Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De predikant en zijn taak

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De predikant en zijn taak

12 minuten leestijd

In de loop der eeuwen is de kerk wel tot klaarheid gekomen over het takenpakket voor de gewone predikant.

Takenpakket

In de loop der eeuwen is de kerk wel tot klaarheid gekomen over het takenpakket voor de gewone predikant. Raadplegen wij de praktisch-theologische handboeken, dan zien wij doorgaans een vier-of vijftal vakken, die in het gewone gemeenteleven gedurig aan de orde komen. Daar is in de eerste plaats de homiletiek, de predikkunde; dan de liturgiek oftewel de leer omtrent de orde van de eredienst; de catechetiek, die ons onderricht geeft over de juiste methode van catechiseren; de poimeniek oftewel de leer over het pastoraat en het kerkrecht, dat wel eens met een geleerd woord wordt genoemd kybernetiek. Het is niet ondienstig te vermelden dat een gereformeerd theoloog uit de zestiende eeuw, Hyperius uit Heidelberg, eigenlijk de grondslag gelegd heeft voor de theologische doordenking van het werk van de predikant. In de loop der eeuwen is wel variatie gekomen in de orde van deze vakken, maar het is toch wel algemeen goed gebleven, dat een voorganger in een gewoon gemeenteleven deze wetenschappen niet kan ontberen. Wij besparen u de details en de uiteenzetting over deze vakken. Het is van weinig gewicht. Vermeldenswaardig is alleen nog, dat in de diverse kerkenorden wel eens verscheidenheid voorkomt van deze disciplines, maar dat toch in de grond der zaak eenzelfde grondstructuur heerst en eenzelfde gevoelen bestaat over zijn wezenlijke arbeid.

Prediking

Wij bepalen ons nu tot de hoofdkernen. Allereerst dan de prediking. Daarin zien wij de hoofdtaak van de predikant. Door de prediking kan het meeste geschieden voor de opbouw van de gemeente. Dit besef is niet minder gemeengoed in het midden van de gemeente. Vooral het na-oorlogse apostolaat is er debet aan dat er in de waardering van het ambtelijk werk een zekere voorkeur voor het pastoraat is te bemerken. Het gevolg van deze waardering is geweest dat een vloed van bezigheden op de agenda van de dienaar des Woords is gekomen, die nu juist niet bepaald veroorzaken dat hem de nodige ernst en stilte tot de overdenking van de Schrift wordt gegund. Het is een publiek geheim dat door het huidige levenspatroon de voorbereiding van de prediking het meest wordt geschaad. Een ieder zal uit zijn omgeving wel voorbeelden weten uit de geschiedenis van predikanten, die grote moeite hadden met de voorbereiding van de prediking. Het wordt dan niet zelden een drama op de zaterdagavond, zo niet de daarop volgende nacht. Doorwaakte uren, een suf hoofd van het denken, een pen die stokte op het preekboekje - en u kunt zelf wel verkennen wat het resultaat is. Het schijnt u misschien wel vreemd dat wij dit zo open en bloot schrijven. Welnu, het is beter allerlei mythen op dit punt te ontmaskeren dan door alles heen mee te doen met een verheerlijking van het ambt en een verbloeming van zijn moeiten en zorgen.

Menige muur van de studeerkamer is getuige van de nervositeit van een voorganger, die de preek niet op tijd gereed heeft. Nu laat ik buiten beschouwing de predikant, die geen goede dagindeling heeft of die het met de voorbereiding niet nauw neemt omdat dit deel van zijn arbeid hem niet allermeest ligt. Dat is uiteraard te bestraffen. Ik wil alleen opmerken hoezeer de druk van de omstandigheden soms tot deze situatie nopen, omdat een groot aantal eisen op de tafel worden gelegd, die alle op honorering wachten. Het is alleen daarom al zaak zich te hoeden voor het spook der veelbezigheid, die geen tijd meer gunt voor de voornaamste bezigheid. Maar het is niet te ontkennen, dat menig predikant belast is met werkzaamheden, die ver buiten zijn eigenlijke roeping liggen en evengoed door anderen zouden kunnen worden gedaan. Ik denk aan de zorg voor een pastoraat in een bejaardencentrum bijvoorbeeld, dat nu eenmaal in de wijk staat en waarvoor de zorg zonder meer toekomt aan de wijkpredikant. Hier zou de vraag kunnen zijn: moet dit nu zo maar blijven, ligt hier niet een kostelijke taak voor een ambtsdrager? Wij schetsen zo maar enige gevallen als een inrichting, een leiderschap van een instituut, een vereniging, een ziekenhuis. Wanneer dat nu juist in de wijkgemeente staat wordt de wijkpredikant onevenredig zwaar belast. Wij bieden hier geen kant-en-klare oplossingen. De bedoeling is alleen u ervan te doordringen hoeveel geestesarbeid het maken van een preek vraagt. Dit eist ook uren van een voorganger.

Om fris te blijven is veel lezen nodig. Het eigen produktievermogen van de geest is niet onbeperkt. Willen wij nu de gemeente leiden in het Woord, dan moet onze geest gedurig worden gevoed. Maar wie telt die velen, die nooit de tijd kunnen vinden zich eens grondig te verdiepen in een gedegen studiewerk? Wij zitten midden in een inflatie van de theologie in het leven van vele predikanten. Nu laten wij de tere zijde van het persoonlijk gebed en de meditatie maar buiten beschouwing, maar concentreren onze aandacht op de noodzaak van studie, wil men theoloog worden en blijven. Er is hier een ernstige noodsituatie ontstaan in het leven van vele predikanten. Het zou van grove onbillijkheid getuigen henzelf daaraan zonder meer schuldig te verklaren. Er zijn heel veel predikanten, die eronder lijden, dat in de praktijk van hun leven de theoloog in hen al zo gauw aan ondervoeding gaat sterven, doordat ze de gehele week, dag in dag uit, in beslag worden genomen, zo zelfs, dat rustige tijd van studie en voorbereiding voor de kansel bedreigd wordt. Dit is in de jaren na de Tweede Wereldoorlog steeds erger geworden. De theoloog sterft uit in de predikant en hij wordt steeds meer een pastorale sociale werker. De gemeente is doorgaans op deze noodsituatie veel te weinig attent. De reden van dit artikel is dan ook mede daarin gelegen de ogen voor deze misstand te openen. Wij moeten ons beperken, maar er zou hierover nog heel veel te schrijven zijn.

Catechese

Tot de taak van de predikant behoort ook de onderwijzing van de jeugd. Ook dit kost veel tijd, vooral in de winter. Het behoort niet immer tot het gemakkelijkste werk, maar houdt wel jong en . . . heeft zijn invloed tot op verre geslachten, want wat in de leerkamer wordt onderwezen kan een gemeente bouwen of breken. Voor vele predikanten vormt deze arbeid een zware belasting, vooral omdat de jongeren met zoveel vragen kunnen komen uit hun leefwereld, die nu eenmaal geheel anders is dan die van de theologie. Toch zal het blijken daf serieuze catechese vruchten zal opleveren voor de gemeente en de predikant beide. Registreren wij de situatie goed, dan bestaat er onder de jongeren een grote dorst naar kennis. De catechisaties waar de jongelui de tijd verglaasd zitten uit te kijken bestaan nog wel, maar nemen af. Het gehele moderne levenspatroon doet een geweldige uitdaging op de jongeren, maar niet minder op de ouderen. Dat betekent een crisis voor de catechisatie, doordat vele andere dingen als cursus en beroepsopleiding vóórgaan; aan de andere kant is het een kans te meer om in deze tijd van verflensde waarden en gegevenheden weer aan te komen met wat van eeuwig gewicht is. Juist in de catechese leert men de gemeente kennen in haar gezinnen, in haar trouw, in haar intensiteit van meelevendheid.

Ook de catechisatie kost veel tijd van de predikant. Vooreerst is daar de voorbereiding, dan het aantal lesuren. Acht of negen uren catechisatie is bij een gemeente van ongeveer tweeduizend zielen heel gewoon, zelfs zoveel dat het moeilijk wordt de dominee eens een avond thuis te treffen. En dat is beslist nodig voor zijn gezin, maar ook voor mensen uit de gemeente, die hem eens willen spreken over persoonlijke problemen. Het catechiseren kost dus veel tijd, maar waarom ter verlichting niet een fikse onderwijzer of ouderling benoemd, die gave heeft voor dit werk. Het is voor veel predikanten een moeilijk werk, ook al geschiedt tegenwoordig veel studie om de zwarigheden het hoofd te bieden. Nog altijd zijn wij te veel een domineeskerk en een dominee heeft anderszins ook last van . . .eigen-wijsheid. Wij kunnen ons de catechese ook voorstellen als kringwerk in de gemeente. Daar heerst tegenwoordig een ware hausse in, maar eerlijk gezegd de kring kan wel eens een besloten club worden, waarbij zich allerlei particuliere eigenaardigheden gaan voordoen. Het is daarom beter het zicht op de gemeente niet te verliezen en daarnaar bewust te streven. Er gaat zoveel tijd in zitten, die beter gebruikt werd wanneer men bijbellezingen hield op een centraal punt. Bijvoorbeeld een kerk of leerkamer. Het gevaar is zo groot dat een dominee de mensen aan zichzelf bindt in plaats van aan het Woord. Er is heden ten dage grote belangstelling voor meer kennis en wij noteren dat dankbaar, maar laten wij het nooit tot een onderonsje laten worden. De oude dominee Gronemeyer zegt ergens, dat hij lidmatencatechisaties bijvoorbeeld niet aanbevelenswaardig vindt. Ze dringen zich gemakkelijk in in de plaats van de catechismuspreek op de zondag. Daar is misschien menig predikant, die zijn catechismusprediking heeft gestaakt en die veel werk maakt van een lidmatencatechisatie. Op zulk een catechisatie spreekt men vrijer; maar waarom doet men dat niet bij de catechismusprediking? Daar is de plaats bij uitstek om de jonge lidmaten te scholen. Zelfs is een zekere voorzichtigheid nodig in het veelvuldig houden van kringen en samenkomsten Zus en Zo. De mensen willen juist zo graag óns horen. En wij; wij willen graag wel eens een beetje bewierookt worden. De wierook is zeldzaam in onze tijd. Laat ons evenwel toezien, dat wij niet zelf door al die apartheden bevorderen wat wij anders ten hoogste afkeuren en betreuren: de splitsing der gemeente in kringetjes van dominee Die en dominee Gene.

Pastoraat

Ten slotte het pastoraat in individuele zin. Daar is het ziekenbezoek en het bejaardenbezoek. Wij denken ook aan het ziekenbezoek in de ziekenhuizen. Dit laatste pastoraat is uitermate zwaar. De beslotenheid is op de zalen vaak ver te zoeken. Er zijn weinig persoonlijke kansen meer tot vertrouwelijk gesprek. De mensen sterven vaak eenzaam in een ziekenkamer en niet als voorheen in een kamer van het woonhuis omringd door een gehele familie. Ook ondervindt het ziekenbezoek soms veel tegenwerking, doordat bij het teerste gesprek opeens de deur opengaat en dan is de sfeer opeens verbroken. Denkt u ook eens aan het feit van toevallige ontmoetingen op de straat. Zelfs over de heg of op de stoeprand. Wij hebben de mensen dan niet met hun masker of in het officiële tenue, maar zij zijn zichzelf geheel. Onovertrefbaar wat een gelegenheden wij hebben om mensen te ontmoeten. Alleen - let vooral op de diepten en ondiepten die mensen openbaren. Wij mensen dat dit het mooiste werk is: in mensenzielen te blikken. Het gebeurt maar zeldzaam, maar toch wel zoveel, dat een enkele ontmoeting stof geeft voor een toepassing voor een gehele preek.

Wel vraagt ook het pastoraat veel meer studie dan tevoren. De levensnoden en levensproblemen zijn van geheel andere aard dan voorheen. Een verdiept onderzoek is nodig ons het antwoord op al die vragen te geven. Bij een zo geweldig takenpakket wordt het nodig dat de predikant een aantal prioriteiten gaat stellen, bij voorkeur in samenwerking met de kerkeraad. De kerkeraad moet van een predikant andere dingen durven eisen dan een soort manusje van alles te zijn voor alle mogelijke en onmogelijke karweitjes en bezoekjes. Wij weten wel, dat veel bezoeken doen overal gewaardeerd wordt. Vaak veel meer dan goede preken. Vaak geschiedt dit zelfs zo, dat kerkeraden tegen de dominee zeggen: houdt u uw oude preken maar. Die zijn voor ons ook wel goed. Bezoek de mensen maar, hierheen en daarheen, op en af, in en uit. Een vliegend en hollend schepsel. Maar het effect van dit historisch voorval was een overspannen dominee en uitgeholde preken, zonder smaak of kraak.

Natuurlijk is het pastoraat noodzakelijk. Maar, daar waar het nodig is. Daar moeten wij zorgvuldig onderzoek naar doen. De oude Claus Harms placht het zo komisch te zeggen: 'Ik bedoel niet dat hij van de morgen tot de avond moet rondlopen . . . gebabbel, geteut, dat is het.' Harms wil degelijke bezoeken, iedere predikant weet hoe moeilijk het is daartoe te komen. Juist in deze tijd van de na-apostolaire theologie heeft het ambt een geweldige uitholling ervaren. Na de oorlog werd de kerk beheerst door het apostolaat. Overal moest de kerk bij zijn, overal in. Maar geen theologie heeft groter schade veroorzaakt. Door een steeds toenemende activistische bezetenheid ontstaat al minder gelegenheid tot geestelijke diepgang te komen en tot een verstilde en echte omvang met God. Men komt niet meer toe aan besef van meditatie, aan omgang met de Schrift. Er is nauwelijks verdieping van klassieke werken. De kennis verschraalt. Vooral rondom de Kerstdagen moet een dominee een ware sprinkhaan zijn van de ene kerstsamenkomst na de andere. Een goede collega uit de Betuwe schreef in zijn kerkbode, dat hij er weer doorgekomen was. Wij vragen ons steeds meer af: Wat levert deze folklore toch op? Het mat de prediker mateloos af en bedreigt de gang van de kerstpreek. Niet voor niets knappen velen in die tijd volkomen af. Wij zouden wel voelen voor een mobiele eenheid om de prediking heilig te houden en niet te doen bederven door een overbodig aantal samenkomsten. Maar dat daargelaten: wij legden het zwaartepunt op de prediking. Daarnaast behoort het pastoraat. Maar nu spreekt het vanzelf. De bediening des Woords geschiedt op een drievoudige manier. Voor de gehele prediking. Voor de onmondigen in de catechese. Ten behoeve van de afzonderlijke individuele leden in het pastoraat.

Er is een schreeuwend gebrek aan pastoraat - juist in de prediking - , de catechese en de zielzorg. De dominee is niet enkel pastor in het huis van het gemeentelid, maar ook op de kansel. Maar hoe gaat dit pastoraat toe. Door een stille omgang in de gemeente. Misschien is het veel beter het overwicht aan bejaardenbezoek te reduceren en te beginnen met een bepaald onderdeel. Veel bejaarden hebben tegenwoordig ook kerktelefoon. Denk eens aan weduwen en alleenstaanden. Wisseling is nodig met de ouderlingen. De predikant kan en behoeft bij zijn veelomvattende taak niet alles te doen. Echte zielzorg vraagt veel tijd. De harten moeten opengaan. Dat kost ook tijd. Zoveel tijd, dat een predikant op duizend zielen meer dan bezet is. Vandaar tenslotte: laat hem niet verdrietig worden door een nooit eindigend werk. Maar sticht een tweede predikantsplaats. Twee is meer dan een, zei de Prediker reeds.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De predikant en zijn taak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken