Bekijk het origineel

Diakonale Verantwoordelijkheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Diakonale Verantwoordelijkheid

8 minuten leestijd

(2)

De bakens verzet

We weten dat het diakonaat de bakans verzet heeft in het vormen van of meewerken aan allerlei stichtingen voor bejaardenzorg, gezinszorg, maatschappelijk werk. Daarmee is prachtig werk in de gemeente opgebouwd.

Ook van deze dingen kennen we de schaduwzijden. Het is geweldig mooi als er voor de ouden van dagen prachtige voorzieningen worden getroffen, zodat ze in bejaardencentra een goede levensavond kunnen hebben. Als de gemeente er de persoonlijke offervaardigheid en de' gemeenschapszin maar niet mee afkoopt. Dat is de schaduwzijde, die er aan dit mooie werk ook altijd weer kleeft. Maar er is op dit terrein van het diakonaat prachtig werk verricht en het diakonaat heeft hier wegen gevonden om in deze tijd aan de diakonale verantwoordelijkheid gestalte te geven. Ik geloof wèl, dat het daarbij nodig is, dat de diakenen ook telkens weer zich betrokken weten bij of zich laten betrekken bij de doordenking van de inhoudelijke kant van de zaak. Aan elke instelling voor maatschappelijk werk zijn maatschappelijk werkers verbonden, die ergens in opleiding moeten. Dat geldt voor gezinsverzorgsters en dat geldt voor al de diakonale instellingen. Daar werken mensen, die een opleiding hebben gehad. Het diakonaat zal zich bij elk van die vormen van opleiding betrokken moeten weten, wat betreft de doordenking van de dingen en ook wat betreft het meeleven en het steunen van de instellingen, die in dit opzicht bezig zijn om de werkers, de veldwerkers op te leiden.

Werelddiakonaat

Ik wil nu graag een tak van diakonaal werk wat nader bezien, waarvan ik in deze tijd de prioriteit hoog acht. Dat is het werelddiakonaat. Nu we als gemeente in een welvaartssituatie verkeren en we ontgroeid zijn'aan een bestaan met scherpe tegensteUingen, zoals we dat in de vorige eeuw hier hadden, hebben we ons wel te realiseren, dat diezelfde tegenstelling, die we hier nog niet zo lang geleden hebben gehad, in de wereld in bredere verbanden nog steeds en erger voorkomen. Óp een wijze, die zulke geweldige afmetingen aanneemt en zo huiveringwekkend is, dat dit het diakonaat wel op het lijf geschreven mag staan.Toen ik vorig jaar het genoegen had om met een delegatie van de Hervormde Kerk 4 weken lang te verblijven in Indonesië, heb ik die tegenstellingen gezien, op een aangrijpende wijze. Het geeft een schok als men een wereldstad als Jakarta ziet, met zijn 6 miljoen inwoners, waarvan er miljoenen leven in krotten, op een bestaansminimum, zodat men als het ware leeft op het niveau van de ratten, waartussen men leeft, onder hygiënische omstandigheden, waarvan men zegt: 'als mensen daar niet sterven, dan zijn ze immuum geworden voor elke bakteriologische aantasting'. We weten dat die dingen voorkomen in de wereld. De kommunikatiemiddelen brengen het dichtbij. Maar het lijfelijke zien van deze dingen geeft, althans zo verging het mij, een geweldig schokeffekt. Dan besef je, dat het nodig is, om nood te lenigen, waar die nood is. Men kan wel zeggen: dat is toch onbegonnen werk, dat is een druppel op een gloeiende plaat, hoe kan • de gemeente daar nu gestalte geven aan haar diakonale roeping. Maar dan moet ik zeggen, dat ik diep getroffen werd door die werker in een christelijk sociaal centrum in Soerabaja, die me vertelde, dat hij in geen 7 jaar een dag vakantie gehad had, en die elke dag zijn bestaan deelde met de mensen die hij hielp, in het opvangen van de ellendigen, de verpauperden, de protituees. Ik vroeg hem: is dat nu niet om razend van te worden, zou je niet met je hoofd tegen de muur lopen, als je zoveel ellende ziet en je zo weinig doen kan? ' Toen zei hij: het gaat er niet om, wat er allemaal zou moeten gebeuren, maar het gaat erom, wat je hier kan doen, watje mag doen, dat je datgene doet, watje hand vindt om te doen. Zo was hij bezig in een stukje dienstbetoon, uitgaande van de christelijke gemeente daar ter plaatse. Dan heeft de gemeente daar de diakonale roeping, maar Zouden wij van hieruit, vanuit een welvaartssituatie, niet mede een roeping te hebben om in noodsituaties de hand aan de ploeg te slaan, daadwerkelijk steun te verlenen? Daarbij wil ik wel zeggen, als dan maar wèl duidelijk is, dat óók het werelddiakonaat een zaak van de kerk is. Dat het duidelijk is, dat de kerk aan het werk is. Dan denk ik weer aan wat die maatschappelijk werker mij zei. Hij zei: 'het is met akties niet te doen, wé hebben hier de ellende gezien van de revolutie, van harde aktie. Het gaat erom, dat we naast de mensen gaan staan, die in nood zijn'. Het is met de harde aktie niet te doen. Ik zou willen herinneren aan het Woord van Christus: 'Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben'. Daar valt het harde aktievoeren niet onder. Maar wel het steun verlenen in de direkte nood die er is. En dan gaan waar de kerk bezig is Woord en daad hand in hand. Dan gaat het er om, dat de mensen brood krijgen voor het lichaam en voor het hart. We zeggen met de Bijbel: de mens zal bij brood alléén niet leven. Dat is juist, maar zonder brood kan hij ook niet leven. Vanuit de kerk gaan Woord en daad samen. Altijd zal getracht worden om de boodschap van het Evangelie te brengen, ook en jijist in de meest ellendige situaties; juist ook daar. Maar tegelijkertijd wordt daadwerkelijk steun verleend en worden de mensen in hun nood geholpen. Dan denk ik aan de mannen van het Reveil in de vorige eeuw. Mannen als Heldring en Capedose, Groen van Prinsterer, en zovele anderen. Aan de ene kaint waren zij er van overtuigd^ dat, wilde het menselijk bestaan uitzicht en perspektief hebben, het er om ging, dat men de geloofsverbinding kende met Christus. Daardoor wezen zij altijd weer op de noodzaak van bekering. Maar aan de andere kant kenden zij een geweldige sociale bewo-^ genheid, om mensen te helpen in hun nood. Welnu, Woord en daad gaan samen. Een Christelijk leven zonder christelijke sociale bewogenheid mist een levensbelangrijke dimensie. Maar het dienstbetoon moet wel als kerkelijk werk herkenbaar zijn. Er zijn natuurlijk situaties in de wereld, waar opeens, plotseling, zo een geweldig grote nood opduikt, b.v. bij allerlei overstromingen en natuurranipen in de wereld, dat op een direkte wijze steun moet worden verleend. Dan is zo'n steunverlening een zaak van ons allen. Hoe dan ook. Wanneer er nood öp wereldschaal is hebben we het Internationale Rode Kruis en allerlei andere instanties, die acute hulp verlenen. Maar bij projektmatige hulp, dus hulp op lange termijn, moet het diakonaat toch wel als .kerkelijk werk herkenbaar zijn. Woord en daad samen! Hart en hand samen! Brood voor het hart en brood voor het lichaam! Maar dan mag de werelddiakonale hulp wel hoog op ons

lijstje staan. Want dan zijn er wat een gebieden in de wereld, waar dringend hulp verleend moet worden. Dan ligt Lazarus aan de kant van de weg. Het was de priester die aan hem voorbijging en het was de Leviet, die aan hem voorbijging. Het was de Samaritaan die hem opzocht. Als we als Christenen, falen om hulp te verlenen aan die arme, die aan de kant van de weg ligt, daar in de Derde Wereld, dan missen we een wezenlijke opdracht van Christuswege. Dan vallen we onder de kritiek van het Woord.

Gevaren

Intussen luistert dit internationale werk nauw. Het moet als kerkelijk werk herkenbaar zijn. Te gemakkelijk echter vinden we er de invalspoort van allerlei ideologieën. Te gemakkelijk* worden allerlei projekten in politieke kaders getrokken, zodat we een politiek diakonaat zouden kunnen krijgen waarvan men zich afvragen moet of daar de kerk nog als kerk herkenbaar is. Maar de ontsporingen nemen de opdracht niet weg. Werelddiakonaat heeft hoog op onze agenda te staan. En als dan ook in deze tijd het zo zou zijn, dat diakonieën 'meer zouden doen aan kapitaalvorming, dan aan dienstverlening, is het diakonaat ontrouw aan de opdracht van Christus. Het gaat om een beker koud water, die in de naam van Christus wordt aangereikt Het gaat om het beoefenen van de barmhartigheid. En dan ook om het beoefenen om de gerechtigheid. Dat zijn twee woorden, die ook hand in hand gaan^ Beide begrippen komen we tegen in de Schrift. Ook betrekking hebbende op de omgang met mensen. Het woord barmhartigheid is niet meer/« in deze tijd. Dat mag je bijna niet meer gebruiken. Want dat is zoiets als betutteling van bovenaf, neerbuigend. Maar barmhartigheid is de barmhartigheid van Christus, die zich tot het verlorene gewend heeft, die de verlorene zoekt. In de naam van Christus mag de kerk barmhartigheid oefenen, in de navolging van Hem, om het verlorene te zoeken, het geschondene te steunen, dat wat kreupel is op te richten. Tegelijkertijd heeft de kerk ook de roeping om gerechtigheid na te jagen. Gerechtigheid verhoogt een volk en zonde is de schandvlek van de natie. Welnu, dat geldt in_ allerlei intermenselijke verhoudingen. De gerechtigheid heeft te funktioneren. n als we zouden denken, dat dat een begrip is dat niet voor het verkeer tussen mensen van belang is, dan zou ik zeggen, dan moeten we de profeten lezen, dan moeten we de brief van Jacobus lezen, waar het onrecht aan de kaak gesteld wordt als onrecht. Als het loon van de landlieden wordt verkort, dan is dat onrecht. Het recht heeft ook in deze te funktioneren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Diakonale Verantwoordelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken