Bekijk het origineel

De lust der verhoorde gebeden (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De lust der verhoorde gebeden (1)

12 minuten leestijd

Wat hierboven staat is een variant op een artikel, verschijnend in een plaatsehjk circulerend kerkblad te Vlissingen ('Vlissings kerkblad'), waar boven stond: 'de last der onverhoorde gebeden'.

Daarmee is nogal wat gezegd; we bedoelen: zowel met de ene titel - die van de last - als met de andere - die van de lust der verhoorde gebeden. Twee nogal resolute uitspraken, waarin heel wat beweerd wordt. De stelling van de last der onverhoorde gebeden bleef ons bezig houden; telkens vroegen we ons af of men zo kan spreken. Is er zoiets als een onverhoord gebed? Mag men de mensen, die men geacht wordt pastoraal te begeleiden, zó benaderen? Is zo'n uitspraak niet al te neerdrukkend? Snijdt ze bij voorbaat niet de ademtocht van het christelijke geloof af? Ja, vooral: geeft de Bijbel grond om zo te spreken? Immers, onze uitspraken zullen alleen dageraad zien, opgaan en gelding hebben en daadwerkelijk troost verschaffen in nood en dood, indien ze naar het Woord van God zijn; ook onze gezegden over het gebed en de verhoring ervan.

We willen hieronder nader op deze kwestie en de gestelde vragen ingaan. Behalve de Heilige Schrift willen we ook enkele onder ons bekende (en we hopen beminde) klassieke vertegenwoordigers en woordvoerders van de reformatorische traditie - hoewel kort - raadplegen; nagaan dus wat zij hebben gezegd en geschreven over het gebed in het algemeen en de verhoring ervan in het bijzonder.

Overzicht

Maar het hgt voor de hand om eerst een overzicht te geven van het bewuste artikel met die toch wel deprimerende titel: De last der onverhoorde gebeden.

De pastor stelt vast dat er altijd nog mensen geweest zijn die hebben gebeden. Hij waardeert dat zeer positief: 'Een mens die bidt, overschrijdt de grenzen die hem in zijn gewone leven gesteld zijn; hij stelt vragen die verder gaan dan de levensvragen reiken'. En als hij dan heeft opgemerkt dat Jezus Zelf opwekte tot het gebed met het bevel en de belofte: 'Bidt en u zal gegeven worden' , vervolgt de schrijver: 'Maar nu komen onze vragen. Nu beginnen onze verhalen over onze onverhoorde gebeden'. Hij geeft dan een aantal voorbeelden, zo uit het leven gegrepen, en uit mensenmond opgetekend, over wat we noemen: onverhoorde gebeden. Kortom: vele 'gebeden werden (en worden) kennelijk niet verhoord en de traditionele verklaringen daarvoor bieden ook geen soelaas; het zijn de bekende antwoorden immers! Een voorbeeld van een dergelijk geijkt antwoord is: 'God verhoort onze gebeden niet opdat we tot inkeer komen, tot levensverandering'. Of: 'God verhoort je gebeden wel, maar anders dan jij denkt'. Deze pastor gaat dus eerlijk op de vragen, die hier liggen in; hij verwoordt ze openhartig. Hij stelt ook: 'We zijn met ons gebed in de crisis geraakt'. Maar daar laat hij 't niet bij: hij biedt ook een uitweg. In het bewuste artikel geeft hij minstens een verklaring en poogt hij ook uitzicht te verschaffen. Hoe luidt die verklaring? Welk perspectief opent zich hier? Hoe krijgt een worstelende ziel hier hulp? We zullen de schrijver volgen. Hij stelt op een gegeven ogenblik: 'En dan denk je aan Gethsemane, waar Jezus, God's eigen Zoon, bad: "Laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan'". De schrijver vervolgt: 'Ook dat gebed werd niet verhoord. Waarom zweeg God in Gethsemane? Moeten we daar niet beginnen als we over gebedsverhoring spreken? ' En dan komt 't: 'Zijn al onze gebeden, is al ons roepen om hulp, om redding, om bescherming, om vergeving, om toekomst, niet verhoord doordat Christus de last van zijn onverhoorde gebed op zich nam? Betekent dit onverhoorde gebed van Christus niet, dat wij de last van de onverhoorde gebeden op Hem mogen werpen? Mogen we het 'nee', dat we in ons gebed telkens weer vernemen, niet opgenomen zien in het 'ja' van Christus? Moeten we niet weten: "Maar God zegt tóch 'ja' tegen me. Hij verhoort mijn gebed in dat onverhoorde gebed van Christus in Gethsemane"? '

Mag het zó?

Tot zover dan de scribent van het betreffende artikel met de titel: 'De last der onverhoorde gebeden'. Wat moeten we hiermee aan, met dit antwoord, met deze verklaring? Mag men de zaak van mijn gebeden en de al of niet verhoring ervan zó benaderen? Het kan zijn dat het bij ons sympathie oproept. Dat we vinden dat hij in ieder geval eerlijk en openhartig signaleert en constateert: het gaat allemaal zó maar niet! Misschien speculeert het betoog wel op onze gevoelens en ervaringen aangaande wat we dan noemen: onverhoorde gebeden. Wellicht hebben ook wij te maken gehad met dat 'nee', dat onverhoorde gebed. En is 't dan niet - in ieder geval verhelderend - , maar misschien wel vertroostend, te mogen weten: Jezus kampte daar nu ook mee, ook Hij - de eigen Zoon van God - werd niet verhoord en verder: is het ten diepste gezien eigenlijk niet waar dat mijn gebeden verhoord zijn - zoals deze dominee stelt - 'doordat Christus de last van Zijn onverhoorde gebed op zich nam? '

Het volgende zij hierover dan opgemerkt. Erkend dient te worden dat de schrijver het prachtig verwoordt; ^ indrukwekkend zelfs zoals hij het lijden van Christus erbij haalt. Moeten we hier en nu niet allen zwijgen? Wat zouden we nu nog moeten zeggen? Is het niet Bijbels gegrond en verantwoord? En toch: als we de Heilige Schrift erop nalezen en ook als we ons oor eens te luisteren leggen bij enkele 'vaderen' dan treft ons de schrielheid en schraalheid van zijn verklaring, van dit zoveelste antwoord op de vraag naar de onverhoorde gebeden. Hij biedt geen perspectief, ondanks z'n prachtige volzinnen. Je blijft bij de pakken neerzitten, je wordt er niet door aangezet om 'altijd te bidden en niet te vertragen'. Met dit laatste hebben we een regelrechte zinsnede uit de Heilige Schrift, ja uit de mond van Jezus,

de Worstelaar in Gethsemane, aangehaald en opgetekend. En die kant willen we dan ook op. We laten de Bijbel eens iets zeggen en dan blijkt, dat - laten we 't nu maar 's ronduit zeggen - er geen onverhoorde gebeden zijn! De Schrift heeft 't daar althans niet over; of: bijna niet! Er staat méér in de Schrift dan alleen maar het zogenaamde 'onverhoorde' gebed van Paulus, dat (juist ook in 'onze kringen') nogal eens wordt gebruikt om te illustreren, dat de Heere niet altijd, of zelfs vaak niet verhoort! Vaak wordt dan vergeten dat Paulus het heeft over de zonde van ijdelheid en hoogmoed ('.. .opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven...' etc.) en dat de Heere als preventief geneesmiddel'hem die scherpe doorn in het vlees gaf. Maar dat wil nog niet zeggen, dat ook wij elke vorm van kruis of druk of leed of een onvervulde wens of verlangen als een 'scherpe doorn' in de stijl van de apostel moeten zien en accepteren, waartegen - na vele malen te hebben gebeden - nu eenmaal niets te doen is! Weet wel, dat ook de Satan zelf, die zich niet schroomt te veranderen in een engel des lichts, hier de hand in zou kunnen hebben! Dan wijst hij op het woord van God, in dit geval de ervaringen van Paulus in 2 Cor. 12, prikt ons als het ware daarop vast en voor we 't zelf weten is de mening, het hardnekkige idee, ontstaan, als zou wat ons overkomt ook een soort 'scherpe doorn' zijn, waartegen nu eenmaal geen gebed bestand is! Dit is een zeer hstige 'onleiding' van de boze! Hij laat het intussen wel na om de totaUteit van de Schrift, van wat de Bijbel leert omtrent het gebed, te laten meespreken. Hij licht er een enkele uitspraak uit, zoals hij deed bij Jezus weleer, bij de verzoeking in de woestijn en hij meent zó schriftuurlijk bezig te zijn! Jezus beriep zich echter ook op de Schrift: Hij zei: 'Erstaat (ook!) geschreven'. En dat willen wij nu ook doen. Nagaan wat er nog méér geschreven is dan alleen maar 2 Cor. 12; en dan moeten we gelukkig vaststellen dat er nogal wat meer geschreven is! We vestigen op een aantal personen en geschiedenissen en ervaringen, ja: gebedsverhoringen, de aandacht. S k ' L e v edbvwzzufi

Verbidden

Ons treft, dat zeggen we nu al, dat God zich laat verbidden! Nergens wordt in de Schrift uitgegaan van een God die op 't smeekgeschrei geen wonderen deed en doet! Het tegendeel is waar. Let daartoe op verschillende schriftplaatsen. Zie bijvoorbeeld de nood in het leven van Izak en Rebekka; dit echtpaar is gedurende langere tijd kinderloos, het loopt niet zoals gedacht en verwacht, op grond van Gods beloften Zelf! En dan lezen we: En Izak bad de Heere zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de Heere liet zich van hem verbidden'. Het staat er dan toch maar en het geschiedde toch maar! Treffend zijn ook de vele malen, dat we in het boek der Richteren lezen, dat de 'kinderen Israels riepen tot de Heere' en dat daarop de Heere daadwerkelijk, hen ten goede, ingreep. Een ervaring en verkwikking als die van de richter Simson staat in verband met het gebed dat hij bad; in Richteren 15 lezen we dat hem na het verslaan van de Filistijnen bij Lechi zeer dorste en dat hij tot de Heere riep, en zei: Gij hebt door de hand van uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven? ' Simson doet op dit moment geweld op het koninkrijk Gods en hij overwint, want: Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk'. En dat het niet in de lengte van de gebeden ligt, maar in de echtheid ervan, of 't een zucht uit ons hart betreft, dat leren we - behalve uit deze plaats - ook bijvoorbeeld uit 2 Samuel 15 : 31, waar David (op de vlucht voor Absalom) gezegd wordt dat 'Achitofel is onder degenen, die zich met Absalom hebben verbonden'; en zijn enige en korte reactie is dan, regelrecht uit zijn hart: O Heere! maak toch Achitófels raad tot zotheid!' En we weten: ie raad is inderdaad tot zotheid gemaakt!

We kunnen nog vele Bijbelgedeelten méér noemen, waaruit blijkt dat God de gebeden verhoort! Het is bijna vanzelfsprekend dat dit geschiedt! Overbekend is het gebed van Elia, de man Gods, die bad 'een gebed, dat het niet regenen zou; en het regende niec op de aarde in drie jaren en zes maanden'. En uitdrukkelijk vermfeldt Jacobus, die immers van die geschiedenis in zijn brief gewaagt, dat 'Eha was een mens van gelijke bewegingen als wij'. Het is nodig, dat dat wordt benadrukt, want diep in ons is er de trek, de neiging om de genoemde en andere gelovigen uit de Heilige Schrift op een voetstuk te plaatsen en daarbij de gedachte te koesteren dat zij natuurlijk wél verhoord worden maar wij, om één of andere reden, niet! Ook Hanna was een gewone vrouw, niets bijzonders! Een mens als wij! En ziet, zij aanbidt God in de nood van haar leven; ze bidt altijd en vertraagt niet; overigens een kenmerk van geloof, waarnaar de Zoon des mensen zoekt, maar waarvan het twijfelachtig is of Hij het vinden zal, als Hij wederkomt! Van deze vrouw-Hanna-vernemen we in 1 Samuel: 'Het geschiedde nu, als zij evenzeer bleef biddende voor het aangezicht des Heeren', en wat verderop (vers 15) corrigeert ze Eli door te zeggen, dat ze niet gedronken heeft maar haar ziel heeft uitgegoten voor het aangezicht des Heeren! Ze is haar last en nood en onmogelijkheden, haar achteruitzetting en beschimping, smaadheid en schaamte, alles wat haar hart vervulde kwijtgeraakt voor Gods genadetroon! In de lijn van Jacobus mogen we zeggen: 'Hanna was een vrouw van gelijke bewegingen als wij en zij bad een gebed, dat ze haar hartewens zou verkrijgen en ze verkreeg die'. Geheel overeenkomstig Gods belofte en handelen.

Zelfs de weerspannige koning Manasse ontvangt herstel, genezing en bevrijding in alle opzichten, via het gebed. In 2 Kron. 33 : 12 lezen we van hem: En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des Heeren, zijns Gods, ernstelijk aan'. 'En bad Hém; en Hij liet zich van hem verbidden en hoorde zijn smeking.' God liet zich door hem, ondanks zijn zwarte register, verbidden!

De Psalmen

De auteur van 'De last der onverhoorde gebeden' heeft het over 'roepen om hulp, om redding, om bescherming, om vergeving, om toekomst'. Welnu, dat alles vinden we bij uitstek wel in de psalmen terug! Maar evengoed is er in het psalmboek talloze keren sprake van gebedsverhoringen. De dichters riepen tot de Heere en 'Hij heeft hen uit al hun vrezen gered', om het in de woor­ den van één der psalmen te zeggen. Een vrij willekeurig gekozen psalm als j psalm 86 legt daarvan reeds getuigenis af. Het lied is 'een gebed van David'. En hij | begint met de bede: 'Heere! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig. Wees mij genadig, Heere! want ik roep tot u de ganse dag' (vs. 3). En in vs. 6: 'Heere! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen. En zo'n betrekkelijk lange inleiding, bestaande in | smekingen nu, heeft hij op grond van verho-* ringen vroeger! Lees het volgende vers: 'In de dag der benauwdheid roep ik u aan, want j Gij verhoort mij". Zonder overdrijving of ^ vertekening zouden we het Psalmboek een gebedenboek kunnen noemen, want het is in feite een bundehng van gebeden en evenzovele getuigenissen van verhoringen.

De volgende keer richten we ons in het kort tot het Nieuwe Testament en dan vraagt met name het gebedsleven van de Heere Jezus onze aandacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De lust der verhoorde gebeden (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken