Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De oud-christelijke  belijdenissen 5

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De oud-christelijke belijdenissen 5

Historie van de verspreiding van de z.g. belijdenis van Athanasius

5 minuten leestijd

Historie van de verspreiding van de z.g. belijdenis van Athanasius

In het vorige artikel stelden wij, dat deze belijdenis niet van Athanasius afkomstig is. Ook de verbreiding van dit belijdenisgeschrift wijst op een Westerse oorsprong, waarmee opnieuw het auteurschap van de hand van de Oosterse Athanasius wordt geloochenstraft. Vanwege het 'filioque' werd dit geschrift niet als belijdenis door de Grieks-Orthodoxe kerken aanvaard. Wel komt ze sedert 1700 in bepaalde liturgische boeken van de Oosterse kerken voor.

Wat het Westen aan gaat: de synode van Atun (670) beval de geestelijken, onder bedreiging met straf, de tekst van buiten te leren. Deze synode sprak van deze belijdenis als 'geloof van de heilige bisschop Athanasius'. In de tijd van keizer Karel de Grote werd ze 's zondags, na de preek, door de gemeente geciteerd. Sedert 900 werd ze daarom in de gewone zondagse eredienst ingevoegd. Maar met het Apostolicum en het Niceno-Constantinopolitanum werd ze eerst door de scholastici, de leraren aan de middeleeuwse kloosterscholen, op gelijke voet gesteld.

Bij de Reformatoren stond deze belijdenis in hoog aanzien. Calvijn meent, dat dit dogma in overeenstemming is met het Woord van God, al erkent hij, dat geen enkele ware kerk de vervloeking in het laatste artikel volkomen heeft gehonoreerd.

Konklusie

De z.g. belijdenis van Athanasius is een machtig getuigenis van het drieënig geheim van de genade van onze Heere Jezus Christus* en van de liefde Gods en van de gemeenschap des Heilige Geestes. Het valt te betreuren, dat zij bij ons praktisch geen enkele rol meer speelt. Alleen in de liturgie van de Anglikaanse Kerk neemt ze een voorname plaats in. En na de samenstelling van een nieuw gebedenboek in de Rooms-Katholieke Kerk in 1955 wordt deze belijdenis gebeden op het feest van de Drievuldigheid.

3. De Apostolische Geloofsbelijdenis

De legende

De titel 'Apostolische Geloofsbelijdenis' komt het eerst voor in een brief, die waarschijnlijk werd opgesteld door Ambrosius en door de synode van Milaan (390) werd gezonden aan paus Siricius. Tyrannius Rufinus bericht in het jaar 404, dat de apostelen met Pinksteren, vervuld met de H.

Geest, een korte geloofsbelijdenis opstelden voor hun toekomstige prediking. Rufinus' toespeling is later uitgewerkt in een preek, die ten onrechte aan de grote kerkvader Augustinus wordt toegeschreven. Zinspelend op de geschiedenis van Johannes 20 : 19 lezen we aldaar: Op de tiende dag na de Hemelvaart, toen de discipelen vergaderd waren uit vrees voor de Joden, zond de Heere de beloofde Trooster op hen. Bij Zijn komst werden zij verhit als rood-heet ijzer en, vervuld zijnde met de kennis van alle talen, stelden zij de geloofsbelijdenis samen. Petrus zeide: Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige ...

Schepper van hemel en van aarde'... Andreas zeide: 'en in Jezus Christus, Zijn Zoon ... onze enige Heere'... Jakobus zeide: 'Die ontvangen is door de Heilige Geest... geboren uit de Maagd Maria ...

Johannes zeide: 'geleden onder Pontius Pilatus ... gekruisigd, gestorven en begraven' .. Thomas zeide: 'nedergedaald ter helle... op de derde dag weer opgestaan van de doden'... Jakobus zeide: 'opgevaren ten hemel... zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader'... Filippus zeide: 'vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden'... Bartholomeüs zeide: 'Ik geloof in de Heilige Geest'... Mattheüs zeide: 'de heilige algemene kerk... de gemeenschap der heiligen' ... Simon zeide: 'de vergeving der zonden'... Thaddeüs zeide: de wederopstanding des vleses'... Matthias zeide: 'eeuwig leven''.

De overtuiging, dat ieder van de apostelen een artikel opstelde, vond algemene erkenning tot in de middeleeuwen (1500).

Hoewel een groot theoloog als Thomas van Aquino (1225—1274) bij voorkeur 14 artikelen onderscheidde, n.l. 7 betreffende de godheid en 7 betrefende de mensheid van Christus, bleef de gemeente geloven in de apostolische oorsprong. De eerste vraagtekenen dienaangaande werden gesteld op de synode van Florence (1438—1445), waar de Oosterse kerken de herleiding van de 12 artikelen tot de apostelen ontkendeii, daar er in dat geval over gesproken moest zijn in de Handelingen der Apostelen, bij de beschrijving van de vergadering te Jeruzalem (Hand. 15).

Sindsdien is de stroom van kritiek aangezwollen. Vooral de Reformatoren staan onverschillig tegenover de Apostolische oorsprong. Daarover later nog het één en ander. Tegenwoordig wordt de apostolische oorsprong als een legende afgedaan, te meer daar de oude vorm niet 12, maar 9 artikelen bevat. Toch kunnen we haar 'apostolisch' noemen, omdat de leer van de apostelen in deze belijdenis zuiver is bewaard gebleven.

Geschiedenis

Het uitspreken van een geloofsbelijdenis was in de Oude Kerk de handeling van een enkeling. Deze daad vond plaats bij de bediening van de H. Doop. Aan deze plechtigheid ging een tijdvak van onderricht vooraf. De leermeester leerde de doopkandidaat de belijdenis en op het moment van de doop, gaf deze zijn belijdenis als het ware terug. Vóór het front van de gemeente en ouderling werden hem vragen gesteld. De kerkorde van Hippolytus (geb.

± 170) beschrijft deze gang van zaken voor de gemeente van Rome:

'De ouderling vraagt hem: 'Gelooft gij in God, de Vader, de Almachtige? ' De dopeling antwoordt: 'Ik geloof'. De ouderling legt hem nu de hand op het hoofd en doopt hem éénmaal. Daarna zegt hij: Gelooft gij in Christus Jezus, de Zoon van God, Die geboren is van de Heilige Geest uit de maagd Maria, gekruisigd onder Pontius Pilatus, gestorven en begraven, ten derden dage levend opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand des Vaders, Die komen zal om te oordelen de levenden en de doden? ' En als hij antwoordt: 'Ik geloof', wordt hij wederom gedoopt. En wederom zegt hij: 'Gelooft gij in de Heilige Geest, en de heilige Kerk en de opstanding des vleses? ' De dopeling zegt: 'Ik geloof', en wordt ten derde male gedoopt'.

U merkt, dat bij de doop een belijdenis werd afgelegd en het is een logische zaak, dat zich hieruit de geloofsbelijdenis ontwikkelde. In elk geval staat vast, dat er in de eerste twee eeuwen verschillende belijdenissen in omloop waren, die nauw verband hadden met de plechtigheid van de bediening van de Heilige Doop.

Schoonhoven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De oud-christelijke  belijdenissen 5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken