Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Blijvende begripsverwarring?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Blijvende begripsverwarring?

6 minuten leestijd

Euthanasie is een opzettelijk, levensverkortend handelen (inklusief het opzettelijk nalaten van handelen) door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek.

In mijn artikel 'Kuitert over een gewenste dood' in de Waarheidsvriend van 4 maart jl. heb ik bij fundamentele kritiek op het standpunt van prof. dr. H. M. Kuitert inzake euthanasie en het zelfbeschikkingsrecht over het eigen leven, hem toch de lof niet onthouden dat zijn definitie van euthanasie verhelderend is. Er zij nog eens aan herinnerd hoe deze luidt: 'Euthanasie is een opzettelijk, levensverkortend handelen (inklusief het opzettelijk nalaten van handelen) door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek'. In deze begripsomschrijving is de onderscheiding tussen aktieve en passieve euthanasie in feite weggevallen. Hij is als onderverdeling, als sub-divisie, wellicht niet geheel onbruikbaar. Maar van een basis-onderscheiding is in elk geval geen sprake. Vanuit ethisch gezichtspunt vallen de wezenlijke grenzen niet samen met de markering tussen aktief en passief. Kuitert geeft voor deze stelling ook een duidelijk argument. Laten - zo zegt hij - is een bepaalde uitleg die wij aan doen geven. Laten is dus óók doen en stelt precies zo aansprakelijk als doen. Beslissend is het motief van doen én laten. Letterlijk schrijft hij in dit verband: 'Het nalaten van een levensverlengend handelen is, als het niet op verzoek gebeurt, even verkeerd (en zelfs strafbaar) als levens verkortend handelen zonder dat daarom gevraagd werd door iemand die tot dat vragen wel in staat was. Om het kras te zeggen: een arts is dan het pad van de doodslag opgegaan en of dat wel of niet aanvaardbaar was in dat speciale geval, moet de rechter uitmaken' (42).

Vervolgens stelt Kuitert ook dat er grenzen aan onze bemoeienis zijn. We moeten van ophouden weten als het om ingrijpen gaat. Maar die problematiek moet niet met het dilemma aktief/passief verbonden worden. Immers: afzien van bemoeienis is niét hetzelfde als laten in tegenstelling tot doen. Het staken van een zinloos geworden behandeling is geen euthanasie. Het is geen levensverkorting door handelen of nalaten, maar het is de beëindiging van de bestrijding van de dood. Een arts behoeft geen zinloze medische handelingen te verrichten, dat wil zeggen handelingen die niet tot welzijn van de patiënt strekken, omdat ze slechts het stervensproces 'rekken'.

Kritiek

De heer W. Geldof heeft echter scherpe kritiek op de terminologie van Kuitert. Zijn definitie zou in zijn straatje goed van pas komen. Dat zullen we dan zó moeten verstaan dat die definitie een listig hulpmiddel is om tegenstanders van euthanasie zand in de ogen te strooien en principiële verpleegkundigen in verwarring te brengen. Prof. dr. G. A. Lindeboom schrijft in een boekbespreking in het Informatiebulletin van het Nederlandse Artsen Verbond van februari 1982: 'Uiteraard heeft deze vereniging van het begrip euthanasie, waaraan de schrijver consequent vasthoudt, voordelen voor de belichting en verdediging van zijn standpunt'. En: 'Hij heeft me niet kunnen overtuigen dat het zich onthouden van een vrijwel uitzichtloze behandeling, waarna de lijder aan het natuurlijke ziekteproces sterft, moreel hetzelfde is als het opzettelijk doden van die patiënt'. Hier slaat Lindeboom mijns inziens de plank mis. Kuitert betoogt dat namelijk ook niet, stelt integendeel juist uitdrukkelijk het onderscheid! '

Een ander bezwaar van Lindeboom is dat Kuiterts definitie afwijkt van de onder medici gebruikelijke. Hij konkludeert: 'Mijns inziens is het begrip en de uitdrukking aktieve euthanasie... onontbeerlijk'. Dr. E. Masselink maakt in Woord en Geest (1982-1) een dergelijk bezwaar. Ik citeer: 'Hij maakt praktisch geen verschil tussen aktieve euthanasie (levensverkortend handelen) en passieve euthanasie (bepaalde levensverlengende handelingen staken). Dat verschil is er mijns inziens wel: de eerste durft het leven af te breken, de tweede wil het niet met supertechnische apparatuur als maar verlengen als de stervensfase al ingetreden is. Bovendien zal de arts in het laatste geval minder moeite hebben met art. 293 en - wat meer is - met zijn geweten'. Dit citaat maakt duidelijk waarom de kritiek én van Geldof én van Lindeboom én van Masselink haar doel voorbijschiet. Zij brengen namelijk het terugtreden waar de dood zich aandient, onder het hoofd 'passieve euthanasie'. En dat is nu juist zo verwarrend! Hoewel Geldof schrijft: 'Maar ik noem het géén euthanasie, eerder overgeven aan God'. Welnu, - Kuitert noemt het ook geen euthanasie, maar 'van ophouden weten'. Wanneer het afbreken van bepaalde handelingen die het leven in stand houden buiten het verzoek van de patiënt om gebeurt, is dat bij Kuitert doodslag. Gebeurt het op verzoek van de patiënt, dan is het euthanasie. Gebeurt het in een situatie waarin het sterven zich onherroepelijk aan het voltrekken is en slechts verlenging van het stervensproces het effekt kan zijn, dan is er noch van doodslag, noch van euthanasie sprake. Niemand kan Kuitert op dit punt onhelderheid verwijten.

In wiens straatje?

Tenslotte wil ik nog ingaan op de gedachte dat Kuiterts definitie zo in zijn eigen straatje past. Als dat waar is, hoe verklaart men dan dat verschillende auteurs die op een uitgesproken anti-euthanasie standpunt staan al jaar en dag pleiten voor deze zelfde terminologie, die dan ook heus geen uitvinding van Kuitert is noch van H. J. J. Leenen waarop hij zich beroept. Prof. dr. W. H. Velema schreef reeds in 1971: 'Onder passieve euthanasie verstaat men dan het nalaten van die ingrepen die het leven korter of langer kunnen rekken. Ik zou deze passieve euthanasie geen euthanasie willen noemen, omdat men misschien wel het leven verkort, maar in elk geval niet het moment van het sterven bepaalt en daarvoor ook geen bepaalde middelen gebruikt. Natuurlijk is het niet onverschillig of men een bepaalde behartdeling niet meer toepast. Dat is echter geen kwestie van euthanasie' (Rondom het levenseinde, 36, 37). Prof. dr. J. Douma geeft een definitie van euthanasie waarin de onderscheiding aktief en passief is opgesloten. Maar passieve euthanasie is volgens hem: 'het opzettelijk nalaten van levensverlengend handelen'. Daarom stelt hij: beëindiging van een behandeling zoals dat in bepaalde gevallen nodig kan zijn, kan men beter niet passieve euthanasie noemen. 'Want 'passief' wordt toch ook onder de noemer van 'euthanasie' gebracht, waaraan van huis uit de gedachte vastzit van beëindiging van het leven' (Christelijke ethiek. Capita Selecta 1, 1976, 53, 59). Tenslotte verwijs ik naar een artikel van dr. D. J. Bakker in Beweging 78, 78 waarin deze stelt: 'Het is voor het afgrenzen van het begrip euthanasie verder nodig, dat we stellen, dat het achterwege laten van bepaalde medische handelingen, indien overeenkomend met het staken van zinloos medisch handelen, soms ook wel passieve euthanasie genoemd, in wezen geen euthanasie is. Alhoewel ik toegeef volgens het huidige recht niet juist te spreken, ben ik van mening dat het achterwege laten van handelingen, of het niet meer toedienen van bepaalde geneesmiddelen, niet onder het begrip euthanasie, zoals we dat hier bespreken, behoren te vallen'.

Slotsom: we kunnen Kuitert gerust volgen in zijn begripsbepaling, maar niet in zijn standpuntbepaling. De begripsverwarring is groot, maar als iedereen zich houdt aan bepaalde afspraken behoeft deze niet blijvend te zijn. Met dank aan de heer Geldof voor zijn reaktie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 3 June 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Blijvende begripsverwarring?

Bekijk de hele uitgave van Thursday 3 June 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken