Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christelijke presentie in de Joodse staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christelijke presentie in de Joodse staat

11 minuten leestijd

Hoe kun je als christen present zijn in Israël? Wat betekent de context van de staat Israël en na Auschwitz, voor de christelijke theologie en de bezinning op de relatie tot Israël.

Inleiding

Op 25 maart 1982 promoveerde aan de Theologische Academie te Kampen dr. Simon Schoon tot doctor in de theologie op een proefschrift, getiteld 'Christelijke presentie in de Joodse staat'. Kok verzorgde van dit proefschrift een keurige uitgave in de serie 'Dissertationes Neerlandicae' (280 blz., prijs ƒ 42, 50). De auteur is een aantal jaren predikant geweest van Nes Ammim in Galilea, en sloot zijn verblijf in Israël af met een studieverlof in Jeruzalem. Zijn proefschrift behandelt niet alleen een uitermate belangrijk thema, maar is ook a.h.w. 'van binnenuit' geschreven. Dat verhoogt de waarde van dit goed geschreven boek, dat ik om het belang van het onderwerp, graag wat meer aandacht geef dan een beknopte recensie. De vraag die Schoon zoekt te beantwoorden is: Hoe kun je als christen present zijn in Israël? Wat betekent de context van de staat Israël en na Auschwitz, voor de christelijke theologie en de bezinning op de relatie tot Israël. Het is een thema dat in de afgelopen tijd op allerlei wijze aan de orde gesteld is. We noemen slechts het bekende boek van dr. Hans Jansen over de christelijke theologie na Auschwitz, dat nogal verschillende reakties oproept. Ook het boek van Schoon vraagt om reaktie en gesprek.

Laten we niet vergeten, wanneer Israël ter sprake komt in de christelijke theologie komen de fundamentele vragen aan de orde. In dit artikel wil ik proberen de hoofdlijn van het boek te schetsen en vervolgens enkele vragen te formuleren, die de lezing van dit boek bij mij opriep. Eén artikel over een boek van een dergelijke omvang, betekent dat we slechts de kwesties kunnen aanduiden, in de hoop dat het de bezinning mag stimuleren.

Gestalten en motieven van de presentie

In hoofdstuk I en III stelt de schrijver aan de orde een achttal wijzen waarop christenen in Israël present zijn, en de motieven die daarin meespelen. Allereerst zijn er de Arabische christenen wier aanwezigheid teruggaat op een lange en ingewikkelde geschiedenis.

Schoon spreekt ten aanzien van hen van een 'gespleten indentiteit'. Enerzijds voelen zij zich deel van de Arabische natie, anderzijds vormen zij in Israël een minderheid in een minderheid. De aanwezigheid van de P.L.O. in het Midden-Oosten stelt hen voor een onontkoombaar dilemma, en leidt niet zelden tot radicalisering.

Vervolgens zijn er de Joodse christenen, wier geschiedenis teruggaat tot de eerste eeuw. Naast degenen die zich bij een bestaande kerk hebben aangesloten, zijn er de Messiasbelijdende Joden, die streven naar eigen Joodschristelijke gemeenten. Ook hun positie is uiterst kwetsbaar en moeilijk. Terwijl ze deel van het Joodse volk willen zijn, worden ze door hun mede-Joden niet geaccepteerd. Juist zij ervaren de breuk tussen kerk en synagoge uit de eerste eeuwen aan den lijve. Voorts zijn er de missionaire kerken die op dezelfde wijze als zij tot andere volken gaan, tot Israël komen met de boodschap van het Evangelie. Een vierde wijze van present zijn is die van de zgn. 'Dispensationalisten', die sterk vanuit de eindtijd denken en op het toneel van de eindtijd-gebeurtenissen aanwezig willen zijn. Het gaat hier vooral om fundamentalistische groepen, die de profetieën lezen a la Hal Lindsey als een reportage van aaneengeschakelde gebeurtenissen. De auteur is van oordeel dat deze groepen niet wezenlijk in Israël geïnteresseerd zijn. Door dienen en bidden willen allerlei r.k. orden aanwezig zijn. Voorts zijn er de bewakers van de heilige plaatsen, een bron van conflicten en onderlinge ruzies, zoals de schrijver laat zien aan de hand van de ruzies tussen Kopten en Ethiopische christenen. Tenslotte zijn er de groepen die zoals Nes Ammim, gericht zijn op solidariteit en dialoog.

Joods zelfverstaan

In een afzonderlijk hoofdstuk gaat de schrijver in op het Joodse zelfverstaan in de staat Israël.

Land, volk en Thora zijn onafscheidelijk verbonden voor de Joodse identiteit. Er is spanning tussen Israels afzondering en het universalisme. Een geweldige uitdaging voor het Joodse karakter vormt de secularisatie, die ook in Israël om zich heen grijpt. Wat de houding tegenover de christenen betreft is er enerzijds afweer en verzet tegen missionaire aktiviteiten, waarbij de gebeurtenissen van de tweede wereldoorlog en het anti-semitisme van eeuwen in christelijke landen sterk meespreken. Daarnaast is er veel aandacht voor de persoon van Jezus (Buber, Sjalom-Ben Chorin, Plusser, Lapide e.a.).

Israël in de christelijke theologie

Pas in de twintigste eeuw is Israël als speciaal hoofdstuk ter sprake gekomen in de dogmatiek. De auteur laat zien hoe in allerlei modellen van theologisch denken Israël vergeestelijkt, en tot een ideeële zaak gemaakt wordt. In het denken van velen nam en neemt nog altijd de kerk de plaats in van Israël. Onthullend zijn volgens de schrijver de christelijke wortels van het anti-semitisme, en de vreselijke werking die er in de geschiedenis is uitgegaan van uitleg van allerlei Bijbelteksten.

De terugkeer der Joden naar hun land na de Holocaust, dwingt de theologie rekenschap af te leggen over de werkelijkheid van Israël. De gebeurtenissen van de terugkeer zijn te zien als teken van de trouw van God tegenover zijn volk. De verbondstheologie van Calvijn en de gereformeerde theologen, biedt aanknopingspunten voor een vruchtbare Israël-theologie.

De kerk neemt deel aan de verbondsgeschiedenis van God met Israël. Het verschilpunt met Israël ligt in de christelijke belijdenis, dat het messiaanse verbond reeds enigermate realiteit geworden is in kruis en opstanding. Toch ziet Schoon zowel Israël als de kerk als voorhoede van het Rijk Gods in de wereld. De verwachting van de Joden betrekt zich sterker op het Rijk van de Messias, en die van de christenen op de Messias van het Rijk.

Wat betreft de aanwezigheid van christenen in Israël wijst de schrijver zending onder Joden volstrekt af. Ook bij Verkuyl mist de auteur het werkelijk ernst maken met de dialoog.

Anderzijds wil Schoon ook niet weten van een twee-wegen leer. De kerk zal zowel de lofzang van Paulus in Rom. 11, als de smart van Rom. 9 : 1 moeten meevoelen. Concreet betekent dit de dialoog met Israël in openheid, bescheidenheid en solidariteit en in een nieuwe doordenking wat na Auschwitz de theologie van het kruis betekent.

Tot zover deze summiere weergave van dit boeiende boek. Het biedt veel informatie over kerken en groepen in Israël. De beschamende verdeeldheid van christenen in dat land is een schrijnende zaak. Schoon dwingt ons om ernst te maken met de eenheid van oud en nieuw Verbond. Boeiend zijn de passages over de volkenpelgrimage naar Zion als een gegeven dat in de brieven van Paulus telkens weer meespreekt. De auteur heeft me ook overtuigd van de noodzaak van heroriëntatie, na een eeuwenlang gescheiden optrekken. Zijn huiver voor allerlei missionaire aktiviteiten, die vaak gevaarlijk dicht in de buurt van propaganda komen, kan ik begrijpen. Niet voor niets heeft de Hervormde kerk al jaren gekozen voor de term 'gesprek met Israël', een gesprek dat zeker niet vrijblijvend bedoeld was.

Enkele vragen

Toch kwamen er al lezend een aantal vragen bij mij boven toen ik dit boek las. Ze betreffen vooral de volgende punten: a.) de vertolking van de Schrift, b.) de theologie na Auschwitz, c.) de aard van de dialoog.

Over elk van die punten een paar opmerkingen. De schrijver wil spreken en denken vanuit de Schrift. Daarvan getuigen de vele bladzijden, gewijd aan de uitleg van allerlei teksten. Merkwaardig is dan toch de stelling dat Rom. 9-11 geen voldoende basis bieden voor een christelijke theologie na Auschwitz, omdat men de geschiedenis van 2000 jaar niet achterwege kan laten. Dat laatste zal waar zijn, maar behoeft m.i. het eerste niet uit te sluiten. Theologie heeft toch als bron en norm de Heilige Schrift. Ik heb het gevoel dat de auteur geen raad weet met de harde woorden van Paulus over Israel's ongeloof en ongehoorzaamheid. Letterlijk schijft hij op blz. 172: 'Maar deze harde aanduidingen van Paulus zullen onder de kritiek gesteld moeten worden van de realiteit van de Joodse geschiedenis' . Die geschiedenis is volgens Schoon vol van gehoorzaamheid aan de Thora. Maar wordt de geschiedenis hier niet tot een norm boven de Schrift? Consequenties heeft dit ook voor uitspraken als Matth. 27 : 25 en 1 Thess. 2 : 14-16. Die kunnen volgens Schoon niet meer funktioneren als betrouwbare uitspraken over de realiteit van het Joodse volk. Ik geef graag toe dat de uitleg van deze teksten, velen vaak op een verkeerd spoor heeft gezet, en hen doof maakte voor andere geluiden binnen de Schrift ten aanzien van Israël. De zgn. 'Wirkungsgeschichte' d.w.z. de geschiedenis over de uitwerking van teksten, moet ons wel waarschuwen voor misstappen, maar mijn bezwaar is dat bij Schoon en anderen, deze 'Wirkungsgeschichte' bepalend wordt voor de uitlleg. Met name geldt dat als het anti-semitisme ter sprake komt. Ik meen dat we ten aanzien van het Nieuwe Testament nooit kunnen spreken van anti-semitisme, omdat het daar een discussie betreft tussen Joden, en de felle woorden van afwijzing aan het adres van het ongelovige deel van Israël niets te maken hebben met racisme, maar samenhangen met de beslissing ten opzichte van Jezus Christus. Maar ik heb het gevoel dat ook Schoon niet ontkomt aan de neiging een bepaalde visie op Israël op te leggen aan de Schrift, en kritisch te gaan schiften tussen wat wel en niet meer normatief voor ons is.

In de tweede plaats: theologiseren na Auschwitz. Dat is een ingrijpend vraagstuk. Ik deel met de schrijver zijn afwijzing van goedkope verklaringen. Daarvoor is dit gebeuren te gruwelijk. Ik ben het ook met hem eens dat dit gebeuren ons moet dringen tot heroriëntatie.

In hoeverre staan de christenen hier schuldig? In hoeverre hebben kerken door verkeerde prediking en verkeerde daden een voedingsbodem gevormd? Hoe is het mogelijk geweest, dat de Nazi's zich konden beroepen op Luther? Van die vragen zullen we ons niet makkelijk mogen afmaken. Maar daarnaast - en daar heb ik moeite mee - , krijg ik bij Schoon de indruk dat Auschwitz tot een soort openbaring gemaakt wordt. Gaat het niet te ver om te zeggen dat Auschwitz voor christenen tot een vernieuwd en verdiept zicht op het gebeuren van Golgotha kan leiden? Op de achtergrond staat hier een visie op het kruis, als teken van solidariteit met de lijdenden, waarbij m.i. tekort gedaan wordt aan wat de Schrift zegt over de verzoening door het Kruis. Waar blijft de notie van het plaatsvervangend offer? 'Sinds Auschwitz kunnen christenen nooit meer de waarheid wegdrukken die vele eeuwen werd vergeten, dat er een Jood hing aan het kruis van Golgotha', lezen we op blz. 209. Zeker, de auteur gaat tastend en voorzichtig zijn weg. Maar ik mis bij hem toch duidelijkheid inzake het unieke van Golgotha, het dragen van de schuld en de straf door het Lam van God. Dat heeft niets te maken met christelijk triomfalisme, integendeel, de eeuwen door is toch ook in de christelijke gemeenten beleden: En 't zijn de Joden niet, Heer Jesu die u kruisten... ik ben het...' Bovendien ben ik het met drs. H. de Jong eens als hij in Opbouw van 20 augustus, het gevaarlijk acht om Auschwitz tot een soort sleutel te maken voor de bijbeluitleg en vertolking. De norm voor de christelijke theologie ligt niet in een bepaalde cultuurfase of geschiedenis, maar in de Schrift. De visie van Schoon moet op den duur leiden tot een tweebronnen theologie, n.l. de Schrift, en de geschiedenis als openbaringsbronnen. Dat meen ik te moeten afwijzen, juist vanuit een reformatorisch denken over de Schrift.

In de derde plaats heb ik moeite met de vulling van het begrip 'dialoog'. Verkuyl heeft in een kritische reaktie aan het adres van Schoon en anderen, erop gewezen dat dialoog meer moet betekenen dan het kweken van wederzijds begrip. Christenen kunnen zich nooit ontslagen achten van de opdracht te getuigen van Christus als de Verlosser voor Israël. In de dialoog zullen we hebben te luisteren naar wat Israel's grote zonen ons te zeggen hebben. Maar we hebben ook iets mee te delen. Niet vanuit onze christendommelijke wijsheid, maar vanuit de door God gegeven opdracht. Wij bewijzen Israël geen dienst als we hen dit getuigenis in de dialoog onthouden, met als argument dat we na zoveel eeuwen Jodenhaat, het recht tot spreken verspeeld hebben. Zeker, de schulbelijdenis past ons. Maar getuigen ontlenen het recht daartoe nooit aan zichzelf, maar aan het feit dat Christus zondige mensen roept en instrueert. Paulus heeft geweten van verbondenheid met Israël, maar tegeljk heeft hij nooit gezwegen over de ergenis van het kruis. De huidige theologische bezinning over Israël is uitermate belangrijk, zowel voor Israël als de Kerk. Maar wij zullen op moeten passen voor een nieuw Judaïsme. Daarmee is noch de kerk, noch Israël gediend. Laat de dialoog een getuigend gesprek mogen zijn, waarbij we de kloof niet camoufleren en ons de belijdenis aangaande Jezus' werk der verzoening niet schamen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christelijke presentie in de Joodse staat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken