Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

W. J. Ouwenee], De openbaring van Jezus Christus, Bijbelstudies over het boek Openbaring, deel I, 260 biz.. Telos-reeks 228, uitgeverij Medema, Vaassen, 1988.

In dit deel geeft Ouweneel een uitvoerige inleiding, alsmede een commentaar op hoofdstuk 1 t/m 7 van het laatste bijbelboek. De auteur verdedigt een chiliastische uideg, zoals die in de kringen van de 'Broeders', de 'Vergadering der gelovigen' gegeven wordt. Hij hoopt er op dat niet-chiliasten onbevooroordeeld van zijn standpunt kennis willen nemen en willen luisteren. 'Het is gemakkelijk genoeg voor bijv. een calvinistisch recensent om bij voorbaat met dit boek de vloer aan te vegen vanwege de gekozen uitgangspunten'. Als zo'n recensent dat ook nog voor eigen publiek doet, zal hij zónder moeite kunnen 'scoren', lezen we op blz. XII v.

Ondergetekende behoort tot die groep calvinistische recensenten en wil zich de klacht van Ouweneel dan ook graag aantrekken. Het lijkt me bovendien in het algemeen van weinig wetenschappelijke en kerkelijke houding getuigen als men met de produkten van anderen 'de vloer aanveegt' om de woorden van Ouweneel over te nemen. Respect voor elkaar blijft een goede zaak.

Wel moet het mij van het hart dat Ouweneel door regelmadg te suggereren dat de door hem en zijn geestverwanten gegeven uitleg tot de bijbelgetrouwe exegese gerekend dient te worden en de enig juiste sleutel biedt tot het verstaan van het laatste bijbelboek, ook nu niet bepaald van bescheidenheid getuigt die bij een dialoog past. .

Niettemin dient eerlijk erkend te worden dat kerkhistorisch het chiliasme steeds weer theologen van vaak heel verschillende huize geboeid heeft. Al is het anderzijds nooit tot officiële leer verklaard. Misschien moeten we de zaak niet op de spits drijven. Er blijven in ons verstaan van de Schrift vragen over. Wij kennen ten dele. Graag wil ik uitspreken dat Ouweneel een grondig exposé geeft van de door hem aangehangen visie, waaruit voor ieder die serieus kennis wil nemen van een chiliastische uitleg veel te leren valt. Temeer omdat hij ook de argumenten van zijn tegenstanders behandelt.

Terecht wijst hij erop, dat zijn interpretatie van de duizend jaar niet los staat van andere punten, zoals de kerkhistorische uitleg van Openb. 2 en 3, alsmede van de leer van de opneming van de gemeente.

Ik geef toe dat het a-chiliastische uitgangspunt, zoals door Augustinus en velen voorgestaan, veel vragen openlaat. En toch, de auteur heeft me niet overtuigd van de juistheid van zijn exegese. Dat zal wel mede samenhangen met zijn wat willekeurige opvatting inzake de getallen, die nu eens symbolisch, dan weer letterlijk opgevat worden. Voorts met de voor mijn gevoel gekunstelde exegese van Daniël 9 : 26. Is het zo zeker, dat hiervan een tussenperiode sprake is? De tekst geeft dat m.i. niet aan. Ook de uitleg van Mattheüs 25 : 31-46 en Openbaring 20 : 11-15 roept vragen op. Kan men echt volhouden dat het in Openb. 20:11 w, gaat over een rechtszitting die alleen de ongelovige gestorvenen betreft. Er is immers duidelijk sprake dat de doden zonder onderscheid voor God staan en dat ook het boek des levens geopend werd.

Maar Ouweneel heeft de door hem gegeven interpretatie nodig om zijn visie ten aanzien van de opneming van de gemeente staande te kunnen houden.

De verklaring van Openbaring 2 en 3, waarbij deze hoofdstukken betrokken worden op de perioden in de kerkgeschiedenis, is m.i. gekunsteld en onhoudbaar. Op het gevaar af dat ik nu toch door de auteur gerekend wordt tot de door hem genoemde recensenten waag ik het te zeggen: hoe welwillend ik ook probeer te lezen, het lukt met niet voor de hier gegeven uitleg van de zeven brieven veel waardering op te brengen. Men moet èn de teksten èn de geschiedenis in een bepaald schema persen. Dat gaat echt niet.

Resumerend: een helder geschreven boek, dat veel informatie bevat en dienstig is voor wie kennis wil nemen van de chiliastische visie. Maar dat mij toch niet overtuigd heeft. De voorzichtige wijze waarop b.v. wijlen ds. De Heer in zijn boek over de Openbaring deze zaak bespreekt en recht probeert te doen aan het motief van het chiliasme, spreekt me meer aan.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken