Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat heeft de voorrang? (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat heeft de voorrang? (4)

Pastoraat en prediking

8 minuten leestijd

Het is onjuist te denken, dat een predikant de preek maar uit zijn mouw heeft te schudden.

Wie iedere week in de dienst van het Woord mag arbeiden, vraagt zich doorgaans aan het begin van de week af welke tekst de komende zondag in de bediening van het Woord centraal zal staan. Door welk Woord zal de Heere tot Zijn gemeente spreken? De prediking mag derhalve wel alle aandacht hebben én van de predikanten én van de kerkeraden. In de (pastorale) prediking ligt het hart van alle ambtelijke arbeid zoals wij in ons vorig artikel aantoonden. Daardoor wordt de gemeente gebouwd en gesticht. En het is volkomen terecht wat wij eens lazen: 'De prediking bereidt de weg voor al de andere activiteiten van een dienaar. Anders is het bezoekwerk geen pastoraal bezoek, maar een sociaal bezoek'. Onder een sociaal bezoek verstond de schrijver bij wie wij bovenstaande zin lazen 'een koffie-en theepraatje'. Hoe gezellig en nuttig dat ook kan zijn, maar het heeft niets met een werkelijk pastoraal bezoek te maken.

De voorbereiding van de preek

Wij kunnen ons niet geheel aan de indruk ontrekken, dat vooral in de laatste tientallen jaren in de waardering van het ambtelijk werk een zekere voorkeur voor het pastoraat is te bespeuren. In hoeverre de apostolaatstheologie hieraan debet is, valt door schrijver dezes niet na te gaan. Het is echter wel zeker, dat een dienaar van het Woord doorgaans meer wordt gewaardeerd om de vele bezoeken die door hem worden afgelegd in de gemeente dan om de prediking die hij brengt. Wij laten nu maar in het midden of die vele bezoeken altijd zo pastoraal van aard zijn, óf dat zij meer gerangschikt moeten worden onder 'de koffie-en theepraatjes'. Niettemin willen wij nog eens de nadruk leggen op het hart van alle ambtelijke arbeid, nl. de prediking. De dienst van het Woord vraagt een gedegen voorbereiding. De tijd hieraan besteed gaat niet ten koste van het individuele pastoraat, maar komt hieraan juist ten goede. Het is onjuist te denken, dat een predikant de preek maar uit zijn mouw heeft te schudden. Menigmaal hoorden wij zeggen: 'maar u hebt er toch voor gestudeerd?' Alsof de studie aan een universiteit ons zou hebben geleerd iedere zondag twee nieuwe preken uit de mouw te schudden. Dat is een fabeltje! Een fabeltje dat zo snel mogelijk uit de weg geruimd dient te worden. Met dankbaarheid zien wij nog altijd terug op de universitaire studie en hoe wij door bekwame hoogleraren zijn ingeleid in de theologische wetenschap. Terecht hebben onze vaderen altijd aangedrongen op een studie aan een universiteit. Maar deze studie houdt niet in, dat men als een goochelaar 'zomaar' iedere zondag twee nieuwe preken laat horen. Daartoe is voortdurende studie, inspiratie en transpiratie nodig. Daartoe is vooral nodig de Heilige Geest Die het licht over de tekst en de verbanden waarin de tekst staat laat schitteren. De universiteit heeft de hulpmiddelen aangereikt waarvan wij een naarstig en goed gebruik mogen maken. Doch ten diepste leert ons de Heilige Geest de preek maken én houden. Nodig is daarom het Woord te onderzoeken, nodig is daarom het gebed en de stille meditatie, nodig daarom naar de Heilige Geest te luisteren wat deze door het Woord heeft te zeggen. Dat vraagt veel tijd en veel aandacht. Voor één preek hebben wij nog altijd anderhalve dag nodig. Meer begaafde predikanten zullen wellicht minder tijd nodig hebben. Wij moeten echter maar vergenoegd zijn in hetgeen wij zijn. De trap en mate, de werking van Gods Geest wordt door de Heere bepaald. Dat zij ons genoeg!

Overvolle agenda

Uit het bovenstaande zal ons blijken, dat wij het accent leggen op een gedegen voorbereiding. Ook dienen wij de Heilige Geest de ruimte en de tijd geven om ons het woord diep(er) in te leiden. Dat zou allemaal kunnen, wanneer de agenda van een predikant niet overvol zou zijn. Een vloed van bezigheden is op de agenda van de dienaar des Woords gekomen. Die bezigheden zijn vaak de oorzaak, dat hem de nodige ernst en stilte tot overdenking van de Schrift niet wordt gegund. Nog niet zolang geleden noteerden wij in onze agenda vier recepties op één dag. Niet, dat wij die allen zijn afgelopen, maar het verwachtingspatroon is wel, dat men er wordt verwacht. Wanneer men echter van receptie naar receptie rent, komt er van de eigenlijke voorbereiding van de preek én van het eigenlijke pastoraat weinig of niets meer terecht. En dan de telefoon! Een uitstekend hulpmiddel om de sociale contacten te bevorderen. Terecht is de reclame: 'Laat eens wat van je horen'. Maar als men 's ochtends voor tien uur al zo'n zes óf zeven keer is gebeld terwijl men met de voorbereiding van de preek bezig is, kan zo'n prachtig communicatie-middel ook wel eens tot last zijn. En ging het nu altijd nog maar om echte pastorale vragen, dan zouden wij hiervan werkelijk niets zeggen. De vragen zijn echter niet altijd zo pastoraal van aard.

Laat nu niemand onzer denken, dat wij klagen over het drukke bestaan. Wij voor ons achten het een zegen en een voorrecht, dat wij het druk hebben en onze krachten mogen geven in en aan de dienst des Heeren. Wij kennen geen mooier beroep dan dat van predikant. Waar het ons echter om te doen is, dat wij moeten uitkijken dat door de vele bezigheden het eigenlijke werk geen schade lijdt. Door overal aanwezig te zijn en altijd maar te 'geven'. Dan ontaardt zowel de prediking als het pastoraat in een gemoedelijk praatje. Heel gezellig, maar het heeft niets te maken met de bijbelse prediking en het bijbels pastoraat.

Fris blijven

Een dienaar van het Woord dient fris te blijven. Hij moet ervoor waken, dat zijn geest niet afstompt of verdort. Willen wij de gemeente leiden in het Woord, dan moet onze geest voortdurend worden gevoed door het Woord en door de Heilige Geest. Daarbij zullen wij ook op de hoogte dienen te zijn van onze tijd. Een gemeente wordt niet geleid door allerlei 'kretologie'. Als men vanuit de Schrift een antwoord wil geven op de vragen van onze tijd, dan zal men die vragen tot op het bot uitgebeend moeten hebben en de achtergronden van deze vragen dienen te weten, want anders kan men geen gefundeerd antwoord vanuit de Schrift geven. Studie is derhalve dringend noodzakelijk. Daarvoor is stilte en rust nodig. En juist deze stilte en rust ontbreekt vaak in het leven van vele predikanten.

Misschien dat u denkt, dat de predikanten hieraan zelf schuldig zijn. Zij moeten hun agenda dan maar beter invullen. Inderdaad kan het een oorzaak zijn, dat wij zelf door een onjuiste tijdsverdeling debet zijn aan geestelijke bloedarmoede. Toch zouden wij ook de schijnwerper willen richten op het verwachtingspatroon van de gemeente. Verwacht zij niet teveel van een predikant? Een schaap met vijf poten? Ziet de gemeente in de predikant niet meer een pastoraalsociaal werker dan een dienaar van het Woord? En is de predikant voor de gemeente vaak niet meer een maatschappelijk werker dan een pastor? Het zijn maar enkele vragen die wij stellen, maar wel vragen die eens rustig overdacht mogen worden, juist in onze tijd. Want door de veelheid van taken wordt zowel de prediking als het pastoraat geweld aangedaan en zal dit zeker tot schade van het gemeentelijk leven zijn. Wij kunnen stellig van een noodsituatie spreken, wanneer dienaren van het Woord niet meer de stilte en de rust vinden om zich degelijk voor te bereiden op hun taak van herder en leraar. Zowel kerkeraden als gemeenteleden hebben toe te zien, dat de theoloog én de pastor in de dienaar van het Woord niet sterft. In sommige gemeenten komt deze bezinning gelukkig op gang. Men onderkent de noodsituatie waarin de predikant door zijn vele bezigheden verkeert. Van tijd tot tijd wordt hem enige weken studieverlof gegeven om fris te blijven en om met nieuw élan het werk in de gemeente te verrichten. Het is een enigszins banaal voorbeeld, maar uit een uitgeperste citroen haalt men geen sap meer. Zo weet ook een 'uitgeperste' predikant - uitgeperst door de vele bezigheden - op den duur geen nieuwe dingen meer te zeggen. En als de kerkeraden en de gemeenten op één ding alert dienen te zijn, dan wel hierop. In een andere contekst zullen wij van de woorden 'gezellig' en 'gemoedelijk' niets kwaads schrijven, maar de predikanten mogen ervoor bewaard blijven, dat van hen enkel en alleen wordt ge­zegd, dat het 'gezellige' en 'gemoedelijke' mannen zijn. Het ambt dat zij bekleden is een heilig ambt en dient heihg gehouden te worden. Ook van alles wat zij ambtelijk gezegd en gedaan hebben zullen zij rekenschap moeten afleggen.

Anecdote

Van een zeer vermaard predikant gaat de anecdote, dat hij gewoon was op vrijdagochtend door zijn wijk te fietsen. Wanneer hij z'n gehele wijk doorgefietst was ging hij weer naar huis en begon aan de voorbereiding voor de zondag. Toen hem gevraagd werd waarom hij dit deed, was het antwoord: 'Omdat de gemeente verwacht, dat ik iedere dag in mijn wijk bezig ben. Zij hebben mij nu zien fietsen, dus kan ik rustig aan mijn preek gaan werken'. Zoals wij zullen verstaan is het maar een anecdote, doch gesteld dat deze anecdote op waarheid zou berusten, dan is het verwachtingspatroon bij zulk een gemeente totaal onjuist. Uit de grote nadruk die wij hebben gelegd op de voorbereiding van de preek in dit artikel zal ons dat duidelijk zijn. Laat nu niemand onzer denken, dat wij het pastoraat in de gemeente van heel weinig belang vinden.

Het is zelfs van uitermate belang. Daarover graag een volgend keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat heeft de voorrang? (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken