Bekijk het origineel

'Anders gezegd'

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

'Anders gezegd'

Aards heil?

7 minuten leestijd

De horizontalistische gedachtengang van Kuitert brengt per definitie een versmalling van het heil met zich mee. Dat hebben we de vorige maal, toen we schreven over zijn boek 'Anders gezegd' geconcludeerd. We willen dat nu nog wat uitwerken.

De onderbouw van de algemene Openbaring

Kuitert geeft zijn theologie der revolutie een theologische onderbouw in de leer van de algemene Openbaring Gods. Dat is heel begrijpelijk voor een man, die 'theologisch' bezig wil zijn. Maar het is altijd al een gevaarlijke onderneming geweest om over de algemene Openbaring Gods (buiten de Schrift) te spreken, als men niet een stricte binding houdt aan de Bijzondere Openbaring van God in de heilige Schrift. Men vergaloppeert zich dan heel spoedig. In een slotartikel over artikel 2 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis in ons blad zullen we proberen daar enig zicht op te krijgen.

Deze stricte gebondenheid aan het geheel van de Bijzondere openbaring bij ons spreken over de algemene kan bij Kuitert zijn volle ruimte niet krijgen, omdat hij zozeer een gevangene van de ontmythologiseringssystemen is geworden, dat hij de heilige Schrift niet meer nemen kan, zoals ze zich aandient, nl. als het Woord van de levende God, aan gindse zijde van de tijd. Daarbij komt nog een gegrepen-zijn door het eigentijdse denken, dat in de overwegingen van Kuitert een dermate grote rol speelt, dat het hem voortdurend hindert om werkelijk theologisch (en niet anthropocentrisch) bezig te zijn.

Als Kuitert bv. zegt: 'Gods spoor wordt in de historische constellaties van de tijd niet alleen door de gemeente, maar ook enigermate door de wereld ontdekt', dan voert hij daarmee een stuk natuurlijke theologie binnen. Hij zegt deze zich van het lijf te willen houden. Maar hij is aan de greep daarvan kennelijk niet ontsnapt. Wat ontdekt de wereld van Gods spoor? En hoe moeten we dat duiden in het grote geheel van het koninkrijk Gods? Heeft weldra de wereld het niet beter begrepen dan de kerk? 't Is tekenend, dat Kuiterts gedachten over de kerk (bijzonder in zijn laatste hoofdstuk) diep pessimistisch zijn. De grote teleurstelling over de kerk, zoals ze reilt en zeilt, behoeft niet zoveel groter te worden om een aansporing te worden, de deur van de kerk met een klap achter zich dicht te gooien en God ergens anders te gaan zoeken. Zo niet voor Kuitert zelf dan wel voor bepaalde onwelwillende(?) lezers van zijn boek. De keus voor bepaalde vormen van het humanisme en socialisme (met hun 'verbeterd christendom') is dan de best mogelijke. Maar dan is het ook meteen duidelijk, waar we terecht komen, als wij ons bij ons spreken over de algemene Openbaring Gods niet strict houden aan wat Godzelf daarover zegt in Zijn heilig Woord.

Aards heil?

Onze vraag blijft: Is het heil werkelijk wel zo aards. Bijbels gesproken, als Kuitert ons wil doen geloven? Inderdaad, in het Oude Testament wordt het heil van God vaak met aardse kleuren getekend. Maar men vindt daar ook een aangevochtene als Asaf (Ps. 73), die het uit ondervinding weten mag, dat Gods heil bepaald niet samenvalt met aardse welvaart. Men zal toch de hoop op een eeuwig leven met God hier niet durven verklaren als een wensdroom van één, die op aarde niet aan zijn trekken is gekomen (een soort projectie)?

Wat dan te denken, van de ellendige en arme, die we in het Oude Testament zovaak tegenkomen en die in moderne taal gezegd 'de armoedzaaier' heten mag, voor wie God het opneemt? En als God dat doet, dan mag de kerk toch zeker niet zwijgen in het strijdtoneel op aarde, in de strijd tegen sociale ongerechtigheid, tegen armoede en rassendiscriminatie?!

Dat zal zo zijn. Als we dan maar niet vergeten, dat we met dit alles niet uitputtend gesproken hebben over deze arme en zijn heil in het Oude Testament. Deze arme is niet slechts de bezitsloze. Hij is de man, die 'zijn deel in Israël' is kwijtgeraakt. Wat dat betekent, moet men maar nalezen in de geschiedenis van Achab en Naboth. De arme is in zijn bezitsloosheid zijn deel aan het land der belofte kwijt. En dat levert de vrome (de arme is vaak ook de ootmoedige, die schreeuwt om God) de aanvechting op, dat hij ook zijn deel aan de God der belofte mist. Hij staat buiten alles. En in deze verlegenheid roept de vrome om God en Zijn recht, een verlegenheid om weer in de lijn der belofte (uiteindelijk de Messiaanse) geplaatst te worden. Wie denkt hier niet aan Naomi en Ruth? Als God deze arme aan zijn recht helpt, dan helpt Hij hem niet slechts aan een behoorlijk bestaan op aarde, maar Hij haalt hem naar Zich toe, naar Zijn Christus toe. Dat is meer dan een stuk land, hoezeer daarin (alweer voor het geloof slechts) de mildheid en goedheid Gods weerspiegeld wordt. In deze zin spreekt Christus de armen van geest (Matth. 5) zalig.

Het is deze dieptedimensie, die we in de modernistische theologie, ook van Kuitert, missen. En juist hier zet de Kerk in met haar profetische-apostolische boodschap. Daarom protesteert zij niet slechts tegen sociaal onrecht (dat heeft zij soms al te weinig gedaan al heeft zij het meer gedaan dan wel gesuggereerd wordt). Ze protesteert net zo hard tegen een sociaal recht, waarin de geest van het materialisme op basis van de zogenoemde rechten van de mens hoogtij viert. En van dat laatste horen we bij Kuitert niets.

Wij kunnen met de beste wil van de wereld de heiland van de theologie der revolutie niet terugvinden in het beeld, dat de Evangeliën ons van Jezus geven. Als iemand in de dagen van Jezus ooit een kans heeft gehad om zich in het politieke strijdgewoel te werpen, dan was het toch wel een Messias, die uit het revolutionaire Galilea kwam. Maar Jezus van Nazareth staat niet in de schaduw van het kruis Zijner teleurstellingen. Hij is ook niet slechts de Man van smarten, die zich het lot van de paria's aantrok. Hij heeft in de politiek zwaar geladen atmosfeer van Zijn dagen rustig de keizerlijke schatting betaald. En tegen Pontius Pilatus zei Hij, dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld was.

De verstaanscirkel van de moderne mens

Het heil is zo aards niet als Kuitert ons voorstelt. Daarom is ook in feite de scopus (het grote richtpunt) van de heilige Schrift en van de prediking niet te vangen binnen de verstaanscirkel van de moderne mens. Hoezeer wij er ook tegen waken zullen, dat wij het Evangelie inkapselen in een 'tale Kanaäns', die meer het produkt is van onze uitdrukkingswijze dan taal van de Schrift, het is God alleen, Die de zogenoemde verstaanscirkel van de moderne mens met de woorden en de zaken van de Schrift kan doorbreken. Om het Evangelie te kunnen vertalen en om het te kunnen verstaan, is dan ook meer nodig dan grote geleerdheid of kennis van de eigen tijd. Daar is wedergeboorte voor nodig. In deze weg van wedergeboorte moet èn de vrome Jood en de knappe Griek eraan, tot en met hun diepste overleggingen. Blijft immers het Evangelie niet een ergernis en een dwaasheid? Niet alleen, omdat het oproept tot naastenliefde en kruisiging van ons 'vlees', maar vooral omdat het onze eigen-gerechtigheid de genadeslag geeft. En waarom zou deze eigen-gerechtigheid in onze tijd niet kunnen bestaan in het autonome streven van de mens om gelukkig op aarde te worden zonder God?

Er is uit de aard van de zaak over deze dingen veel meer te zeggen. We gaan nu echter over op een andere lijn in het denken van Kuitert, die ons al evenzeer als de tot nu toe besprokene, grote moeite baart. Daarover dan een volgende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

'Anders gezegd'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken