Bekijk het origineel

SMIJTEGELT EN COMRIE (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

SMIJTEGELT EN COMRIE (1)

Bernardus Smijtegelt (1)

6 minuten leestijd

Inleiding

De redaktie verzocht me, enkele artikelen te schrijven over Bernardus Smijtegelt en Alexander Comrie. Met enige aarzeling wordt aan dit verzoek voldaan. Vooreerst hebben voorheen bevoegder pennen over deze twee figuren geschreven. En voorts is een dergelijke opdracht, wanneer ze niet nader wordt gepreciseerd, zéér omvangrijk, zodat men genoodzaakt is, zichzelf vele beperkingen op te leggen.

Wanneer ik, ondanks genoemde bezwaren, deze taak op me neem, dan doe ik dat om meer bekendheid te geven aan deze twee mannen uit de na-tijd van de Nadere Reformatie, die, hoewel hun namen voor velen wellicht niet meer zijn dan bekende klanken, toch mede het beeld van het Gereformeerd Protestantisme in ons land hebben bepaald en die in sommige kringen zelfs grote invloed hebben gehad.

Ik heb me voorgesteld, eerst Smijtegelt en daarna Comrie afzonderlijk te behandelen. Deze volgorde zegt niets over meerdere of mindere belangrijkheid, maar is zuiver chronologisch: Smijtegelt leefde van 1665 tot 1739; Comrie van 1706 tot 1774. Daarna zullen we trachten een vergelijking te maken teneinde zo mogelijk overeenkomsten en verschilpunten te ontdekken.

Jeugd- en studiejaren

Bernardus Smijtegelt werd op 20 augustus 1665 te Goes geboren uit het tweede huwelijk van de boekhandelaar Marinus Smijtegelt. Zijn vrome moeder Anna Lambrechtsen had dit tweede kind al vóór zijn geboorte aan de dienst des Heeren gewijd en haar invloed op Bernardus mag niet worden onderschat. Hij was een Timotheüs, die van kindsbeen af de Heilige Schrift heeft gekend en al zeer vroeg de Heere vreesde. Tot bemoediging van vele bekommerden kon hij later zeggen: „ik acht dat men de tijd, de plaats en de wijze van zijn bekering niet, of slechts zelden weten kan; 't is ook niet nodig, 't is genoeg als men op goede gronden uit Gods Woord en uit een goede kennis van z'n hart en daden besluiten kan dat men gelooft en wedergeboren is; zelf weet ik de tijd van mijn verandering óók niet, want het is al in mijn kindsheid geschied".

Op de Latijnse school te Goes was Bernard één van de beste leerlingen. Van de bekende Ds. Barentsen (Barensonius) kreeg hij catechetisch onderwijs.

Als jongeman van 18 jaar vertrok Smijtegelt in 1683 naar Utrecht om theologie te studeren. De faculteit telde in die jaren vier hoogleraren: Van Mastrigt, Van Halen, Leydekker en Witsius. Met de laatste twee onderhield Smijtegelt vriendschappelijke betrekkingen: Leydekker was zijn neef en Witsius had enkele jaren in Goes gestaan, zodat hij wellicht de ouders van Smijtegelt gekend had.

Wonderlijk genoeg moest Smijtegelt, na beëindiging van zijn studie, bijna twee jaar op een beroep wachten. Het proponenten-overschot van die dagen èn zijn kanselvrees waren er de oorzaak van, dat hij, zoals men toen zei, „ledig aan de markt" stond. Voor hemzelf betekende dit een zware beproeving. „Ik was pro-, ponent, niet zonder veel tegenstand". Juist toen hij in zijn moedeloosheid had besloten, dan maar naar Schotland te gaan, kwam het verlangde beroep, en wel naar de gemeente Borssele in zijn geboortestreek Zuid-Beveland. Hij nam het aan en werd reeds vijf weken later in zijn eerste gemeente bevestigd.

Predikant te Borssele, Goes en Middelburg

Op 20 mei 1689 deed Smijtegelt intrede te Borssele met een tekst, die karakteristiek is voor héél zijn ambtsbediening: Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht Gods zij en niet uit ons" (2 Corinthe 4:7). In dit kleine, landelijke dorp heeft Smijtegelt drie jaar met ijver en met zegen gewerkt. Reeds hier betoonde hij zich een man van de Nadere Reformatie, voor wie heiliging van het leven even belangrijk was als zuiverheid in de leer. Ook in Borssele moesten gemeenteleden van het Avondmaal worden geweerd om de „gewone" zonden van die tijd: verspel, dronkenschap, familietwisten en burenruzies. Desondanks dacht Smijtegelt z'n leven lang met dankbaarheid aan zijn eerste gemeente terug.

Twee jaar heeft Smijtegelt daarna gearbeid in zijn vaderstad Goes, waar de gemeente door vijf predikanten werd gediend. Zijn verblijf aldaar stond in het teken van politieke onrust en van een geestelijke opleving. De stadsregering was verdeeld in twee partijen: vóór en tégen de Stadhouder. Het behoeft geen betoog dat Smijtegelt als goed Voetiaan Prinsgezind was. Desondanks ging hij de leider van de tegenpartij na diens arrestatie in de gevangenis opzoeken. Het pastoraat woog hem kennelijk nog zwaarder dan de politiek! In geestelijk opzicht was het voor de gemeente Goes een gezegende tijd. De ouderen constateerden dat „de dagen van Witsius en Barensonius waren weergekeerd".

Op 16 jan. 1695 werd Smijtegelt predikant in de Zeeuwse hoofdstad, waar hij. ondanks beroepen naar Rotterdam en Utrecht, tot zijn emeritaat in 1735 is gebleven. Hier ontplooide hij zich volledig, als prediker, èn als pastor. De strijd tegen het opkomende rationalisme ging Middelburg niet voorbij, en liet ook Smijtegelt niet onberoerd, maar zijn kracht lag niet in de theologische discussie, doch in de praktijk der godzaligheid. Geen wonder dat hij bij een deel van de gemeente zeer geliefd was en bij een ander deel fel gehaat. Toen hij 23 jaar in Middelburg had gestaan, preekte hij over Jer. 25 : 3: Dit is het 23ste jaar.... Ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord". Hij merkte daarbij op, dat er mensen waren die zeiden: Hij heeft hier al veel te lang gestaan, ik wil hem niet meer horen". Het siert Smijtegelt, dat hij daaraan toevoegde: Hebt ge geen lust, ons te horen? Hoort dan onze medebroeders. Wij wensen u daar van harte zegen onder".

Emeritaat en overlijden

In mei 1735 kreeg Smijtegelt, die de laatste jaren van zijn ambtsbediening door hevige pijnen gekweld werd, eervol emeritaat. Hij preekte daarna nog weleens, bij voorkeur in een doopdienst. In zijn vacature werd beroepen zijn geestverwant Ds. A. W. de Beveren uit Naarden, die het beroep aannam en intiem bevriend werd met Smijtegelt.

Op 6 mei 1739 overleed Smijtegelt op bijna 74-jarige leeftijd. Zijn laatste woorden waren: De tijd mijner ontbinding is aanstaande. Ik sterf in het geloof". Onder overweldigende belangstelling werd hij in de (niet meer bestaande) Oude Kerk begraven. Daags daarna hield Ds. de Beveren in dezelfde kerk een gedachtenispreek over de tekst: Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijn ruiters" (2 Kon. 2:12).

Oude Tonge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SMIJTEGELT EN COMRIE (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken