Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jeugd, kerk en school (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jeugd, kerk en school (1)

9 minuten leestijd

Eén van de belangrijkste en tegelijk moeilijkste taken is de godsdienstige vorming of opvoeding van de jeugd. Ik bedoel met name de wat oudere jeugd iri de leeftijdscategorie, die het voortgezet onderwijs volgt. Nu is opvoeding-ook godsdienstige opvoeding - in de eerste plaats een taak van de ouders of verzorgers. Wat geven wij onze kinderen mee en ook hoe geven wij het onze kinderen mee? Is de Heilige Schrift de basis en belangrijkste inhoud van onze opvoeding? Maar ook op welke wijze brengen wij dat over aan onze kinderen? Ondanks onze beperktheden en gebreken bij het opvoeden mag de vraag gesteld worden, of de opvoeding geschiedt vanuit het geloof of alleen maar vanuit eigen inzichten. Voeden wij biddend en worstelend op of alleen maar dirigerend? Zit de liefde er achter of de stok?

Ouders worden bij de doop van hun kinderen opgeroepen om hun kinderen, wanneer zij tot hun verstand gekomen zijn, te onderwijzen in de voorzeide leer. Dat is het eerste en voornaamste. Maar er wordt wel iets aan toegevoegd. De ouders worden ook opgeroepen om hun kinderen te doen onderwijzen en te helpen onderwijzen. Dat komt niet in de plaats van de opvoeding thuis, maar wordt er aan toegevoegd. Het is een extra zorg die aan onze kinderen wordt besteed. En die zorg is de zorg van kerk en school.

Jeugd en kerk

Hoe staat de jeugd tegenover de kerk en alles wat er in de kerk en door de kerk gebeurt? Je kunt daar geen eensluidend antwoord op geven. De jeugd bestaat niet. Binnen de jeugd - ook van de kerkelijke gemeente - heerst een vrij grote diversiteit. Even goed kun je dat ook trouwens zeggen van de kerkelijke gemeente als geheel. De diversiteit binnen de jeugd kom je het beste op het spoor op de catechisatie en op school. Daar is de band tussen de catecheet of docent direkter en duidelijker. Daar is ook de ruimte voor het gesprek. Je leert de jongeren en hun vragen beter kennen. Het gaat er vaak openhartig aan toe. Als tenminste de catecheet of docent er de ruimte voor geeft. En ik denk, dat hij dat moet doen. Als je de vragen smoort of knollen voor citroenen verkoopt, kom je niet verder.

Onder de kerkelijke jeugd vinden wij gevoelsmatige en meer verstandelijk gerichte typen met alle schakeringen daar tussen in. We treffen leergierige typen aan, kritische typen en jongelui die alles over zich heen laten komen. En zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. Het is zaak dat zij allen de nodige aandacht krijgen en dat we luisteren naar wat zij zeggen. En niet alleen luisteren, maar er ook werkelijk op inhaken. Want wie geen antwoorden krijgt, haakt vroeger of later af. En dat moet voorkomen

worden. Er haken al te veel jongeren af! Mag de jeugd kritiek hebben? Onder kritiek versta rk dan niet de zouteloze kritiek, de kritiek om de kritiek, de kritiek omdat we het allemaal beter weten. Ik bedoel met kritiek met name de opbouwende kritiek die opkomt uit de betrokkenheid bij de dingen van het Koninkrijk van God. Die kritiek mag en moet kunnen. We moeten die kritiek kunnen hebben en kunnen verdragen. En er onze winst mee doen.

Mijn ervaring - nog sterker bij het onderwijs dan bij de catechese - is, dat die kritiek zich vooral op het volgende richt. Vrij veel meelevende jongeren hebben moeite met de lengte van onze preken, maar eigenlijk nog meer met de taal van de prediking. Bij doorvragen blijkt namelijk dat vooral het taalgebruik als te moeilijk, slecht te volgen en te onverstaanbaar ervaren wordt. Men kan dan wel tegenwerpen - zoals in een overigens lezenswaardig boekje wordt gesteld - dat de Heilige Geest ons die taal wel leren zal, maar het blijft toch de vraag of we door onze taal nog een extra belemmering moeten opwerpen. Er zijn al zoveel weerstanden in ons menselijke hart! Laten wij tenminste proberen in een taal te spreken, die aanspreken kan. Als meelevende jongeren al zoveel moeite hebben, hoeveel moeite moeten dan niet-meelevende jongeren wel hebben? !

Een tweede punt dat nogal eens aangeroerd wordt betreft het gebrek aan concretisering in de prediking. Sommige (of veel? ) jongemensen hebben behoefte aan praktische prediking: wat zegt de Bijbel mij in mijn vragen en zorgen, in mijn angsten en vreugden, in één woord... wat heb ik er aan in mijn levenssituatie? Overigens zijn dit vragen, die ook leven bij ouderen. Laten wij die vragen niet afdoen met de opmerking, dat ze te 'ik-gericht' zijn. Als jongemensen met deze en andere vragen zitten en ze soms ook uitspreken, laten we er dan naar luisteren en er wat mee doen. Vanuit het Woord. Zo komen we bij de zorg van de kerk voor de jeugd. Die zorg komt tot uitdrukking in haar prediking, catechese, pastoraat en jeugdwerk.

De prediking

Hoe bereiken wij jongemensen met de prediking? Kunnen wij volstaan met het zo nu en dan uitspreken van een enkele zin tot de jeud? Of moeten zelfs aparte jeugddiensten jiworden belegd? Of moet je op de populaire "toer gaan?

Die kant moeten wij niet op. Een enkele gïzin, gericht tot de jeugd, maakt een preek "*nog niet tot een gebeuren waarbij de jeugd betrokken is. Tegen de aparte jeugddiensten zijn reeds jaren geleden goede argumenten gebruikt. En bovendien, de jeugddiensten hebben hun tijd gehad. En niets verveeld zo gauw als de populaire preek met de verhaaltjes en anecdotes. Het Woord wordt begraven in onze woorden.

Maar hoe kun je dan jongemensen bereiken? Alleen door het Woord en de Heilige Geest. Hoe naakter het Woord des te beter. Maar niet zonder de Heilige Geest. En juist de Heilige Geest maakt gebruik van mensen, van prediking. Prediking, waarin in onze eigen taal de grote werken van God verteld worden, waarin we onderwijs ontvangen in zonde en genade, in het geestelijke en in het gewone leven van alle dag. Dat moet de zorg van de kerk zijn.

De jeugd vraagt om onderwijs d.w.z. om' het wijzen van wegen in de doolhof van hun levenssituatie. De Koning van de kerk is ons voorgegaan in het opzoeken van mensen in hun zonde, in de nood van hun zonde, in de nood van hun angst en pijn, in de nood van de vertwijfeling. Van die Koning mag een goed gerucht worden verspreid.

De jeugd vraagt in dat onderwijs om leiding. dat betekent dat wij niet kunnen volstaan met het betreden van platgetreden paden. Iemand die in het Koninkrijk Gods is onderwezen brengt oude en nieuwe schatten te voorschijn. Dat vraagt omgang met het Woord en met de God van het Woord, maar ook met de jeugd van de gemeente.

De jeugd vraagt om echtheid en oprechtheid. Niets wordt zo snel doorgeprikt als on-echte prediking. On-echt wil zeggen dat het Woord niet door ons is heengegaan, dat het ons niet geraakt en overrompeld heeft.

Echt wordt het, als het Woord ons te machtig geworden is. Echt wordt het, als we zelf geveld zijn en opgericht door de stem van de Bruidegom. Echt wordt het, als we getuigen mogen van de dingen die wij gehoord en gezien hebben. Echt wordt het, als we het zelf niet hebben maar van het 'gegeef' mogen leven. En de jeugd vraagt om oprechtheid. Eerlijkheid in de prediking. Eerlijkheid in de behandeling van mensen. Eerlijkheid in het vermanen en in het troosten. Geen derde weg voor de jeud. Ook hun zielen worden van onze hand geëist.

De catechese

De zorg van de kerk voor de jeugd komt heel sterk tot uitdrukking in de catechese. Dat is het onderricht vanuit het Woord en de belijdenis met name de catechismus in de dingen van het geloof en het leven. Ik weet uit ervaring dat veel jongemensen nogal moeite hebben met de soms erg lange zinnen van de Heidelberger en ook wel met de manier van zeggen. Toch zou ik dit leerboek voor geen goud willen missen. Maar het moet wel uitgelegd en toegespitst worden! En dan komen ook de vragen en de gesprekken. En wat is niet fijner op de catechisaties dan er samen over spreken. En laten daarbij de hulpboekjes ook 'hulpboekjes' blijven! Ik acht het een verarming als de catechismus niet meer of steeds minder wordt gepreekt en op catechisatie wordt behandeld. Met Kohlbrugge zou ik willen vragen: Houdt aan de Heidelberger vast.

Het pastoraat

Heeft het pastoraat ook betekenis voor de jeugd? Ja, want het pastorale bezoek geschiedt in de gezinnen. Het huisbezoek geldt niet alleen de ouders, maar ook de kinderen en de alleenstaanden. Als de predikant of de ouderlingen huisbezoek doen, horen de jongemensen erbij. Dan kunnen en mogen ook zij luisterenen praten. Zo kom je ook op de hoogte van de vragen en de zorgen. Als ouderlingen, maar ook als predikant. Hoewel... welke predikant komt nog toe aan het gewone huisbezoek? Naast de preekvoorbereiding, de catechisaties met hun voorbereiding, het ziekenbezoek, de trouwdienst, het leiden van een begrafenis en de kerkelijke vergaderingen is er nauwelijks tijd over. En als je dan ook nog je studie een beetje wilt bijhouden - en dat is broodnodig - waar haal je dan de tijd vandaan om in de gezinnen ook met jongeren te spre-1 ken? '

Het zou moeten, maar het blijkt vaak onmogelij k. Of we zouden meer aandacht moeten besteden aan onze planning. Kan er minder en ook korter worden vergaderd? Is er een broeder-ouderling die goed met zieken kan spreken? Kan iemand mogelijk een uur catechiseren bij de jongsten? Het zouden punten kunnen zijn voor een kerkeraadsvergadering terwille van het pastoraat in de gezinnen.

Het jeugdwerk

Het is de taak van de kerk (of gemeente) om jeugdwerk op te zetten en te begeleiden. Ik heb het immers over kerkelijk jeugdwerk. Het mag niet zo zijn, dat het jeugdwerk een eigen koers gaat varen. Soms blijkt dat zowel binnen als buiten de Hervormde kerk te gebeuren. De kerkeraad heeft de verantwoordelijkheid voor het jeugdwerk en moet die ook kunnen dragen. Er zijn over het jeugdwerk in de gemeente veel positieve dingen te zeggen. Immers daar ontmoeten jongeren elkaar in een eigen omgeving. Daar ontstaan de contacten en ook de gesprekken. Daar wordt uit Gods Woord gelezen en over Gods Woord gesproken. Er is ook de ruimte voor een verantwoorde ontspanning. Je kunt toch beter op deze wijze samen-zijn dan rondhangen in een disco. Laten wij dit werk biddend begeleiden.

Een positieve benadering van het jeugdwerk betekent echter niet, dat wij de ogen moeten shiiXtnvoox schaduwzijden, door de grotere mobiliteit, door de veel meer voorkomende contacten met anderen, door landelijke ontmoetingsdagen van allerlei soort komen ook invloeden tot onze jongeren die we niet alleen maar positief kunnen waarderen. Niet alles wat onder het mom van 'evangelisch' wordt aangediend, kan de toets van HET EVANGELIE doorstaan. Niet elk enthousiasme komt van de Heilige Geest. En niet elke bekering is ook bekering tot GOD.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 7 May 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jeugd, kerk en school (1)

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 7 May 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken