Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zoekt de Heere!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zoekt de Heere!

6 minuten leestijd

Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. Jesaja 55 : 6

In de vorige meditaties hebben we telkens weer gehoord van onze Heere Jezus Christus, Die gekomen is om het verlorene en af gedrevene te zoeken en zalig te maken. Tollenaars en zondaars roept Hij in Zijn navolging. Rijk en ruim is altijd weer Zijn nodiging ook voor ons, ouderen en jongeren. Zo ook in onze tekst, waarin de rijke nodiging tot ons komt: Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is.

Misschien, dat we ons afvragen: Is de Heere dan niet altijd te vinden? Is Hij niet altijd nabij? En onwillekeurig denken we dan aan de prachtige Psalm: Waar zou ik heengaan voor Uw Geest, en waar zou ik heenvlieden voor Uw Aangezicht? Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.

Dit geldt ook van Zijn overal tegenwoordig zijn met Zijn genade. De Heere heeft Zijn Zoon gezonden en Zijn Woord ons gegeven, waardoor Hij ons roept. Onder de bedeling van dit Woord is het voor ons de vindenstijd, de welaangename tijd. Maar eens is die vindenstijd voor u en voor mij voorbij. Houden we daar rekening mee?

We kunnen maar niet leven en doen, alsof er nooit een einde komt aan die tijd. Dat geldt ook de jongeren. In de meeste gemeenten is het winterwerk al begonnen, of staat het op het punt van beginnen. En wat zijn de uitvluchten, ook van onze jongeren vaak velen, om zich te onttrekken aan catechisatie en vereniging. Zoveel andere dingen, die geen wezenlijke waarde hebben krijgen dan voorrang. En, ja, volgende winter, of later zullen we eens denken over catechisatie enz. Wie garandeert ons, dat we dan nog tijd krijgen?

We zijn vaak druk bezig met allerlei en velerlei, maar de belangrijkste vraag: 'Kan ik voor de Heere bestaan?', gaan we uit de weg. Immers, als de profeet ons zo toeroept: Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is, dan houdt dat ten diepste in, dat wij Hem kwijt zijn. En inderdaad, hebben we de Heere niet de gehoorzaamheid opgezegd en Hem in het paradijs de rug toegekeerd? Zijn we niet het paradijs uitgezet, en moeten we met Ps. 36 'niet ellendig omzwerven?' En is het dan geen eeuwig wonder, dat de Heere ons nog toeroept: Zoekt Mij? Waarlijk, Hij heeft geen lust in onze dood. Laten we dan ook de kansen grijpen, die de Heere ons nog schenkt, laten we Hem zoeken, daar waar Hij te vinden is, daar waar Zijn Woord verkondigd wordt en Zijn Woord verklaard en onderzocht wordt.

En dan zoeken. We verstaan, dat het hier maar niet gaat om even vluchtig zoeken. Neen, we moeten veel meer denken hierbij aan de vrouw uit de gelijkenis van de verloren penning, die haar hele huis met bezemen keert. Zoeken, dat is: in spanning zijn, werkzaam er mee zijn, al het andere er voor laten staan. Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken.

En dit zoeken gaat ook gepaard met roepen, zoals we ook lezen in de tekst: Roept Mij aan, terwijl Ik nabij ben. Het echte zoeken gaat niet buiten het gebed om. Het kenmerkt zich door een voortdurend aanlopen van de troon der genade, om daar geholpen te worden. Het is niet denkbaar, dat iemand, dien het om de Heere te doen is, niet zal volharden in het bidden en smeken. Het doet ons denken aan een kind, dat zijn moeder kwijt is. Het roept en houdt niet op, voor dat het moeder gevonden heeft.

Nu is de Heere ons nog nabij in en door Zijn Woord. Dat Woord is ons nog geschonken en gelaten. In alle vrijheid kunnen en mogen we dat Woord nog verkondigen en onderzoeken, maar het kan zo spoedig te laat zijn, of anders worden.

Het echte zoeken openbaart zich niet alleen in het roepen, maar het wordt ook merkbaar in de daad. Jesaja spreekt in het volgende vers, dat ten nauwste met onze tekst verbonden is: de goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten, en hij bekere zich tot de Heere.

Jesaja spreekt over de goddeloze. Ik hoop, dat niemand, die dit leest hierbij denkt: O, dit gaat mij niet aan. Dit gaat om hen, die van God of Zijn gebod niet willen weten. Zo ben ik niet. Dan hebben we dit niet begrepen. Het woord goddeloos, wil toch zeggen: zonder God. En dan richt vanuit deze tekst zich de vinger van de Profeet op u en op mij, zoals we van nature zijn.

Welnu, die goddeloze verlate zijn weg. De weg, waarop wij ons bevinden, die een weg des doods is, moeten we verlaten. Op die weg zullen we de Heere nooit vinden. Neen, we moeten die weg bewandelen, waarop wij naar Zijn Woord en beloften. Hem ook kunnen vinden. De weg van zonde en onrecht verlaten. Neen, het is niet maar voldoende, als we beamen, dat in ons geen goed woont, en dan maar rustig verder gaan. Neen, verlaten die weg. Dat kost strijd. Maar niet alleen de weg verlaten, maar er moet ook een verandering komen in ons denken. Vandaar de ongerechtige man verlate zijn gedachten. Wat zijn onze zondige gedachten ontelbaar velen. Opstandige gedachten tegen de Heere, hoogmoedige overleggingen, afgunstige en zelfzuchtige gedachten. Ja, teveel om op te noemen. We zondigen dan ook veel meer met onze gedachten, dan met onze daden. Daarom: speel niet met die zondige gedachten. Ze kunnen ons zo gemakkelijk overmeesteren. Weg er mee. Strijdt er tegen door Gods genade. En zo staat er: hij bekere zich tot de Heere. Het verlaten van de weg, het verlaten van onze zondige gedachten is in wezen de bekering. De inkeer, de omkeer, de terugkeer. Daarom: in welke richting bewegen wij ons? Is ons hart en leven op de Heere gericht? Is het ons om Hem te doen of zoeken we het nog in de zonde en wereld.

Misschien, dat iemand zegt: Ja maar: We kunnen het toch niet zelf. Weet dan, dat Hij, Die roept, ook Degene is. Die ons hiertoe door Zijn Geest de kracht schenkt, zodat we nooit te verontschuldigen zijn. Zoekt Hem maar en roept Hem maar aan, en u zult het ervaren: Zo zal Hij Zich over u ontfermen, en Hij vergeeft menigvuldig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zoekt de Heere!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken