Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE PLAATS VAN HET H. AVONDMAAL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE PLAATS VAN HET H. AVONDMAAL

5 minuten leestijd

IV.

In het voorgaande hebben we gewezen op de saamhorigheid van het H. Avondmaal met alles, wat God in verband met het leven des geloof s geschonken heeft.

Misschien is het goed eens even te luisteren naar een paar mannen van gezag uit het verleden, die eveneens op deze saamhorigheid wijzen. Al weten we met hun uitspraken misschien dadelijk geen raad in de situatie's, waarin wij ons bevinden, het zal op z'n minst nodig zijn over hun woord na te denken.

We willen vooreerst luisteren naar enkele uitspraken van Calvijn.

Het is bekend, welke grote waarde Calvijn toekende aan deze heilige maaltijd, die de Here voor Zijn huisgenoten gedurig wil aanrichten, omdat Hij voor onze voortdurende voeding en versterking wil zorg dragen.

Tot de gemeente des Heren behoren, en toch niet aan de Tafel des Heren deelnemen, is voor Calvijn iets ongerijmds.

In zijn Catechismus van 1545 komt in Zondag 54 (deze Catechismus bestaat n.l. uit 55 Zondagen) de vraag voor: hoe moet men oordelen over één, die aan de sacramenten niet wil deelnemen? Het antwoord luidt: dat zou inderdaad een verloochening van Christus zijn. Men kan hem niet voor een christen houden, die, door zich zo te gedragen, weigert zich als een christen te openbaren.

De kerk is voor Calvijn zeer bepaald een belijdende kerk. En belijdenis doen van ons geloof, doen we, volgens hem, door deze tekenen.

In zijn Institutie (boek IV, hoofdst. XVII, 44 v.v.) zegt Calvijn, dat het H. Avondmaal ingesteld is om dikwijls door alle christenen gebruikt te worden opdat zij dikwijls het lijden van Christus zouden bedenken, en door die herdenking hvm geloof zouden ondersteunen en versterken, en elkander zouden aansporen om Gods lof te belijden en Zijn goedheid te verkondigen; en tenslotte daardoor de onderlinge liefde te voeden en ook elkander te betuigen, waarvan zij de band zien in de eenheid van het lichaam van Christus.

Hij verwijst dan naar de tekening, die Lucas in Hand. 2 : 42 geeft van de eerste christengemeente in Jeruzalem, die dageijks volhardde in de leer der apostelen, de gemeenschap, de breking des broods en de gebeden. Inderdaad staat de breking des broods hier niet apart, maar in levensverband met de leer der apostelen, de gemeenschap en de gebeden.

Zo, zegt Calvijn, moest het geschieden, dat er geen seimenkomst der gemeente gehouden werd, zonder prediking des Woords, gebeden, uitdeling van het Avondmaal en aalmoezen. Zo is het, zegt Calvijn, ook vele eeuwen geweest.

Hij haalt o.a. „de leer der twaalf apostelen" (een zeer oud geschrift uit de eerste christelijke kerk, waarin o.a. een soort „kerkbode") aan. Daarin wordt gezegd, dat zij die niet blijven tot het einde (van de dienst), en het heilige Avondmaal niet ontvangen, gestraft moeten worden als lieden, die nrust in de kerk teweegbrengen. Op verschillende concilie's sprak de oude kerk zich in gelijke zin uit. Zó sterk leefde het bewustzijn, dat het H. Avondmaal behoort tot de kenmerkende trekken van het leven van de christelijke gemeente.

In de tijd van Augustinus is er blijkbaar in sommige gemeenten nog dagelijks, in andere alleen op zaterdag en zondag, in sommige alleen op zondag bediening van het H. Avondmaal.

Calvijn haalt Chrystostomus aan, die de saamhorigheid van Woord, sacrament en gebed, sterk onderstreept. De gast zonder bruiloftskleed werd niet alleen bestraft wegens zijn aanzitten, maar reeds vanwege zijn binnenkomen. Wie zegt: ik ben niet waardig deel te nemen aan het H. Avondmaal, moet dat ook toepassen op het gebed, dat een voorbereiding is tot het ontvangen van het heilige Sacrament. Men doet de gastheer smaad aan, wanneer men aan alle voorbereidingen deelneemt en dan niets eet.

Calvijn bedoelt daarmede niet een louter ceremonieel, plichtmatig gebruik van dit Sacrament. Daartegen verzet hij zich zelfs met kracht. We hopen daar later op terug te komen, als we hopen te spreken over de voorbereiding tot het H. Avondmaal. Hier gaat het alleen om de eenheid van de ganse dienst Gods.

Een tweede stem, waarnaar wij willen luisteren, is die van W. Teellinck in zijn boekje over „de zelfbeproeving tot het H. Avondmaal”.

Teellinck heeft, zoals u waarschijnlijk weet, geleefd van 1579-1629, is pre­ dikant geweest te Haamstede en Burgh (1606-1613), en (van 1613 tot zijn dood in 1629) te Middelburg. Teellinck is één van de belangrijkste figuren uit de Nadere Reformatie.

In dit boekje zal Teellinck uitvoerig handelen over het bruiloftskleed, waarmede de christen tot de Tafel des Heren dient te naderen. Hij zal ook ernstig waarschuwen tegen de naamchristenen, die wel uitwendig het H. Avondmaal vieren, maar zonder de innerlijke bewegingen en begeerten, die overeenkomen met de viering van dit sacrament tot gedachenis van de Here Jezus Christus.

Maar dat neemt niet weg, dat hij de roeping der gemeente om het H. Avondmaal te vieren bijzonder onderstreept. Hij wijst op de bedreigingen tegen degenen, die de nodiging tot het koninklijkebruiloftsmaal verwaarloosden (Mt. 22 : 11-13) en bestrijdt allerlei uitvluchten, die we in het voetspoor van de eerste gevallen mens, plegen te zoeken.

Teellinck vraagt dan: Waarom wederstaat gij dan Zijn uitgedrukt bevel? Ontvingt gij niet reeds Zijn H. Doop; komt gij niet tot het gehoor Zijns Woords; en heeft niet dezelfde Here, Die de Doop en de prediking verordende, ook het heilige Avonchnaal ingesteld en u bevolen, dat te onderhouden? Scheidt dan niet wat God heeft verbonden en samengevoegd; vreest veel meer, dat gij, zo handelende, zult gescheiden worden van de Almachtige.

Het is ook niet de vraag of alle Avondmaalgangers behouden zullen worden en allen, die niet aan het H. Avondmaal deelnamen, verloren zullen gaan. Het gaat immers niet allen om ónze zaligheid of rampzaligheid, maar om de uitdrukkelijke openbaring van de wil des Heren. Zijn Woord beslist.

(Wordt vervolgd).

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PLAATS VAN HET H. AVONDMAAL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken