Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Verhouding van het Oude tot het Nieuwe Testament (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken

De Verhouding van het Oude tot het Nieuwe Testament (3)

De Heilige Schrift

7 minuten leestijd

Momenten uit de geschiedenisLeerzaam is het om ook bij dit onderwerp de historie te laten spreken, omdat duidelijk kan worden hoe bepaalde opvattingen, dwalingen zelfs, een diepe wortel in het verleden hebben. In het beperkt bestek kunnen we slechts enige dwarsdoorsneden geven en hoofdlijnen trekken.

Momenten uit de geschiedenis

Leerzaam is het om ook bij dit onderwerp de historie te laten spreken, omdat duidelijk kan worden hoe bepaalde opvattingen, dwalingen zelfs, een diepe wortel in het verleden hebben. In het beperkt bestek kunnen we slechts enige dwarsdoorsneden geven en hoofdlijnen trekken.

a. Marcion

Terstond valt een naam met een beruchte klank, die van Marcion, die door Polycarpus, leerling en vriend van de apostel Johannes, uit de gemeente gebannen, omstreeks 145 na Chr. in Rome 'een paulinische reformatie' op touw zette, en een 'tegenkerk' formeerde met eigen opzieners, ambtsdragers, zelfs... martelaren. Voor hem is Paulus, en dan nog geïnterpreteerd, de auteur. Diens tegenstelling wet-evangelie wordt uitgewerkt in de diepere en bredere kloof: Oude Testament, het 'afschuwelijke openbaringsboek van de joodse god van haat en gerechtigheid', tegenover Nieuwe Testament, 'het boek van de liefdevolle en genadige God der christenen'. De eerste, joodse God heeft Christus, in wie de God der liefde Zich openbaarde, aan het kruis gebracht! Het Oude Testament heeft volkomen afgedaan. Met deze leer poogde hij tevergeefs de kerk des Heeren binnen te dringen. Polycarpus noemde Marcion 'de eerstgeborene van de satan'. Interessant, of... onthutsend zou het kunnen zijn, als we wisten hoeveel 'marcionieten' intussen ook de kerk zijn ingekomen. Sommige geluiden doen ons vrezen, dat deze ketterij nog springlevend is. Hoeveel mensen, ook kerkmensen, hebben een halve, eigen ontworpen bijbel en een godsbeeld dat haaks staat op de openbaring van de levende God door Zijn Woord en Geest? De kerk van Christus heeft altijd door genade daarentegen krachtig beleden, dat wet en evangelie wel te ónderscheiden, niet te scheiden zijn.

b. De kerkvaders, Augustinus

De kerkvaders hebben dankbaar de paulinische onderscheiding 'oud en nieuw verbond' uit 2 Corinthe 3 uitgewerkt. 'In de dagen van het Oude Testament was knechtschap, nu echter vrijheid, toen beeld, nu waarheid, toen schemering, nu licht, toen genade voor één volk, nu voor alle volken, toen vrees, nu liefde, toen de belofte van de Messias, nu Zijn gekomen-zijn.' Tertullianus schrijft 'zoals de vrucht gescheiden is van het zaad, ja de vrucht als het ware uit het zaad is, zo wordt het Evangelie van de wet gescheiden, ja komt het uit de wet als het ware voort, het een wel uit het andere, maar niet anders, afzonderlijk, tegengesteld.' En van Augustinus is het prachtige: 'in het Oude Testament is het nieuwe verborgen, en in het Nieuwe gaat het Oude open.' Het Oude is de verberging van het Nieuwe en het Nieuwe is de openbaring van het Oude Testament. We zien langzamerhand zelfs de neiging opkomen het Oude met name in de priesterschap, de eredienst en de cultus te laten opkomen en de roomse kerk is op dit bedenkelijk pad voortgegaan en heeft een terugval te zien gegeven in de gehele offerdienst, met miskenning van het unieke en volkomene van Christus.

c. De drievoudige strijd der reformatie

De herontdekking en herwaardering van de Schrift als enige bron van goddelijke openbaring door Luther en Calvijn deed een zware worsteling ontbranden, op een drievoudig front. In de eerste plaats de strijd tegen Rome, dat naast de Schrift de traditie en boven de Schrift de kerk plaatste. Enerzijds valt Rome overdreven terug in het Oude Testament, anderzijds stelt zij het ver bij het Nieuwe ten achter, want de gelovigen uit het Oude Verbond zijn pas door Christus in de hemel gebracht. De reformatie beleed de Schrift als één geheel, en hield eenheid en onderscheid vast. Het tweede front vormde de wederdoperij, met de onbijbelse tegenstelling van natuur en genade, de beschouwing van de Bijbel als de 'bij-bel', die slechts erbij hangt, klepelt, omdat, wat God direkt in en tot de ziel spreekt, van waarde is. Het Oude Testament werd als een dode letter gezien, die alle evangelie mist, en de wet heeft voor ons afgedaan. Krachtig werd gehandhaafd dat de Geest nooit buiten het Woord om werkt, maar door het Woord, door de hervormer. Hoeveel gevoel is er zonder geloof, hoeveel 'inwendig licht', dat slechts inktzwarte duisternis is van fantasie, voorkomende waarheden, naar-zich-toegetrokken-teksten?

Het derde kamp waartegen gestreden werd, was dat van de Socinianen, die vanuit het verstand de Schrift benaderden en het Oude Testament als veel lager waardeerden dan het Nieuwe, omdat het bijvoorbeeld zou leren de polygamie, zou beperken de naastenliefde, zou kennen slechts slaafse vrees en aardse beloften, zonder de volle werkelijkheid van de vergeving.

Ook hier vinden we onderwaardering van de Schrift, een misverstaan van de Oudtestamentische Godsopenbaring.

De hervormers bogen voor en stonden daarom ook zo krachtig voor het gezag van de Bijbel als het onfeilbare Woord Gods, zij het ook, dat de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat er zeker accentsverschillen tussen Luther en Calvijn waren, en dat Luther toch steeds meer oog kreeg voor het evangelisch karakter van het Oude Testament.

d. De opkomst van de Schriftcritiek

Daar over dit onderwerp reeds uitvoerig en uitnemend door collega H. J. de Bie eerder werd geschreven, volsta ik met op te merken, dat in de Oudtestamentische schriftcritiek antieke dwalingen in modern gewaad terugkeren. De Heere is niet de ene God en Vader van onze Heere Jezus Christus, maar een Israëlitische volksgod, een zonnegod, en Zijn volk is een polytheïstisch samenraapsel van stammen, en het Oude Testament biedt een overvloed van sagen, mythen en volksverhalen, waarin bijbelse figuren zijn bijgeschaafd, om niet te zeggen geïdealiseerd. Nog werkt de invloed van dit breekijzer onder de Schrift door, als we letten op de zo uiteenlopende modellen van exegese, waarbij dat van godsdiensthistorische snit of theologisch-wetenschappelijke makelij velen in de greep heeft.

e. Actuele tendenzen

Tot op vandaag toe is te zien hoezeer de verhouding van het Oude tot het Nieuwe Testa­ment in kerk, theologie, maatschappij-visies en politiek doorwerken. En vooral dan de houding van het 'of-of' veel meer dan het 'en-en' Het is meer óf het Oude Testament óf het Nieuwe Testament, dan dat beiden worden vastgehouden als eenheid. Het zit mogelijk ook wat in de lucht radicale standpunten te huldigen, dan synthetisch te verbinden wat wezenlijk een is en bijeen behoort. Dat gebeurt vrij gemakkelijk als men verstandelijk of gevoelsmatig positie kiest, ik zou bijna zeggen, ten aanzien van of tegenover de Schrift. Om te beginnen wordt het Nieuwe Testament zeer eenzijdig boven en ten koste van de verbondenheid met het Oude Testament verbonden, als men werkt met het godsbeeld van de God van de liefde, spreekt van evangelische bewogenheid of inspiratie - doet de wet, heel het Oude Testament niet meer mee? - eenzijdig leeft uit de wetsvervulling van Christus, waarbij voor de christen de wet een afgedane zaak is in de praktijk. U ziet, meer radicale neigingen in de richting der wederdopers, meer sociniaanse principes dan doorwerking van reformatorische. Lijnrecht daartegenover staat de uiting van bijvoorbeeld wijlen prof. Van Ruler, die eens gezegd heeft: 'Het Oude Testament is de Bijbel, het Nieuwe is er het (Gods) commentaar op.' Daarmee is wel duidelijk het gevaar van onderwaardering van het Oude Testament voorkomen, en recht gedaan aan Oudtestamentische, zelfs bijbelse noties, die te veel vergeten zijn, zoals het theocratisch perspectief, de vreugde in en over het aardse, geschapen bestaan, hoezeer, door de zonde ook aangevreten, maar nu dreigt overwaardering van het Oude Testament de betekenis van het Nieuwe te overschaduwen.

Duidelijk is wel hoe uit tegenover elkaar gestelde en geldende visies het laatste woord over de verhouding nog niet is gesproken of geschreven. Ter afronding volgen in een laatste artikel nog enige opmerkingen.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Verhouding van het Oude tot het Nieuwe Testament (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken