Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heeft Zondagsschool-houden nu nog zin?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heeft Zondagsschool-houden nu nog zin?

12 minuten leestijd

Sterke nadruk heeft in het verleden het evangeliserende karakter van het Zondagsschool werk gekregen.

De Zondagsschool heeft een lange geschiedenis achter de rug. Van buitenlandse oorsprong heeft dit werk ook alle aandacht gekregen in ons eigen land. We denken hierbij vanzelf ook aan het Reveil in de vorige eeuw. In de loop der jaren heeft de gang van zaken rondom het Zondagsschool-houden wel de nodige wijzigingen gekregen. Dit kunnen we echter gevoegelijk laten rusten en ons nu bezig houden met de bedoelingen, die we nu hebben met dit werk op de zondag onder kinderen, welke plaats deze arbeid van lieverlee in ons kerkelijk leven heeft gekregen. Het valt gewoon niet meer weg te denken uit het leef-patroon van ons Kerk-zijn, van het hieraan gestalte geven ook in onze tijd. Bezinning hierop is steeds opnieuw van groot belang. Daar zit een groot gewoonte-element in ons doen en laten, ook in ons geestelijk bezig-zijn, met alle gevaren die dit met zich meebrengt. Automatisme is een groot gevaar, dat ons zeer zeker ook bedreigt in ons kerkelijk leven en nauw hiermee verbonden in ons geestelijk leven. Daarom is een oproep om er over na te denken, waarom we iets doen op dit terrein en waarvoor we het doen, wel terdege op zijn plaats. Vandaar dat we de boven dit artikeltje gestelde vraag elkaar voorleggen tot overdenking, opdat we ons er rekenschap van zullen geven wat we eigenlijk doen, als we meestal op zondagmiddag kinderen bij elkaar laten komen en hun vertellen uit de Bijbel.

Evangeliserend

Sterke nadruk heeft in het verleden het evangeliserende karakter van het Zondagsschool werk gekregen. Daar is zeker ook vandaag de dag alle aanleiding toe om dit facet van deze arbeid niet te vergeten. Ieder die nauw bij het kerkelijk gebeuren betrokken is, zal het grote zorg geven, dat heel veel gezinnen van de Kerk en daarom ook van de Bijbel vervreemd zijn. We weten er allemaal van, dat de invloed van de Kerk, van wat de Bijbel ons vertelt van God en Zijn dienst, van het heil, dat de Heere Jezus voor ons mensen heeft verworven om het weg te schenken aan arme zondaren, sterk verminderd is, waarvan de gevolgen op alle fronten van de samenleving wel heel erg duidelijk zichbaar worden. En dat niet alleen, maar ook in de Kerk zelf, onder hen, die nog een band met de gemeente van Christus hebben, komt de verachtering in het werkelijk beleven van wat ons verkondigd wordt uit de Heilige Schrift, al duidelijker openbaar. Niet dat dit iets nieuws is, iets wat zich nog nimmer voorgedaan heeft, helaas integendeel. De Heiland Zelf geeft er getuigenis van in een visitatie-rapport, dat Johannes op Patmos namens de Heiland schrijven moest aan één van de zeven gemeenten in Klein-Azië. Daar was een christelijke gemeente, Laodicea, zonder Christus. Alles liep gewoon door, blijkbaar heel gesmeerd, in het kerkelijk leven, zodat men de indruk had, dat alles prima in orde was, terwijl de Heiland buiten stond, aan de deur stond te kloppen, te vragen of Hij alstublieft binnen mocht komen. Bedreigt ook ons dit niet in de verschraling van ons geestelijk leven, in het gemis van een innige omgang met de Bijbel, met de God van de Bijbel, met de Heere Jezus de Zaligmaker van zondaren, de bron van het waarachtig leven, het eeuwigheidsleven?

Daarom is de roep om en de oproep tot evangelisatie, tot verkondiging van de blijde boodschap, tot aanprijzing van de enige Naam, die ons onder hemel tot zaligheid gegeven is, wel bijzonder op zijn plaats ook in onze situatie. En deze kant van ons Zondagsschool-werk, het evangelisatorische facet, zullen we dan ook beslist niet uit het oog mogen verliezen.

Beperking?

Een discussiepunt is het in het verleden dan ook geweest, of men zich in deze arbeid niet beperken moest tot het bijeenbrengen van kinderen, uit onkerkelijke gezinnen om juist aan hen van de Heere Jezus te vertellen en zo in het kinderhart het zaad uit te strooien, dat onder de zegen des Heeren, juist bij het opgroeien, zijn vrucht voort zal brengen. Misschien komt deze gedachte ook nu nog wel bij sommigen op. Kinderen van kerkelijk meelevende ouders hebben dit toch niet nodig. Bovendien horen zij toch op de basisscholen, die een christelijk karakter dragen, van wat in de Bijbel verteld wordt, omdat toch de Bijbelse geschiedenis een vast onderdeel is van het dagelijks lesrooster. En bovendien, we leren toch onze kinderen van jongsafaan de dienst in de Kerk mee te maken onder het motto: al kunnen ze alles nog niet volgen van de preek, dat ze zo al vroeg gewend worden aan het meegaan naar de Kerk, wat zo mee kan werken om hen bij het ouder worden tot trouwe kerkgangers te maken. Het komt mij voor, dat dit al te theoretisch geredeneerd is, waarmee je in de praktijk bij ieder kind niet goed uitkomt. We dienen hierbij wel de nodige wijsheid te betrachten en zeer tactvol op te treden. Zou zo'n gedwongen kerkgang bij jonge kinderen in de practijk ook niet vaak tot schadelijke gevolgen aanleiding gegeven kunnen hebben? En zouden we als ouders ook niet heel veel tekort gekomen zijn door na te laten de gehoorde preek te vertalen in het kinderlijke denk-en gevoelswereldje? Kinderen geestelijk grootbrengen is niet zo'n gemakkelijke bezigheid. Toch krijgen we de opdracht al mee uit het bij de doop van onze kinderen gelezen formulier, en helpen onderwijzen!

Zondagsviering

Het lijkt mij dan ook zeer noodzakelijk aandacht te schenken aan de vraag, op wat voor manier we aan onze kinderen iets kunnen geven wat tot een passende zondagsviering behoort en tegelijk meer aansluit bij het nog kind-zijn. Paulus schreef hierover in zijn brief aan de gemeente te Corinthe, toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik teniet gedaan hetgeen van een kind was.

Een goede vingerwijzing voor ons is deze opmerking van de apostel om het tenvolle te laten gelden, dat onze kinderen nog 'kind' zijn. Ook in het verwerken van het geestelijk voedsel. Derhalve ook in het verwerken van een kerkdienst, die, zo kunnen we het toch wel stellen, gericht is op de leeftijd van het een man geworden zijn. Zou het dan ook niet alle aandacht verdienen hieraan te denken, als we het hebben over de kerkgang van onze kinderen? En zou dan juist ook voor hen het zondagsschool-houden niet van grote betekenis kunnen zijn bij het iets meegeven uit de Bijbel voor hun jonge leven van alledag?

Hierbij behoeven we het nog niet zo te stellen, dat het gaan naar de Zondagsschool in de plaats dient te komen van het meemaken van de kerkdienst der gemeente. Maar wel zo, dat dat het met elkaar luisteren naar een verhaal uit de Bijbel, dat voluit rekening houdt met het kind-zijn, een plaats krijgt naast het ook meegaan naar de Kerk. Hierbij zullen we ons ook wachten voor een teveel. Je komt de opmerking nog wel eens tegen, dat men het best vindt, dat een kind naar de Zondagsschool gaat, terwijl dan tegelijk de regel geldt, dat deze kinderen ook tweemaal meegaan om een kerkdienst bij te wonen. Het komt mij voor, dat we hiermee wel over de bij het kind-zijn behorende grens gaan. Is het ook voor ouderen de meest vanzelfsprekende zaak tot driemaal toe te verkeren onder de bediening van het Woord? Ik geef deze vraag maar ter overweging of het niet van het grootste belang is te laten gelden wat het betekent, dat een kind nog 'maar-een-kind' is. Zouden we er dan niet goed aan doen onze kinderen als kind te behandelen en hen als zodanig te leiden op de weg, die ons in de Bijbel gewezen wordt, de weg tot het eeuwige leven? Laat het ons als ouders en dus ook als gemeente heel veel zorg geven, dat de kinderen der gemeente op kinderlijke wijze horen zullen van de Heiland, die hen zo 'kinderlijk' behandeld heeft door hen te omarmen, de handen op te leggen en te zegenen.

Kerkeraad

Ook de kerkeraden zijn dunkt mij bij deze zaak heel nauw betrokken. Daarom zou het zijn nut kunnen hebben iets meer contact te onderhouden met hen, die de Zondagsschoolarbeid behartigen. Want zulk eenvoudig werk is het niet, al wordt er wel door velen zo over gedacht. Kinderen vertellen van de Heere Jezus, van de enige weg tot de Vader, opdat we getroost zullen leven en eenmaal zalig sterven, brengt zijn eigen moeilijkheden mee. Hier komt heel wat bij kijken om het zo te doen, dat het kinderen boeit, dat zij er iets van meenemen en verwerken in hun eigen gevoelswereldje, waardoor het onder de zegen van de Heere tot nut zal zijn. Ook voor kinderen geldt het, dat de Geest het hart opent, opdat zij acht zullen geven op het Woord, dat hun verteld wordt. Dit vraagt heel veel voorbereiding, waarbij deskundige hulp eigenlijk onmisbaar is. Misschien dat de kerkeraden in goed overleg met hen, die verantwoordelijkheid dragen voor dit stukje Kerkewerk - te denken valt hierbij toch zeker ook aan het hoofdbestuur van onze Zondagsscholenbond - om mogelijkheden te scheppen tot een passende begeleiding van dit werk met de Bijbel onder kinderen. We hebben allemaal leiding en onderricht nodig om op een verantwoorde manier de Bijbelse boodschap aan kinderen over te brengen.

Voorop zal gaan persoonlijk omgang met de Bijbel te hebben, lust en zin in de dienst des Heeren, innerlijke betrokkenheid op wat de Bijbel ons bekend maakt over het geloven in de Heere Jezus, over wat nodig is om in verbondenheid aan de Heiland ons te oefenen in een God-vruchtige levenswandel. Maar dit alles neemt niet weg, dat in deze arbeid ook onmisbaar is geoefend te worden in het practisch nuttig zijn in het leiden van kinderen naar de Heiland op de Zondagsschool, zoals we dit ook lezen in de Heilige Schrift van Andreas, die zijn broer Simon Petrus bij de Zaligmaker bracht. En hij leidde hem tot Jezus, zo schrijft Johannes het in zijn Evangelie-verhaal.

Opdracht

Dit alles overwegende zullen we het niet zo moeilijk vinden om de boven dit artikeltje gestelde vraag te beantwoorden met ja. Sterker nog, daar is voor ons in deze tijd van secularisatie, van afval en vervreemding van de Bijbel, alle aanleiding toe om ons nog intenser bezig te houden met de arbeid onder kinderen vanuit het Evangelie op de Zondagsschool. Wat kan het later bij het opgroeien en bij het ouder worden van heel grote betekenis zijn van de enige Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven gehoord te hebben. Psalmen en teksten uit de Bijbel geleerd te hebben, die in bijzondere omstandigheden voor ons op een soms wonderlijke wijze kunnen gaan leven. Daarom wil ik graag aandacht vragen voor dit stukje Kerkewerk, dat zijn plaats heeft in het grote geheel van de arbeid, die vanuit de hemel gedaan wordt hier op aarde om mensen bekend te maken met wat genoemd mag worden het allerhoogste goed. Wat werkelijk in de nood en vele zwarigheden van dit leven houvast en troost kan geven. De enige troost in leven en sterven, die op zo'n treffende wijze onder woorden gebracht wordt in ons Heidelberger leerboek, het eigendom te zijn van de getrouwe Zaligmaker Jezus Christus.

Fijn als dit werk met grote liefde en trouw verricht wordt in diepe afhankelijkheid van de Heere. Niet dat we het gewenste resultaat direct al tegengekomen. Ook op deze arbeid meen ik van toepassing te mogen verklaren wat we aan het begin van Prediker 11 lezen: werpt uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. De geleerden zijn het weliswaar nog niet helemaal eens geworden wat de bedoeling is van dit woord van de schrijver van dit boek. Dr. Aalders merkt in dit verband het volgende op: Het wil mij voorkomen, dat deze zegswijze met prijsgeving van elke letterlijke toepassing als zuivere beeldspraak is op te vatten; en deze beeldspraak moet dan, in verband met de verdere inhoud van deze pericoop, betrekking hebben op 's mensen arbeid. Maar welke zin moet men aan deze beeldspraak hechten? Niet die van een 'schijnbaar zinloos en roekeloos ondernemen' , zoals Gemser zegt. Wel echter die van een royaal aanwenden van eigen bezit en kracht zonder dat men daarvan onmiddelijk resultaten ziet. Want de idee van het zinloze en roekeloze wordt uitgesloten door de zo positieve verzekering, dat de resultaten in verloop van tijd wel komen zullen. De opwekking van de Prediker wordt dus niet getypeerd door ons Nederlandse 'die niet waagt, die niet wint', maar door het oud-vaderlandse: 'de cost gaet voor de baet uit'.

Wat hier naar voren gebracht wordt, zeker in de allereerste plaats met betrekking tot allerlei dagelijkse arbeid, kunnen we ook laten gelden met het oog op onze geestelijke arbeid met de Bijbel onder de kinderen van de gemeente. Waarbij we er terdege aan zullen denken, dat ons alles gelegen is aan de zegen des Heeren. We mogen ons ook in deze arbeid, die de geestelijke opvoeding van onze kinderen op het oog heeft, laten bemoedigen door het Woord des Heeren, wat Jesaja, de mond van God, tot Israël sprak: alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen wat Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Heeft Zondagsschool-houden nu nog zin?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken