Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Advent: en er zal een rijsje voortkomen...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Advent: en er zal een rijsje voortkomen...

6 minuten leestijd

Want er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk vanisaï, en een Scheut uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen. Jesaja 11:1

De komende weken zullen de adventsklokken weer in dorpen en steden luiden. Het Kerstfeest komt weer naderbij. In deze weken beweegt de prediking zich rondom het ene grote thema van de komst van de beloofde Messias, Christus, de Zoon van God. We mogen daarbij nooit vergeten dat wij leven in de tijd van de vervulling: 'Het Woord is vlees geworden en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.' De Heere Jezus is getóomen, daarom zal ook gezegd worden. Wie Hij is. Die geboren werd. Maar in deze adventstijd treedt de prediking bij voorkeur terug uit het licht der vervulling, richt zich naar de komende Messias, o.a. beloofd in het Woord der profetie. We bevinden ons dan midden in de tijd der verwachting, temidden van een volk, een 'rest' van het volk dat hoopt op Zijn heil. Het is ons zo lief, dat oude Adventsevangelie. Zij zijn ons zo lief, deze wachtende, verwachtende mensen. Hij is ons zo lief. Die komt uit de nevelen en de schaduwen der eeuwen en Die hier en daar in helder licht verschijnt. En dat volk zag uit naar de komst van de Messias, maar hoe dichter men komt bij de vervulling van die beloften, hoe meer de mogelijkheden van de vervulling van die beloften werden afgesneden, althans voor het oog der mensen. Liefelijk en hoopvol is de geschiedenis van Bethlehem geweest. U weet hoe eens in dit onaanzienlijke stadje Samuel een Koning moest gaan zalven. Als al de zonen van Isaï gepasseerd worden, dan moet de jongste en minst geachte komen van achter de schapen van zijn vader om door de man Gods gegroet en gezalfd te worden tot Ko-, ning. Hoe is dat twijgje geworden tot een stamboom van dat doorluchte Koningshuis. Davids regering was voor Israël een hoogtepunt geweest. Maar de tijden zijn veranderd. Davids rijk was in tweeën gedeeld en het grootste van die beide delen, het tienstammenrijk Israël, was tenslotte in de macht van de Assyriërs gekomen; daardoor was deze grootmacht benauwend dicht bij Juda gekomen. Zover was het ten tijde van de profeet Jesaja gekomen, onder de regering van koning Hisiiia. Maar het dieptepunt is nog niet bereikt. Er zal een tijd aanbreken dat men van het huis van David zal kunnen spreken als van de 'afgehouwen tronk van Isaï'.

Een afgehouwen tronk is een boom, die al zijn schittering verloren. heeft, waaraan nog slechts dode takken hangen. Het is begrijpelijk dat zulke takken afgekapt worden en de stam afgezaagd, zodat er niets anders overblijft dan een boomstomp, een tronk; zwart, meestal wegrottend zit die in de grond. Een afgehouwen tronk, dat was wat er van Davids huis overbleef, want in koning Zedekia is Davids boom een tronk geworden: na de ballingschap werd Davids koningshuis niet meer hersteld. Ook aan het huis van David heeft de Heere tenslotte de bijl gelegd, nadat Hij eeuwen lang met taai geduld de zonde van het volk had verdragen.

U heeft vast wel eens zo'n boomstronk gezien. Er is weinig verhevens meer aan te ontdekken. Aan zo'n tronk nu gaat de Heere wonderen doen. Aan een geslacht dat weer even onaanzienlijk is als eenmaal Isaï's huis te Bethlehem gaat de Heere wonderen doen, daar gaat Hij leven wekken, daar wordt de Christus geboren. 'En er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï en een Scheut uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.' Soms zien we dat er uit zo'n half vergane tronk nog weer een grone scheut tevoorschijn komt. Met zo'n scheut, met zo'n rijsje wordt de Heere Jezus nu vergeleken. Ja, een rijsje. Nietig - nederig - onaanzienlijk.

Onaanzienlijk is ook het begin van de Heere Jezus. Bethlehem, te klein om geteld te worden onder de duizenden van Juda. Er was niet eens plaats in de herberg, slechts een stal en een kribbe waren voor dat 'Rijsje' gereserveerd. Er was aan Jozef en Maria, deze nazaten uit het huis van David niets meer van vorstelijke luister te bespeuren. Bespot en veracht werd Christus tijdens Zijn leven op aarde. Bespot en veracht werd Hij aan het vervloekte kruishout geslagen. Waarlijk een 'Rijsje, meer niet. Als wij Hem aanzagen, zo zegt Zijn kerk, zo was er geen gedaante noch heerlijkheid aan Hem, dat wij Hem begeerd zouden hebben. Hij was veracht, zo zegt Zijn kerk, een Man van smarten en verzocht in krankheden. En wij hebben Hem niet geacht. Is het in het leven der genade niet zo, dat iemand wel geheel aan zichzelf moet sterven en op de wet zijn doodgelopen, wil Christus gestalte voor hem krijgen?

En nu juist deze Scheut uit de wortels van Isaï zal vrucht dragen. En Christus Zelf heeft de vruchten voortgebracht.

De vruchten van Zijn volbrachte werk, de vruchten van gerechtigheid en heiligheid. Het volk dat Hem behoort, mag uit Zijn vruchten leven. Dat zijn mensen, die arm zijn geworden aan gerechtigheid, arm zijn geworden aan heiligheid. En voorzoveel als u door Zijn genade uit Zijn vruchten mag leven, zult u het ook weten: 'Uw vrucht is uit Mij gevonden', en uit mijzelf geen vrucht in der eeuwigheid. Van huis zijn wij niet zo arm aan gerechtigheid en heiligheid en hebben w? onze zakken nog vol met vruchten van eigen bodem. Die zijn best in onze ogen. Als we ons leven zo eens overzien, dan mankeert er toch zoveel niet aan! We gaan toch naar de kerk, we komen toch onder het Woord. We zijn goed voor elkaar!

We willen er nu eenmaal niet zo makkelijk aan, dat er in ons geen goed woont, ja dat we geneigd zijn tot alle kwaad. En toch worden we zo getypeerd in de Schrift! En juist hiervan hebben we zo weinig weet. En juist hiervan zijn wij bepaald niet in de war. En juist voor die nood zijn we blind! Daarom is het zo nodig dat we hieraan ontdekt worden, hieraan onderwezen worden door Gods Geest en Woord. Dan leren we ook de Heere Jezus nodig krijgen. Moge dat ook in deze adventstijd onder de prediking in onze harten ingebrand wor-

den. En dat er in Bethlehem wat te krijgen is, wat we nergens op deze wereld kunnen krijgen ! Ja dan hebben we de Heere Jezus als onze Zaligmaker nodig gekregen, dan zijn we arme zondaren geworden, die om Hem verlegen zijn. Maar weet, dat Hij alles heeft weg te schenken uit Zijn volheid, een volheid aan vruchten van gerechtigheid en heiligheid. Dat we zo naar het Kerstfeest mogen toeleven, opdat we bij de kribbe, arm in onszelf, maar rijk in Hem, de Heere Jezus Christus, het 'Rijsje' uit de afgehouwen tronk van Isaï, ja rijk in Hem gevonden worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Advent: en er zal een rijsje voortkomen...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken