Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE PERS

12 minuten leestijd

Spanningen in de staat Israël.

De staat Israël heeft zo zijn problemen inzake de regeling van het openbare leven. Er zijn groepen die dit geregeld willen zien volgens de bepalingen van de Thora, de Oud-Testamentische wet (eigenlijk: Leer) en de mondelinge traditie daarom heen, zoals deze gekanoniseerd is in de Misjna in de tweede eeuw na Christus. Deze Misjna stelt van geval tot geval vast hoe de Thora, de Wetten uit de Bijbel dus, in het dagelijks leven moet worden toegepast. Euwenlang is deze Misjna een bepalende factor geweest in het leven van joodse gemeenschappen.

Maar in de staat Israël is een meerderheid die zich ten aanzien van het openbare leven aan de bepalingen van de Thora niet wil storen. Laten we niet vergeten dat slechts een minderheid echt orthodox jood is. En in het parlement vormt de orthodoxe partij een minderheid.

Toch heeft deze orthodoxe partij ten aanzien van de sabbath en het huwelijk kans gezien hun religieuze inzichten in de wetten des lands doorgevoerd te krijgen. Dankzij allerlei politieke factoren.

Er blijkt uit dat de bepalingen van Misjna en Talmud toch ook nog invloed uitoefenen. Vele joden zijn er echter allerminst gelukkig mee en staan onverschillig tegenover de oude bepalingen.

Enkele voorbeelden.

Het bovenstaande ontleenden we aan de Israël-kroniek in „Woord en Dienst" van 24 september, van de hand van proj. dr. J. Schoneveld. Deze hoogleraar geeft in zijn artikel ook enkele voorbeelden, waaruit we hier citeren.

Een jood in Israël die wil trouwen, moet bij de rabbijn terecht komen. Een burgerlijk huwelijk bestaat niet, alleen een „kerkelijk". Volgens de Israëlische wetgeving — gebouwd op de halacha — mag een jood alleen met een jodin trouwen, en mag een priester d.i. een jood van priesterlijke afkomst niet met een gescheiden vrouw huwen. Deze voorschriften zijn in Tenach (het zgn. o.t.) te lezen of direkt daaruit af te lezen of direkt daaruit af te leiden. Wanneer een Israëlische jood zich aan deze wet niet wenst te houden, blijft hem niets anders over dan zijn huwelijk in het buitenland te laten voltrekken (op Cyprus bijv.). Bij terugkeer in Israël wordt zijn huwelijk dan wel aJls wettig erkend door de rechtbanken van de staat, maar niet door de religieiize autoriteiten. Dit laatste deert echter het echtpaar dat niet religieus is, weinig. Zulk een huwelijk was het onlangs gesloten huwelijk van Chaim en Cohn, rechter bij het hooggerechtshof. Cohn's (Cohn betekent: priester, deze naam wijst op priesterlijke afkomst) huwelijk was krachtens de halacha verboden, omdat hij met een gescheiden vrouw huwde (Lev. 21 vs 7). Het kon en mocht dus in Israël niet gesloten worden. Maar Cohn, die deze religieuze wet niet erkent, trok met zijn bruid naar New York en liet daar zijn huwelijk voltrekken. Leden van een religieuze partij (de Agoedat Jisraël), geschofet door deze „ontduiking" van de reUgieuze wet door zo'n hooggeplaatst persoon, interpelleerden in het parlement de regering daarover, maar deze

kon niet anders antwoorden dan dat het huwelijk van een kohen (priester) met een gescheiden vrouw een verbod is dat slechts in Israël geldt en niet in het buitenland.

Er zijn verder groepen, die almeer beginnen aan te dringen bij de regering op verscherping van de sabbatswetten en op nauwkeurige controle pp de naleving daarvan. Het gevolg is: protestacties van de liga tegen religieuze dwang. Het wetet bijv. ontevredenheid dat de autobussen niet mogen rijden, maar dat de beter gesitueerden zich ongehinderd in hun eigen auto's of taxi's kunnen verplaatsen. Daarin voelt men een soort van discriminatie.

Hoe minutieus men de vragen de sabbat betreffende onderzoekt, mag blijken uit het volgende: In Jeruzalem werd kort geleden een conferentie van orthodoxen gehouden van ongeveer vijfhonderd deelnemers, die zich beraadden over het gebruik van elektriciteit op sabbat. Een lid van het rabbinale hooggerechtshof sprak uit, dat huishoudkoelkasten geopend en gesloten mogen worden op sabbat, als de binnenverlichting vóór de sabbat verwijderd is. Dit in verband met het verbod om vuur te ontsteken op de sabbat (Ex. 35 VS. 3). Volgens een andere autoriteit zouden doven van hun gehoorapparaat op sabbath alleen gebruik mogen maken, als de batterijen vóór het begin van de sabbat zijn aangezet. Zo valt in onze ingewikkelde maatschappij elke grote zaak, maar ook elke kleinigheid onder het halachisch onderzoetk en het is dus geen wonder dat de grote schare de wet niet kent en zich er niet voor interesseert, omdat ze toch niet van plan is zich eraan te houden.

Hier ligt natuurlijk een bron van conflicten tussen orthodoxe en moderne joden. De bedreigingen van buitenaf hebben inzoverre de gang van zaken beinvloed dat het nog niet tot uitbarstingen gekomen is, maar er zal toch een oplossing gevonden moeten worden.

Thora-Jodendom.

Verschillende pogingen worden aangewend om uit de impasse te komen. Onder meer door de beweging Thora-Jodendom.

Deze beweging streeft niet naar de scheiding van synagoge en staat. Dat is de situatie, die wij in het W. t.a.v. kerk en staat kennen en die de genoemde Professor Leibowitz bijv. voor Israël voorstaat. Neen, de Thora moet Thora blijven voor het gehele jodendom. Alleen de manier, waarop men thans de Thora voor het hele jodendom wil laten gelden, ontmoet veel bezwaren. Dat gebeurt immers via de politieke partijen, die zoveel als ze kunnen verwerkelijken en via het parlement het volk opleggen. Maar dat biedt geen wezenlijke oplossing. Want in de eerste plaats kan het op deze weg niet verder komen dan tot compromissen. Het is immers gezien de politieke situatie volstrekt onmogelijik alle staatswetten op de halacha te baseren. Maar in de tweede plaats bereikt men alleen, dat bepaalde groepen verbitterd worden. Ze gevoelen het als dwang en de geestelijke situatie wordt er geen haar beter van. Daarom geen verbond met de politieke partijen!

Naar de overtuiging van professor Urbach, een der initiatiefnemers van de beweging Thorajodendom, is een Thorastaat pas te bereiken als er twee kloven overbrugd zijn, ten eerste die tussen het volk en de Thora en ten tweede die tussen de halacha enerzijds en de sociale, economische en politieke situatie van het ogenblik anderzijds.

Het is geen eenvoudige zaak die de geesten bezighoudt. Prof. Schoneveld vergelijkt het probleem enigermate met dat van de onkerkelijkheid in de zgn. christelijke landen. Mogelijk maakt een en ander op ons de indruk van wetticisme, splinterige haarkloverijen. Maar laten we nooit vergeten: Het gaat om de Thora, Gods Wet, de inzettingen des Heeren die Hij gegeven heeft. De lezing van het artikel deed me onwillekeurig denken aan Ps. 147: „Hij maakte aan Jakob zijn woorden bekend aan Israël zijn inzettingen en zijn rechten. Zo heeft Hij aan geen volk gedaan en zijn rechten, die kennen ze niet. Halleluja".

Israël en de Wet Gods. Dat is een vraagstuk, waar we als christenen ten volle bij betrokken zijn. Prof. Schoneveld besluit zijn artikel met de opmerking, die we graag overnemen:

De cultuurstrijd in Israël is een strijd met de Thora als inzet. En deze strijd richt onze aandacht op de belofte van God door Jeremia uitgesproken: Dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels sluiten zall na deze dagen: Ik zal mijn Thora in hun binnenste leggen en die op hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zuUen Mij tot een volk zijn (Jer. 31 vs. 33).

Herleving van de vrijzinnigheid.

Onlangs heeft de bekende hoogleraar prof. dr. P. Smits een rede gehouden voor de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden, waarin hij met name het vraagstuk van kerk en wereld, het vraagstuk ook van de secularisatie aan de orde gesteld heeft. Zoals u weet is er rondom deze hoogleraar destijds de nodige deinig geweest in verband met zijn geruchtmakende opvatting over de verzoening. Het bleek dat oude vrijzinnigheid nog allerminst uitgestorven was en dat de vrijzinnigheid nog altijd geen raad wist met het hart van de prediking der Kerk.

Ook de op genoemde vergadering gehouden rede liegt er niet om. Prof. Smits beoordeelt de secularisatie positief en optimistisch. De nieuwe stroming in de theologie die opkomt van de mens. De gelovige — aldus Smits — loopt niet langer als een onmondig schaap achter Jezus aan, maar de mondige mens beleeft Jezus of de Christus als een oudere broer, die voor hem een inspirerend voorbeeld is van innerlijke vrijheid en geestelijke volwassenheid die hij nu ook in eigen leven moet realiseren. U hoort het: Het zijn bekende vrijzinnige geluiden, die ons al vanaf de 19e eeuw in de oren klinken.

We citeren voorts uit de weergave in het Geref. Weekblad (Uitg. Kok, Kampen) van 30 september wat Smits zegt over de „God-is-dood-theologie”:

Ook de God-is-dood-theologie heeft haar eigenlijke wortels in de geestelijke veranderingen van onze geseculariseerde maatschappij. De term op zichzelf: God is dood, klinkt absurd. Het is net alsof iemand zegt: Het heelal is failliet. Maar bij nader toezien hangt deze stroming ten nauwste samen met de horizontale stroming in de nieuwste theologie. Wezenlijk wordt bedoeld dat niet God zelf dood is, maar dat dit wel de traditionele voorstellingen van Hem zijn plus de wijze waarop mensen eeuwenlang God hebben „ervaren" in nauw verband met en op grond van deze voorstellingen. Dat het ook hier in wezen gaat om de vernieuwing en niet om de vernietiging van de christelijke theologie moge uit twee voorbeelden blijken. In de moderne „wereldse" hteratuur kimnen we tegenwoordig klanken opvangen van een nieuw soort geloofsbelijdenis waarin beleden wordt dat eerst in ónze tijd God eindelijk daadwerkelijk mens wordt, niet in die ene, maar in elite mens. Eerst thans werkt het ferment van de vleeswording dóór en kan het een geestelijk bestanddeel worden in de wereld van morgen. Dat God dóód is wil nu zeggen dat hij immers mens is geworden en dit betekent weer dat God niet langer in een ontoegankelijke hemel woont, maar dat Hij dichter bij ons is dan wij bij onszelf zijn. En in de tweede plaats (en dit is dan het andere voorbeeld) mogen we bedenken dat de huidige geseculariseerde wereldburger niet langer, zoals de vroegere mens, twee levenswerkelijkheden kent en erkent, nl. een „sacrale", gewijde, heilige wereld „boven" en buiten" onze gewone, „profane" mensenwereld, doch slechts één levenswerkelijkheid. Dat God dood is wil nu óók zeggen dat voor ons veranderd levensbesef die hele bóvenwereldlijke levenswerkelijkheid volledig is weggevalilen. Maar de God van de christelijke traditie was nu juist aan die bóvenwereldlijke werkelijkheid onlosmakelijk gebonden!

Kortom: als de kerken uit verschijnselen zoals horizontale rehgie en God-is-dood-beweging niet de enig juiste conclusie trekken dat ze totaal anders over het Godsmysterie zuUen moeten leren spreken, krijgt de Duitse socioloog Luckmann waarachtig nog gelijk met zijn prilklcelende uitspraak dat in onze tijd juist het voortbestaan van de kerk een veel groter probleem is dan haar geleidelijke ineenschrompeling.

Herlevende vrijzinnigheid, zo schreven we hierboven. We bedoelen er mee, dat het 19de eeuws modernisme terugkeert. Zeker, de uitdrukkingsvorm moge wat anders zijn, in wezen is het hetzelfde. God wordt mens in elke mens ... dat moet het inspirerende nieuwe zijn in de hedendaagse theologie. Duidelijk is dat dat, wat het Evangelie tot Evangelie maakt, hier ten enenmale zoek is. Wat onderscheidt een dergelijke theologie nog van de opvattingen van het humanisme? En dan de arrogantie waarmee een en ander naar voren gebracht wordt. Is het niet de hoogmoed van de verlichte mens die wat goedmoedig glimlacht over de conservatieve achterban!

Van vele kanten maakt men ons wijs, dat de vrijzinnigheid zoveel dichter is komen staan bij het belijden van de Kerk. Ik weet wel: prof. Smits maakt de hele Vereniging van Vrijzinnig Hervormden niet uit. Maar het feit dat dit op een vergadering maar rustig gezegd kan worden, zonder dat — voorzover mij bekend — deze vereniging zich hiervan ten stelligste distantieert, spreekt boekdelen. Laten we ons niets wijsmaken: De oude vrijzinnigheid van een vorige eeuw maakt zich breed. We kunnen dan ook van harte instemmen met het commentaar van prof. dr. H. N. Ridderbos op de uitlatingen van Smits, in het hierboven genoemde artikel van het Geref. Weekblad:

Dat deze rede de Ver. voor Vrijzinnig Herv. bijzonder heeft geïnspireerd moge een bewijs zijn van het geestelijke beslag, dat prof. Smits op anderen heeft, het is géén bewijs, dat de vrijzinnigheid veel verandert, zoals men ons dikwijls wil doen geloven. Het is merkwaardig, dat onder zovele nieuwe leuzen en adagia zoveel oude onversneden vrijzinnigheid opnieuw ingang vindt. Intussen — en daarom vestig ik hierop de aandacht — moet niemand menen, dat deze denkbeelden slechts een randverschijnsel zouden vormen van het christelijk en kerkelijk leven van onze dagen. Het horizontaiisme, het God niet meer kunnen vinden dan in de medemens en de vereenzelviging van de wereld van God met die van onszelf, bepaalt steeds meer de geestelijke atmosfeer, waarin wij leven. Wij komen er ook niet mee uit door het als een halve waarheid te kwalificeren. Wat de Bijbel tot het Woord Gods maakt is dat hij juist niet horizontaal denkt op de manier van dit religieuze humanisme, maar dat iedere horizontale verbinding — als men zich zo wil uitdrukken — op de verticale lijn van God komen, zijn ingrijpen, vergeving, verzoening wordt geplaatst en daarvan afhankelijk wordt gesteld. De toekomst van de kerk, waar de sociologen het zo druk over hebben, zal dan ook niet daarvan afhangen of zij zich wel voldoende weet aan te passen en in te passen in het moderne secularisatie-proces, maar of zij nog wel in voldoende mate afweet van en leeft uit een andere dimensie en een andere wereld dan die hier bedoeld wordt. Wij zullen God eerst pp een andere wijze moeten zoeken en vinden, alvorens wij Hem in onze broeder ontmoeten en wij zullen Hem, zowaar Hij leeft, verhezen, wij zullen het spoor bijster en verloren zijn, als de vleeswording van het Woord en de menswording van Cïod een zaak wordt van intermenselijke verhoudingen. Het is goed, dat de zaken zo nu en dan scherp gesteld worden, om ons bewust te blijven van de eigenlijke en enige bestaanszin van de kerte in de wereld. De kerk zal uit de maatschappij emigreren, zegt prof. Smits, als zij haar tijd en kans niet verstaat. Het zal wel waar zijn. Maar de kans, dat zij er helemaal niet meer zal zijn, is groter als zij over God tenslotte nog slechts kan denken in de termen van de moderne sociologie. Het klinkt alles nogal absurd en ver-af. Maar deze dingen staan dichter om ons heen, dan wij dikwijls denken.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken