Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gebruik van de gevonden teksten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gebruik van de gevonden teksten

De tekst van de Bijbel

9 minuten leestijd

Er is geen eenheidstekst

Maar aan welke tekst moeten wij ons nu houden, vroeg onze lezer ? Welk handschrift van het Oude Testament en welk van het Nieuwe Testament geeft ons een betrouwbare tekst, waarop wij kunnen terugvallen als zeker en ontwijfelbaar ? Het oudste handschrift ? Dat behoeft niet het beste te zijn. Maar wordt dan niet alles op losse schroeven gezet ? Ik rnoet toch weten waaraan ik mij houden moet als aan het onfeilbare Woord van God ? Nu moet men zich wel hoeden voor overdrijving. Terecht schrijft Würthwein in zijn boek over de tekst van het Oude Testament, dat er geen boek in de wereldliteratuur zo dikwijls is overgeschreven, gedrukt en vertaald als de Bijbel. Aan geen enkel boek is zoveel moeite besteed om het getrouw over te leveren en te verstaan als aan de Bijbel. Wat het Nieuwe Testament betreft, zo bedraagt naar de stand van 1972 het aantal bewaarde en thans bekende Griekse handschriften 85 papyri, 268 majuskels (dus oude tot zeer • oude) 26.792 minuskels (uit de tijd van de : 9de eeuw en daarna) en 1678 lectionaria (handschriften waarin de pericopen voor • kerkelijke Schriftlezing zijn opgenomen). ,

Eusebius vertelt van de opdracht van kei­ • zer Constantijn' om voor de kerken van i zijn pasgebouwde hoofdstad Byzantium 50 I perkamenten codices te laten vervaardigen met de tekst van de gehele Bijbel in L het Grieks (ongeveer 331 A.D.).

De duidelijkheid van de Heilige Schrift

Het is gelukkig niet zo, dat ieder christen i toch nodig Hebreeuws en Grieks moet le­ - ren, al was het niet voor niets, dat de hervormers bij het waken over de Schrift de nadruk hebben gelegd op de studie van de ! Schriften in en naar de grondtekst. Als ; men in de Reformatie een sterke nadruk ; legt op de duidelijkheid van de Schrift dan t heeft men nooit bedoeld te zeggen, dat l sommige plaatsen yan de Schrift de uitleggers niet voor onoverkomelijke moei­ - lijkheden kunnen stellen, noch ook dat de ; christenen het over de Schriften geheel l eens zouden zijn wat tekst, vertaling en i verklaring betreft, maar dat ook de een-voudigste gelovige in de Schrift alles zal l vinden, wat hij tot zijn zaligheid nodig l heeft. Maar het gaat niet om willekeurige ; uitleg van mensen, want geen profetie is ; van eigen uitleg. 'Wij weten, dat de Zoon i van God gekomen is en Hij heeft ons het t verstand gegeven, dat wij de Waarachtige ; kennen' (1 Joh. 5 : 20). 'En een ieder, die ; uit de Waarheid is, hoort Zijn stem' (Joh.. 18 : 37). En daarom die voortdurende be-zinning en de niet aflatende overdenking l van het getuigenis der Schriften. Daarbij komt nog iets anders. Vele malen wordt in de Schrift gewaarschuwd tegen verdraaiing van de Schriften. En daarvan spreekt de apostel in 2 Petrus: ast op in de kennis en genade van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. In welk verband zegt de apostel dit ? Als hij schrijft over ongeleerde en onvaste mensen, die sommige dingen uit de brieven van Paulus en de andere Schriften verdraaien tot hun eigen verderf. Daarin staat dus ook, dat in de brieven van Paulus sommige dingen zwaar zijn om te verstaan. Dat is een waarschuwing. Het getuigenis van de Schriften is in de loop der eeuwen miskend, misbruikt, gekritiseerd. Men verdraait de Schrift tot eigen verderf; wie de Schrift niet laat zeggen, wat zij zeggen wil, die zal ondanks de Schrift verloren gaan. Met ongeleerde mensen worden bedoeld mensen, die niet leren willen, waarbij men de Schrift geweld aandoet. Het misbruik van de Schrift voert tot verderf, omdat het ongehoorzaamheid betekent aan God, omdat de valse verklaring van de Schrift de valse leer versterkt en de deugden Gods daardoor worden verdonkerd. Öat aan de woorden van Paulus reeds in de eerste christelijke eeuw soms een verkeerde uitleg gegeven werd blijkt uit de brieven van Paulus zelf. Dat blijkt uit 2 Thess. 2 : 2; 1 Cor. 15 : 50 v., Rom. 3 : 8; 6 : 1). En niet alleen spreekt 2 Petr. van de verdraaiing van woorden uit brieven van Paulus, maar ook van 'de andere Schriften', waarmee de oudtestamentische boeken en misschien ook wel andere nieuwtestamentische geschriften bedoeld worden.

Het komt aan op de rechte interpretatie van de vondsten

Zo kan men dus een verkeerd gebruik maken van allerlei vondsten op archeologisch gebied, want deze vondsten moeten beoordeeld worden en dat geschiedt door mensen en de geleerden verschillen soms zeer in hun interpretatie van wat men vond. Ik denk bijvoorbeeld aan de opgravingen van Jericho en de zeer verschillende resultaten, waartoe men komt. Dat kan dus ook geschieden met de zeer vele handschriften en de soms geheel van elkaar afwijkende tekst. Maar men moet niet menen, dat de studie van — om mij nu te beperken tot het stuk van de handschriften — de bijbelse waarheid zou worden afgebroken, integendeel, de waarheid zal worden bevestigd. Er wordt soms gevochten om een enkel woord — soms terecht. Maar vergeet niet, dat er geen enkei stuk leerstuk op één tekst van de Bijbel op een enkel woord zou berusten. Nu kan men verwijzen naar 1 Joh. 5:7. In

de Nieuwe Vertaling is een aantal woorden tussen teksthaken ppgenomen 'in den hemel: e Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie/zijn één. En drie zijn er die getuigen op de aarde'. Deze woorden komen in een aantal zeer oude handschriften niet voor. Dit zg. Comma Johanneum (invoeging in Johannes) komt eerst in de vierde eeuw bij Instantius in Spanje voor. Erasmus heeft het in de eerste twee drukken van het Nieuwe Testament niet opgenomen; in de editio Sixtina (1590) en die de Clementina (1592) van de Vulgata — de officiële, de authentieke uitgave' is die van 1598) — zijn deze woorden wel opgenomen. Het wil er bij mij niet in, dat een dergelijk stuk zomaar op een bepaald moment in de tekst gevoegd, maar anderzijds blijft het een raadsel, waarom deze tekst eeuwendoor niet in de handschriften werd gevonden. Ik schreef daar wel eens over en ga daar nu niet op in. Alleen wijs ik er in dit verband op, dat met deze tekst het leerstuk van de Heilige Drievuldigheid niet staat of valt ! Nog eens, geen enkel leerstuk rust op één tekst of op één woord. Er wordt soms gevochten over een bepaalde vertaling, ik denk aan Rom. 5 : 12. Wat moet het zijn: n wien of omdat ? Dat is van bijzondere betekenis, maar met deze vertaling staat of valt niet het stuk van de erfschuld en de toerekening van de zonde van Adam !

Het moge duidelijk zijn, dat hier een zeer breed veld van studie ligt, wetenschappelijke arbeid, die nauw verbonden is met de vertaling en de uitleg van de Heilige Schrift. Men spreekt van tekstkritiek; dat woord is nu eenmaal ingeburgerd in het theologische spraakgebruik, maar kritiek in verband met de Schrift heeft geen b^ste klank. Men spreekt ook wel van tekstvaststelling en daarbij gaat het om vergelijking van handschriften en uitgaven van de grondtekst om door vergelijking van de vele handschriften en latere uitgaven zo dicht mogelijk de oorspronkelijke tekst, zoals die door Paulus of Jeremia of wie ook van de bijbelschrijvers is gedicteerd; te benaderen.

Voor de geschiedenis van de tekst is de studie van oude vertalingen van grote betekenis

Een van de belangrijke middelen om de oorspronkelijke tekst van de Heilige Schrift te benaderen is ook de bestudering van oude vertalingen. En wel in de eerste plaats de Griekse vertaling van het Oude, Testament, waarvan de oudste handschriften net zo oud zijn als de oudste manuscripten van het Nieuwe Testament, b.v. de Sinaïticus, uit de vierde of vijfde eeuw, die het gehele Nieuwe Testament bevat en een zeer groot deel van het Oude Testament. De joden in de verstrooiing, o.a. in Egypte hadden zulk een vertaling nodig, omdat het Hebreeuws hoe langer hoe meer een dode taal begon te worden. Zo ontstond déze overzetting van het Oude Testament, die wij Septuaginta noemen (Septuaginta is het.Latijnse woord voor zeventig; men meende namelijk, dat zeventig vertalers aan dit werk hadden meegewerkt en dat zij eenstemmig tot dezelfde vertaling waren gekomen. Er is in deze tijd niemand meer, die dit apocryphe verhaal uit de brief van Aristeas gelooft).

Nu moeten wij wel vragen: elk handschrift gebruikten zij bij hun vertaling; van Welke tekst gingen zij nu uit ? Daarop is geen antwoord te geven; trouwens dat is op zichzelf reeds een zeer ingewikkelde materie, omdat men ook daar in de tekst zeer veel verschillen aantreft. De Septuaginta is ook daarom van zulk een grote betekenis, omdat in het Nieuwe Tes­ tament het Oude Testament vele malen wordt aangehaald. Denk maar aan het evangelie van Mattheüs met het telkens voorkomende: pdat de Schrift vervuld werd — en dan volgt een aanhaling (h. 1 : 22; 2 : 15, 23; 4 : 14 e.a.). Zeer vele malen wordt in het Nieuwe Testament het Oude aangehaald met de woorden van deze Griekse vertaling. Vandaar de verschillen, die iedere bijbellezer opvallen. Vergelijk bijvoorbeeld Hand. 8 : 32 met Jes. 53 : 7. Er is een tijd geweest, dat de Septuaginta de wind in de zeilen had. Als er in een plaats een verschil was tussen de masoretische tekst en die van Septuaginta, dan kreeg deze laatste heel gemakkelijk de voorkeur ten koste van de tekst van de Hebreeuwse Bijbel. Dat is nu wel voorbij; men staat kritischer tegenover de Griekse vertaling, hoeveel oude handschriften wij ook van de Septuaginta bezitten. De tekst van de Septuaginta is soms veel vlotter dan die van de Hebreeuwse Bijbel; dat komt omdat men over moeilijkheden heenstapte en te gemakkelijk knopen doorhakte. Een merkwaardig probleem bij deze vertaling is ook, dat hier en daar hele stukken onvertaald gelaten zijn. Hele stukken uit de hoofdstukken 17 (vs. 12 v.v.) en 18 (vs. 1 v.v.) van 1 Sam. zijn weggelaten. In de Griekse vertaling van Jeremia ontbreken zo ongeveer 2700 woorden (h. 29 : -16—20; 33 : 14—26; 39 : 4—13). Ook de volgorde in de hoofdstukken van het boek Jeremia is een geheel andere dan in de masoretische tekst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gebruik van de gevonden teksten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken