Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Het eerste kenmerk van een christen is ootmoed, het tweede is ootmoed, het derde is ootmoed. Waar l^omt deze, in preken nogal eens gebezigde uitdrukl< ing vandaan? Het blad Beweging, orgaan van de Reformatorische Wijsbegeerte, toonde aan dat de gedachte erachter uit heel oude doos komt. J. H. Koopmans heeft namelijk in Augustinus' briefwisseling met Dioscorus' (Amsterdam 1949) het volgende fragment.

'ft wilde wel m'n beste Dioscorus, datje vol eerbied aan f/em je onderwierp en jezelf geen anderen weg baande om de waartieid na te jagen en te verwerven dan die gebaand is door Hem, die als God de zwakheid van onze schreden gezien heeft. Deze weg is evenwel in de eerste plaats: nederigheid, in de tweede plaats: nederigheid, in de derde plaats: nederigheid, en zo dikwijls als je me zoudt vragen, zou ik di zeggen: niet omdat er geen andere voorschriften zouden zijn die vermeldenswaard zijn, maar als de nederigheid niet al onze goede daden zal voorafgaan, vergezellen en volgen, en ons voor ogen zal staan om de blik op haar gevestigd te houden, ons terzijde zal staan om ons aan haar vast te klampen, en boven ons gesteld zal zijn om ons op onze plaats te wijzen, dan rukt al gauw de hoogmoed bij onze blijdschap over een of andere goede daad, ons deze geheel uit handen. Overige fouten immers moet men in zonden, hoogmoed echter zelfs in goede daden vrezen, opdat niet lofwaardige daden, juist door de begeerte naar lof, te loor gaan. Daarom, evenals die zozeer vermaarde rhetor, op de vraag wat men naa zijn mening in de eerste plaats bij de regels van de welsprekendheid in acht moest nemen, naar men zegt geantwoord heeft: 'De voordracht' en toen men hem vroeg wat in de tweede plaats, hij eveneens. D voordracht, wat in de derde plaats, hij niets anders dan: 'De voordracht' gezegd heeft, zou ik, als je me vroeg en zo dikwijls als jé me vroeg naar de regels van den Christelijken godsdienst, niets anders verkiezen te antwoorden dan: 'Nederigheid'. Ofschoon de omstandigheden me misschien zouden dwingen iets anders te zeggen.

Deze zo heilzame nederigheid, om welke te onderwijzen onze Here Jezus Christus zich vernederd heeft, deze nederigheid zeg ik, wordt het meest wederstaan door een zekere, om zo te zeggen buitengewoon ondeskundige wetenschap, zolang we ons erop verheugen te weten wat de leer was van Anaximenes, en die van Anaxagoras en die van Pythagoras en die van Democritus en zulk soort dingen meer, om geleerd en ontwikkeld te schijnen; hoewel dit van de ware geleerdheid en ontwikkeling heel ver afstaat.'

Ook Ter Herkenning (tijdschrift voor christenen en joden) geeft uitvoerig aandacht aan het 350-jarig bestaan van de Statenvertaling, in een artikel van R. A. Levisson, waarin deze o.a opmerkt dat de vertaling naar huidige maatstaven omgerekend ongeveer 11 miljoen gulden zou hebben gekost. Uit dit artikel de volgende passage, waarin nog eens uitgelegd wordt waar de naam Deux Aex Bijbel, de voorloper van de Statenvertaling vandaan komt.

In het bijbelboek Nehemia (Hfdst. 3, vs. 5) wordt in verband met de herbouw van de muren en poorten van Jeruzalem het volgende opgemerkt: "niaar de aanzienlijken onder hen wilden hun schouders niet zetten onder het werk van hun heer". Dat "aanzienlijken" niet mee wilden doen aan een goed en nuttig werk, was de gewone man goed bekend. De commentator schrijft als volgt in de marge: "De armen moeten het cruyse draghen, de rijcke en geven niets: deux aes en heeft niet, six cinqu en geeft niet, quater dry die helpen vry". Het rijmpje Is ontleend aan het dobbelspel. "Deux aes", twee en één — de laagstgeplaatsten, hebben niets; "six cinqu", zes en vijf, de hoogste ogen van de dobbelsteen en dus symbolisch voor de "aanzienlijken", geven niets; "quater dry", vier en drie, de middenstand, moet het werk doen en betalen. Dit is niet de enige kanttekening, die door haar kemachtigheid in het geheugen van de lezers is blijven hangen. Een ander voorbeeld is Psalm 75 vers 9. In de thans gangbare vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap luidt dit vers: Want in des Heren Hand is een beker en de wijn bruist daarin, overvloedig gemengd;

Hij schenkt daaruit tot den droesem toe, alle goddelozen op aarde moeten hem slorpende drinken. De kanttekening op dit psalmvers luidt:

"Dat is, hy deylt eenen yeghelicken zijn mate toe dat hij lijde, doch het grontsop blijft den godtloosen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken