Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze wandel in de hemelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze wandel in de hemelen

5 minuten leestijd

Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus. (Filippensen 3 : 20)

De apostel Paulus geeft in de laatste verzen van Filippensen 3 de vijanden van het Kruis een ernstige waarschuwing en doet een indringende oproep hem te volgen. Hij schrijft aan hen: Weest mede mijn navolgers. Paulus is er niet op uit volgelingen voor zichzelf te gewinnen. Hij heeft alleen de Heere op het oog. De apostel volgde Christus na en roept nu op hetzelfde te doen. In zijn dagen waren er velen die anders wandelden. Zij worden vijanden van het Kruis van Christus genoemd. Wie zijn bedoeld? De Judaïsten en Libertijnen. De eersten zochten het leven in getrouwe wetsonderhouding en loochenden dé rechtvaardiging door het geloof, de laatsten hadden uitspattingen op allerlei gebied. Deze mensen leefden in de aardse sfeer. Hun wandel was geheel in strijd met de christelijk levenshouding. De waarheid van de volkomen verlossing door het Kruis van Christus werd door hen bestreden.

Paulus is onverbiddelijk. Hij vermaant tegen de grote gevaren die de gemeente dreigen, anderzijds zijn er voor wie het leven niet meer is dan genieten van overvloed en weelde. Deze mensen die uiterlijk tot de gemeente behoren en werelds wandelen, zijn eerlijk door de apostel behandeld. Paulus weende over de vijanden van Christus. Onder tranen, gedreven door de liefde van Christus, heeft hij hun zondige levenswandel aan de kaak gesteld. Want zij maakten door hun ergelijk gedrag de kracht van het Evangelie te niet.

De Judaïst is die mens die meent dat Christus alleen niet genoeg is voor de zaligheid. Dan wordt bestreden: alleen van genade te leven... alleen van het Kruis te leven. Bewust of soms door onkunde rust men op een grond buiten Christus voor het behoud. De Judaïst meent stellig de genade in verdienende zin door onderhouding van de wet te verkrijgen. Het geloof moet dan aangevuld worden met werken van de wet. Dit is een verdraaiing van de functie van de wet! Dit is misleiding van zielen voor de eeuwigheid! Daarom schrijft Paulus aan de Gemeenten van Galatië: indien u iemand een Evangelie verkondigt buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt. (Galaten 1 vers 9.) Christus is alles voor ons of Hij is voor ons niets. Zoekt u de zaligheid buiten Christus? Het is vijandschap tegen het Kruis!

De Libertijn is in onze tijd nog springlevend. Hij geniet met volle teugen van het aardse leven. Laten we eten... drinken... en vrolijk leven. Mens, durf te leven. Leef niet zo bekrompen. De kerk vergeet ik niet, maar ik moet vrij kunnen leven. De aardse dingen staan voor de Libertijn zo centraal dat hij vergeet dat dit leven een voorbereiding is voor het toekomstige leven. Het is een en al dienen van zichzelf. In het onbekende leven kan alles er mee door. Leeft u slecht voor hier en nu? Houd op met uzelf te dienen! Breek met de goddeloosheid! Laat varen de vijandschap tegen het Kruis!

Maar onze wandel is in de hemelen... Het woord maar sluit aan bij de vermaning van vers 17: Weest mede mijn navolgers, en geeft de tegenstelling aan tussen de wandel in de vreeze des Heeren en de vleselijke wandel van de vijanden van het Kruis. Ook het woord onze is geladen. Duidelijk stelt de apostel: De vijanden van het Kruis zijn tevreden met de aardse dingen; de navolgers van Christus zoeken de dingen die boven zijn. Gods kinderen laten zich niet beheersen door menselijke voorschriften en wereldse regels. Christus, die in de hemelen is, is hun Hoofd.

Letterlijk betekent wandel burgerschap. Onze burgerschap is in de hemelen. De staat waarvan een gelovige een burger is, is boven. Een christen zet zijn hart op de dingen die boven zijn. Op aarde is hij een vreemdeling. Ons burgerschap is in de hemelen, omdat Christus daar is. Paulus wil zeggen: Wij begeven ons tot Hem Die opgevaren is in de hemel. Onze schat is in de Hemel. Ons hart is in de hemelen.

Hoog omhoog! mijn ziel, naar boven!
Hier beneden is het niet.
't Rechte leven, lieven, leven.
Is maar daar men Jezus ziet.

De vereniging door het geloof met de Verheerlijkte Christus ziet niet op de aardse dingen, maar op de hemelse. Wien heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij niets op aarde.

Is uw burgerschap in de hemelen? Hoe kan ik het weten? God, Die rijk is in barmhartigheid heeft ons, ook toen wij dood waren door de misdaden, levend gemaakt met Christus. En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus. (Efeze 2 vers 5 en 6.) De burgers van het hemels Jeruzalem zijn op aarde wederom geboren en hebben God in Christus leren kennen door de Heilige Geest. Indien u met Christus opgewekt bent, zoek dan de hemelse dingen. Laat uw wandel in de hemelen zijn. Uw leven behoort door de band met Christus anders te zijn dan de zondige levenshouding van de vijanden van het Kruis. Burgers van het nieuwe Jeruzalem nestelen zich niet in de wereld en hechten zich niet aan het vergankelijke. Zij hebben hun burgerschap in de hemelen, waaruit zij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus.

Hemelburgers verwachten de Verschijning van Jezus Christus. Naar Zijn komst wordt uitgezien. De gelovigen die in deze tegenwoordige wereld leven, verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus. Zij zien uit naar de Verlosser van dood en hel. Zij begeren de komst van de Overwinnaar van de duivel en de zonde. De Zaligmaker brengt vrede en gerechtigheid. Dit wachten is een volhardend wachten. Daarin zit de zekerheid van de komst van de Heere. De kerk als bruid verheugt zich op de komst van de Hemelse Bruidegom. Het schepsel, als met opgestoken hoofd, verwacht de openbaring van de kinderen Gods. Dan zullen degenen die hun wandel in de hemelen hebben, in bezit nemen, wat aan hen is beloofd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Onze wandel in de hemelen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken