Bekijk het origineel

Kritische beoordeling van een nieuwe Proeve van belijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kritische beoordeling van een nieuwe Proeve van belijden

11 minuten leestijd

ren nieuwe belijdenis

Op de agenda van de synode van onze kerk kwcim voor de behandeling van een stuk dat reeds eerder uitvoerig besproken is op de synode van de gereformeerde kerken, waar het algemene instemming kreeg, en dat als opschrift heeft: Een mogelijke weg tot een nieuw belijden!

Hoe dit stuk ontvangen is op de hervormde synode weten wij op het moment dat wij dit artikel schrijven nog niet; het is echter te hopen dat er op de hervormde synode meer kritiek op is geleverd dan op de gereformeerde synode het geval is geweest.

Niemand zal het ons kwalijk kunnen nemen dat wij een stuk als dit, een Proeve van een nieuw belijden, uiterst kritisch bekijken. Wij menen dat verplicht te zijn aan God en aan de gemeente.

Een belijdenis is niet zómaar een stuk, dat door een of meerdere theologen de kerk wordt ingezonden, het komt met gezag. Wie er snel aan voorbijgaat beseft zijn verantwoordelijkheid als dienaar van het Woord of als gemeentelid niet. Een belijdenisgeschrift kan van grote betekenis zijn voor het leven van de kerk in de toekomst, voor de ontwikkeling van de theologie, voor het geestelijke leven der gemeenteleden.

Dit geldt zeker als, zoals met deze Proeve het geval is, zo'n belijdenisgeschrift de functie krijgt toegewezen een soort van kerkelijke basis te zijn in een vereniging van een paar kerken, in dit geval de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Deze Proeve, zo is ons voorgehouden, zou inhoud moeten geven aan wat bekend staat als de Samen-op-weg-beweging.

Nu willen wij vooropstellen, dat wij niet ontkennen, dat het ook heden nog mogelijk is dat een nieuwe belijdenis wordt opgesteld.

Er kunnen zich in de kerk zulke ergerlijke dwalingen voordoen dat de kerk zich geroepen voelt daar op de wijze van een nieuwe belijdenis op te reageren. Zoals enkele jaren geleden het Getuigenis is ontstaan uit een waarachtige verontrusting over de gang van zaken in kerk en theologie, in de prediking en het gemeenteleven, hoewel dit Getuigenis geen belijdenis heeft willen zijn, zo kan er toch ook een nieuw belijdenisgeschrift ontstaan.

Alle gereformeerde belijdenissen in het verleden zijn uit deze nood geboren. Het ging de vaderen om het bewaren van erfgoed, om het verdedigen van wat de kerk heilig en dierbaar is. Het nieuwe verstaan van het Evangelie in de tijd van de Reformatie vereiste verweer.

Tegelijk ging het in deze belijdenissen om saam te binden hetgeen bijeen hoort. De belijdenissen trokken grenzen, sloten uit en sloten in. Zij hebben een verenigende kracht gehad.

Een derde karaktertrek van de klassieke gereformeerde belijdenissen is het handhaven van de continuïteit. Deze belijdenissen missen alle hoogmoed, als zou de waarheid pas later ontdekt zijn. Er is een teruggrijpen, allereerst op het Woord Gods zelf, de ware kenbron van de Waarheid Gods, en vervolgens ook op de Oude Kerk. Om hier een duidelijk voorbeeld van te geven: in de Heid. Catechismus zijn de 12 artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis opgenomen en zijn ze zelfs uitvoerig behandeld. Een ander voorbeeld: de trinitarische structuur van de Apostolische Geloofsbelijdenis is ook de structuur van de Ned. Geloofsbelijdenis. En wat tenslotte de Dordtse Leerregels betreft, zij zijn, in verband met de dwaling der remonstranten, een nadere uitwerking van hetgeen al beknopt in de eerstgenoemde belijdenisgeschriften te vinden is, met andere woorden, zij hebben vooral de functie gehad het erfgoed van de kerk te bewaren en te verdedigen.

Zou er nu in het heden een nieuw belijdenisgeschrift ontstaan dat voldeed aan die voorwaarden, wij zouden er niet het minste bezwaar tegen hebben; integendeel, wij zouden er dankbaar voor zijn. Maar beantwoordt de Proeve van nieuw belijden, die nu voor ons ligt, hieraan ?

ƒ5 deze nieuwe belijdenis gereformeerd ?

Dat is de eerste vraag die wij willen stellen, en naar wij menen is het een vraag die legitiem is. De Proeve is behandeld op synoden van kerken die zich gereformeerd of hervormd noemen. Men zal zich daar toch hopelijk niet voor schamen. Maar het legt in elk geval een verplichting op. In een gereformeerde of hervormde kerk hebben geen andere dan gereformeerde belijdenissen recht van bestaan.

Nu heeft de gereformeerde religie en hebben derhalve de gereformeerde belijdenissen altijd een paar kenmerkende trekken gehad. Wij denken aan de leer der dubbele predestinatie: verkiezing én verwerping, beide van eeuwigheid; wij denken ook aan de leer van de totale onmacht van de zondaar tot het goede, wat men wel noemt zijn dood zijn in zonden en misdaden; wij denken aan het geloof in het werk van de H. Geest die als Enige bij machte is een zondaar tot Christus en tot het heil te brengen; wij denken aarj het erkennen en beleven van het volstrekte goddelijke gezag van het Woord Gods, gegeven in de H. Schrift, die door de Geest geïnspireerd is. Wij denken ook aan de leer van de verzoening door voldoening. Christus heeft, volgens alle gereformeerde belijdenissen, de toom Gods tegen de zonde gedragen, de schuld der Zijnen verzoend, een schuld die al dateert vanaf het paradijs.

Geen belijdenis kan zich als gereformeerd aandienen die deze zaken niet duidelijk en onomwonden uitspreekt. Dan is er een ander verstaan van het Evangelie in het geding. Alleen al door het erover zwijgen.

Welnu, leg de nieuwe Proeve hier eens naast. Op zijn best genomen hier en daar een vage aanduiding in de richting van het zojuist genoemde; in de meeste gevallen een totaal zwijgen erover.

Is er dan soms in deze Proeve een zich keren tegen bepaalde moderne dwalingen ? Ook dat Edet! Als zodanig staat het ver beneden het Getuigenis. De nood van de kerk is in dit stuk volkomen afwezig. Is de nood van de wereld er dan in aanwezig ? Ternauwernood ! Ik kan me levendig voorstellen, dat een stuk als dit de revolutie-theologen wel smaakt, omdat zij er ruimte door krijgen om binnen de kerk zelf voort te gaan op de door hen ingeslagen weg, maar dat zij aan de andere kant de waarde van het stuk voor nihil houden, omdat zij zelf al veel verder zijn. Het is een typisch midden-orthodox stuk, een doorgangspoort naar een vrijzinniger stuk. Het vertegenwoordigt niet de theologie van Kuitert en van Wiersinga maar het geeft hen wel ruimte, en het schept de mogelijkheid dat er nog veel meer Kuiterts en Wiersinga's in de kerk komen; het schept er een kweekplaats voor.

Is er continuïteit in deze belijdenis ? Ja, maar niet met de klassieke gereformeerde belijdenissen; eerder met het universalisme van de remonstranten. Al wat zelfs maar in de verte zweemt naar het particuliere van het heil, is volkomen afwezig. Ik kan dan ook niet anders dan deze belijdenis volkomen ón-gereformeerd noemen.

De bedoeling

Wanneer men niet door ernstige dwalingen zich gedrongen voelt tot een nieuw belijden, wat — zo kan men vragen — is dan de oorzaak als toch een nieuwe belijdenis ontstaat ? Naar het mij voorkomt kunnen er dan twee motieven in het spel zijn. In de eerste plaats, dat van het scheppen van een compromis tussen in de kerk bestaande tegengestelde groepen of richtingen; in de tweede plaats dat van het vlotmaken van de kerkelijke ontwikkelingen door de band met het verleden door te snijden.

Ik meen dat beide motieven in de voor ons liggende Proeve aanwezig zijn. Vanuit een midden-positie wordt er wat inen uit-gepraat; om de kerkelijke flanken bij elkaar te houden — een verschijnsel

dat in de Hervormde Kerk helaas lang niet nieuw is. Maar ook het tweede motief is aanwezig; blijkbaar kunnen ook de Gereformeerde Kerken met de oude belijdenisgeschriften niet meer uit de voeten; men wil daaruit nog wel het een en ander overnemen, dat wordt in dit stuk dan ook gedaan, maar wat in deze belijdenissen het kemnerkende, het hoofdzakelijke is, daar weet men geen raad meer mee, en zo wordt dan de band ermee verbroken.

Toespitsing

Om het bovenstaande enigermate toe te spitsen noemen wij tenslotte nog twee punten.

1. De Heilige Schrift heet in dit stuk getuigenis van de openbaring. De openbaring zelf zoekt-men in de geschiedenis van Israël. Wel heet het dat God mensen geroepen heeft door Zijn Geest en ze met Zijn Geest begiftigd heeft, om door hun woord Zijn Woord mee te delen en te boek te stellen — doch zo'n uitdrukking kan toch niet verhullen dat dus de Schrift zelf aan de openbaring Gods onttrokken wordt. De Schrift is volgens deze Proeve eigenlijk niet meer dan een woord van mensen, die daarin Gods Woord vertolken. Bovendien haasten de schrijvers van deze Proeve, dat zijn de hoogleraren G.

C. Berkouwer en H. N. Ridderbos, zich, om direct hierop te laten volgen, dat de Schrift niet alleen wat de vorm betreft maar ook wat de inhoud betreft tijdgebonden is, en wordt het Schriftkritisch onderzoek (dat ook in de Gereformeerde Kerken volop aan de gang is) in bescherming genomen en aangeprezen. Wij nodigen de lezers uit om hier nu eens naast te leggen wat er staat in onze oude Ned.

Geloofsbelijdenis. 'Hierom noemen wij zulke Schriften heilige en goddelijke Schriften' (Art. 3). Het is aan de mensen niet geoorloofd anders te leren dan ons reeds geleerd is door de H. Schriften (Art. 7). Het is verboden aan het Woord Gods iets toe te doen of daarvan af te doen (idem). Wij verwerpen uit de grond van ons hart al wat met deze onfeilbare regel niet overeenkomt (idem). Wanneer er in de Proeve tenslotte staat: 'wij kunnen op geen andere wijze ons geloof in waarheid belijden dan in een eerbiedige onderwerping aan dit Woord en aan dit Woord alleen' (I. 3), klinkt ons dat, na al wat er tevoren over de Schrift gezegd is, als een loze kreet in de oren.

2. Art. 9 van deze nieuwe belijdenis heeft als opschrift Kerk en Wereld. In vergelijking met de oude gereformeerde belijdenissen kan men dit artikel geheel nieuw noemen. Alleen al het feit dat er in een belijdenis een artikel onder deze titel voorkomt is nieuw. Is dat toeval ? Wis en zeker niet! Men zou kunnen zeggen: hier ligt het kardinale punt. De verhouding tot de wereld is in deze Proeve niet slechts een erbij-komende-kwestie maar veeleer de spil waaromheen alles in deze belijdenis draait. Van het begin af tot het einde toe, en dus niet alleen maar in art. 9, is in deze Proeve de wereld present. Nu eens wordt zij bezien vanuit de schepping, dan vanuit de kerk, het meest vanuit het Koninkrijk Gods. Heel de wending die de theologie in deze moderne tijd doorgemaakt heeft en die haar geheel vervreemd heeft van de Reformatie, die wordt hier zichtbaar en merkbaar. In de oude belijdenissen gaat het om de zonde en de genade, om de rechtvaardiging en de heiliging (en verheerlijking), om het geloof en om de werken. Niet dat ook niet andere zaken ter sprake komen, wel terdege, men leze er de laatste artikelen van de Ned. Geloofsbelijdenis maar eens op na, zij eindigt met wat wij geloven aangaande de Voleinding.

Maar in deze nieuwe belijdenis is het anders, eigenlijk net andersom; zonde en genade, rechtvaardiging en heiliging, geloof en werken worden ook hier wel genoemd, maar er ligt niet het hart van deze belijdenis; vandaar dat al wat zij erover zegt ook zo mat en zo vlak is. De verhouding tot de wereld prevaleert. Zo wordt er, hoe voorzichtig en bedachtzaam het. ook wordt uitgesproken en hoe gematigd ook, tóch een basis gelegd en een stimulans gegeven aan het horizontalisme van de moderne theologie. Het heil krijgt onmiskenbaar humanistische trekken. De mens, die, zoals het heet, geschapen is om Gods bondgenoot te zijn, leert door het Evangelie als mens te leven. Maar de Schrift spreekt over het mens Gods zijn, en dat is nog wat anders.

Er wordt in deze Proeve in bijkans al de 10 artikelen gezegd dat God de wereld verzoend heeft en dat Hij de wereld lief heeft. Op zich is dit juist; maar niet als er ongenuanceerd over wordt gesproken, , als er niet óók beleden wordt, dat Hij alleen de Zijnen heeft uitverkoren en dat Christus alleen voor de Zijnen geleden en gebeden heeft, en alleen voor de Zijnen gestorven is; en dat leest men in deze Proeve nergens. Als de verkiezing (en de verwerping) afwezig is, of alleen maar, zoals in art. 6 het geval is, op de kerk betrokken wordt, is een herhaaldelijk spreken over de verzoening van de wereld met God niet anders dan de oude ketterij van het universalisme van het heil.

Van een nieuwe belijdenis de dato 1974 mag verwacht worden, dat zij zich uitspreekt, duidelijk en klaar, tegen de in onze dagen de kerk bedreigende dwalingen; die van het horizontalisme, die van de humanisering van christendom en kerk, die van de secularisering van geloof en leven; maar van dit alles vindt men in deze Proeve niets, zonder meer: niets! Integendeel, er wordt voet en voedsel aan gegeven.

Een dergelijke Proeve kunnen wij omnogelijk als Belijdenis aanvaarden. Het zou niets minder dan verloochening zijn van wat de kerk, op grond van het haar toebetrouwde Woord Gods, door Zijn genade en Geest, in het verleden heeft mogen belijden, en wat zij nóg dient te belijden.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kritische beoordeling van een nieuwe Proeve van belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken