Bekijk het origineel

De Evangelische kerk in de D.D.R.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Evangelische kerk in de D.D.R.

9 minuten leestijd

Het treft ons diep dat juist de eigenlijke Lutherplaatsen achter het 'IJzeren Gordijn' liggen: dat nu juist de bakermat van de Reformatie in communistische handen moest vallen!

Het treft ons diep dat juist de eigenlijke Lutherplaatsen achter het 'IJzeren Gordijn' liggen: dat nu juist de bakermat van de Reformatie in communistische handen moest vallen! Hoe kwam dat?

Na de oorlog

Toen wij hier in 1945 van de Nazi's bevrijd werden door de Amerikanen, werd Oost-Europa door de Russen bevrijd - én bezet. De Russen troffen (eerst) in Roemenië en Bulgarije de (hun bekende) Grieks-Orthodoxe kerk aan, en schakelden die daar zonder meer gelijk. In Polen stuiten zij toen op de R.K. kerk maar die liet zich in wezen niet gelijkschakelen. In Duitsland kregen zij dan voor 't eerst te maken met een protestantse volkskerk, ja, met de bakermat van de Reformatie. Hoe zou dat gaan? De Evangelische kerk was juist herleefd door de kerkstrijd met Hitler. De Belijdende Kerk had in Barmen (1934) in Christus' naam 'nee' gezegd tegen het Nazi-christendom. Vooral in Pruisen was deze strijd het zwaarst geweest. Nu werd dan in de Russische bezettingszone het communisme ingevoerd. Vooral de jeugd moest geïndoctrineerd worden. Acht kerkelijke leiders schreven in 1948 een brief aan maarschalk Sokolovski, waarin zij zeggen dat de Evangelische kerk zich eens en vooral gebonden weet aan de synode van Barmen. Het konflikt tussen kerk en communisme was begonnen. Het spitste zich toe op de zgn. 'Jugendweihe':14-jarige jongeren leggen daarbij de belofte af voor het socialisme te werken en te strijden, in hechte vriendschap met de Sowjetunie. De bisschop van Berlijn verklaarde deelname aan die Jugendweihe onverenigbaar met 'confirmatie' (kerkelijke bevestiging als lidmaat). Naast 'Jugendweihe' was er nog de 'Kinderweihe' en de 'Eheweihe' (soort communistische kinderdoop en huwelijksbevestiging!)

In 1949 ontstonden twee Duitse staten: De Bondsrepubliek en de D.D.R. Na Stalins dood (1953) kwam Oost-Duitsland in opstand, maar die werd neergeslagen. Toen begon de uittocht naar het Westen. Intussen werden sinds 1949 kerkedagen gehouden die manifestaties werden van nationale eenheid. Thema in Berlijn was: 'Wir sind doch Brüder' (wij zijn toch broeders). Maar Oost-en West-Duitsland groeiden uitéén. Het Wirschaftswunder (herstel van de economie) in West-Duitsland ontging Oost-Duitsland. West-Duitsland kwam in 1955 bij de Navo, en voerde dienstplicht in. Toen de Evangelische kerk met de Bondsrepubliek een verdrag sloot over legerpredikanten (1957), moesten de Oostduitse kerkleiders zich daarvan wel distantiëren tegenover de boze D.D.R.-regering. De 'partij' in de D.D.R. wilde in 1958 de kerk gelijkschakelen (net als in Rusland dus). Zij publiceerde 'tien geboden' voor het socialisme. Een nieuwe kerkstrijd was ontbrand. Weer greep de kerk terug op 'Barmen': dat de kerk alleen van Christus is! Intussen onderhandelde de kerk met de staat (Grotewohl). Bepaalde predikanten, m.n. ds. Hamel, pleitten voor een kerk in het socialisme. Het gewone kerkvolk was nog lang niet zo ver: men paste zich uiterlijk aan bij de nieuwe orde (er zat niets anders op), maar wendde zich er innerlijk van af (men moest er niets van hebben). Ds. Hamel, destijds lid van de Bekennende Kirche, vroeg de geestelijke vader ervan, Karl Barth om raad. Barth schreef toen een open brief: hij raadde de kerk in de D.D.R. aan solidair te zijn met de staat, onder voorbehoud. Dat voorbehoud betrof de communistische ideologie en haar praktijken. In 1959 accepteerde de kerk noodgedwongen de Jugendweihe (90% doet daar tegenwoordig aan mee): jongelui mochten toch kerklid worden, mits zij kerkelijk meeleefden. De staat veranderde in 1960 onder Ulbricht van koers: hij wilde nu de kerk juist gaan winnen. Hij zei, dat het Christelijk ideaal toch niet streed met het socialisme. Zo is dan toch het Russische model van de verhouding kerk-staat in de D.D.R. duidelijk mislukt. De kerk behield hier haar vrije ambtelijke vergaderingen, haar aloude inwendige zending (500 chr. tehuizen, 52 evangelische ziekenhuizen, én haar theologische faculteiten (6 stuks), al werden dié ideologisch zo veel mogelijk gelijkgeschakeld.

Na de muur

In 1961 werd de muur gebouwd in Berlijn. Dat was bezegeling van Chroetsjev's mislukte pogingen om West-Berlijn in handen te krijgen. Maar nu was vluchten naar het Westen ook niet meer mogelijk. Samen synode-houden evenmin. Er kwamen (vanaf 1967) gescheiden synodezittingen. De gedachte aan een twéelingkerk kwam op. Ulbricht vond dat de staatsgrens van de DDR ook kerkelijke grens moest zijn. In 1968 besloot de regionale synode Oost tot een eigen kerkverband: de Bond van Evangelische kerken in de DDR. Grondslag werd (weer): de Barmer Thesen. Wel werd de verbondenheid uitgesproken met de hele evangelische Christenheid in Duitsland. Het was een accepteren van de tweedeling. Ook de Bondsrepubliek begon onder Brandt een nieuwe Oostpolitiek (1969/70). In de Oostduitse kerk werd nu (1971) de formule 'kerk-in-het-socialisme'. Voorstander van deze 'derde weg' was met name bisschop Krusche in Saksen. Krusche was in Heidelberg gepromoveerd op de leer van de Heilige Geest bij Calvijn. Hij had hier, dus in het vrije Westen, hoogleraar kunnen worden, maar voelde zich (door een Oostduits appèl aan gevluchte predikanten) geroepen terug te keren naar zijn geboortestreek (1954). Hij heeft vijf kinderen en predikantskinderen werden in de D.D.R. gediscrimineerd. Toch ging hij. Uit roepingsbesef. Zeker niet uit een pro-communistische instelling. Integendeel. Wel maakte hij scheiding tussen communisme als maatschappijvorm (die hij feitelijk in de DDR accepteerde) en communisme als ideologie (die hij openlijk bleef bestrijden). In een lijdensmeditatie (uit 1976) over de bede 'Wijs mij Uw weg, Heer' riep hij de predikanten op niet de weg te zoeken van de vlucht naar de Bondsrepubliek. Hij erkent: de ideologische druk is er. Maar dat is geen reden om de gemeenten te verlaten. 'Als iemand verklaart in de DDR als christen niet meer te kunnen leven, dan dramatiseert hij niet alleen de situatie, maar dan maakt hij er vooral geen ernst mee dat Jezus Christus de Heer is... De verwarring van de gemeente die door een predikant in de steek wordt gelaten, die tot haar heeft gepredikt, dat zij in Jezus 'leven en overvloed hebben' (Joh. 10 : 10), dat 'Heden noch toekomst ons kan scheiden van de liefde Gods' (Rom. 8 : 38) is erg. Wie de gemeente in het geloof in verwarring brengt, kan geen predikant meer zijn'.

Intussen was de ontkerkelijking ook in de DDR gekomen. Was in 1952 het percentage onkerkelijken niet meer dan 8%, in 1964 was het gestegen tot 20% en in 1978 tot 50% (geschat). In werkelijkheid is het nog veel hoger. De oude volkskerk is ineengeschrompeld. Het is ongetwijfeld dezelfde ontkerkelijking als in het hele Christelijke Westen. Maar de communistische druk zal het proces wel versneld hebben. De kerk is vergrijsd: bijna de helft van de vrijwillige bijdragen komt van 65-plussers! De nieuwe Bond werd in 1971 in feite door de overheid erkend. Die overheid bleek nu bereid tot concessies: belijdeniscatechisatie hoeft sinds 1973 niet meer aan de politie te worden gemeld, in nieuwbouwwijken mogen sinds 1976 kerken gebouwd worden (met geld uit het Westen!).

Intussen gaat de indoctrinatie van de jeugd door. Het wordt op school afgekeurd dat jongelui naar de catechisatie gaan. Er vindt discriminatie van Christenjongeren plaats. Kerkleiders protesteren daartegen bij de staat, maar deze keurt het af en garandeert officieel godsdienstvrijheid. Daarom moedigde een kanselboodschap van Krusche in Saksen de ouders aan: staat op uw grondwettelijke rechten, spreek met de leraren, maakt uw kinderen niet onzeker door vreesachtigheid of berusting (1975).

Krusche kreeg in 1977 een eredoctoraat in het Westen (Bazel). Daar legde hij nog eens uit, hoe de kerk in het socialisme haar weg zoekt te gaan. 'Wij verwachten veel van de opgestande gekruisigde - Hij zal ons geven wat wij nodig hebben: vrijmoedigheid, geloofszekerheid, de kracht van de liefde en de hoop. En de gemeenschap met de broeders in de wereld'. Meer dan in andere landen voelt de kerk in DDR zich verbonden met de wereldkerk, de oecumenische beweging. Theologisch kent de kerk in de DDR dezelfde stromingen als de Westduitse: van links (Sölle) tot rechts (Kein anderes Evangelium). Zij wil niet meer zoals vóór Hitler 'unpolitisch' zijn: zij pleit voor vrede, voor de slotakte van 'Helsinki', Salt II, tegen rascisme enz, ook tegen de Russische inval in Afghanistan.

Na 1978

In 1978 ontving Honecker de bisschoppen Schönherr, Krusche e.a. Hij prees de positieve houding van de kerk. Hij pleitte voor samenwerking. Hij zegde nieuwe mogelijkheden toe: gebruik van radio en t.v., invoer van westerse literatuur enz., faciliteiten bij kerkedagen enz.

Schönherr was blij met de gekomen openheid, en het toegenomen begrip. Maar nog in datzelfde jaar 1978 kwam de overheid plotseling met het plan zoals in andere Oostbloklanden om 'Wehrkunde-unterricht' in te voeren voor 14-en 15-jarige jongelui. De gemeenten kwamen in onrust over deze militaire vorming. De kerkleiding vroeg de staat dringend ervan af te zien en stuurde een brief aan de gemeenten hierover. Men had ernstige bedenkingen tegen de leeftijd, tegen het vijandvriend-schema en meende dat zo afbreuk gedaan werd aan de geloofwaardigheid van de vredespolitiek van de DDR. Maar de staat luisterde niet naar de bezwaren. Het militair onderwijs is in 1979 toch ingevoerd. Men suste de kerk, dat de staat op de positieve vormgeving ervan zou toezien. In 1981 werd de militaire opvoeding nog weer uitgebreid tot de hoogste klas van de middelbare school. Dit werd juist bekend tijdens de vergadering van het Centraal-Comité van de Wereldraad van Kerken in Dresden.

Over die Wereldraad spreek ik nu niet. Ik deel de kritiek dat hij én theologisch én poiitiek 'links' gericht is. De DDR-regering annexeert dat heel slim. Maar daar mag men de kerk in de DDR niet op aanzien. Die blijft achter met haar problemen. U kon in de krant lezen, dat bisschop Schönherr met emeritaat gaat en dat nu bisschop Krusche voorzitter van de Bond is geworden. Wij mogen wel intens met hem meeleven. Krusche is minder diplomaat dan Schönherr en heeft meer vertrouwen bij het kerkvolk. Hij staat voor een moeilijke taak. Wij mogen wel bidden dat Krusche in dit tijdsgewricht het licht van de Heilige Geest mag ontvangen, zoals zijn dissertatie over Calvijn dat beschrijft.


Bronvermelding: Dr. J. A. Hebly, Kerk in het socialisme. Gezichtspunten en stellingname van een evangelische bisschop in de DDR (Baarn, 1979)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Evangelische kerk in de D.D.R.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken