Bekijk het origineel

Is het Evangelie naar Mattheüs een Joods geschrift? (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Is het Evangelie naar Mattheüs een Joods geschrift? (4)

6 minuten leestijd

Het karakter van het Mattheüs-evangelie
Onze vraag was: Is het Mattheüsevangelie Joods? En wij kunnen er op antwoorden met een samenvatting van wat hier tot dusver over het evangelie is gezegd.
Wij zagen dat Mattheüs is ontstaan in een kring van Jodenchristenen in de verstrooiing. Wel wordt aangenomen, dat een voorvorm van het Markus-evangelie mede aan Mattheüs ten grondslag ligt. In hoofdzaak echter is het evangelie een weergave van het gesprek tussen christenen uit de Joden en Joden uit de synagoge.
Mattheüs richt zich tot christenen, die nog veel met Joden te maken hebben. Het Jodendom in Jezus' dagen leeft veelal in dienstbaarheid aan de Wet. Het evangelie echter grijpt terug naar de heilsverwachting van Israël in het verleden. Toen diende de Wet het volk als richtsnoer om in Verbondstrouw aan de Heere God te leven. Vanuit die gedachte leest nu de evangelieschrijver het Oude Testament, met het oog op Jezus Christus, de Middelaar van het Nieuwe Verbond. Zo kan dus, inhoudelijk gezien, het Mattheüs-evangelie niet als Joods beschouwd worden.
Het evangelie is dan ook niet Joods in de zin waarin in onze tijd het gesprek tussen christenen en Joden wordt gevoerd. Daarin geeft de Joodse bijbeluitleg veelal de toon aan. Die zegt, dat Jezus als profeet en broeder te aanvaarden is. Maar Hij is niet Gods Zoon, de beloofde Messias en Middelaar.
Hiermede blijft Israël beneden de maat van zijn roeping tot bondsvolk Gods. Van die roeping spreken Mozes en de profeten, èn Israëls offercultus. En deze Openbaringsgegevens uit het Oude Testament wijzen naar het Nieuwe Verbond, en de Middelaar Christus Jezus (zie o.a. Hebr. 8 : 15).

Het Mattheüs-evangelie en de andere evangeliën
Wat aangaat de inhoud van de verkondiging is er geen verschil tussen Mattheüs en de drie andere evangeliën. De inhoud van alle vier is: Jezus Christus en Die gekruisigd' (1 Kor. 2 : 2).
Waarin deze geschriften onderling dan wèl verschillen, houdt o.a. verband met de streek of plaats waar zij zijn ontstaan. Hoe daar de verhouding was tussen de christenen uit de Joden, de christenen uit de heidenen èn hun heidense omgeving, was bepalend voor vorm en inhoud van de christelijke verkondiging.
Aangaande het evangelie naar Markus: De schrijver daarvan, Johannes Markus, wordt gerekend tot de medewerkers van de apostel Paulus. In overeenstemming met diens zendingswerk, richt het evangelie zich tot de christenen uit de volken. Het evangelie zou in Rome of elders in Italië zijn ontstaan.
Het daarop volgend evangelie is dat naar Lukas. De schrijver, een christen uit de heidenen, was eveneens medewerker van de apostel Paulus. In overeenstemming met diens zendingswerk, richt het evangelie zich tot de christenen uit de volken. Het evangelie zou in Rome of elders in Italië zijn ontstaan.
Lukas heeft aan zijn evangelie een vervolg toegevoegd: Het boek Handelingen der Apostelen. De zendingsarbeid der apostelen, en met name die van Paulus, wordt hierin beschreven. Het evangelie eindigt met het samenkomen van de elven in Jeruzalem. En het boek Handelingen eindigt met Paulus, die in Rome, het centrum van de wereld, predikt wat Jezus heeft verkondigd: het Koninkrijk Gods (Hand. 28, 30, 31). Op Israël en op de volken richt zich de verkondiging van Lukas.
Het evangelie naar Johannes is het vierde en laatste in de rij der evangeliën. De schrijver zou zijn de apostel Johannes of iemand uit de kring der Johannesleerlingen. Als plaats van ontstaan wordt gedacht aan een stad of gebied in Klein-Azië, waar ook Joden invloed hadden. Het evangelie laakt de weerstand der Joden tegen de gemeente. Als Jezus door de Joden verworpen wordt, is dit een teken van wat de 'wereld' met Hem doet. Ook die verwerpt Jezus. Hij is het Licht der wereld: maar, 'de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht' (Joh. 3 : 19).
Met het getuigenis aangaande Jezus Christus als 'het waarachtige licht dat ieder mens verlicht' (Joh. 1 : 9), treedt het evangelie in discussie met de gnostischreligieuze stromingen van die tijd.
Jezus Zelf wordt in het Johannesevangelie getekend, als Zich voegend in de traditie van Israël: Hij bezoekt de grote feesten in Jeruzalem en leert het volk in begrippen, die aan het Oude Testartient zijn ontleend. Het evangelie stelt Jezus en de Joden wel tegenover elkaar, maar het is daarin niet anti-Israël. Jezus verkondigt in liefde: Gijlieden moet wederom geboren worden' (Joh. 3 : 7).

Het Mattheüs-evangelie en zijn relatie met het Jodendom en met de gemeente
Uit het voorgaande blijkt, dat met het Mattheüs-evangelie de openbaring van Christus Jezus rechtstreeks vanuit Israël tot de wereld gaat. Terecht kan hier van 'Israël' gesproken worden. De christenen uit de Joden zijn door aanneming van de Heere Jezus Christus, geworden het Israël Gods (Gal. 6 : 16).
In de andere evangeliën zien wij een voortgaande ontwikkeling in de verkondiging van de jonge kerk: Elk van deze evangeliën richt zich op eigen wijze tot de geestelijke en culturele brandpunten van de Grieks-Romeinse wereld waarin het is ontstaan.
Daar, zoals gezegd, alle Schrift van God is ingegeven (2 Tim. 3 : 16), kan er in de gemeente geen voorkeur voor bepaalde bijbelboeken of bijbelgedeelten zijn. Op elke bladzijde van de bijbel staan de woorden, die ons vertroosten tot ons behoud. Zo zijn er in het leven van Gods kinderen de Schriftwoorden waarbij zij worden bepaald. Dit sluit ook in dat, in sommige tijden en omstandigheden, bepaalde gedeelten van de bijbel in de aandacht van de gemeente komen.
Zo hebben in onze tijd Israël het Verbondsvolk Gods, èn het Jodendom uit verleden en heden, veel belangstelling in kerk en gemeente. Het zware lot van de Joden in deze eeuw, de geestelijke ontwikkelingen binnen het Jodendom, en de zorgelijke situatie waarin de staat Israël verkeert, leiden daartoe. Dit kan ons er toe brengen om met aandacht stil te staan bij het Mattheüs-evangelie.
Dit apostolisch getuigenis aangaande Jezus Christus, laat ons zien de grote liefde en bewogenheid waarmee de Heiland Zich over Zijn volk ontfermt. Hij geeft het rust, maar bestraft het ook. Mattheüs spreekt reeds in het begin van zijn evangelie over Jezus, 'Die Zijn volk zal redden van hun zonden' (1 : 21).
Met het noemen van het enige werkelijk beslissende gebeuren in ons leven begint de evangelist zijn geschrift. Het hiergenoemde Mattheüswoord (1 : 21) stamt uit de Psalmen. Daarin wordt gezegd: de Heere Zelf 'zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden' (Ps. 130 : 8). De Heere God heeft Zijn Zoon Jezus, de Redder der wereld, in Israël geboren doen worden. Het is de vervulling van wat de psalm in uitzicht stelt:

Hoopt op de Heer gij vromen;
is Israël in nood,
er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.

Hij maakt op hun gebeden,
gans Israël eens vrij
van ongerechtigheden;
zo doe Hij ook aan mij.

Ps. 130 : 4
berijmd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Is het Evangelie naar Mattheüs een Joods geschrift? (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken