Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verleden, heden en toekomst in het leven van het geloof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verleden, heden en toekomst in het leven van het geloof

8 minuten leestijd

'Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.' Rem. 5 : 10

Wij horen hier in dit Schriftgedeelte Paulus samen met de Romeinen belijdenis doen van het geloof in de liefde Gods tot zondaren, goddelozen, vijanden. Het is immers een spreken tot het geloof en vanuit het geloof en precies zoals in een geloofsbelijdenis wordt ook hier steeds in de wij-vorm gesproken. Van ons wordt er niet veel moois gezegd, maar wel veel goeds van de Heere.

Wat waren we, toen we met de levende God in aanraking kwamen? Wat was ons verleden? Wij lezen in onze tekst: 'Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn...' Dat is nu spreken vanuit het geloof: Wij waren vijanden! Wij leefden met God op voet van oorlog! De relatie met God was grondig stuk. Alle verkeer tussen God en ons had opgehouden te bestaan. Wij zochten het leven buiten God om te vinden. Het bedenken van ons vlees was vijandschap tegen God, want het was een zich niet onderwerpen aan de wet Gods. Ons leven was een opstand tegen God. Wij zeiden: Laat ons Gods banden verscheuren en Gods touwen van ons werpen. Wij willen niet, dat deze God over ons Koning is. Dat was nu onze totale opstand tegen de Schepper. Is dat ook uw eertijds? Kunt u met deze belijdenis meekomen? Het kan zijn dat het er niet zo openlijk uitgekomen is, maar deze vijandschap kan ook netjes ingekleed worden. Paulus zelf leefde onberispelijk naar de wet, maar hij wilde buiten Gods genade om (en dat is buiten God om) een goed, rechtvaardig en zuiver mens zijn. En hij moest het ontdekken, dat zijn hele leven een aktief verzet was tegen Gods genade en dat is tegen God. En zou iedere gelovige niet tot deze verschrikkelijke ontdekking zijn gekomen? Wij krijgen van God geen aparte behandeling. Voor Gods aangezicht ontmoeten we ouderwetse en moderne mensen, vrome en goddeloze mensen, eenvoudige en ontwikkelde mensen, zondaars en farizeërs elkaar. En de grondvraag wordt voor Gods aangezicht aan de orde gesteld, namelijk onze schuld, onze vijandschap. En de schreeuw is overgebleven: Hoe kom ik met God in het reine? Hoe wordt ik met God verzoend? Wij beleefden het immers, dat wij niet alleen aktieve vijanden van God waren, maar ook passief. God reageerde in Zijn toorn op onze daden. De toorn Gods werd geopenbaard van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. En als wij dat ontdekken door de Heilige Geest is het toch niet uit te houden. Dan komt daar toch de schreeuw om genade. Kunt u hierin meekomen?

Ook wordt dan door de gelovigen het heerlijke heden uitgesprkoken: 'Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons...' Wat is er toch gebeurd? Van ons is er geen enkel initiatief uitgegaan. Wij zijn de vijandschap niet moe geworden en hebben niet gezegd: Wij willen met de oorlog ophouden. Daar is een intiatief van God uitgegaan. Hij is niet door een menselijke deugd of gerechtigheid bewogen. God is in Zichzelf bewogen geweest. Hij heeft redenen genomen uit Zichzelf om vijanden met Zichzelf te verzoenen. Daar is een ondoorgrondelijke liefde van God tot gevallen schepselen. In het Oude Testament heeft Hij al het bloed gegeven om verzoening te doen voor de zielen. Hij heeft geen lust in de dood van vijanden. Hij, Hij is het Die onze overtredingen uitdelgt om Zijns Zelfs wil. En hiermee heeft God nu Zijn liefde jegens ons bevestigd, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars, nog vijanden waren! God zond Zijn Zoon en heeft Hem gesteld in het gericht om in de plaats van vijanden Zichzelf Gode op te offeren en de zonde van Zijn volk te verzoenen. De geliefde Zoon Gods moest dragen de straffende gerechtigheid Gods en Hij moest voldoen aan de eisende gerechtigheid Gods. De Heere Jezus Christus heeft Zich gemeld. En deze Zoon des Vaders is het antwoord op de vraag van een mens, die als vijand voor God is komen te staan: Hoe kom ik met God in het reine? Hoe wordt ik met God verzoend? Zijn dood is de prijs die betaald moest worden. De dood van Gods Zoon heeft de gestoorde verhouding weggenomen. En daar is genoeg gedaan aan de straffende en eisende gerechtigheid Gods.

Hij heeft het vóór ons en zónder ons volbracht. Daarmee is de liefde Gods bevestigd. En op die liefde Gods hebben wij ons dan laten vallen. En de Heilige Geest stort deze liefde Gods uit in onze harten, met andere woorden: de Heilige Geest doet delen in de zekerheid van deze liefde jegens ons. Door de dood van Christus is nu alle belemmering en gestoorde verhouding weggenomen. O al deze dingen zijn uit God. Het is van Hem uitgegaan. En dezelfde God, van Wie dat herstel uitgaat en ons aan ons vijand-zijn voor God ontdekt heeft, heeft genodigd in de bediening der verzoening: Laat u met God verzoenen. Hij bidt het ons! Daar is er Eén Die voor ons tot zonde gemaakt is, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. Deze van God gegeven weldaad mag nu naar ons toegebracht worden. God laat het niet van ons afhangen. God is tot Paulus gekomen en heeft hem laten zien zijn verzet tegen God. Maar God heeft ook die vijandschap gebroken, dat bedenken des vlezes. God heeft ook naar hem toe laten brengen het zoenmiddel, Christus' dood. En nu mag hij met alle andere gelovigen van het heerlijke heden belijdenis doen: Wij zijn als vijanden met god verzoend door de dood van Zijn Zoon. Jezus, Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van mijn hart! Wij hebben vrede met God door onze Heere Jezus Christus!

En dan ook de toekomst: 'Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven'. In de doodsituatie heeft de liefde Gods al getriumfeerd. Hoeveel te meer is Hij dan de grond van de volkomen zaligheid, nu Christus ons niet alleen in Zijn dood omvat, maar thans ook in Zijn leven. Het gaat hier om de toekomst: behouden worden! En in het vorige vers lezen wij van behouden worden van de toorn. Degene Die dood geweest is leeft! Hij heeft voorgoed en voor eeuwig de dood achter Zich. Hij heeft het gericht achter Zich. Hij - heeft de toorn Gods achter Zich. Hij heeft genoeg gedaan en daarom is er verzoening. Maar omdat Hij alles achter Zich heeft is er nog veel meer: Ook behoud van de toorn Gods in het komende gericht! In het gericht, dat alles zuivert. De levende Heere heeft echter in onze plaats in dat gericht gestaan en heeft het achter Zich. Dan heeft Hij het ook achter Zich voor allen die in Hem geborgen zijn. Nu nog mensen aan wie dat behouden worden uit genade zich bezig is te voltrekken, maar eens behouden van de toorn in het komende gericht. De Rechter is de Redder. En daarom mogen we Hem met een opgericht hoofd uit de hemel verwachten. Kunt u erin meekomen? Zijn dat dan nu gearriveerde christenen geworden? Zijn het gelukzalig bezitters? Nee, dat niet. Juist omdat we dan weten als vijanden met God verzoend te zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen we ons erop toeleggen met vrezen en beven de zaligheid te bewerken. Wij leven aan op het gericht van de Rechter. En daar komt een jagen naar heiliging. Een strijden van de goede strijd van het geloof. Een lopen van de loopbaan, die ons is voorgesteld. En wie volharden zal tot het einde, zal zalig worden. Wat hebben wij dan de opstandingskracht van de levende Heere nodig om dagelijks vernieuwd te worden. Dat wordt ons leven van de toekomst en dat totdat wij eens behouden zijn van de toorn en in zalige gemeenschap met God mogen leven. Dan met Christus ook de dood, het gericht en de toorn voorgoed en voor eeuwig achter ons. Het leven Christus staat daar garant voor en dat geeft die vaste en zekere hoop, die niet beschaamt. Ziende op het verleden: vijandschap. Ziende op het heden: verzoening met God door Christus' genoegdoening. Ziende op de toekomst: behoud, eeuwige zaligheid. Dat is belijden op de toonhoogte van het geloof. Een levende zaak is het door het leven van het geloof van een gekruiste en opgestane Heere.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verleden, heden en toekomst in het leven van het geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken