Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verbond en prediking 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verbond en prediking 2

Het Verbond Gods

8 minuten leestijd

Het leven uit het Verbond in het Oude Testament kenmerkt zich door het geloof in God, door het vertrouwen op Hem, door het verwachten van Hem, door het toevlucht nemen tot Hem, het steunen op Hem, het verbeiden van Hem, het hangen aan Hem.

Dit geloof wordt Abraham tot gerechtigheid gerekend, voordat het raam van het Verbond rond hem en zijn nageslacht geslagen wordt. Dit geloof wordt tot gerechtigheid gerekend, omdat het hangt aan de God des Verbonds en alle goederen omvat in de enige en eeuwige Verbondsmiddelaar.

Het is merkwaardig, dat de apostel Paulus zich in zijn brieven — tot staving van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen — steeds beroept op deze grondnoties van het Oude Testament. Dat is niet toevallig. Want het is het ene en ongebroken Woord van God. De wortelen voor het verstaan van het Verbond liggen in het Oude Testament. Ook in het Oude Testament is het genade voor genade. Hoe treffend is de ootmoed van hen, die in dat Verbond leven en staan. Het gaat in dit alles om God. Zodra Israël in het geheim van de verkiezing zichzelf op de borst gaat slaan, is het verloren, maar zolang het hangt aan de verkiezende God met een gebroken en verslagen hart, is het behouden. Het ware Israël weet van een God, die verkiest, verhardt, zich ontfermt, opnieuw ontfermt en om Zijns Naams wil vergeeft.

Waarom dit alles aan de orde gesteld ? Om hiermee aan te tonen, dat het ook in het Oude Testament niet gaat om de mens, maar om God, die zich in souvereine genade inlaat met de mens. Alleen daar functioneert het Verbond op de rechte wijze, waar de ootmoedige omgang met God een plaats heeft, waar zijn weldaden worden verkregen, waar in zijn wegen wordt gewandeld, waar men met hijgend verlangen uitziet naar de komst van de Middelaar.

Bet hele volk aangesproken

Op dit Verbond wordt het gehele volk aangesproken. Meermalen getuigt de Heere dat Hij hen heeft getrouwd. Het is Zijn volk. Uitdrukkelijk verzet Calvijn zich in zijn commentaar op Genesis tegen de voorstelling, als zou de Heere alleen met de uitverkorenen uit Abrahams zaad het Verbond hebben opgericht. Neen, met Abraham en zijn zaad. Dat dit niet betekent, dat de Heere allen tot de eeuwige zaligheid aanneemt, maakt Calvijn tegelijk duidelijk door zijn leer van tweeërlei kinderen des Verbonds. Maar het gaat hem erom, dat het gehele volk tot volk des Verbonds is aangenomen en daarop Wordt aangesproken. Nooit vinden wij de gedachte in het Oude Testament, dat bepaalde jongens en meisjes niet tot het volk des Verbonds worden gerekend. Gij hebt — zo zegt de Heere — Mijn kinderen genomen en ze de Moloch geofferd. God handhaaft het Verbond, ook wanneer het volk het allang vergeten is, ook wanneer het eigenlijk maar liever van deze God des Verbonds af wil. Hoor de smartelijke klacht des Heeren, wanneer kinderen des Verbonds aan een afgrijselijke afgod worden geofferd: Het waren Mijn kinderen ! Hoor de aanspraak in het boek der Spreuken: Mijn zoon, geef Mij uw hart! Hij heeft dit volk afgezonderd en onder Zijn bijzondere openbaring gesteld. Daarom leeft dit volk bij de bijzondere openbaring. Het leeft onder het aanbod der genade en onder de beloften. Aan hen zijn de woorden Gods toebetrouwd. De noodzakelijkheid van geloof en bekering wordt met bijzondere klem op hun harten gebonden. Nooit kunnen zij ongedaan maken, dat zij kinderen des Verbonds zijn. Zelfs wanneer zij verworpen worden en buitengeworpen worden, gebeurt dat als kinderen des Koninkrijks. Zelfs wanneer zij in die verschrikkelijke plaats zijn terechtgekomen, worden zij nog kind genoemd. Denk maar aan de rijke man in de hel, die door Abraham alsnog met kind wordt aangesproken. Hieruit blijkt, dat dit kindschap nimmer ongedaan gemaakt kan worden en zelfs in de eeuwige wroeging zijn betekenis houdt.

Zo is het vandaag nog. Zal het Verbond in de prediking op de rechte wijze functioneren, dan hebben wij niet van allerlei stellingen en onderstellingen uit te gaan, maar van de klare Schriftuurlijke gegevens. Ook nu geldt, dat de gelovigen en hun zaad in het Verbond Gods begrepen zijn, dat zij het volk des Verbonds zijn, dat de Heere een bijzonder recht op hen heeft, dat de Heere tot hen komt met Zijn beloften en eisen, dat de gemeente in volle verantwoordelijkheid daaronder wordt gesteld. Daarom is de samenkomst der gemeente niet een willekeurige hoop hoorders, maar de gemeente van de Heere Jezus Christus. Deze verbanden zijn onder ons ver zoek. Het wordt tijd, dat wij ons allen gaan verdiepen zowel in de Reformatie als in de Nadere Reformatie, om te onderzoeken wat Kerk, Gemeente en Verbond is. Wij moeten al deze zaken niet benaderen vanuit de controversen van deze en vroegere tijden, maar vanuit de bijbelse doorlichting, zoals dat op de hoogtepunten van het geestelijk leven is verstaan. Het gaat hier niet over de vraag: Wat zegt deze en gene, maar: Wat zegt de Schrift ? Niemand mene, dat met een verbondsbeschouwing of een verbondsvisie de Kerk is gered. Niemand mene, dat met een Schriftuurlijke kijk zonder meer alle dingen zijn overwonnen. Het gaat niet om bepaalde uitspraken, maar om de rechte bijbelse fundering en de rechte geestelijke hantering. Gereformeerden mogen nooit begrippenkauwers worden, maar moeten bij en uit de Schrift leven. Welnu, dat deden onze vaderen. Vandaar hun door en door schriftuurlijke en verbondsmatige taal in de formulieren, waarin de gemeente als geliefden in de Heere Jezus Christus wordt aangesproken en van de kinderen der gemeente beleden wordt, dat de Heere hen tot Zijn kinderen en erfgenamen aangenomen heeft.

Geloof en bekering

Wie echter dit uitgangspunt in de prediking tot een eindpunt maakt, met andere woorden, wie niet het kindschap uit het geheel der Schrift uit deze drieënige God door geloof en bekering in het rechte on­ derscheidende licht stelt, deed beter nooit te beginnen. Immers dan wordt dit kindschap van zijn wezenlijke waarde beroofd doordat het losgemaakt wordt van de levende God. Daarom is de leer des Verbonds zo in discrediet geraakt in onze kringen. In veler prediking werd en wordt wel de schors van het Verbond der genade aangetroffen, maar de inhoud van het Verbond verarmde of ontbrak geheeL Daarom verdwenen velen naar andere kerken, waar het woord verbond schier niet genoemd werd, of, als het genoemd werd, in allerlei constructies, die de Reformatie vreemd waren, maar waarin men wel geestelijk voedsel ontving. Immers in deze prediking — ook al was ze bijbels, theologisch en dogmatisch uiterst gebrekkig — straalde de inhoud van het Verbond in de levende Verbondsmiddelaar door.

Toch — en de geschiedenis van menige kerk, die tot de Gereformeerde Gezindheid behoort, leert dit — ontspoort ook deze prediking, wanneer zij zich blijft afzetten tegen een veruitwendigde Verbondsleer, zolang zij zelf niet blijvend gevoed wordt uit het levende Woord Gods. Ook dan zijn de gevolgen ontstellend, zoals de kerkelijke praktijk in meer dan een kerk ons leren kan. '

Een van de oorzaken van het in discrediet geraken van de leer des Verbonds, onder ons, is m.i. het uitspelen van het Verbond en de verbondsbelofte tegen de noodzakelijkheid van de bekering en het geloof. Dan heeft men helemaal niet door, dat het Verbond der genade deze alle in zich besluit en ten stelligste aandringt. Waar het geestelijk leven in verval raakt, verliest men op den duur ook de rechte leer. Een tijdlang moge het schijn hebben dat men zeer ijvert voor de rechte leer, maar waar het geestelijk leven ontbreekt of ineenzinkt, worden de bronnen verstopt. Maar het gaat met het Verbond en de prediking niet mis, wanneer het Verbond en alles wat daarmee samenhangt, aan de orde wordt gesteld. Integendeel. Het gaat echter volslagen mis, wanneer dit gebeurt buiten God en de Middelaar des Verbonds om, met andere woorden, wanneer het Verbond losgemaakt wordt van de God des Verbonds. Welke wijsheid zouden wij dan nog hebben ? Op zijn best enige scholastiek, die het geestelijke leven, dat er is, niet voedt en de kweking van het geestelijk leven zeer tegenstaat. Dat is het levensgrote gevaar, dat ons allen altijd bedreigt bij de behandeling van de leerstukken van de Kerk.

Wat getuigt de Schrift ? Dat God met ons en onze kinderen een Verbond der genade heeft opgericht. Wanneer dit raam des Verbonds naar de Schrift is gesteld, kan de inhoud van dit verbond aan de orde gesteld worden. Binnen deze begrenzing spreekt de God des Verbonds wel op een zeer indringende wijze. Hier mogen wij ons in de prediking uitputten om alle argumenten bijeen te vergaderen om de eis en de belofte des Verbonds met alle klem op de consciënties te binden. Hier gaat het pleidooi voor de God des Verbonds beginnen. Van hieruit begint de rechte zorg in de prediking en het pastoraat. Van hieruit krijgt de catechese zijn bijzondere betekenis. Van hieruit krijgt de zorg voor het geheel der gemeente zijn indrukwekkende waarde. Hoezeer wordt deze rechte zorg bedorven door de ontbinding van ons kerkelijk leven.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verbond en prediking 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken