Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Laat ons de rustdag wijden 1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Laat ons de rustdag wijden 1

7 minuten leestijd

De bekende regel uit de berijmde psalm 92, die hierboven staat afgedrukt, wekt terecht de verwachting dat we in deze artikelen ons willen bezinnen op de betekenis van de dag des Heeren. Helaas is deze bezinning in onze tijd geen overbodig luxe. Ze is dat trouwens ook vroeger niet geweest. Door alle eeuwen heen is er strijd gevoerd — en soms was dat een felle strijd! — over de wijze waarop de dag des Heeren moest worden gevierd. De zondag, die op een bijzondere manier gewijd is aan de dienst van God, is een groot goed en van alle kanten zijn pogingen aangewend om de kerk dat grote goed te ont-. nemen. Het is niet moeilijk te constateren dat daar, waar met de viering van die dag de hand werd gelicht, een grote geestelijke verarming en verschraling optrad.

Het is niet de bedoeling veel nieuwe gegevens naar voren te brengen, maar wel de oude nogeens op een rijtje te zetten. We zullen dan moeten beginnen bij de Oud-Testamentische sabbat, om vervolgens te letten op de verschuiving van de sabbat naar de zondag. Daarna beschouwen we de opvattingen over de rustdag in de Middeleeuwen en in de tijd van de Reformatie, en zullen we ook enige aandacht moeten schenken aan de sabbatsstrijd in de tijd van de Nadere Reformatie, om tenslotte wat hoofdlijnen te trekken-naar de praktijk van vandaag. Alles uiteraard zonder ook maar énige aanspraak te willen maken op volledigheid.

De sabbat

Het woord 'sabbat' komt naar alle waarschijnlijkheid van het Hebreeuwse 'sjabat' een werkwoord dat 'rusten' betekent. Het duidt dus een door God gegeven en ingestelde rustdag aan. Dat is al een belangrijk gegeven: de sabbat is geen privé-aangelegenheid voor het uitverkoren volk Israël, maar een zaak die de hele mensheid aangaat. De Schepper van hemel en aarde gaf Zelf het voorbeeld door op de zevende dag te rusten van Zijn werk. Maar die rust bestond niet in niets-doen, maar in het Zich

verlustigen in het werk dat Hij gemaakt had.

In de onderhouding van de sabbat is de mens dus beelddrager Gods. Wij mogen rusten van ons werk, zoals de Schepper de Onderjiouder van al wat leeft, van Zijn arbeid heeft gerust.

Deze scheppingsordinantie is toegespitst in het vierde gebod van de Decaloog, zoals we dat vinden in Exodus 20: 'Gedenk de sabbatdag dat ge die heiligt. Zes dagen zulfge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat des Heeren uws Gods, dan zult ge geen werk doen. ..' Op die dag moeten mens en dier dus het werk staken. Héél de schepping moet genieten van de rust die de Heere heeft ingesteld. Het gaat daarbij echter niet om de rust als doel in zichzelf. Immers, de zevende dag moet 'geheiligd' worden. d.w.z.: apart gezet, afgezonderd, gewijd aan de dienst van God.

Van dit gebod vinden we een enigszins afwijkende lezing, die echter een nadere aanvulling is, in Deut. 5: 'Opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd ruste gelijk als gij. Want gij zult gedenken dat gij een dienstknecht in Egypteland zijt geweest, en dat de Heere, uw God, u vandaar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekte arm .. .'

We zouden dus kunnen zeggen: in Ex. 20 is het vierde gebod religieus gemotiveerd, terwijl het motief in Deut. 5 een meer sociaal karakter heeft. In het eerste geval gaat het erom dat de rustdag gewijd wordt aan de dienst van God, in het tweede dat de slaaf en de slavin en ook de dieren vrijheid en rust zullen genieten.

Voorts kunnen we opmerken dat het vierde gebod in het Oude Testament voor een deel een cerimoniëel gebod is. De sabbat van Israël wijst naar Hem Die in de wereld komen zal, naar Christus, Die de grote Rustaanberenger is en Die later Zelf zal zeggen: 'De Zoon des mensen is een Heere, ook van de sabbat'.

Ontheiliging van de sabbat

Dat de veelvuldige overtredingen van het vierde gebod ernstig werden genomen blijkt uit verschillende strafbepalingen. In Ex. 31 : 14 lezen we dat de Heere tegen Mozes zegt: Onderhoudt dan de sabbat, daar hij ulieden heilig is. Wie hem ontheiligt zal zeker gedood worden; want een ieder die daarop enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volken'. En in Num. 15 : 32—36 wordt ons verteld, dat iemand die tijdens de woestijntocht hout sprokkelt op de sabbat, ter dood gebracht wordt.

Verschillende profeten hebben getoornd tegen de ontheiliging van de sabbat. Amos richt zich bijvoorbeeld tegen de graanhandelaars alléén al om het feit dat ze zitten te hopen dat de sabbat maar zo vlug mogelijk voorbij zal zijn opdat ze weer zaken kunnen doen. En zoals blijkt uit Jer. 17 is het in de'tijd vóór de ballingschap al gewoonte geworden op de sabbat lasten te dragen door de poorten van Jeruzalem, Tegen dit kwaad bindt ook Nehemia de strijd aan na de terugkeer uit de ballingschap (Nehemia 13).

Jezus en de sabbat

Het is opvallend hoe vaak Jezus in conflict is met de Farizeeërs van Zijn dagen, juist over de sabbat. Geen wonder: de Farizeeërs wilden graag ernst maken met de onderhouding van de rustdag, maar gingen in hun wettische ijver zó ver dat ze hele reeksen geboden en verboden opstelden van alles wat op de sabbat wel of niet geoorloofd was. Daardoor beroofden ze on­ bedoeld de sabbat van z'n ware betekenis: dag van vrijheid en van bevrijding.

Zo is het verklaarbaar dat de Heere Jezus juist op de sabbat tal van genezingen verrichtte om te laten zien niet alleen dat Hij een Heere van de sabbat is, maar ook dat Hij gekomen is om mensen die gebonden waren in vrijheid te stellen. De Farizeeërs, die dit niet begrepen, beschuldigden op hun beurt Hem weer van ontheiliging van de sabbat.

Merkwaardig genoeg — we komen daar later nog wel op terug — vinden we de farizeese lijn telkens terug in de geschiedenis van de sabbatsviering. Paulus heeft er al mee te maken gehad in zijn strijd tegen de Judaïsten, waarbij hij zich l^eriep op de vrijheid die in Christus is. Toch is het weer niet zo merkwaardig als het lijkt, omdat de vrome mens zich altijd weer verzet tegen het rusten op het volbrachte werk van Christus en veel liever zelf geboden en verboden ontwerpt die leringen van mensen zijn.

De dag des Heeren

Het is te simpel, gesteld wanneer we zeggen dat de zondag in de plaats van de sabbat gekomen is. Wel weten we dat de eerste christenen al vroeg bij elkaar kwamen op de dag des Heeren, de opstandingsdag van Christus, en dat deze dag zo langzamerhand een 'plus' kreeg boven de sabbat. Zo lezen we in Hand. 20 : 7 dat de discipelen op de eerste dag der week bijeenkwamen om brood te breken, terwijl Paulus in 1 Cor. 16 : 12 de gemeente aanspoort om op die eerste dag vooral aan de behoeftigen te denken. In één van de oudste chris­ telijke geschriften, de Didachè (Leer der Twaalf Apostelen) wordt ook als dag van samenkomst de eerste dag der week genoemd. De strijd tegen het Judaïsme ging gepaard met een strijd tegen het vieren van de Oud-Testamentische sabbat als rustdag.

De voorstanders van een meer 'vrije' zondagsviering kunnen dus niet serieus volhouden dat de zondag als rustdag een uitvinding is van Constantijn de Grote. Wél is waar dat in 321 na Chr. een wet werd uitgevaardigd waarbij het aan ambtelijke personen en stadbewoners verboden werd op zondag te arbeiden. Maar dat betekent niet dat de rustdag toen pas is ingevoerd, maar dat een reeds lang bestaand gebruik werd gelegaliseerd. De kerk was immers van vervolgde kerk heersende kerk geworden, en daardoor konden de christenen hun invloed laten gelden op héél het publieke leven.

Men kan dus niet zomaar stellen dat de sabbat vervangen is door de zondag — wél dat er een andere rustdag is gekomen, die in verschillende opzichten het karakter van de sabbat heeft behouden. Overigens is de keuze van die dag volstrekt niet willekeurig. De eerste dag der week is de dag des Heeren, de opstandingsdag van Christus uit de doden, de dag van de bevrijding. Onder het Oude Testament vierde men de sabbat op de laatste dag der week, want men leefde naar de rust toe. Onder het Nieuwe Testament vieren we de rustdag aan het begin van de week, want we leven — als het goed is — vanuit de rust in het volbrachte werk van Christus.

Ridderkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Laat ons de rustdag wijden 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken