Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven uit de Geest of geestdrijverij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leven uit de Geest of geestdrijverij

9 minuten leestijd

De Geest heet in de Schrift de Geest des gelóófs. Zo nauw zijn Geest en geloof met elkaar verbonden.

Kerk en sekte

Het is een merkwaardig verschijnsel, dat het Pinksterfeest in allerlei sekten en groepen vaak veel hoger genoteerd heeft gestaan dan in kerkelijke kringen.

In de oud-christelijke kerk was het zeker niet het Pinksterfeest dat het eerst naar voren trad om echt als een feest gevierd te worden. Het Paasfeest was er eerder; de herdenking van Christus' lijden en sterven en opstaan.

En toch was er wel, en zelfs al vrij spoedig, nl. nog vóór het midden van de tweede eeuw, de sektariër Montanus, die zich uitgaf voor de Parakleet, de Trooster, d.w.z. de Heilige Geest. In zijn kring bloeide de geestdrijverij. Hoe zou het komen, zo kan men zich afvragen, dat in kerkelijke kring over het algemeen gesproken veel meer interesse is in Christus' lijden en in zijn opstanding uit de doden, dan in de uitstorting van de Heilige Geest? En hoe zou het komen, dat men in onkerkelijke en buitenkerkelijke kring vaak het omgekeerde aantreft?

Ik meen dat men, in antwoord op deze vraag, in elk geval op twee dingen wijzen kan. In de eerste plaats op het feit, dat vooral binnen de kerken en dan denk ik heel in het bijzonder aan de reformatorische kerken het besef leeft, dat wij zondaren voor God zijn, dat wij schuld hebben, dat die schuld moest worden verzoend, en dat wij nog steeds dagelijks moeten leven uit de genade, die de Heere Jezus Christus door zijn lijden en sterven voor ons heeft verworven; en dat Hij nu de opgestane en verheerlijkte Heere is, die vanuit de hemel ons deze weldaden deelachtig maakt. Dat Hij dat doet door de Geest, wordt in de christelijke kerk zeker niet ontkend en vergeten. Men denkt er niet aan de betekenis van Pinksteren weg te cijferen. Maar men benadert Pinksteren vooral vanuit Goede Vrijdag en Pasen.

In allerlei sekten en vrije groepen is het net omgekeerd. Zo wijzen wij dan, in de tweede plaats, op het feit, dat daar Pinksteren nogal zelfstandig bekeken en beleefd wordt. Men legt meer dan eens een zodanig accent op de gaven van de Geest, dat het is alsof Christus' werk gemist kan worden. De arme zondaarshouding is vervangen door die van de blije, uit de Geest en gaven van de Geest levende christen. Zeker, er is nog wel de belijdenis van zonden en schuld, maar het zwaartepunt van het christenleven ligt niet meer daar maar elders, in het beleven van de Pinkstergeest.

Geestdrijverij

Zo zag men dan steeds in de geschiedenis der christenheid een zeker enthousiasme, of, lelijk gezegd, geestdrijverij. Uiteraard is het niet onze bedoeling alles over één kam te scheren. Wij geven slechts een algemene typering. Wat is nu, zo willen wij vragen, het kemnerkende van de geestdrijverij? Zij komt voor in allerlei gedaanten en allerlei graden, maar wij menen toch wel een zekere karakteristiek te kunnen bieden.

Heilige Schrift

Een eerste kenmerk van de geestdrijverij is, dat zij gewoonlijk op gespannen voet staat met de Heilige Schrift. In extreme vormen van geestdrijverij zet men die Schrift zelfs geheel aan de kant. Men meent dan genoeg te hebben aan de Geest van binnen, in het eigen hart. Doorgaans noemt men die Geest dan het inwendige woord. De Schrift als het uitwendige Woord moet het afleggen tegen de Geest als het inwendige woord. Ik zou nu een aantal namen kunnen noemen van mensen en groepen of sekten uit het verleden waarin het zo gesteld was. Waar men deze opvatting in z'n meest extreme vorm tegen komt, ziet men de mensen na enige generaties geheel van het christendom vervreemden. Het inwendige woord blijkt te zwak om hen staande te houden in enige vorm van christen-zijn.

Gewoonlijk komt men dan ook een gematigde, wat halfslachtige vorm, van geestdrijverij tegen. Men zet de Schrift niet geheel aan de kant, maar laat haar toch niet anders zeggen dan hetgeen men van binnen van de Geest meent te horen en te ontvangen. Dat leidt dan uiteraard vaak tot een heel wonderlijke exegese. Men benut hiervoor de allegorie, men gaat de Schrift ver-geest-elijken.

Deze vorm van geestdrijverij is niet altijd aan het gereformeerd protestantisme voorbijgegaan. En zij is er nóg. Men beroept zich op ervaringen en bevindingen van de Geest, zonder er acht op te geven of zij ook opkomen uit de Schrift als het Woord Gods, en daaraan beantwoorden en daarmee overeenstemmen.

Christus

Een tweede kenmerk van de geestdrijverij is, dat Christus en zijn heilswerk in de schaduw komen te staan van de Geest en zijn werk. Er treedt een soort concurrentie-verhouding op tussen Christus en de Geest. Over de kennis van de Heere Jezus Christus doet men soms smalend, over het geloof in Christus nog smalender. Men stelt de pneumatologie, de leer aangaande de Geest voor en boven alles. Op een heel merkwaardige wijze loopt er ook door de kerk van Rome zulk een spiritualistische ofwel geestdrijverige trek. Er is enerzijds in die kerk de harde autoriteit der dogma's, die men op straffe van de eeuwige zaligheid te verliezen voor waar heeft te houden, zodat het geloof een voor-waar-houden is, en anderzijds het beroep op de leiding van de Geest, zelfs daar waar men tevergeefs een getuigenis in de Schrift kan vinden. De Maria-dogma's b.v. vinden, geen grond in de Schrift, maar het pausdom zegt: de kerk wordt door de Geest in alle waarheid geleid. De Hervormers spraken in dit verband terecht van de geestdrijverij bij Rome.

Maar hetzelfde vindt men vaak ook in het moderne protestantisme. De Geest leidt de kerk verder in haar verstaan, zegt men dan, en rustig laat men een aantal bijbelteksten en oude dogma's dan achter zich liggen. Men beroept zich dus op een voortgaande leiding van de Geest, of zelfs op een voortgaande openbaring. Dat alles is typisch spiritualisme, het is moderne geestdrijverij.

Tegenover dit alles nu stellen wij: het leven uit de Geest. Wat dat allemaal inhoudt, is natuurlijk niet slechts in een paar regels te zeggen. Ik wil volstaan met slechts enkele karaktertrekken ervan te noemen.

Leven uit Christus

In de eerste plaats: dit is een leven uit Christus. Er bestaat niet een concurrentie-verhouding tussen Christus en de Geest. De Geest heet in de Schrift de Geest van Christus. Hij is met deze Geest gezalfd. Hij is door Hem verworven. Hij gaat van Hem uit. Hij is gezonden om Christus te verheerlijken. Hij spreekt uit zichzelf niet, maar neemt het alles uit Hem. Waar de Geest is, daar valt de naam van Christus, daar worden wij bij Christus ingelijfd, met Hem verenigd, daar wordt Hij verheerlijkt. Wat hebben de apostelen op de Pinksterdag anders gedaan dan Christus verkondigd en Hem verheerlijkt? Wie zegt de Geest te hebben en toch niet in Jezus Christus roemt, mag zich wel afvragen of hij wel in waarheid de Geest heeft. Men kan zich hierin ook bedriegen. Er zijn vele 'geesten' uitgegaan. De Geest van Christus is een geheel eigen Geest, Hij alleen is de ware. De duivel, die ook een geest is, kan zich voordoen als een engel des lichts. Hij kan de gedaante van Christus aannemen, maar Hij kan evenzeer de gedaiante van de Geest aannemen. Niet alleen Christus' werk kan hij nabootsen, maar ook het werk van de Geest.

Leven uit het Woord

In de tweede plaats: leven uit de Geest betekent leven naar het Woord. Ook tussen Geest en Woord bestaat er niet een concurrentieverhouding. Hoe zou dat ook kunnen? De Geest zelf is de auteur van de Schrift. Al de Schrift is door Hem ingegeven. Hoe zou Hij ooit zijn eigen werk ontrouw kunnen worden? Het is een innerlijke onmogelijkheid om Woord en Geest tegenover elkaar te stellen. Het Woord is in haar oorsprong een werk des Geestes, en de Geest blijft dat eigen werk trouw, ook in het bearbeiden van zondaren en in het brengen van zondaren tot de kennis des Heeren en tot het heil des Heeren.

Toen de apostelen op de Pinksterdag vervuld van de Geest waren, namen zij teksten uit het Oude Testament als basis voor hun prediking. Zij haalden Joël aan en enkele Psalmen. En dat Woord deed het! Dat bracht de drieduizend tot bekering. Men kan ook zeggen: de Geest deed het. Er was een tweeëenheid van Woord en Geest in het bekeren van zondaren.

Leven uit het geloof

In de derde plaats: leven uit de Geest is leven uit het geloof. Niet uit allerlei bijzonderheden. Men kan de tongentaal bezitten, om maar eens iets te noemen en toch nog de Pinkstergeest missen. Het bezitten van bijzondere gaven van de Geest is niet hetzelfde als het bezitten van de Geest zelf. Voor het laatste is het geloof nodig. De Geest heet in de Schrift de Geest des gelóófs. Zo nauw zijn Geest en geloof met elkaar verbonden. Wie niet het geloof heeft, heeft ook niet de Geest. Het werk van de Geest is het verwekken van het geloof.

Heiligmaking

In de vierde plaats: leven uit de Geest is een leven van heiligmaking. De Geest des Heeren heet niet voor niets de Heilige Geest. Dat is omdat Hij in Zichzelf heilig is, maar ook omdat heiliging zijn werk is. Men kan roemen in de Geest wat men wil, maar als er niet is een leven van heiligmaking, dan is die roem ijdel. De Geest des Heeren laat ons nooit wat wij zijn, wij worden herboren, geheiligd, vernieuwd naar het beeld van Hem die ons geroepen heeft uit de duisternis tot het licht, de Heere Jezus Christus.

Het leven uit de Geest is een rijk leven. Wat is rijker dan Christus, het Woord en leven des geloofs en een heilig leven? De Geest opent schatten. De schatten die in Christus Jezus zijn, de schatten van het Woord Gods, en het geloof aanvaardt het, verwondert zich, verheugt zich, en het draagt vrucht in een leven voor de Heere.

Laatste feest

Wij begonnen met op te merken, dat het Pinksterfeest wel eens wat achteraan hinkt in de waardering van kerkelijke christenen. Toch behoeft dat niet zo te zijn. Ook het Pinksterfeest is een feest van de kerk. Zij mag het niet prijsgeven aan anderen, die niet van haar zijn. Pinksteren doet geen afbreuk aan Goede Vrijdag en Pasen en aan het Kerstfeest. Neen, het dient deze feesten, brengt Christus' komst, zijn lijden, sterven en opstaan, tot ons. Het concurreert niet met deze feesten, maar is er de spits van. Al onze feesten lopen uit op dit feest, niet om ze te vervangen, maar omdat zij er alle in opgenomen zijn, zonder hun eigen betekenis te verliezen. Pinksterfeest, ons laatste feest . . . vóór de wederkomst van Christus!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Leven uit de Geest of geestdrijverij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken