Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat is de 'Gereformeerde Gezindte'? 4

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat is de 'Gereformeerde Gezindte'? 4

13 minuten leestijd

kerk en belijden

Zoals in een voorgaand artikel reeds aangetoond werd hebben de termen Hervormde (Gereformeerde) Gezindheid of Gezindte én Hervormde (Gereformeerde) Kerk bij Groen van Prinsterer dezelfde betekenis. Ze duiden eenzelfde werkelijkheid aan.

We willen nu iets zeggent5ver Groen's opvatting omtrent de kerk en het belijden daarvan. Uiteraard niet meer dan een paar opmerkingen daarover.

Ik wijs met het oog daarop eerst naar het magistrale Adres aan de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde , Kerk dat Groen van Prinsterer met zes * geestverwanten in 1842 bij die synode inzond. ') Hij vraagt de synode daarin, in overeenstemming met wat in art. IX van het Reglement van 1816 van alle ambtsdragers geëist werd, over te gaan tot het metterdaad handhaven van de leer der kerk zoals die in de drie formulieren van enigheid is omschreven. , Dat betekende destijds vooral ook het veroordelen van de opvattingen van de in die dagen krachtig opkomende 'Groninger School'. ")

Groen en zijn vrienden dienden zich in hun Adres bij de synode aan als 'leden van de Nederlandsche Hervormde Kerk en tevens van het Kerkgenootschap, gelijk dat in 1816 opgerigt is' ')

Uit deze woorden blijkt duidelijk dat de Herv. (Geref.) Kerk en het Hervormd Kerkgenootschap zoals dat in 1816 door koning Willem I werd gecreëerd voor hen niet samenvallen. Er zijn véél leden van de Herv. (Geref.) Kerk die géén lid zijn van het Kerkgenootschap van 1816. En, omgekeerd, zijn er veel leden van dat Kerkgenootschap die niet als leden van de Herv. (Geref.) Kerk mogen worden erkend.

IfHet is voor Groen's visie in deze bijzonder illustratief wat hij in dit Adres verder betoogt.

Het is een niet te verbloemen feit, zo schrijft hij, dat allerlei valse leer ongehinderd in het Kerkgenootschap wordt gepropageerd en geleerd. 'De prediking der leer van de Hervormde Kerk wordt niet gehandhaafd, maar, voor zoo ver» men de predikers van opchristelijke dwaalbegrippen in hunne zienswijze eerbiedigt, als een onschadelijk overblijfsel van vroeger vooroordeel geduld'. ^) De gehele voorraad ketterijen waarvan de Kerk aller eeuwen 'als een verzaking des Evangelies, een afschuw gehad heeft, worden vrijelijk op leerstoel en kansel gebragt'. En dit heeft tot gevolg dat de zielen, 'waarvan de Heer der Gemeente eenmaal rekenschap zal eischen, worden omgevoerd met alle wind der leer, door de bedriegerij der menschen, door arglistigheid om listelij k tot dwaling te brengen; en zelfs de getrouwe Evangelieprediking, hoe verblijdend zij overigens-moge zijn, verliest echter grootendeels haar invloed en kracht, daar de verdraagzaamheid, ook ten aanzien der meest verregaande ketterijen, noodwendig in de waan brengt dat de tegenstelling enkel bijzaken en theologische spitsvindigheden betreft.' ^)

Uit deze typering van de situatie in het Kerkgenootschap van 1816 blijkt dat in haar, bewust getolereerd, veel geschiedt dat vloekt met wat in de kerk des Heeren moet geschieden. En dat daarin velen zijn die in de kerk van Christus niet mogen worden geduld omdat ze daartoQ niet behoren.

In verband met de Afscheiding merkt Groen op dat de 'aanleiding!, daartoe verschillend was. Maar de 'hoofdoorzaak' daarvan was gelegen in 'het pligtverzuim van een deel der Geestelijkheid, het niet handhaven van de leer der Kerk, en het gemis van getrouwe Evangelieverkondi-, ging.'

* Groen van Prinsterer wijst er dan op — wat hij later talloze malen en met steeds toenemende kracht en ernst zal doen — dat het 'kenmerk' der Gezindheid haar belijdenis is !

Om toch een 'kenmerk van. eenheid', om althans 'den uiterlijken schijn eener Kerk te behouden' heeft men in het Kerkgenootschap 'een zeer gebrekkigen kerkvorm tot criterium van het geloof, en deelgenootschap aan dien opgedrongen vorm tot voorbeding gemaakt ter bescherming welke bij de Grondwet aan de Gereformeerde Gezindheid is verleend.' Dit is evenwel een fatale 'verwarring, of liever eene omkeering van begrippen'. Ten gevolge daarvan heeft men 'de vorm als het wezen, een kerkelijk Reglement als eene soort belijdenis', daarentegen 'de getrouwheid aan de leer der Kerk als rebellie, en de aloude Hervormde Gezindheid als eene nieuwe Secte aangemerkt.' 'Eerbiediging der belijdenis' zal evenwel de aanvang zijn van een 'volkomen bevrediging en hereeniging van allen die met hart en mond het geloof der Kerk belijden; dat is, van alle ware leden der Nederlandsche Hervormde Kerk. Zij die inderdaad uit zucht naar zuivere verkondiging van Gods Woord, afgescheidene Gemeenten hebben gesticht en aan wie door ons gaarne de broederband aangeboden wordt, zouden willig en dankbaar terugkeeren, na de wegneming van den eenigen grond van een, naar het oordeel der ondergeteekenden, aan de ware belangen der Kerk nadeelig besluit.' °)

Uit deze woorden van Groen worden drie dingen duidelijk.

In de eerste plaats — ten overvloede ! — dat voor hem Gereformeerde Gezindheid, Hervormde Gezindheid en Nederlandse Hervormde (Geref.) Kerk volkomen identiek zijn.')

Voorts dat allen die in ons land van harte het geloof van de kerk aller eeuwen belijden lid zijn van de Ned. Herv. (Geref.) Kerk.

En in de derde plaats dat men om de kerk te herkennen letten moet op haar belijdenis. Of, beter gezegd: op het belijden waarin zich haar geloof in het Woord van de levende God, het Evangelie van Jeziis Christus, uitspreekt.

Over het eerstgenoemde behoeft na wat reeds eerder werd opgemerkt, niets meer gezegd te worden.

Over het in de tweede en derde plaats ge­ noemde wil ik nog een paar opmerkingen

Wat zijn opvatting omtrent de kerk betreft: Groen van Prinsterer legt er, geheel in overeenstemming met alle reformatoren, alle nadruk öp dat de kerk volgens de Schrift allereerst is de vergadering van allen die waarlijk, metterdaad, geloven in Jezus Christus als hun volkomen Zaligmaker. De kerk is de vergadering van alle gelovigen, van alle tijden, onder alle volken, uit a.lle landen, in alle kerkelijke gemeenschappen. *)

Wij geloven en belijden, zo schreef hij, 'eene eenige Catholijke of algemeene Kerk; 'welke is eene heilige vergadering der ware Christgeloovigen en geweest is van den beginne der wereld af; en zal wezen tot den einde toe. Wij wenschen ook met haar al onze zaligheid te verwachten ' van Jezus Christus, gelijk zij 'Hem uit de vaderen, zooveel het vleesch aangaat. God boven alle te prijzen in der eeuwigheid' (Rom. 9 : 5) ten allen tijde erkent: ij wen§chen gewasschen te zijn door Zijn bloed, gelijk de Kerk daarin het rantsoen en ^slagtoffer, het Lam dat de zonde en straf gedragen heeft aanschouwt: ij wenschen geheiligd en verzegeld te zijn door den Heiligen Geest, gelijk we door de Kerk in dezen Naam, evenals in dien des Vaders en des Zoons, den drieëenigen God, bij den Heiligen Doop opgedragen zijn.'")

De Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk is voorts 'geen instelling der menschen'. Neen, 'zij is eene Kerk van CHRISTUS; de voortzetting en uitbreiding op Nederlandschen bodem van de Algemeene Christelijke Kerk; zij is het, niet omdat zij de Formulieren aanneemt, maar omdat zij, op grond der Heilige Schrift, de waarheden aanneemt, waarvan zij, overeenkomstig de Formulieren, met de ingenomenheid en overtuiging en de blijmoedigheid der hoop, in leer en leven getuigenis geeft. De Formulieren zijn het bewijs en teeken dat de Nederlandsche Hervormde Kerk eene Christelijke Kerk is; dat zich ook in haar de Algemeene Apostolische Kerk geopenbaard heeft. De regt-en pligtmatige waardeering van de Formulieren staat in naauw verband met het geloof aan eene eenige Catholijke Kerk en aan de wijs waarop deze, ter eere Gods, te midden van alle dwalingen die haar bestreden hebben, als het licht midden in de duisternis kenbaar gemaakt is.

In de aaneenschakeling der Formulieren ligt, voorzeker niet het kvensbeginsel, maar het levensverhaal en de Autobiografie van de Kerk.' ")

Uit wat we zojuist van Groen van Prinsterer citeerden blijkt dat hij, zoals wel vanzelf spreekt, nog meer van de kerk gelooft en belijdt dan dat zij de vergadering is van alle ware Christgelovigen.

De kerk is namelijk de vergadering van gelovigen die met woord en daad de waarheid Gods belijdt. Dat belijden in de ambtelijke prediking, in de zending, in het spraken en handelen yan al haar leden behoort ook tot het 'wezen' der kerk. Zonder dat met woord en daad belijden is de vergadering der gelovigen geen kerk.

In de omschrijving van de kerk als vergadering van 'ware Christgelovigen' ligt dat belijden trouwens ook reeds opgesloten ! Zonder dat belijden is de vergadering der gelovigen geen kerk. En ook omgekeerd: zonder dat belijden is ook de kerk

geen vergadering van ware Christgelovi-

In het reeds eerder genoemde Adres aan de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk schrijven Groen van Prinsterer en de zijnen dan ook: Wij 'kennen geen Nederlandsche Hervormde Kerk dan die gebouwd is op het fondament der Apostelen en Profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen, en die alzoo, naar het Woord van God en in overeenstemming met de Gereformeerde Kerken van Zwitserland, Frankrijk, Schotland en andere landen, in haar Symbolische Schriften, de volgende onveranderlijke waarheden belijdt:

de genoegzaamheid der Heilige Schrift tot eenige kenbron en onfeilbaren toetssteen van het geloof;

God één in wezen, nogtans in drie personen onderscheiden;

de waarachtige en, eeuwige Godheid van Jezus Christus;

de waarachtige en eeuwige Godheid van 4en Heiligen Geest;

des mensen val en onvermogen tot het ware goed; de erfzonde;

de eeuwige verkiezing Gods;

de voldoening van Christus voor ons;

de regtvaardigmaking alleen door het geloof in Hem;

de heiligmaking en de goede werken voortkomende uit deri goeden wortel des geloof s;

de algemeene Christelijke Kerk, die geweest is van het begin der wereld en zal zijn tot den einde toe, verwerpende alle dingen die zijn tegen het zuivere Woord Gods, houdende Jezus Christus voor het eenige hoofd;

de regtmatigheid der onderwerping aan de wettige Overheid, door welke het Gode belieft ons te regeeren;

de verwachting van het 'eeuwige oordeel, waarbij de geloovigen, uit genade, met eer en heerlijkheid zullen worden bekroond.'

Omdat Groen en de zijnen geen andere Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk kennen dan die welke deze waarheden van harte belijdt verlangen zij van de Synode dat zij de belijdenis van de aloude Martelaarskerk der Nederlanden metterdaad zal gaan handhaven. De 'leer' die in de Formulieren van enigheid is vervat, is namelijk 'regtens', 'uit den aard der zaak', 'evenzeer kenmerk, banier, en vereenigingspunt van het Nederlandsch Hervormd Kerkgenootschap, als zij de hartetaal, de zielsuitdrukking, en het Godverhèerlijkend getuigenis blijft van de geheele Gereformeerde Kerk.' ")

Maar terwijl de Adressanten deze krachtige handhaving der belijdenis verlangen, wijzen zij, met alle klem, iedere vorm van confessionalisme af.

Zeker, zij achten Formulieren 'onmisbaar voör een Kerkelijk bestaan; geen Kerk zonder geloof; geen geloof waarvan men niet rekenschap geeft'. Maar tegelijk verklaren zij, 'ten aanzien van den aard en de uitgestrektheid van het kerkelijk gezag dezer menschelijke opstellen, afkeeng te zijn van eiken bekrompen en onschriftuurlijken eisch, welken men aan de voorstanders der Formulieren, doorgaans ten onregte, toegesclireven heeft.'

Uitdrukkelijk verzekeren zij dat zij 'geen geloofsregel boven of nevens Gods Woord' verlangen. Wat zij begeren is 'een voorschrift voor prediking en onderwijs; als Waarborg voor de Gemeenten dat het ge­ loof der Kerk en niet de meening van den predikant voorgedragen wordt; dat er niet slechts uit en over, maar ook naar de Heilige Schrift wordt geleerd; als toepassing van den Protestantschen regel, 'de Bijbel, geheel de Bijbel en niets dan de Bijbel' op het wezen en de behoefte van elke vereeniging die op eenheid van geloof en gezindheid berust.' Met klem verklaren zij daarbij, dat zij in overeenstemming met de gereformeerde vaderen dat de overeenstemming in belijdenis zich b.v. beslist niet uitstrekt tot 'spreekwijze^ allegatiën (aanhalingen) en dergelijke' van de Formulieren . '^)

Kort en bondig formuleren Groen en de zijnen hun eis aan de Synode aldus: Elk lid der kerk heeft 'het regt eene duidelijke en stellige verklaring te verlangen waarbij, door aanneming der Formulieren op een onbekrompen doch tevens ondubbelzinnige wijs, datgene, als - leiddraad van prediking en onderwijs, worde erkend wat de Nederlandsche Hervormde Kerk ten allen tijde als wezen en hoofdzaak der Hervormde en Christelijke leer aangemerkt heeft.''')

Tot zover deze keer.

> ) De volledige titel van dit Adres luidt: Adres aan de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk over de Formulieren, de Academische opleiding der predikanten, het Onderwijs en het Kerkbestuur. Ik citeer uit de Tweede Druk, Leiden, 1842.

2) De 'Groninger Schoor — daartoe behoorden o.a. Hofstede de Groot, Van Oordt, Pareau; zij publiceerden het tijdschrift Waarheid in Liefde — leerde dat God niet in de eerste plaats Leraar, maar de grote Opvoeder der mensheid is. Door natuur en geschiedenis, door de persoon en de kerk van Christus leidde Hij de mensen als Zijn kinderen op tot wijze en vrome christenen, tot Godegelijkvormigheid. De dood van Christus was voor hen een zaak Hem door mensen aangedaan, door Jezus geleden en door God toegelaten. Het 'moeten' waarvan in Matth. 16:21; Mare. 8 : 31; Luc. 9 : 22 wordt gesproken moet alleen in zedelijke zin worden verstaan. Het sterven van Jezus is een openbaring van Gods liefde, een bewijs van Jezus' volmaaktheid en van de zonde der mensen. Jezus' dood werkte in deze zin als middel des heils, dat Hij de mensen voor hun eigen boosheid deed schrikken en hen zo leidde tot berouw en tot betering des levens. Deze visie op de

betekenis van Jezus' dood — er is weinig meuws m de theologische wereld ! — is ook dominerend in de theologie van dr. H. Wiersinga ! Zie Bavinck Geref. Dogmatiek* I § 58; Hl § 380, 388.

J. J. van Oosterzee (Christelijke Dogmatiek I^, 80) typeert de Groninger School zo: 'Haar Gods begrip was Unitarisch, haar Hamartolgie Semipelagiaans, .haar Christologie Ariaans-Apollenarisch, haar gehele Evangelie beschouwing meer paedagogisch dan soteriologisch gekleurd, terwijl de Daemonologie gemist, en de Eschatologie door de leer van de herstelling aller dingen besloten werd.'.

3) Adres, 1.

i) Idem, 10.

5) Idem, 10-1.

6) Idem, 44. D^ vraag komt op of Groen bij het neerschrijven van deze passage reageert op de Acte van Afscheiding of Wederkeer van Hendrik de Cock, waarin verklaard werd dat de Afgescheidenen zich weer bij de Hervormde Kerk zouden voegen als deze wederkeerde tot de leer, dienst en tucht der vaderen.

') Ik heb deze woorden in het citaat gecursiveerd.

8) Bavinck omschreef de kerk ook vóór alles.als de vergadering van alle gelovigen: van alle gelovigen van alle tijden, onder 'alle volken, uit alle landen, in alle kerken. Zie mijn Volk van God. Enkele aspecten van Bavincks kerkbeschouwing, Amsterdam, 1969, 21—21. De opvattingen der Reformatoren beschreef ik in Bijlage III van genoemde studie.

") Aan de Qeryormde Gemeente in Nederland, Leiden, 1843, 21/2.

1») Het Regt der Hervormde Gezindheid, Amsterdam, 1848, 45/6.

") Adres; 1/2. Een soortgelijke omschrijving van de 'hoofdwaarheden' van het Evangelie gaf Calvijn in zijn worsteling om de eenheid tussen 'calvinisten' en 'lutheranen' tot stand te brengen. Zie mijn Volk van God, 158/9.

12 Idem, 5/6.

i'') Idem, 19. De woorden 'onbekrompen' en 'ondubbelzinnig' zijn door mij gecursiveerd. In het Adres aan de Hervormde Gemeente schrijft' Groen nog (p. 45) 'Wij hebben geen schrikwekkende regtzinnigheidsvlag, met het opschrift, 'geheel de Formulieren en niets dan de Formuliereii' ontplooid; veeleer hebben we ons te vrede verklaard met de woorden in hun eenvoudigen, billijken en kerkdijken zin. Die zinsbepaling of liever de erkentenis hiervan door de Synode, hebben wij, als waarborg tegen elke strijdige interpretatie verzocht; bij de uitdrukking 'het wezen en de' hoofdzaak der Hervormde leer' de bijvoeging 'naar den geest van de opstellers en van de Nederlandsche Hervormde Kerk.' (cursivering" van Groen).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wat is de 'Gereformeerde Gezindte'? 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken