dit Huis van Oranje.

Daarom gaan onze geluk-en zegenwensen uit naar onze Kroonprinses en haar echtgenoot. Moge God hen epn gezegend huwelijksleven geven, waarin het Huis van Oranje gebouwd wordt. Moge God beiden verlichten door Zijn Geest tot de kennis van Zijn Naam en dienst en hen het onvergelijkelijk voorrecht verlenen, dat zij ons volk voorgaan in de dienst des Heeren. Wanneer zij ons volk op een andere wijze voorgaan, is er smart in het hart van de kinderen Gods, ja, is dit tot oneer van de Naam Gods.

Maar ook, wanneer de openbaring van hun leven een andere kant zou uitwijzen, blijft voor ons allen levensgroot staan de vermaning van de apostel: Ik vermaan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen voor H.K.H. Prinses Beatrix en haar man. Dat wij er aan denken en dit onze kinderen inscherpen.

Deze voorbede heeft ten doel: opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

Het laatste en hoogste doel is niet de overheid, maar de gemeente. De overheid is dienares van God. Dat is haar eer en ... betrekkelijkheid. De overheid heeft geen doel in zichzelf, maar in het dienen van God. De gemeente mag niet uitzien naar een gemakkelijk en prettig leven, maar naar de mogelijkheid om in grote zendingsdrift het evangelie te verkondigen en de Heere te dienen. Overheid en gemeente hebben ieder op eigen wijze God te dienen en dienstbaar te zijn aan de komst van het Koninkrijk Gods.

Het bidden voor het Huis van Oranje mag geladen zijn met de drift het evangelie openlijk en vrijuit te verkondigen. Paulus leefde in de spanning tussen deze èn de toekomende wereld. Wij ook? Dan zien wij de grote zegen van het Huis van Oranje en alle overheidspersonen èn de tijdelijkheid. Ook het Huis van Oranje behoort tot de gedaante van deze wereld, die voorbij gaat. Juist daarom krijgt deze vermaning zo'n klem! Het blijft niet altijd zo. Alles moet dienstbaar zijn aan de komst van het Koninkrijk, ook het Huis van Oranje.

Daarin ligt een dubbele waarschuwing. In de eerste plaats aan de koningen en overheidspersonen. Wanneer zij niet regeren in Gods Naam en opdracht, niet bij de gratie Gods, dan is hun regering wel van tijdelijke, maar niet van eeuwige waarde.

In de tweede plaats aan ons volk. Wanneer het alle gezag „democratiseert", zoals dit gebeurt, dan heeft het de wortel van alle gezag afgesneden en zullen de gevolgen niet uitblijven.

De gemeente bidde! Ieder persoonlijk bidde! Want het gaat om „een stil en gerust leven". Dit is geen renteniersbestaan in een welvaartsdroom, maar een gestage worsteling om het evangelie overal bekend te maken. Het is een stille rust, die niet door opstand en oorlog wordt gestoord. Dan heeft de gemeente te bedenken, dat zij geroepen wordt de overheid te eren en zelf in godsvrucht en eerbaarheid te leven. Godsvrucht, dat is leven in de vreze des Heeren. Het gaat om het vrezen van de Heere op de goede manier, dat is in de kennis van de enige ware God in de practijk van het leven van elke dag. Deze vreze des Heeren geeft dan ook de toon aan voor de omgang met de naaste.

Laat ons dan haten alle verstoring van de orde. Calvijn zegt, dat de wolven in het bos nog met elkander weten te leven, maar dat de mens zo diep gevallen is, dat hij een breidel nodig heeft om in eerbaarheid te leven. Dit is een verootmoedigend woord.

De Heere storte over ons uit de Geest, die ons leert bidden en leert volhardend bidden.

God zegene het Huis van Oranje en betrekke het bij de komst van Zijn Koninkrijk ook onder ons volk.

K. a. Z.

G. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VOORBEDE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken