Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gods raadsplan en Simsons wijze van handelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gods raadsplan en Simsons wijze van handelen

7 minuten leestijd

Ik heb een vrouw gezien te Thimnath, van de dochteren der Filistijnen; nu dan, neem mij die tot een vrouw. Richt. 14 : 2b

God heeft een raadsplan. Naar dat plan handelt Hij. Hij heeft met de wereld en met de mens een doel. Hij zorgt ervoor dat dat doel wordt bereikt. Een Psalmdichter zingt van dat raadsplan. 'Maar d'altoos wijze raad des Heeren, houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht. Niets kan Zijn hoog besluit ooit keren; 't blijft van geslachte tot geslacht.' Zijn raadsplan met Israël is op dat moment om Zijn volk te gaan verlossen uit de hand van de Filistijnen. Daartoe deed Hij Simson geboren wórden.

Nu is Simson groot geworden. In dit veertiende hoofdstuk is hij ca. 20 jaar oud. Op een dag komt hij thuis met de boodschap: 'Ik heb een meisje in Thimnath gezien en daarmee wil ik trouwen'. Terecht brengen zijn ouders bezwaar in tegen de keus van hun zoon. Terecht doen sommige ouders dat vandaag aan de dag ook. Is het geen ernstige zaak als een zoon of dochter thuiskomt met een totaal onkerkelijk iemand? Simson zal er wel tegenin gebracht hebben: 'Het is een heel lief meisje. U moet haar eerst eens zien en ontmoeten'. Zo spreken, denk ik, alle jongeren tot hun ouders, die net zoals Simson doen. Dat zal waar zijn. Onder totaal onkerkelijke mensen tref je hoogstaande mensen aan. Aardige, vriendelijke mensen. Maar het erge is: ze doen nergens aan. Ze kennen aan het leven een geheel andere waarde toe. Ze houden geen rekening met wat het allerbelangrijkste moet zijn. Hoe moet dat later als je met zo'n jongen of meisje trouwt?

Simson laat z'n vader en moeder praten. Helaas, vele jongeren doen zo. Ze gaan ondanks alles hun eigen gang. Simson zegt tot zijn vader: 'Neem mij die, wat ze is bevallig in mijn ogen'. Hieruit blijkt dat hij alleen maar op het uiterlijk gelet heeft. Dwaze Simson! Ik ken iemand, die nooit tegenover Zijn Vader ongehoorzaam is geweest. Hij heeft eens gesproken: 'Zie, Ik korn, o God, om Uw wil te doen'. U begrijpt het: het is de Heere Jezus Christus. Simson luistert niet, hij zet zijn eigen wil door. Gelukkig dat de Heere Jezus zo niet was. Anders had Hij niet de Zaligmaker van zondaars en zondaressen kunnen worden. Door Zich geheel en al te onderwerpen aan Zijn Vader, werd Hij voor ons de Heiland. In het vierde vers van Richteren 14 staat: 'Zijn vader en moeder wisten niet, dat dit van de Heere was, dat hij gelegenheid zocht van de Filistijnen; want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël'. Hoe zit dat: heeft de Heere Simson er toe aangezet om een Filistijns meisje te trouwen? Op een andere plaats in de Heilige Schrift heeft Hij Israël uitdrukkelijk verboden om met iemand te trouwen van de omringende volkeren. Zet Hij nu voor Simson Z'n eigen Woord aan de kant? Dat kan natuurlijk niet waar zijn. Hij doet nooit iets dat tegen Zijn Woord ingaat. Hij spreekt Zichzelf nooit tegen. Deze daad met het Filistijnse meisje ligt voor rekening van Simson. Dat is niet van God.

Wel wist Simson dat de Heere iets bijzonders met hem voor had. Zonder twijfel hadden z'n vader en moeder hem verteld van de woorden van de engel. Hij zou een Nazireër Gods zijn van de schoot van zijn moeder aan, al de dagen zijns levens. En het zou zijn taak zijn om Israël, zijn volk, te gaan verlossen van de Filistijnen. Deze roeping lag op hem. Dat wist hij niet alleen van zijn ouders, dat gevoelde hij ook innerlijk door de indrijving van de Heilige Geest. Leest u maar vers 25 van hoofdstuk 13. Zo moeten we ook het 4e vers van hoofdstuk 14 verstaan. Simson zocht een aanleiding, hij legde het er op toe dat de Filistijnen tegen hem begonnen opdat hij tegen hen kon gaan strijden. En dat nu was van de Heere zijn God. Dat begrepen zijn ouders niet, dat hij diep in z'n hart begeerde om tegen hun aartsvijanden te strijden. Zo werd Simson een onbegrepene, die in feite helemaal alleen kwam te staan. Daarin is hij een type van de Heere Jezus Christus. Die kwam ook op aarde om Zijn volk te verlossen. Maar niemand begreep Hem, zelfs Zijn discipelen niet. Hij moest de pers alleen treden. Niemand zou met Hem zijn; verraden door Judas, verloochend door Petrus, verlaten van al de anderen, ja, zelfs een ogenblik van God verlaten. Ze heeft Hij Zijn Borg-en Middelaarswerk Volbracht. Volkomen volbracht! Simson is een type van de Heere Jezus. Maar niethierin, dat hij tegen het Woord van God en tegen de zin van zijn ouders een meisje tot vrouw begeerde uit de Filistijnen. Dat was van Simson zelf. Zo vinden we hier het raadsplan van God en de wijze van handelen van Simson. Die twee liggen niet op een en dezelfde lijn. De Heere port nooit tot het doen van verkeerde, zondige dingen aan. De zonde ligt geheel voor rekening van de mens, en nooit voor rekening van God. En tóch gaat de Heere het zondige huwelijk van Simson gebruiken om de Filistijnen afbreuk te doen. Het raadsplan van God gaat door en voort ondanks de zonde van Simson. Vroeger werd er gezegd: God kan met een kromme stok een rechte slag toedienen. Dat mag natuurlijk geen doekje voor het bloeden zijn om de zonde van de mens te bedekken. Zonde is en blijft altijd zonde. Wat Simson ten kwade doet, dat weet God ten goede te gebruiken.

Simson houdt vol: hij zal met dat meisje trouwen. Tenslotte leggen zijn ouders zich erbij neer. Ze kunnen niet anders. Naar de gewoonte van die tijd begeven zij zich op weg, opdat vader Manoach aan de vader van het meisje toestemming vraagt voor het huwelijk van hun zoon met hun dochter. Als ze op weg zijn wijkt Simson een ogenblik van het pad af en loopt door het veld. Plotseling schiet een jonge leeuw brullend op hem af. Simson, nu ben je een man des doods. Een ogenblik ziet hij de dood in de ogen. Maar hij gaat niet sterven, hij zal leven. De Geest des Heeren wordt vaardig over hem. Z'n kracht wordt verdubbeld, misschien wel vertienvoudigd. Hij grijpt de jonge leeuw bij de keel, en hij scheurt hem vaneen, zoals een man een bokje uit elkaar scheurt. Dat getuigt van kracht. Door het voorval met de leeuw wil de Heere hem iets leren. Hij wil hem leren, dat hij het alleen tegen de Filistijnen moet opnemen. Alléén met Gods kracht. Wat een les ook voor ons. Staat er niet in de Schrift: 'Als ik zwak ben, dan ben ik machtig? ' 'Mijn kracht wordt in uw zwakheid volbracht.' In de Heere kunnen we krachtige daden doen.

U weet, met Simsons huwelijk loopt het op niets uit. Om achter de oplossing van het raadsel te kunnen komen, nemen de Filistijnen de toevlucht tot Simsons vrouw. Onmiddellijk valt zij haar man af. Die twee zijn niet één vlees, zoals het huwelijksformulier zegt. Simson begrijpt hoe ze achter de oplossing gekomen zijn. Hij zegt: 'Zo gij met mijn kalf niet had geploegd, gij zoudt mijn raadsel niet hebben uitgevonden.'

Simsons wijze van handelen was dwaas geweest. Maar nu is er ook nog de Heere, de God van Israël. Hij heeft Zijn Raadsplan, die Hij ook thans ten uitvoer gaat brengen. Op dat ogenblik wordt de Geest des Heeren vaardig over hem. Hij gaat naar de Filistijnse stad Askelon. Daar wonen krachtige en voorname mannen. Die moet hij hebben. Hij grijpt van die, stad 30 mannen en zonder pardon slaat hij ze dood. Hij kleedt die mannen uit en hun kleding geeft hij aan hen die hem de oplossing van het raadsel gaven. Nu krijgen de Filistijnen een gevoelige les. Ze zijn niet oppermachtig. Hun goden hebben niets te vertellen als het gaat om de Heere, de God van Israël. God regeert. Zijn Raad alleen bestaat. Misschien zegt u: 'Ik zie er niets van'. Dan ziet u het niet goed. Heeft Hij niet in de tijd van de Reformatie duidelijk bewezen dat Hij regeert? Luther, Calvijn en anderen, zij hebben mede Gods Raadsplan gediend.

Maar dat heft nooit de verantwoordelijkheid van ons handelen op. Hebt u een afkeer van het zondigen? Is het üw hoogst verlangen om de wil van God te doen? Zo moet het bij ons zijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods raadsplan en Simsons wijze van handelen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken