Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Belijdenis en lijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Belijdenis en lijden

13 minuten leestijd

Het Nieuwe Testament is er niet onduidelijk over dat een volgeling van Christus veel moet lijden.

Valt wel mee

Iemand die dezer dagen belijdenis van het geloof aflegt, zal bij het thema van dit artikel misschien denken: dat valt wel mee met dat lijden. Ik merk daar niet zo veel van. Na de belijdeniszondag kom ik op school of op m'n werk of hoe dan ook onder de mensen en niemand doet me kwaad. Lijden is er beslist niet bij. Er wordt me niets in de weg gelegd. Dat zal waar zijn. We leven (nog) wat dit betreft in een vrij land. Er is vrijheid van religie. Daarbij hoort o.a. dat je openlijk mag uitspreken in Christus te geloven, je onder Zijn juk wil voegen, in Zijn spoor wil gaan en Zijn Woord als richtsnoer voor je leven wil aanvaarden. Het valt wel mee met dat lijden. Ja, tot op zekere, tot op deze hoogte wel. Ingrijpender wordt het echter wanneer het belijden van Christus allerlei implicaties en konsekwenties gaat krijgen in het leven van alle dag. Dan komen we meer uit bij wat we vooral in het Nieuwe Testament kunnen lezen over het lot van de volgelingen van Jezus Christus. Daar willen we eerst het een en ander over op papier zetten.

Belijden is lijden

Het Nieuwe Testament is er niet onduidelijk over dat een volgeling van Christus veel moet lijden. Op een rustig en makkelijk leventje hoeft een discipel van Christus beslist niet te rekenen. Christen zijn betekent volgens het Nieuwe Testament altijd: veel lijden, vervolgd worden, gehaat worden. Duidelijk wordt gesteld dat een christen zich daar nooit over verbazen moet. 'Verwondert u niet, mijn broeders, zo u de wereld haat' (1 Joh. 3 : 13). 'Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking alsof u iets vreemds overkwame' (1 Petr. 4 : 12).

Op dit punt heeft ook Christus Zelf zijn discipelen nooit iets mooiers voorgesteld dan wat de werkelijkheid hen heeft geleerd. Op verschillende plaatsen in de evangeliën staat het duidelijk te lezen. Steeds bereidt Jezus Zijn volgelingen voor op het lijden. Zo b.v. bij de uitzending. 'Ziet, ik zende u als schapen in het midden der wolven... wacht u voor de mensen, want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen en in hun synagogen zullen zij u geselen... en gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam... meent niet dat Ik gekomen bent om Vrede te brengen op de aarde... maar het zwaard' (Matth. 10 : 16, 17, 22, 34).

Wie Christus navolgt, zal zijn kruis op zich moeten nemen. Anders kun je Zijn discipel niet zijn. Je zal je leven moeten leren verliezen om Christus' wil. En als Christus Zijn lijden heeft aangekondigd, betrekt Hij daar mede Zijn discipelen in door te zeggen: 'Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme Zijn kruis op en volge Mij' (Matth. 16 : 24). Met andere woorden: achter Christus aan komen, betekent kruisdrager zijn. En als Jezus de grondregels van het koninkrijk trekt en daarbij het volk van dat Koninkrijk omschrijft, noemt Hij ook 'de vervolgden om der gerechtigheid wil'. Zalig worden zij gesproken die om Christus' wil worden gesmaad, vervolgd en belogen (Matth. 5 : 10-11). De discipelen krijgen te horen dat ze net als Jezus met een doop gedoopt zullen worden en uit de beker zullen drinken waaruit ook Hij zal drinken (Mare. 10 : 38). Het beeld van doop en beker wijst op het lijden. In dat lijden raken de volgelingen van Christus mede betrokken. Duidelijk is uit al deze bijbelplaatsen dat het lijden wezenlijk is voor elke discipel van Christus. Het komt er niet min of meer per ongeluk bij. Ook is het niet zo dat de één wel en de ander niet lijden moet. Nee, niemand zal het ontgaan. Niemand ontkomt er aan. Zo ligt het althans in het Nieuwe Testament. Tot nu toe letten we alleen vooral op de evangeliën. In de brieven ligt het niet anders. Ik denk aan een woord uit 1 Thessalonicensen. Paulus releveert daar dat hij Timotheüs heeft gestuurd om de gemeente te vertroosten en te versterken 'opdat niemand bewogen worde in deze verdrukkingen; want gij weet zelf dat wij hiertoe gesteld zijn' (1 Thess. 3 : 3). We zijn tot lijden bestemd, betekent dat. Daar zijn we als volgelingen van Christus 'voor in de wieg gelegd', zou je bijna zeggen. Lijden hoort bij ons die Christus toebehoren. En aan Timotheüs schrijft Paulus hetzelfde in andere woorden. 'En ook allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden' (2 Tim. 3 : 12). Midden in hun zendingspraktijk zijn Paulus en Barnabas in lijden geraakt. Dan komen ze terug in o.a. Lystre en 'versterkende de zielen der discipelen en vermanende dat ze zouden blijven in het geloof en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods' (Hand. 14 : 22).

Lijden moet

Dat blijkt heel sterk uit laatstgeciteerde tekst. Lijden moet. Zonder lijden gaat het niet. Lijden leert sterven aan de wereld. Lijden leert afzien van zichzelf. Lijden leert jezelf te verloochenen. Lijden is de loopbaan lopen. Je moet daarbij leren alle last af te leggen die je zo licht omringt. Dat is met name de zonde. Je houdt het alleen maar vol door gedurig te zien op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Hoe hield Hij het vol? Hoe kon Hij Zijn kruis dragen en alle schande verachten? Door steeds de heerlijkheid in het oog te houden die Hem was voorgesteld. Lijden leert sterven aan de zonde. Daarom: lijden moet. Daar is geen andere weg. God wil het zo. In dat lijden is de kastijdende hand van een liefhebbend Vader. Hij doet het tot ons nut. Zo worden we Zijn heiligheid deelachtig. Alleen wie met Hem geleden heeft, zal ook met Hem verheerlijkt worden. Wie wil deze weg uit zichzelf? Niemand immers. Begrijpelijk was Petrus' reactie op de berg waar Jezus werd verheerlijkt. Meester, het is goed dat we hier zijn. Laten we hutten bouwen voor U een en voor Mozes een en voor Elias een. Daar stak bij Petrus achter: geen lijden maar direct heerlijkheid. En in die verzoeking is de Kerk van Christus menigmaal opnieuw gevallen. Zo overstappen in de heerlijkheid. Geen lijden, direct heerlijkheid. Geen Golgotha, maar terstond de Olijfberg. Steeds weer moet geleerd worden: lijden moet. We hebben het zo nodig, loutering en beproeving. Het goud moet het vuur in wil het straks optimaal schitteren tot eer van Hem die ons kocht met Zijn bloed. Een christen is een mens met een doorn in zijn vlees menigmaal. Hoe hoger plaats in het Koninkrijk, hoe scherper doorn menigmaal. Wel weet elk christen er iets van: Gods kracht wordt in zwakheid volbracht.

Vreemdelingschap

Bij lijden denken wij direct aan lichamelijk lijden. Aan geseling, marteling, moord. Maar dat hoeft niet altijd. De Bijbel leert iets over de aard van het lijden. Discipel-zijn van Christus wil zeggen dat er allerlei deuren voor je dicht gaan. Je bent nooit meer helemaal thuis in deze wereld. Je gaat je een vreemdeling weten. Denk maar aan die Schriftgeleerde die zo enthousiast tot Jezus kwam en zei: Meester! ik zal u volgen, waar Gij ook heengaat. Waarschuwend zegt Jezus dan tot hem: de Zoon des mensen heeft geen plekje om Zijn hoofd op neer te leggen (Matth. 8 : 20). En de discipel is hierin niet meer dan zijn Meester. Denk daar goed aan. Je bent als volgeling van Christus nooit ergens meer echt welkom. Je wordt op je Meester aangekeken. Hij werd veracht, je zult in Zijn lot delen. Het volgen van Jezus kan soms betekenen dat je de band met je familie moet loslaten. Als er iemand tot volgen wordt geroepen en dan eerst zijn vader wil gaan begraven, wordt hem dat niet toegestaan. En een ander wil eerst afscheid gaan nemen thuis. Ook dat wordt afgewezen en ontraden (Luk. 9 : 59-62). Het kan nodig zijn je broers, zusters, vader, moeder, vrouw, kinderen los te laten. Jezus gebruikt zelfs het woord 'haten' daarvoor. Hij wil daarmee zeggen dat je afstand van hen moet kunnen doen als dat voor het volgen van Christus nodig is. En uiteraard betekent dat lijden. Want welke band ligt in een mensenleven teerder dan die aan directe verwanten. Maar de band aan Christus zal daar toch boven uit hebben te gaan.

Het kan ook zijn dat verwanten je gaan haten omdat je Christus wil belijden. Juist de vijandschap van wie je zo na staan, doet het meeste pijn. Het kan zelfs zo zijn dat je eigen familie je aan de dood overlevert om Christus' wil. Zo ingrijpend wordt het vreemdeling-zijn onder woorden gebracht in het Nieuwe Testament.

Aard van het lijden

Christus zegt ook iets over de aard van het lijden. Hij kiest daarvoor sprekende beelden. We hoorden er al van. Zijn kruis opnemen of zijn kruis dragen. Uitleggers wijzen er op dat in Jezus' tijd ter dood veroordeelden zelf de dwarsbalk droegen naar de executieplaats. Met 'kruis dragen' wil Jezus dus Zijn volgelingen wijzen op de konsekwenties. Ze moeten bereid zijn te sterven, ja een smartelijke en smadelijke dood te sterven.

Ook spreekt Jezus over de zelfverloochening. Jezelf verloochenen, dat wil zeggen: afstand doen van jezelf. Je leven uit handen geven, je eigen verlangens en begeerten aan de kant zetten. Concreet: bereid zijn om te lijden. Dat kost jezelf. Jezelf uitschakelen. En dat alles terwille van Christus.

Verder lezen we dat Jezus spreekt over het verliezen van je leven. Als je je leven wil behouden, zul je het juist verliezen. Maar wie bereid is het te verliezen, die zal het juist vinden. Het leven verliezen betekent hier duidelijk: verliezen om Christus' wil. Wie om Christus' wil sterft, die zal in die weg juist het eeuwige leven vinden. Maar als je je leven liefhebt en vasthoudt hier in deze wereld, dan zul je je leven juist verspelen. We hebben ons leven te 'haten', staat er. Haten wil zoveel zeggen als: dat je er niet aan hangt. Dat je er, zo nodig, afstand van kunt doen. Datje bereid bent het leven om Christus' wil te offeren.

We hoorden ook al van de beelden beker en doop. Lijden is net als een boordevolle beker met een bittere drank. Lijden is dat je die beker helemaal leeg moet drinken. Met een doop gedoopt worden, wil zeggen helemaal in lijden onder te gaan, helemaal tot op de bodem van verschrikkingen en kwellingen te worden gebracht.

Waarom zulk lijden?

We vragen tenslotte nog even naar de oorzaak van dit lijden dat Christus' volgelingen treft. Het antwoord is in de bijbel duidelijk. Ze hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten. De haat is haat tegen Christus. Christus is verworpen en afgewezen. Dat overkomt ook allen die Hem behoren. Hoofd en lichaam zijn in dezen ook één. Nu Christus onbereikbaar is geworden om lichamelijk aangerand te worden, vervullen Zijn discipelen de overblijfselen van Zijn lijden (Kolos. 1 : 24).

Ook het anders-zijn van de christenen roept lijden op. 'Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld' (Joh. 15 : 18). Zonder opvallend te doen, vallen de volgelingen van Christus toch op. In woord en wandel en daad en belijden roeien ze menigmaal tegen de stroom op. En de kuddedieren der wereld verdragen de vreemdgangers niet die een andere richting opgaan. Ze leggen hen het zwijgen op. Niet goedschiks, dan kwaadschiks.

Belijdenis en lijden

Wie dit alles op zich in laat werken, denkt misschien: waarom is daar zo weinig van te merken onder ons? Wie dezer dagen belijdenis des geloofs aflegt, merkt daar eigenlijk niets van in het dagelijkse leven. Ik schreef al: tot op zekere hoogte is dat waar. En we hoeven ook niet te verlangen naar lichamelijk lijden. Toch heeft een volgeling van Christus zich af te vragen: waarom merk ik zo weinig van wat Christus Zijn volgelingen voorzegd heeft? Is het een goed teken als de hof van ons zogenaamde christelijke leven altijd maar in vrede is? Sluiten we niet al te makkelijk compromissen? Zwijgen we niet te gauw waar we spreken moesten? Vallen we nog wel op door een christelijke stijl van leven? En dan denk ik niet in de eerste plaats aan bepaalde uiterlijkheden, hoezeer die met het christen-zijn verwant kunnen zijn. Ik denk veel meer aan de kenmerken van het christen-zijn zoals je die in het Nieuwe Testament tegen komt. Het radicale van de Bergrede. Het uiterst konsekwente van de dienst van God, zonder ruimte voor afgoden. Het opvallende van de onderlinge liefde als broeders van hetzelfde huis. Het één en ongedeelde optrekken van hen die Christus beleden. Een intensief gebeds-en gemeenschapsleven onder elkaar. Een leven in onbaatzuchtige liefde tot hen die buiten staan. Dat riep bewondering op, maar ook wantrouwen en tegenstand. Belijden is lijden. Ook vandaag zal een jongere of een oudere die konsekwent Christus wil belijden en volgen, merken dat hij een vreemdeling wordt. Je wordt voor achterlijk versleten menigmaal. En hoe zal het in de komende jaren worden? Door veel verdrukkingen ingaan. Een andere weg is er niet. Dat geldt ook in geestelijk opzicht. Lijden kan ook in geestelijke zin plaats vinden in je leven. Wie het voor Christus alleen mag leren opnemen in gezin en gemeente, ontmoet tegenstand. Juist temidden van veel godsdienst is de levende Christus een vreemde geworden. Wie toch uit Hem leeft in levende gemeenschap, wordt niet verstaan en wordt gemeden. Hem belijden betekent veelal lijden. Lijden aan minachting en achteruitzetting. Je bent niet in tel als je niet meejubelt óf mee weeklaagt. Je bent te somber of te oppervlakkig. Je hoort nergens bij als je in de samenleving en in de politiek voor je Heiland en Zijn recht opkomt. Dan kan men niets met je beginnen. Ja, men acht je gevaarlijk in verband met de veel geprezen rechten van de mens. Belijden is lijden. We hoeven het niet vreemd te vinden. Het moet ons veel meer bevreemden als we nimmer enig lijden om Christus' wil ondervinden. Het hoort immers tot het wezen van de navolging van Christus. Lijden moet. Ons wordt de wapenrusting aangeboden. De gordel van de waarheid. Het borstwapen van de gerechtigheid. Het schild van het geloof. De helm der zaligheid. Het zwaard van de Geest (Ef. 6 : 13-17).

Welkom in de strijd! We houden het ervoor dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worden (Rom. 8 : 18). Niets kan ons van Zijn liefde scheiden. Ook het lijden niet!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijdenis en lijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken