Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jammerlijke verdeeldlieid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jammerlijke verdeeldlieid

De Gereformeerde Gezindte

10 minuten leestijd

Op de juiste weg?

Op de vraag naar een oordeel over de verdeeldheid van de Gereformeerde Gezindte is eigenlijk slechts één antwoord mogelijk: dat is een jammerlijke zaak. Er zijn kerken die de Gereformeerde belijdenis aanvaarden en toch kerkelijk gescheiden leven. Er zijn broeders in de Nederlandse Hervormde Kerk die — als leden van de Gereformeerde Bond — hartelijk opkomen voor de Gereformeerde waarheid. Wat nog meer is: ze zoeken daarnaar ambtelijk te leven. Overeenkomstig de Gereformeerde belijdenis preken, catechiseren en bearbeiden ze de gemeente.

Wie zou zulk een verdeeldheid niet diep betreuren? Het betreft niet enkel een kerkelijke verscheidenheid tussen hen die binnen en hen die buiten de Hervormde Kerk leven. Onder de laatsten is er onderling ook verdeeldheid. Die is in de loop der jaren eer toegenomen dan afgenomen. De verscheidenheid van namen liegt er niet om: Gereformeerde kerken. Christelijke Gereformeerde kerken. Vrijgemaakt Gereformeerde kerken, binnen en buiten verband, Gereformeerde Gemeenten. Dan ben ik zelfs nog niet volledig geweest.

Wie de Gereformeerde belijdenis van harte liefheeft, moet over zulk een verdeeldheid wel oprecht bedroefd zijn. Ook wie in het goed recht en de principiële noodzaak van zijn kerkelijke positie gelooft, kan zich niet aan de band met de broeders — zonen van hetzelfde huis — onttrekken. Hij kan niet doen alsof ze met hem niet dezelfde basis hadden.

Ons oordeel moet zich nog wat verdiepen. We stellen daartoe de vraag: is deze verdeeldheid noodzakelijk? Is ze misschien gevolg van de Gereformeerde belijdenis zelf? Vloeit ze voort uit het beginsel van 'afscheiding'? Is misschien niet juist dat beginsel — gezien het resultaat van steeds verder gaande splitsing — onreformatorisch?

Hier zijn we, naar mijn oordeel, in het hart van het onderwerp: de kerkelijke verdeeldheid van de Gereformeerde Gezindte.

Immers, men kan het principe van afscheiding niet onreformatorisch noemen. De Nederlandse Geloofsbelijdenis omschrijft in artikel 28 wel eerst positief de eis dat een ieder schuldig is zich bij de ware kerk te voegen. Maar daarop volgt dan dat het het ambt aller gelovigen is zich af te scheiden van degenen die niet van de Kerk zijn.

Het principe van afscheiding is confessioneel vastgelegd. Daarom kan men niet vanuit de Gereformeerde belijdenis zeggen: in afscheiding ligt de kernfout. Anderzijds, de wijze waarop dit gehanteerd en beleefd wordt, moet voor de vraag stellen: zijn we op de juiste weg? Ik kan mij voorstellen, dat Gereformeerde belijders in de Hervormde kerk zich afvragen of de Gereformeerde belijders buiten de Hervormde kerk — gezien de jammerlijke verdeeldheid onder hen — wel op de goede weg zijn.

Omgekeerd kunnen zij die buiten de Hervormde kerk staan niet voorbijgaan aan het feit, dat vrijzinnigen in de Hervormde kerk een legitieme plaats hebben. Men kan wel zeggen, dat de vrijzinnigheid door de belijdenis wordt buitengesloten. Vrijzinnige belijders worden niet geweerd en vrijzinnige predikanten dienen Hervormde gemeenten in volle rechten. Prof. Smits heeft zijn rechten als emeritus predikant teruggekregen. Juist op dit punt is voor Gereformeerde belijders buiten de Hervormde kerk artikel 28 in het geding.

Aan de ene kant constateren we dus een terugschrikken voor de gevolgen, die het confessionele beginsel van afscheiding meebrengt; aan de andere kant treffen we aan een zich juist op grond van de feitelijke situatie verplicht gevoelen naar de Gereformeerde Confessie te handelen en afgescheiden te zijn.

Vanwege deze verschillende conclusies uit de Gereformeerde belijdenis ten aanzien van de feitelijke situatie kan ik niet verder komen dan het oordeel: jammerlijke verdeeldheid. Dat ik Christelijk Gereformeerd meen te moeten zijn, is ook een oordeel in de huidige situatie. Een oordeel dat ik in het feitelijk kerkelijk existeren voltrek. Ik durf noch kan dit oordeel verabsoluteren door mijn eigen kerkformatie aan dit oordeel jammerlijke verdeeldheid te onttrekken. Daar valt, samen met alle Gereformeerde belijders, de Christelijke Gereformeerde kerk als deel van de Gereformeerde Gezindte ook onder.

Beleving van de eenheid

De eenheid van de Gereformeerde belijders zie ik primair als een geestelijke eenheid. We constateerden dat Gereformeerde belijders uit de gemeenschappelijk aanvaarde belijdenis terzake van de kerk(en) in Nederland verschillende konsekwenties trekken.

Er is een deel dat in de Hervormde kerk blijft. Er is een deel dat zich bewust daarbuiten stelt en houdt. Dit deel is zelf verder ook weer gedeeld.

Naar mijn oordeel moet de eenheid tussen deze allen vooropgesteld worden, hoezeer de konsekwenties terzake van de kerkelijke keus verschillen.

Ik schrijf dit te meer, omdat de hier bedoelde eenheid geen statische grootheid is. Ze moet onderhouden worien. Ze moet beoefend en beleefd worden net als in het huwelijk. Anders zal de ontbinding verder doorgaan.

Die eenheid moet, nu er zulk een kerkelijke verdeeldheid onder de Gereformeerde belijders is, dwars daardoor heen beleden en betracht worden. Ik zou het het meest jammerlijk van alles vinden, wanneer deze eenheid in onverschilligheid ten opzichte van elkaar ontbonden werd. Anders gezegd: wanneer het verschillend kerkelijke posities inneemt, het beleven van de eenheid blokkeert. Wanneer de kerkelijke verscheidenheid kans ziet om beslissend te worden voor verdeeldheid onder Gereformeerde belijders, dan is alle eenheid tussen hen die van hetzelfde huis zijn, verloren.

De geestelijke eenheid stel ik voorop. Zij rust in het samen van harte aanvaarden van de Gereformeerde belijdenis. Ik pleit ervoor dat deze eenheid onderhouden, gevoed en beleefd wordt.

Daarnaast wil ik wijzen op de noodzaak van kerkelijke eenheid tussen Gereformeerde belijders. Het beoefenen en beleven van de geestelijke eenheid mag aan de kerkelijke eenheid niet voorbij doen gaan, hoe moeilijk en jammerlijk de situatie van de kerkelijke verdeeldheid ook is. Men zal niet kunnen roemen in de geestelijke eenheid en tegelijk de kerkelijke verdeeldheid mogen laten rusten.

Wie de kerkelijke verdeeldheid tot uitgangspunt neemt, komt niet verder dan het benisten in de verdeeldheid. Het beleven van de geestelijke eenheid onder de Gereformeerde belijders moet dit statische doorbreken.

Nu de tegenstellingen zich verscherpen is het beleven van die eenheid des te meer noodzakelijk. We worden juist door de theologische en kerkelijke ontwikkelingen in ons land'naar elkaar toegedreven. Het 'Getuigenis' heeft samenbindend gewerkt, zoals uit vele reacties uit onderscheiden kerken duidelijk blijkt. Die eenheid moeten we, waar maar mogelijk, gestalte geven. We hebben elkaar hard nodig. Want het Gereformeerde karakter van de religie staat op het spel.

Theologen die de secularisatie positief tegemoet treden hebben over het algemeen voor een Gereformeerde aanpak geen plaats meer. Het dilemma Rome-Reformatie wordt door hen achterhaald geacht. Uiterste konsekwentie is de stelling: één kerk of géén kerk. Men make zich geen illusies. In dit programma heeft het Gereformeerde denken en leven geen toekomst. Daarom dringt de situatie tot uiterste concentratie.

Samen positie kiezen

Wat is er veranderd? In de Hervormde kerk heel wat. Dat geldt ook van de Gereformeerde kerken. Er is in de Gereformeerde kerken een proces aan de gang dat zich regelrecht keert tegen het Gereformeerd karakter van die kerken. De toenemende integratie tussen Hervormden en Gereformeerde Kerken wijst er op dat er in beide kerken modaliteiten aanwezig zijn, waardoor het samengaan vergemakkelijkt wordt. Zeker, in de praktijk zullen er aan beide kanten wel weerstanden zijn. Toch blijkt in toenemende mate dat Gereformeerden en Hervormden één weg gaan.

Ook andere kerken hebben te worstelen om het behoud van het Gereformeerd zijn. Geen kerk ontkomt daaraan, zij het ook dat het proces bij de één anders verloopt dan bij de ander. Het Gereformeerde zelf is in deze tijd in de smeltkroes. Laat mij nog iets dieper mogen ingaan op de situatie in de Hervormde kerk. Men kan moeilijk zeggen dat in de rapporten en herderlijke schrijvens van de laatste jaren het Gereformeerd karakter duidelijk uitkomt. Ik denk nu aan het rap-

port over het ambt, over gemeentevormen en gemeente-opbouw, over de verhouding tot de Rooms-kathoUeke kerk en over Israël.

De onmacht van de Generale Synode om adekwaat te reageren op het 'Getuigenis' onderstreept deze conclusie. Achteraf bezien is de eenparigheid in besluitvorming op de zittingen van de synode in november 1971 toch meer een zaak van de buitenkant gew^eest dan van duidelijke innerlijke eenheid. Het doet geen vreugde dit te moeten zeggen. Het lijkt me gezien de besprekingen in het begin van dit jaar wel een eerlijke konklusie.

Hoezeer ik de arbeid, de trouw, de volharding en positiekeus in de pers (niet in het minst in 'De Waarheids vriend') waardeer, men kan — helaas — niet zeggen dat dit alles beslissend inwerkt op synodale rapporten en beslmten. Ik neem gaarne aan dat de Gereformeerde prediking in vele plaatsen voor velen van beslissende betekenis is. Daarvoor zullen ook afgescheiden broeders dankbaar zijn. Zij herkennen daarin wezenlijke verbondenheid. Toch moet de vraag gesteld worden of er terzake van de plaats van de vrijzinnigheid in de Hervormde kerk zoveel is veranderd, dat men buiten de Hervormde kerk zijn visie dient te herzien. Wie het beginsel van de afscheiding van 1834 gerechtvaardigd en noodzakelijk acht, zal in de veranderingen tot heden geen reden kunnen zien daarop terug te komen.

De benarde situatie van de Gereformeerde belijders in het geheel van kerkelijk en theologisch Nederland dringt tot uiterste concentratie. Ik zie op het ogenblik geen duidelijke weg naar kerkelijke eenheid. Toch mogen we elkaar niet loslaten. We zullen ieder voor zich intern, en allen met elkaar er naar moeten staan elkaar te vinden. De nood dringt ertoe, de belijdenis noopt ertoe en God roept ertoe.

Ook hier zullen we de geestelijke eenheid voorop moeten stellen. We mogen' niets tegen elkaar uitspelen wat van ondergeschikte betekenis is. We zullen vanuit het gemeenschappelijke front elkaar moeten aanspreken, oproepen en samen positie kiezen. Deze eenhefd en gehoorzaamheid is gave van God, waarom juist in de Gereformeerde Gezindte gebeden moet worden. We moeten van dat gebed meer verwachten dan van organisatie. Tot dit gebed dringt de nood, noopt de be/ijdenis en stuwt de Geest. Er is, meen ik, meer reden onszelf kritisch te bezien dan de motieven van Afscheiding en Doleantie. Wie zichzelf kritisch beziet, kan zich niet isoleren van de situatie, van tijd en omstandigheden. Zelfonderzoek leidt altijd tot schuldbelijdenis en gebed. Zo ook binnen de Gereformeerde Gezindte.

Accenten

Er is plaats voor een zekere pluriformiteit binnen de Gereformeerde Gezindte. Eigenlijk spreek ik liever van verschillende accenten dan van pluriformiteit.

Het samengaan van verkiezing en verantwoordelijkheid, van de verwerving en de toepassing van het heil, van Woord en Geest, van rechtvaardiging en heiliging, van Christologie en pneumatologie, van algemeen en bijzonder ambt, van werken genadeverbond, van^ schepping en herschepping (beter dan van natuur en genade) van de totale verdorvenheid van de menselijke natuur en van de wederbarende genade van de Heilige Geest maakt het evenwicht onder Gereformeerde belijders tot een dynamische en labiele zaak. Dit staat niet per definitie gelijk met een onmogelijke zaak.

De pluriformiteit zal een zaak van accenten zijn. Waar die accenten tot vereenzijdigingen verworden, vervalt het evenwicht. Daar komen de scheuren.

Nodig is dus elkaar aan te spreken op het geheel, op de machtige volheid van het Gereformeerde belijden. Daarbij is onmisbaar het vertrouwen, dat we krachtens de geestelijke eenheid elkaar moeten geven. Juist nu er zoveel bressen geslagen worden door de nieuwere theologie, zullen we er samen voor moeten staan.

Geen kerk of theoloog van Gereformeerd belijden kan het alleen., We zullen ons moeten aaneenvoegen. Samen bidden, strijden en — als het moet — ook lijden zal het onderling vertrouwen doen toenemen.

Terzake van de Gereformeerde waarheid gaat het om: er op of er onder. Dan moeten we samen zeggen: het is de moeite waard, ja meer nog: het is een voorrecht in de twintigste eeuw Gereformeerd te zijn.

Laat dit voorrecht niet omslaan in een vloek over broeders van hetzelfde huis die aan elkaar voorbij leven of zelfs tegen elkaar inwerken en zo samen de erfenis verspelen.

Er is geen schoner vorm van christendom denkbaar dan de gereformeerde, in belijdenis, prediking en theologie. Dat dient de Gereformeerde Gezindte te beseffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 15 June 1972

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Jammerlijke verdeeldlieid

Bekijk de hele uitgave van Thursday 15 June 1972

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

PDF Bekijken