Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bidden om Zijn Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bidden om Zijn Geest

8 minuten leestijd

Deze allen waren eendrachtelijk volharden in het bidden en smeken. Hand. 1 : 14a.

We lezen in Lukas 24 dat de discipelen steeds in de tempel waren, lovende en dankende God. En ons teksthoofdstuk vermeldt dat zij bijeen waren in een opperzaal, eendrachtig volhardend in het bidden en smeken. Loven en danken en daarnaast bidden en smeken. Een wonderlijke combinatie, zo merkt u mogelijk op. Toch is dit niet zo tegenstrijdig als het lijkt. In deze combinatie van dank en smeking zou ons aller gebedsleven getekend moeten zijn.

De discipelen hadden volop reden om te loven en te danken in deze dagen na de hemelvaart van Christus, hun Heere. Hij had Zich immers om hunnentwü in de dood gegeven. Hij had het onvergankelijke leven aan het licht gebracht in Zijn opstanding uit de doden. Hij had licht des Geestes doen vallen over heel Zijn werk tot nog toe, zodat ze er houvast aan hadden gekregen in het geloof. Voorbereid waren ze tevens op Zijn heengaan naar de hemel en zegenend was Hij van hen opgevaren. Leven mochten ze onder de zegenende handen van hun opgevaren Vorst en Zaligmaker! Met eer en heerlijkheid was Hij gekroond. Het offer der gerechtigheid had Hij ingedragen in het binnenste heüigdom. De geur van Zijn verdiensten vervulde de hemel en was Gode aangenaam. Ze verstonden het enigermate: Alzo moest de Christus lijden en van de doden opstaan ten derde dage. Naar de Schriften was het, naar Gods eeuwige Raad. En deze Christus Die hen in Galilea riep en aan Zich verbond wisten zij nu Boven, hun ten goede!

Met lof en dank was hun hart vervuld. Verstaat u het? En doet u mee op dit geestelijk niveau? We hebben toch ook nu weer de hemelvaart herdacht! O zeker, er is ook lof en dank bij de eerste ontsluitingen van het Evangelie aan ons hart door de Heüige Geest. Dat verachten we niet. Alles is groot op Zijn tijd. Maar we zullen toch de hemelvaart werkelijk hemelvaart moeten laten met al de specifieke zegeningen die dat meebrengt. Het is ons verkondigd, opnieuw. We zijn tot geloof erin op geroepen. En wee ons, als we aan al de de rijkdom van deze genade voorbij leven. Als we niet willen dat Hij Koning over ons zijn zou! Straks komt Hij weder. Als Rechter. Hoe zullen we Hem dan kunnen ontmoeten?

Nochtans blijft het een feit dat de rijke inhoud en betekenis ook van dit heilsfeit toepassing en ontsluiting van de Geest nodig heeft, willen we waarlijk in het geloof eruit leren leven.

Lof en dank was er bij de discipelen om alles wat ze hadden ontvangen en mochten weten. Maar ook nog om een andere reden. Christus had hun immers beloofd dat ze met kracht uit de Hoogte zouden worden aangedaan. 'Ik zend de belofte Mijns Vaders op u niet lang na deze dagen'. De Trooster, de Geest der waarheid zou komen. Gedoopt zouden ze worden met de Heüige Geest. En ook daarom was er blijdschap bij de discipelen. Er was geloof in de trouw van hun ten hemel gevaren Zaligmaker. Hij zou het waarmaken en dat vervulde hun hart met vreugde.

Tegelijk echter wekte die belofte een aanhoudend bidden en smeken. Die toezegging van Christus had een verlangen in hun hart gewekt naar die toegezegde Trooster. De Geest was hier bezig om plaats te maken voor Zichzelf Er was een begeerte, een levende behoefte ontstaan naar wat Hij wilde schenken. 'Ik zal er van den huize Israels om gebeden worden dat Ik het hun doe'.

Als de Heere lets' nieuws wil schenken en ons verder wil inleiden in het heil, werkt de Geest daartoe altijd vooraf een gemis, een verlangen ernaar. Dat maakt ons klein en arm en afhankelijk van de Heere. De zaak werd ons voorgesteld en toegezegd. En het hart kan dan maar niet lijdelijk afwachten maar komt tot een heilbegerig worstelen. Gods belofte wordt voor waarachtig gehouden zodat ze tot een pleitgrond wordt bij alle onmogelijkheid om het heil in het geloof naar ons toe te halen.

Dat is er in alle standen van het geloofsleven. Zulke werkzaamheden zijn aan het ontdekte, verwonde hart van een zondaar niet vreemd wanneer hij geleid wordt tot Christus. En we zien ze nu ook hier bij de discipelen die in het geloof reeds weet

hebben van de vrede der verzoening door het lijden en de opstanding van hun Zaligmaker. De Geest had in de weg van ontdekking en afbraak reeds deze heerlijke heilsgoederen hun aangereikt.

Maar er was meer. Hij zou als de andere Trooster, de Geest der waarheid, van Christus en de Vader gaan getuigen in het hart. In die Geest zouden de Zoon en de Vader woning gaan maken bij hen. Tempelen van de Heilige Geest zouden ze worden. Met lichaam en ziel een woonstede Gods in de Geest.

Al het heil in Christus zou worden opengelegd. De Schriften zouden nog verder worden geopend tot het verstaan van hun Heere en Christus. En daarmee van hun eigen deelhebben aan de eeuwige erfenis. De Geest der aanneming zou hen doen verstaan dat ze erfgenamen Gods waren en mede-erfgenamen met Christus.

Door de bril des Geestes zouden ze de Schrift leren lezen en doorzien tot op de bodem van de eeuwige Raad Gods. En tevens leren vooruitblikken naar de jongste dag waarop hun Heere zou wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. Ze zouden aangedaan worden met kracht uit de Hoogte en tot levende getuigen worden gemaakt van al deze dingen.

Zie, dat alles en nog veel meer was hun toegezegd en dat bond hen samen aan de troon der genade. Eendrachtig volhardend. Hier was geen sprake meer van twist over wie de meeste was. Allen waren ze even rijk in het reeds ontvangen heil. Maar ook allen waren ze behoeftig en verlangend naar de komst van de Geest. Eendrachtig, een van hart en zin, in eenzelfde geestelijke gestalte. Zo bond het Woord van Christus samen door de kracht van de Geest. De liefde was de banier over hen. En waar de liefde heerst daar gebiedt de Heere de zegen!

Dit geloof en deze liefde deed hen ook volharden in het bidden en smeken. Wanneer het geloof niet werkzaam is zien we het gebed gauw verslappen en zelfs ophouden. Maar hier was een volhardend smeken des geloofs. Een gelovig geweld doen op de troon der genade waarin God verheerlijkt werd. Het was een toegaan in de Naam van Jezus. Hij had hun de belofte van de Vader bekend gemaakt. Hem wisten ze Boven als de voorbiddende Hogepriester, Tk zal de Vader bidden... en al wat gij de Vader bidden zult in Mijn Naam dat zal Hij u geven'.

En dat deed hen aanhouden. Ononderbroken volharden in het uitzien. En de Heere heeft ze niet beschaamd. Straks worden ze allen vervuld met de Heilige Geest!

Zo tekent ons Lukas het leven van de discipelen in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren in hun gebed om de uitstorting van de Heilige Geest. Rijk onderwijs vooi ons allen. Tegelijk ook, naar ik meen, beschamend onderwijs. Want het is wel waar dat Pinksteren als heüsfeit zich niet meer herhaalt en dat de Heilige Geest niet opnieuw wordt uitgestort in de kerk. Maar de toepassing van deze dingen blijft wel degelijk noodzakelijk voor de volle ontplooiing van ons geestelijk leven.

Is het niet zo dat er ook in onze gemeenten steeds meer een geest gaat ontstaan van dodelijke vanzelfsprekendheid en inclusivisme? Zo in de trant van: is men eenmaal tot geloof in Christus gekomen, dan bezit men ook alles en weet men ook alles en kan men ook alles. Maar dat is tegelijk de doodsteek voor alle geestelijke werkzaamheden en daarmee voor de groei en toename in de kennis van Christus en al Zijn heil! Men beweert de zaken te bezitten en te kennen, maar het zwakke en zwevende getuigenis ervan verraadt helaas maar al te vaak dat men ze niet kent.

En daar tegenover ontmoet je een denken en theologiseren waarin dit leven van de discipelen nog wel erkend wordt. Maar waar het tegelijkertijd zo ver van zich gesteld wordt dat het bijna nooit aan de orde komt in prediking en gesprek of als bijna onbereikbaar voor de gelovige van vandaag voorgesteld.

Let wel, we spreken hier over de Pinksterbediening van de Heilige Geest. Niet over de wedergeboorte, de eerste levendmaking door diezelfde Geest. Dat is op zichzelf ook groot en rijk. Nogmaals, dat verachten we niet. In tegendeel, daar zijn we zielsblij mee als we het in de gemeente ontmoeten.

Maar hier gaat het om het leven dat uitziet naar de volle openbaring en de dporbrekende werking van de Heüige Geest zoals die op het Pinksterfeest aan de discipelen werd geschonken. En wanneer we daar nu concreet naar vragen blijken velejtdaarvan niet te (willen) weten.

Maar wordt daarmee niet een stukje geestelijke armoede en ingezonkenheid blootgelegd? Moeten we als gemeenten en voorgangers niet beschaamd ons hoofd buigen?

Laten we niet proberen het klemmende van deze zaak naast ons neer te leggen of weg te theologiseren. Of door te gaan klagen over onze geesteloze tijd.

Veel vruchtbaarder zou het zijn deze geestelijke armoede en gezapigheid eerlijk te bekennen. Zo dat het ons tot schuld werd en tot verootmoediging bracht. We roepen er elkaar toe op!

Laat er vanuit een levend schuldbesef een danken en loven zijn om dat wat God nog gaf en liet. En in ootmoed luisterend naar de Schrift een eendrachtig volhardend bidden en smeken om de volle doorwerking van de Geest van Pinksteren. Want de Geest begeert het ook nu nog arme zondaren te brengen tot de maat van een volkomen man in Christus. Om er ware Pinksterlingen van te maken. Een volk van levende getuigen. Want dat is tot eer van de Zoon en de Vader!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 19 May 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bidden om Zijn Geest

Bekijk de hele uitgave van Thursday 19 May 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken