Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aandacht voor dove en slechthorende mensen gevraagd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aandacht voor dove en slechthorende mensen gevraagd

8 minuten leestijd

Een groep mensen met een heel eigensoortige handicap wordt gevormd door de mensen die doof of slechthorend zijn. Doof zijn is namelijk een geweldige barrière om als mens met de ander om te gaan. Dit zo te stellen lijkt misschien wat op het intrappen van een open deur. Toch is het wellicht goed u eens te realiseren hoe groot en ingrijpend de gevolgen van een hoorstoomis zijn.

Dat is vooral het geval wanneer het vermogen tot horen is weggevallen of is weggebleven in het begin van het leven van een kind. Al heel gauw blijkt dat de totale ontwikkeling van een kind tot volwassen mens zo geheel anders is en dat vooral op het psychische vlak. Om daar enig inzicht in te krijgen is het goed die ontwikkeling te vergelijken met die van het horende kind.

Een kind dat goed hoort, gaat bijna direct vanaf de geboorte een ontwikkeling doormaken, waarbij het schijnbaar als vanzelf spraak en taal verwerft. Daar doet het geen moeite voor. Wat het hoort, zegt het na. Al horend en sprekend oefent het zichzelf, corrigeert zich en leert via de taal al op heel jonge leeftijd het verband zien in het ingewikkelde leven, waarvan het deel uitmaakt. De taal leert het kind denken, helpt het denken. Geen vader of moeder volgt hier een opleiding voor, 't gaat spelenderwijs.

Het kind hoort en kan daarom meedoen. Wat eveneens heel belangrijk is, is dat aan de stemklank de stemming en gemoedsgesteldheid van vader, moeder en de mensen in de omgeving worden gehoord.

Om bij dit laatste maar verder te gaan, een doofgeboren kind neemt daar niets van mee! Het heeft ook geen enkele prikkel om woorden of klanken te gaan nadoen van de ouders. Het leeft letterlijk in een doodstille wereld. Het hoort geen lieve, vriendelijke of waarschuwende en alarmerende geluiden. Spraak en taal komen niet op gang. Eer men er achter is dat er iets hapert, is al gauw het eerste levensjaar voorbij. Zeker nadat er doofheid is vastgesteld, zullen er allerlei bijzondere maatregelen genomen worden om een zo goed mogelijke ontwikkeling te bewerken. Toch zal het dove kind bijna altijd een grote achterstand houden op het horende kind. Het dove kind komt dan ook met weinig of geen taal op school. Terwijl horende kleuters, als zij naar school komen, hun spraak zo goed als helemaal klaar hebben en daardoor al een zeer brede taaibasis hebben. Het leerproces is voor een doof kind dan ook heel zwaar. Spreken leren valt niet mee.

En u kunt wellicht begrijpen dat dat moeizame spreken het contact van de dove mens vaak heel erg bemoeilijkt. Wat hij dan opvangt aan taal, aan wat gezegd wordt, is ook in vele gevallen niet direct begrijpbaar, omdat het te abstract is. Het kan een levenslange worsteling zijn om taal te begrijpen. Wie op tv weleens het nieuws voor doven en slechthorenden heeft gezien, is al gauw geneigd om de daarin gebruikte taal als simpel aan te duiden. Voor veel doven, zo bleek enige tijd terug in een onderzoek, is de daar gebruikte, geschreven taal te moeilijk...

In het verleden zijn er pogingen gedaan om meer aandacht te vragen voor de situatie van het dove gemeentelid. Zo verscheen enkele jaren geleden een door 'Op weg met de ander' uitgegeven brochure onder de titel 'Horen wij dove mensen? '. Een informatieve brochure — ook het bovenstaande is voor het grootste deel daaruit afkomstig — gestuurd naar alle hervormd-gereformeerde kerkeraden om de bezinning op de vragen van deze groep mensen te stimuleren. Inmiddels is die aandacht echter vrijwel geheel weggeëbd en is het weer stil geworden aan dit front. De laatste tijd bereiken de vereniging 'Op weg met de ander' echter opnieuw signalen, waaruit zij concludeert dat dove gemeenteleden en de mensen in hun directe omgeving duidelijk behoefte hebben aan met name vormen van pastoraat en catechese die iheer recht doen aan de situatie waarin zij door hun handicap verkeren. En omdat 'Op weg met de ander' de hervormde vereniging op gereformeerde grondslag van en voor mensen met een handicap is rekent zij het tot haar taak om opnieuw aandacht te vragen voor deze groep mensen binnen de gemeenten.

Op initiatief van 'Op weg...' is er inmiddels dan ook een commissie gevormd die dit stuk werk gaat begeleiden. In deze commissie hebben de volgende leden zitting: — ds. P. J. Bos uit Vriezenveen, die enkele keren per jaar voorgaat in diensten ten be-

hoeve van dove gemeenteleden;

— ir. J. V. d. Graaf, Huizen, de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond;

-^ ds. Harkema jr. uit Onstwedde, voorzitter. Hij is ook voorzitter van 'Op weg met de ander', tevens bestuurslid van 'Effatha';

— ds. A. van Herk, St. Annaland, gaat enkele keren per jaar voor in diensten ten behoeve van dove gemeenteleden;

— dhr. A. C. 't Jong uit Wijk en Aalburg, die vader van een dove zoon en voorzitter van de oudervereniging 'Effatha' is;

— mevr. M. Rietveld-de Kluyver uit Papendrecht, secretaris van 'Op weg met de ander';

— ds. T. van 't Veld, Ede, die ook regelmatig voorgaat in diensten ten behoeve van dove gemeenteleden;

— dhr. H. Wolterink uit Brakel, stafmedewerker van 'Op weg met de ander'.

U vraagt zich wellicht af hoe dan de situatie op dit moment is ten aanzien van de aandacht vanuit de kerk voor mensen die doof zijn. Wel, sinds vele jaren zijn er aparte kerkdiensten voor mensen die auditief gehandicapt zijn. Het gaat daarbij om officiële diensten, uitgaande van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken of de Christelijk Gereformeerde Kerk. Op het gebied van dovenpastoraat werken deze kerkgenootschappen samen in regionale Interkerkelijke Commissies (IC's).

Deze door de IC's georganiseerde diensten vervullen een belangrijke functie. Het Woord wordt verkondigd, de sacramenten bediend. En juist in deze kerkdiensten wordt de onderlinge gemeenschap heel sterk beleefd. Toch kleeft aan deze diensten één bezwaar: de dove mens wordt op deze wijze weer extra geïsoleerd. Hij staat zelfs buiten de gewone samenkomst van de gemeente van Christus! En tegelijkertijd is het gevaar heel groot dat de horende gemeenteleden aan dit alles voorbij leven, eenvoudig omdat zij binnen de gemeente nooit in aanraking komen met iemand die doof is.

Het is daarom een verheugende ontwikkeling dat steeds meer in allerlei gemeenten zo nu en dan doven/horenden diensten worden gehouden. Een 'gewone' kerkdienst van de eigen (wijk)gemeente, op de gewone tijd en plaats. De liturgie is ook die van iedere zondag. 'Technisch' wordt er dan echter rekening gehouden met de dove gemeenteleden, die in de dienst aanwezig zijn. Zij zitten vooraan, er wordt gewerkt met een overheadprojector, waardoor de te zingen liederen op een scherm zichtbaar worden. De predikant spreekt op halve snelheid, elke lettergreep articulerend, hij maakt korte zinnen met ondersteunende gebaren. Het lijkt op dit moment noodzakelijk dat meer en meer gemeenten bereid zijn om in hun midden dergelijke diensten te laten plaatsvinden. Tegelijkertijd is het zo dat op dit moment slechts enkele hervormd-gereformeerde predikanten in dergelijke diensten voorgaan.

Wat nu op dit moment allereerst nodig is, is dat de situatie met betrekking tot het dove gemeentelid in hervormd-gereformeerde kring in kaart wordt gebracht. Een inventarisatie dus, waarbij onder andere de volgende vragen beantwoord zullen moeten worden:

— Om hoeveel mensen gaat het eigenlijk?

— In welke leeftijdsgroepen vooral?

— Wat wordt er aan pastoraat op dit moment gedaan?

— Waar liggen daarbij moeilijkheden? — Zijn er catechesemogelijkheden?

— Is er behoefte aan en zijn er mogelijkheden voor meer diensten?

Pas wanneer er een duidelijk overzicht is met betrekking tot dergelijke vragen kunnen er plannen worden gemaakt aangaande eventuele volgende stappen. Daarom heeft 'Op weg met de ander' op dit moment naar alle hervormd-gereformeerde kerkeraden een enquêteformulier gezonden. Op deze wijze hopen we antwoorden te krijgen op bovengenoemde vragen. We rekenen er een beetje op dat kerkeraden een zo volledig mogelijk overzicht maken van de situatie in hun (wijk)gemeente met betrekking tot dove en slechthorende gemeenteleden. Toch kan het voorkomen dat een kerkeraad niet op de hoogte is van het feit dat een gemeentelid auditief gehandicapt is.

Mogen we u, die dit leest, daarom vragen hier ook eens over na te denken? Wellicht kunt u in een dergelijk geval dat dove gemeentelid ook wijzen op deze enquête. Klop aan bij kerkeraadsleden en zorg dat het overzicht zo volledig mogelijk kan worden!

Aanmeling bij het Landelijk Bureau van 'Op weg met de ander' is uiteraard ook altijd mogelijk. U kunt bellen of schrijven naar Landelijk Bureau 'Op weg met de ander', Lindenstraat 19, 5306 XR Brakel, 04187-2679.

Wij hopen dat een en ander mag bijdragen tot een verdieping en een verbreding van het 'gemeente van Jezus Christus zijn', waarbij ook de dove gemeenteleden een eigen plaats mogen innemen. 'Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods' (Rom. 10 : 17).

stafmedewerker 'Op weg met de ander'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aandacht voor dove en slechthorende mensen gevraagd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken