Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kuitert over ‘een gewenste dood’*

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kuitert over ‘een gewenste dood’*

8 minuten leestijd

Uitgaande van het 'Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit te Amsterdam over levensbeschouwing en wetenschap' gaat een nieuwe boekenreeks verschijnen. Als nr. 1 in deze reeks kwam enkele maanden geleden een studie van prof. dr. H. M. Kuitert uit, mét als titel 'Een gewenste dood - euthanasie en zelfbeschikking als moreel en godsdienstig probleem'. Het is duidelijk dat hier een onderwerp wordt aangesneden van grote aktualiteit. Een 'brede maatschappelijke discussie' over euthanasie, zelfdoding, hulp bij zelfdoding enzovoorts, komt op gang. Het is van groot belang dat in deze discussie door christen-ethici een bijbels verantwoord getuigenis wordt ingebracht en zo een christelijk standpunt wordt ingenomen.

Mag nu van Kuiterts nieuwe boek gezegd worden dat het daartoe een aanzet geeft? Voordat ik op die vraag een antwoord geef en mij daarmee dus waag aan een beoordeling van het boek, eerst iets over de resultaten waartoe Kuitert in zijn ethische bezinning gekomen is (de positie die hij dus inneemt) én over de methode waarmee hij het probleem aapvat. Zo valt deze bespreking dus in drie delen uiteen: het gaat (1) over het door Kuitert ingenomen standpunt, (2) over de door Kuitert gevolgde methode en (3) wordt gepoogd kritisch commentaar te leveren.

1. Terecht voert de schrijver een pleidooi voor een minder verwarrend woordgebruik in de discussies rond euthanasie. Allerlei ingeburgerde onderscheidingen zoals tussen aktieve en passieve, direkte en indirekte euthanasie acht hij, mijns inziens terecht, weinig zinvol. Zelf wil hij het begrip 'euthanasie' in de volgende zin .hanteren:

‘een opzettelijk levensverkortend handelen (inclusief het opzettelijk nalaten van handelen) door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek'.'

Deze definitie is verhelderend. Duidelijk wordt dat euthanasie heel iets anders is dan het staken van een medische behandeling wanneer deze zinloos is geworden, dat wil zeggen wanneer deze niet meer tot het welzijn van de patrént strekt. Beëindiging van een bepaalde handeling is principieel iets anders dan beëindiging van menselijk leven.

Euthanasie is hierin onderscheiden van suïcide (zelfmoord, bij progressieve ethici liever aangeduid als zelf-doding), dat niet de patiënt zelf de dood oproept. Zolang deze zélf nog in staat is zich het leven te benemen, moet hij dat ook zélf doen en kan hij hoogstens 'hulp bij zelfdoding' ontvangen. Maar verkeert hij in een 'euthanasie-situatie', kan hij 'zichzelf niet meer helpen' en verzoekt hij toch met nadruk om een 'milde dood', dan is de vraag naar euthanasie urgent. Kuitert is van mening dat het verzoek.van een mens om de dood als laatste weldaad niet geweigerd mag worden. Van fundamenteel belang daarbij is dat het verzoek van de betrokkene in eigen persoon uitgaat, welbewust en goed doordacht. Er is maar één basisonderscheiding die de euthanasie-discussie moet beheersen: die tussen 'op verzoek' en 'niet op verzoek'. Voor euthanasie op verzoek dient ruimte te worden geschapen. De wetgeving zou ook in die zin moeten worden gewijzigd dat euthanasie niet langer als een strafbare handeling wordt beschouwd.

Daarentegen is 'euthanasie niét op verzoek' eigenlijk geen euthanasie. Het is, moord of doodslag. Op dit punt kan Kuitert niet worden misverstaan. Hij keert zich tegen zogenaamde onvrijwillige euthanasie. Geen bejaarde in Nederland behoeft te vrezen dat hij of zij tegen eigen zin en wil in van het leven zou kunnen worden beroofd. Met zijn pleidooi voor het recht van zelfbeschikking over het eigen leven, wil hij het recht op bescherming van het eigen leven onverlet laten.

Heeft Kuitert eenmaal uitgesproken dat euthanaserend handelen moreel geoorloofd is, dan is een volgende stap de erkenning van het recht dat elk mens zou hebben op zelfbeschikking over eigen leven. Uiterste consequentie van dit recht is dat tot zelfdoding moet kunnen worden overgegaan. Hierbij dient wel als voorwaarde te worden gesteld dat aan anderengeen al te grote schade wordt berokkend. Hulp bij zelfdoding dient te worden geboden zodat de suïcidant (ik houd het maar op: de zelfmoordenaar) niet tot harde en gewelddadige vormen van levensberoving de toevlucht behoeft te nemen.

2. Wanneer u tot hiertoe deze standpuntbepaling van Kuitert hebt gevolgd, zal de vraag bij u kunnen opkomen: op welke wijze komt deze theoloog (die nog altijd behoort tot de Gereformeerde Kerken in Nederland) tot een visie die zozeer afwijkt van de in de christelijke, en meer in het bijzonder de reformatorische, traditie altijd ingenomen posities ten aanzien van euthanasie en.zelfmoord? Is het misschien een nieuwe exegese, een verrassend nieuw inzicht in de betekenis van Schriftplaatsen, die hem daartoe heeft gebracht? Neen, dat is niet het geval. Kenmerkend voor Kuiterts methode is namelijk dat het beroep op de Schrift daarin niet of nauwelijks een rol speelt. In een onlangs verschenen artikel in het Gereformeerd Theologisch Tijdschrift heeft hij daarvan nog eens rekenschap afgelegd. Sprekend over 'de rol van de bijbel in de protestantse theologische ethiek' komt hij tot de slotsom dat de Bijbel er alleen is voor het verhaal, niét voor de moraal. Dat betekent dat de Bijbel inspiratiebron is bij het doen en laten van de mens. Maar de Bijbel is niet bepalend voor de inhoud van dat doen en laten. De Bijbel kan motor zijn, maar niet motief. Ook in zijn euthanasie-boekje betoogt Kuitert dat een gesprek over moraal alleen vruchtbaar is wanneer slechts argumenten worden aangevoerd en niet wordt teruggegrepen op een autoriteit als de Heilige Schrift die immers toch alleen door gelovigen wordt erkend. T!)ezelfde lijn is er in Kuiterts dogmatisch werk. In de dogmatiek wijkt bij hem de openbaring voor de ervaring. In de ethiek wijkt de openbaring voor de ervaring. In de ethiek wijkt de openbaring voor het redelijk argument. Christenen en niet-christenen zouden zo al argumenterend tot een communis opinio, een gezamenlijk standpunt, kunnen komen. Overigens wijdt Kuitert in zijn boek wanneer hij eenmaal tot een morele positiekeuze gekomen is, alsnog enkele hoofdstukken aan de vraag wat het christelijk geloof nog aan specifieke elementen zou kunnen aandragen, die dan verandering zouden brengen in dat reeds ingenomen standpunt. Mosterd na de maaltijd dus!

3. Daarmee ben ik dan reeds overgegaan tot een kritisch commentaar. Laat ik mijn kritiek puntsgewijs aangeven:

1. Fundanienteel is dat de Schrift niet werke-

lijk aan het woord komt. Methodisch is het al onmogelijk voor een christen-ethicus om de Schrift in de morele discussie voorlopig op dood spoor te rangeren en de diepste geloofsmotieven tussen haakjes te plaatsen. Wel dient naar een gespreksbasis met niet-christenen te worden gezocht en deze zal dikwijls ook wel gevonden worden. Maar daarbij strijdt de christen met open vizier: van meet af aan appelleert hij aan en is hij zelf appèllabel op de Bijbel.

Nu de methode daargelaten, is er al evenzeer kritiek te leveren op de uiterst oppervlakkige wijze waarop Kuitert de Schrift in de meningsvorming betrekt. De betekenis van het zesde gebod ('gij zult niet doodslaan') wordt niet uitgediept. Totaal wordt over het hoofd gezien de vraag in hoeverre de rechten van de mens niet alleen gefundeerd, maar ook begrensd worden door het recht van God! Het gepretendeerde recht op zelfbeschikking over het eigen leven staat haaks op het in de Schrift geproclameerde recht van God op ons aller leven. We zijn rentmeesters of we zijn rebellen. Tertium non datur: een middenweg is er niet.

Kuitert neemt trouwens de vrijheid het getuigenis van de Schrift geheel terzijde te schuiven, wanneer hem dat zo uitkomt. Zo gaat hij bijvoorbeeld welbewust tegen Rom. 5 : 12 in wanneer hij beweert dat de dood bij Gods goede schepping behoort en derhalve niet als een straf en gevolg op de zondeval moet worden gezien.

2. Een tweede ernstig bezwaar is dat Kuitert geen dam opwerpt tegen een steeds verder om zich heen grijpende euthanasie-praktijk. Dikwijls is het zo dat de minste vervaging van de grenzen in de ethische doordenking, in de praktijk veel verder strekkende gevolgen heeft. Iets daarvan blijkt ook al in dit boekje. In feite blijft Kuitert namelijk niet bij vrijwillige euthanasie staan, maar vraagt hij ook ruimte voor levensverkorting niét op verzoek bij patiënten met zeef ernstig hersenletsel en bij zwaar defecte pasgeborenen. Hier is dan in zijn definitie wel geen sprake van euthanasie, maar zou van mislukte experimenten moeten worden gesproken. Een slechts zeer ten dele gelukte reanimatie zou als mislukt experiment ongedaan kunnen worden gemaakt. Men dient zich wel te realiseren dat dit betekent dat het leven van de patiënt 'ongedaan wordt gemaakt'. Hier blijkt dat de euthanasietre'in in volle vaart doorraast wanneer met een beroep op het zelfbeschikkingsrecht over het eigen leven bepaalde wissels zijn omgegooid. Hiertegenover stel ik dat menselijk leven volstrekt beschermwaardig is, ook al bevindt het zich op nog zo laag niveau. Dat betekent vanaf de conceptie totdat de dood is ingetreden en bijvoorbeeld tot het aantonen van de hersendood is vastgesteld. De menslievende God heeft in Zijn gebod een bescherming rond het mensenleven opgeworpen. Het is ons niet geraden dit hek van de dam te halen...

3. Het stemt tot droefheid dat Kuitert zijn gehele onderwerp niet veel meer sub specie aeternitatis, dat is onder'het gezichtspunt van de eeuwigheid heeft gesteld. Dan zou niet onvermeld zijn gebleven dat in de 'christelijke traditie van 'euthanasia', wel-stervenskunste, is gesproken als het op Gods tijd afreizen, in Christus reisvaardig, de reisstaf neerleggend na aardse pelgrimage, het paspoort getekend door Jezus' bloed, het hart reeds vol van hemelse vreugde. Dat is - als u het mij vraagt - 'een gewenste dood'.

* Boekbespreking'uitgesproken voor de E.O. microfoon in het programma 'Theologische Verkenningen'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kuitert over ‘een gewenste dood’*

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken