Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Worden als een kind

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Worden als een kind

9 minuten leestijd

Het beeld van een kind

'Worden als een kind': het is een gevleugeld woord, dat een klimaat van argeloosheid, vreedzaamheid en lieftalligheid pleegt op te roepen. Wij weten wel dat het woorden betreft die door de Heere Jezus in een bepaalde situatie zijn gesproken, maar het is deze zinsnede vergaan zoals zoveel andere woorden uit de Schrift: ze is losgepeld uit de oorspronkelijke, concrete context en is een eigen leven gaan leiden. Ieder vult haar zo op zijn eigen manier in, al naar gelang men — als kind van zijn tijd! — tegen 'het kind' aankijkt.

Heel gangbaar — wij treffen het bij de kerkvaders al aan — is de opvatting dat het kind het voorbeeldige model zou zijn van eenvoud, onbevangenheid, bescheidenheid. Men kan dit idealistische beeld dan nog aanscherpen, door te spreken van zuiverheid en ongereptheid. Een kind zou (nog) niet berekenend zijn, maar eerlijk en onschuldig.

Zonder nu in te gaan op de nuchtere vraag welke vader en moeder ooit deze adel aan hun kinderen konden aflezen, stellen wij de beslissende vraag of dit beeld wel klopt met wat Jezus ermee bedoelt. Die bedoeling blijkt uit de context. Zijn woorden over het worden als een kind bevatten onverhulde kritiek. Ze zijn gesproken aan het adres van de discipelen die Hem de kwestie voorleggen wie toch in het Koninkrijk der hemelen de meeste is (Matth. 18 : 1-4). Uit andere Evangelieplaatsen weten wij dat dit voor de discipelen maar geen theoretische vraagstelling was, maar hoe de wedijver hen parten speelde.

Ze hadden dit niet van hun Meester geleerd. Maar het zat wel in de lucht. In de religieuze lucht met name. Tegen de achtergrond van het toenmalige jodendom is hun ambitie maar al te begrijpelijk. Toentertijd drong zich bij allerlei gelegenheden de vraag op, wie toch straks de aanzienlijkste zou zijn in het komende Godsrijk. En men had er antwoord op. De allerbeste plaats kenden de deskundigen toe aan de wetsgetrouwe martelaren; in hun onmiddellijke gevolg zag men de rechtschapenen en degenen die op hun Wetskennis en goede werken konden bogen. De ingang in het Rijk en de 'rang' die God daar uit zou reiken, hing dus af van de geleverde prestaties. Wie het zware juk van de geboden naar behoren torste, kon rekenen op een ereplaats. Een Rijk voor de elite!

Het is in dit klimaat dat Jezus een klein kind bij Zich roept en in het midden van de kring plaatst. Het laat zich denken hoe vreemd verrast en verlegen dat kereltje daar staat. Het voelt zich bepaald niet op zijn gemak. Het hoort hier niet. Het telt immers, naar de maatstaf van het sociale en godsdienstige leven, nog absoluut niet mee. Dat kind is onmondig, en geen partij! Wel, het is nu uitgerekend dit beeld van onbeduidendheid en rechteloosheid dat Jezus hier met zijn gelijkenis-in-levendenlijve oproept. Als een kritisch protest tegen het vastgeklonken standpunt dat men heel wat te beduiden hebben moet om het Rijk met ere te kunnen bereiken. Dit kind is er helemaal niet op uit om iets te 'bereiken', laat staan dat het zich aan zou matigen de meeste te zullen zijn. Het is alleen maar gering, pretentieloos en onbeduidend.

Het kind als voorbeeld

Jezus zet Zijn 'gelijkenis' kracht bij door een zwaargeladen zin, een zin die de bijl legt aan alle ambitie, pretentie en concurrentie: 'Amen, zeg Ik u: Indien gij u niet verandert (eig.: omkeert) en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.' Dat is een geduchte streep door de rekening. Als Jezus nu een heilig heerschap ten voorbeeld had gesteld! Maar een 'waardeloos' kind! Een kind dat het zware wetsjuk nog niet torsen kan, een kind dat niet voor vol wordt aangezien en niet eens de volwassenheid heeft om een bewuste keuze te maken, een kind dat tot niets anders in staat is dan tot... kind-zijn, en dat, als het in het nauw gedreven wordt, alleen maar schreeuwen kan: 'Abba, vader!'.

Tot de concrete omkeer naar déze nederigheid, deze geringheid en rechteloosheid worden de discipelen opgevorderd. En dat is heel wat voor volwaardige volwassenen. Stellig. Maar er gloort toch veel Evangelie in Christus' kritiek. Want achter Zijn bevel om het kleed van de aanmatiging en eigenwaarde af te werpen, schuilt nochtans de permissie om zo schutterig en schamel als we zijn de tocht naar het Koninkrijk te ondernemen, onder de belofte, dat daar welkom zijn de armsten en geringsten. De minste zal daar zowaar de meeste zijn! Kijk naar dit kind, zegt Jezus. Dit kind is het schrille contrast van alle zelfverzekerdheid die de volwassene zich aanmeet. Maar het is ook het veelbelovend 'model' van de armen van geest die Hij zalig heet. Zulke rechtelozen mogen 'Abba' roepen, in al hun hulpbehoevendheid. En de Vader zal hen horen en uithelpen. Zij zullen voorzeker thuiskomen. Want het is 's Vaders welbehagen, hun het Koninkrijk te geven. 'Volwassenen' die zichzelf wel redden, zouden niet weten wat ze daar moesten doen. Maar de 'kinderen' zullen er geen moeite mee hebben. Want wat doet een kind dat is gered uit reddeloosheid? Roemen in de Redder alleen. Voor de rechtelozen is genade: genade!

Kijk naar dit kind, zegt Jezus, en zie hoe het toegaat naar de maatstaf van het Koninkrijk. Wij zien hier hetzelfde als in de gelijkenis van de tollenaar (Luk. 18). Diens tegenvoeter was 'volwassen'. Die Farizeeër had niets te vragen, alleen maar zichzelf te poneren en zijn rechten te declareren. Maar de tollenaar, dat 'kind', had niets te bieden — wel het allerminst

zichzelf — en kon alleen maar rechteloos bidden. 'O God, wees mij, de zondaar, verzoend'. Om déze deemoed van de rechteloosheid gaat het. Het is de deemoed van het 'kind'. Niet een ootmoed die wij kunnen etaleren, maar waarvan wij ons niet eens bewust zijn.

'Wie zich van zijn deemoed bewust is en haar roemt, die is de allerhoogmoedigste. God alleen kent en beoordeelt de deemoed, zodat de mens nooit minder van zijn deemoed weet dan juist wanneer hij echt deemoedig is', schrijft Luther in zijn Magnificat van 1521. Het is deze diepte van de deemoed die door God wordt aangezien. 'Want omdat Hij de Allerhoogste is en er niets boven Hem is, kan Hij niet naar boven zien. Hij kan evenmin om Zich heen zien, omdat niemand Hem gelijk is. Hij móet wel in Zichzelf èn ónder Zich zien. En hoe dieper zich nu iemand onder Hem bevindt, des te beter Hij hem ziet.' (idem).

De deemoed van het kind is niet anders dan deze lage positie voor God en mensen. Zulke kinderen ontvangen het Koninkrijk met lege handen. Niet uit verdienste en berekening, maar bij verrassing en in verwondering.

Naar het beeld van Het KIND

Hoe komt een mens, een volwassen, zelfbewust mens, aan deze neder-heid van het kind? Door zich om te keren, zegt Jezus. Tot wat, tot wie? Tot dat kind in het midden en tot de uitleg die Jezus aan deze 'gelijkenis' geeft. Teken en taal vormen samen de oproep tot de houding van onbevoegdheid en rechteloosheid die de echte ootmoed eigen is. Wij lezen die af aan dat kind. En wij horen aan Christus' onderricht af, hoe wij moeten worden, maar daarme zijn wij het nog niet! Welke volwassene doet het kind diens kind-zijn na? Niet één. Maar, het gaét ook niet om nadoen. 'Niet de navolging maakt ons tot kinderen, maar ons kindschap maakt ons tot navolgers, ' zei Luther. Jezus is niet de zoveelste zedemeester die de moraal preekt. Hij is geen Meester die slechts zegt hoe het moet, maar die het doet. Deze Meeste werd zelf de Minste. Hij die alle recht en reden had om de Zelfgenoegzame te zijn, werd de allerminste, die Zich­ zelf vernederde (Fil. 2 : 6-8). Een kribbekind! Arm werd Hij, terwijl Hij rijk was (2 Kor. 8 : 9). Om onzentwil, verzekert Paulus. Niet om het ons vóór te doen, ter imitatie, maar het voor óns te doen, ter verzoening en vernieuwing! En hoe komt dat gevoelen dat in Hem was, ook in óns? Hoe komt het tot deze radicale verandering van gezindheid? Door uit genade op Het KIND te zien. Wij zien van dat kind, waarmee Jezus Zijn wekroep illustreert, nu heen naar Jezus zelf en ontwaren in Hem Het Kind bij uitnemendheid. Het KIND in ons midden! Wij kunnen onze ogen nauwelijks geloven. Maar de Geest schildert Hem ons voor ogen en drukt Zijn beeld ons in het hart. Wij zien het Kind in de kribbe. Schamel en ontluisterd. En 33 jaar later hangt Hij aan het kruis. In volstrekte ontlediging. De Koning werd knecht en 'kind'. De onwaardigste onder de mensen. Maar deze laatste wordt de eerste. De poorten van het Rijk gaan open, en de allerlaagste krijgt de hoogste plaats. Van kribbe en kruis tot Koninkrijk! Het Kind gaat voorop. De minste wordt de meeste. En in Zijn gevolg trekken allen die van Hem leerden dat Hij nederig is van hart, en die bij Hem hun aanspraken zich zagen ontnemen, — die van Hem het kind-zijn ontvingen. De moordenaar aan het kruis is er zo één. Hij mocht mee het Paradijs in. Het is een rijk niet van de wereld, — het staat er haaks en kruiselings op — maar dat wèl in de wereld zijn vingerafdruk zet. Hoe? Doordat de kinderen van dit Rijk zich hier en nu als een kind gedragen. Onopgeefbaar. Want Calvijn heeft gelijk: Niemand verdient tot de kudde van Christus gerekend te worden dan hij die zoveel van de Meester der nederigheid heeft geleerd, dat hij zich niets aanmatigt.' Wie de Meester die de Minste werd, in geloof leert kennen, die wordt Hem gelijkvormig. Die heeft Het Kind gezien. Die stond bij kribbe en kruis, en wordt als een kind. En omwille van Het Kind staan de poorten van het Rijk geopend voor allen die in Hem als kinderen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 21 December 1989

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Worden als een kind

Bekijk de hele uitgave van Thursday 21 December 1989

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken