Bekijk het origineel

Zeven sterren in Zijn rechterhand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zeven sterren in Zijn rechterhand

15 minuten leestijd

En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand. (Openb. 1 : 16a)

Gemeente des Heeren, die te Putten is, en allen die met haar samengekomen zijn,

Toen ds. Kievit de laatste adem uitblies, dacht ik aan wat hij zèlf eens zei, nadat hij een broeder of zuster tot het einde toe begeleid had: 'Ik heb haar (hem) mogen geleiden tot de hemelpoort, en ik probeerde een glimp op te vangen (door de poort heen van de heerlijkheid), maar ik moest terug'. Op 20 april jl. hoefde hij niet terug. Hij mocht ingaan in de vreugde van zijn Heere, nadat de woorden hadden geklonken uit het paaslied: 'Doe mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan. Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt' (Ps. 118).

De weg
Wij hebben nog een 'nabetrachting' (zoals hij dat zelf noemde) gehouden in een terugblik over de weg die hij gegaan is. En het gehéél wilde hij samengevat hebben in de Psalm, die wij hebben gezongen: 'Uw hand, o God, heeft veilig mij geleid; ik ben gered, nu is mijn hart bereid... om U, mijn God, te loven' (Ps. 57). Hóórt u?: Uw hand'. Hoe vaak heeft hij ons (een brede kring om hem heen, de gemeenten, jongere predikanten) moed ingesproken, en gewezen op die Hand, die voor hem beslissend is geweest in alles, zéker ook bij zijn staan in de Kerk. En wanneer ik dat zeg, denk ik aan onze 3e Schriftlezing: Openb. 1 : 9-20. De woorden die hebben geklonken, zijn dezelfde die de vader van ds. Kievit in dit kerkgebouw als voorganger voor zijn prediking heeft gekozen, toen hij zijn zoon tot de dienst der verzoening in Putten heeft ingeleid. In een zeer bewogen tijd. Dat weten de ingewijden wel. Hoevelen zijn vanuit deze kerk weggevoerd door de Duitsers, met alle ontzettende gevolgen van dien. In die dagen werd de gemeente, werd haar dienaar een hart onder de riem gestoken toen gewezen werd op Hem, 'Die in het midden der zeven gouden kandelaren (= de gemeenten) wandelt en Die de zeven sterren houdt in zijn rechterhand'.

Openbaring
Johannes ziet Hem (Hij openbáárt Zich aan Johannes) in de dagen van keizer Domitianus, die als een god wordt vereerd, en onder wiens bewind de eerste christenen het zwaar te verduren hedden. Johannes is verbannen naar Patmos, een heel klein eiland in de Egeïsche Zee, voor de westkust van Klein-Azië. De apostel heeft z'n gemeente (Efeze) moeten achterlaten, en hij zit vol met vragen over het 'hoe' van het wereldgebeuren, van de kerkgeschiedenis, van de gemeente. Johan­nes lijdt aan de kerk! In dat lijden openbaart zich Christus, aan hem als de 'Ik ben', de A en de Z, de Eerste en de Laatste', 'Ik ben dood geweest; en zie. Ik ben levend in alle eeuwigheid...'. Johannes hoort achter zich een stem. Hij keert zich om en ziet zeven gouden kandelaren én die Ene in het midden van de kandelaren. Johannes blikt in een verblindend licht. Christus is daar, gekomen om te bemoedigen, en eigenlijk te zeggen: 'Aan Mij is gegeven alle macht, in hemel en op aarde'. Oók in de dagen na Domitianus, juist wanneer je je hart vasthoudt als je denkt aan het reilen en zeilen van de Kerk, aan de toekomst.

Geleden
Ds. Kievit heeft intens geleden aan de Kerk. Hij zei dan ook, wanneer hij ons bemoedigde: 'Let niet op je hart, maar op die Hand! De rechterhand des Heeren is sterk, verhóógd... doet krachtige daden! (Ps. 118). Zie op Jezus. God, de Vader, heeft Hem in het volle licht gezet. Jezus, temidden van de kandelaars'.
Dat was z'n liefste werk, ons op Jezus te wijzen. Wat was hij in zijn element als hij doen mocht wat zo welsprekend is afgebeeld in de St. Jan te Gouda; in dat raam waar je Johannes de Doper ziet wijzen op het Lam Gods! Dáár was het ds. Kievit om te doen: dat we Christus in het oog kregen. Daarom zei hij altijd tot zijn vicarissen en tot de vriendenkring: Houd Christus in het midden, broeders! De gemeente moet Hèm zien.
Dat zat hem hóóg, wanneer hij z'n zorg uitte over de oppervlakkige prediking, zowel links als rechts in de kerk, en in het 'midden'. Er gebeurt niets, zei hij. Je móét zoveel. Wij hebben geen God, die zegt wat er moèt, maar Die het doèt! Als het Lam Gods niet in het midden staat, wordt de gemeente niet gebouwd. Ds. Kievit was een scherp waarnemer. Hij had een grote gave voor het onderscheiden waar het op aankomt, 't Is nog kort geleden dat hij zei: Ze hebben het altijd over ellende, verlossing en dankbaarheid (daar op zich geen kwaad woord van, begrijp me niet verkeerd), maar het 'thema' van onze vaderen is verminkt tot een 'schema'; ik mis Jezus er in'. Dat laatste kunnen we niet zeggen van de preken, meditaties en boeken van ds. Kievit. Ik denk dat we hier samen zijn als mensen die het voorrecht hebben gesmaakt hem te leren kennen in zijn bediening als een echte V.D.M.: dienaar van het Goddelijke Woord. Velen missen in hem een leermeester, pastor, vriend, broeder..., ik mag óók zeggen: en 'vader'. Je verdraagt dat wel van me, Janneke, wanneer ik me zó uitdruk. Jij bent z'n enige èchte kind, maar wij (velen!) zijn toch ook kinderen. Ik denk aan wat Paulus schreef aan de gemeente van Korinthe: Al hadt gij tien duizend leermeester in Christus, zo hebt gij toch niet vele vaders; want in Christus Jezus heb ik u door het Evangelie geteeld' (1 Kor. 4 : 15). Voor velen is dit tot een ééuwige zegen geworden: in de gemeenten die ds. Kievit heeft gediend, en in het geheel van de kerk.

Breed
'Breed' stond hij in de kerk, als een echt 'katholiek' theoloog, in wiens leven grote geleerdheid gepaard ging met diepe godsvrucht. Hij was een man met milde humor en diepe ernst. Wat hem vooràl tekende, was de hooghouding van de Naam (!), de Naam des Heeren. Door zijn dienst zijn velen getrokken tot het licht van het Koninkrijk Gods, zijn velen ook geworven om te dienen in het ambt onder de banier van Koning Jezus. Hij stond in de oorspronkelijke traditie van 1 Kor. 15: om dóór te geven wat hij had ontvangen: 'Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften' (1 Kor. 15).

Mag ik het zó zeggen: ds. Kievit was - met het beeld van de tekst uitgedrukt - een lichtdrager, een 'ster' Geen ster in de wereldse zin van het woord, want daar moest ds. Kievit niets van hebben: een 'ster' te zijn, populair, te behoren bij de top-tien. Een 'ster' in de rechterhand van Christus! Het licht is ontstoken aan het 'Licht der wereld'. Er is een nauwe samenhang tussen Christus; de kandelaren en de sterren: zeven kandelaren, zeven sterren. Zeven is het getal van de 'volheid', van de Heilige Geest. Christus zorgt voor de gemeente (kerk) d.m.v. de 'sterren'. In vs. 20 wordt het geheim (mysterie) van de sterren geopenbaard: zij zijn 'de engelen der zeven gemeenten' als in de kanttekening van de Statenvertaling schoon verwoord (in navolging van de kerkvaders): de leraars of opzieners der gemeente, die bij sterren worden vergeleken, omdat zij de gemeente met hun leer en leven moeten voorlichten, gelijk de sterren de reizende lieden te land en te water doen'.

Christus in het midden
Door middel van de 'sterren' bewijst Christus, dat het bestaan en voortbestaan van de Kerk Zijn zorg is. En wéér zeg ik wat ik me uit het onderwijs van onze ontslapen geliefde herinner: 'Wij moeten Christus goed in het midden houden', anders helpt er niets aan. Wanneer Zijn licht niet wordt verspreid, baat het niet als we de kandelaars oppoetsen. Christus doet Zijn ronde door de Kerk, met de olie van de Géést, niet alleen opdat de lampen zullen branden, maar ook blijven branden. De kandelaars staan immers op de tocht door allerlei wind van leer, die uit de verkeerde hoek waait, toen (in de dagen van de apostelen) en nú ook: (b.v.) de ontkenning van de opstanding der doden. Als dàt niet waar is, kàn Christus niet in het midden staan, dan is àlles (geloof en prediking) tevergeefs; dan zijn verloren die in Christus ontslapen zijn.
Maar néé. Hij lééft: Als de Eerstgeborene uit de doden, de Eersteling onder vele broeders en zusters; en Hij houdt de zeven sterren in zijn rechterhand, hoe 'boos' de dagen ook zijn, en wanneer de nacht valt over deze wereld. Die sterren vormen een lichtkrans in de hand van Christus. Let wel: zij zijn verbonden met de Heiland en zó met elkáár! Ds. Kievit kon spreken van wat hij noemde 'een eigenaardige verbondenheid' van dienaren van het Woord, een band die alleen te verklaren is door die rechterhand van Christus. Ik hoor het hem nog zeggen: wij vinden elkaar - in moeite en verdriet - terug in die rechterhand. Je wist het van hem: al was hij op een afstand, dan nóg was hij zeer nabij. Hij heeft wat gebeden voor z'n geliefden, voor de gemeenten, die hij heeft gediend (daarvoor ging hij elke zondag apart in het gebed!), de kerk, deze wereld, Israël.
Br. Martinus (zo sprak ds. Kievit me menigmaal aan; en ik achtte hem als mijn bisschop): 'Wees voorzichtig met woorden waarin Christus niet schittert', zei mijn vader, toen hij me in Putten bevestigde: 'Beslissend is Zijn hand, Zijn greep op het geheel. Er zijn vallende sterren, die even het donker doorklieven, maar dan is het gedaan. En... er zijn dwàlende sterren... die geven wel een boel vuurwerk, maar ze misleiden...' Broeder Martinus: Wie wéét (gelooft) in de hand van Christus te zijn, dat is plaatsbepalend voor de sterren - die staat in de traditie van de kerk der eeuwen: ootmoedig, gestorven aan de hoogmoed, aan het eigen lieve 'ik', aan alles wat ons neerhaalt. In de hand van Christus zullen we de eer van God zoeken! Daarom geef ik je dóór wat m'n vader zei: 'Mijn zoon, sterren stralen zonder dat er geapplaudiseerd wordt, en zij storen zich niet aan de goedkeuring of afkeuring van mensen. Het zijn sterren, niet omdat ze boven alles verheven zijn, maar eenvoudig omdat ze schijnen... in de nacht van deze eeuw'. Schijnen door het Evangelie ronddragen, uitpakken en uitdelen! De schat in een aarden (broos) vat. O, als hij aan het uitpakken ging, viel er wat te zien! Nee: niet iets, maar Hij, Die het geheim van zijn leven is, onze Heere Jezus Christus. Profetisch kon ds. Kievit spreken, niet gewichtig, maar wel zéker, en wij werden niet weinig benoedigd, toen hij eens zei: 'Ze' laten je vallen, maar dat doet de Héére niet! Het staat er toch: 'En Hij houdt de zeven sterren in Zijn rechterhand'. Letterlijk: Hij is houdende! Daar is Hij mee doende. En dan kwam er zo'n gouden zin, met een diepe woordspeling waarin z'n uitzonderlijk taalgevoel bleek: 'Men kan nog eerder de sterren van de hemel plukken, dan deze sterren uit Christus' rechterhand rukken'. Waar zouden we blijven als Hij ons zou loslaten? 'Hij is houdende de zeven sterren in Zijn rechterhand', zoals Christus al eerder gezegd heeft, met een andere beeldspraak, als troost voor de gemeente en haar dienaren (Joh. 10): 'Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, Die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand van Mijn Vader'. Let wel: dat zegt Christus, in Joh. 10 tegen Zijn drie vijanden! En dat is van kracht ook in de confrontatie met de 'láátste vijand', de dood.

Wat een tijd
Wat een tijd 'Wat een tijd' zeggen we, als we horen van de dagen waarin Johannes op Patmos zit. 'Wat een tijd', zeggen we, als we rondkijken vandaag.
Met de hand op het Woord zegt het geloof: Wat een God! Zie je die hand, die rechterhand. Hij houdt vast; De Heere houdt Woord. Ja, dat wist ds. Kievit zeker: 'Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild. Op uw Woord heb ik gehoopt' (Ps. 119). Dat Woord bestaat in der Eeuwigheid (Jes. 40).
Wie op God hoopt, wordt niet beschaamd. Ziende op Jezus, broeders en zusters, halen we de eindstreep van de loopbaan van het geloof. En die finish is in 1 Kor. 15 de opstanding der doden.
Dàt komt ervan, tenzij wij 'tevergeefs' hebben geloofd, hoorden we in de 2e Schriftlezing (1 Kor. 15 : 1-4). Kan dat? Ja, als zij gelijk hebben, die beweren dat er geen opstanding der doden is. 'Tevergeefs geloven', kan dat? Nee, voorzover we ons houden aan Hem Die als de Eersteling uit de doden de garantie is van de hele oogst. 'Gelijk zij allen in Adam sterven, zó zullen ze ook in Christus allen levendgemaakt worden'. Hij is onze dood gestorven; Hij is ons leven! 'Jezus, leven van mijn leven – dood van mijne dood...'.
Wij worden vandaag – nu het lichaam van ds. Kievit in de aarde gezaaid wordt – niet in het ongewisse gelaten wat betreft degenen die ontslapen zijn. God is niet een God der doden, maar der levenden. Johannes ziet in het vervolg in de Openbaring 'de dienstknechten van God' die de Heere dienen, terwijl ze Zijn aangezicht zien. De dienst is de lòfprijzing! Dáár gaat het om, of - zoals de titel van één van de geschriften van ds. Kievit luidt: 'Om de eer van Zijn Naam'. Ja, dat schreef hij en dat zei hij, ook in deze kerk. Het is al 28 jaar geleden. Onze geliefde spreekt, nadat hij gestorven is.
'De laatste eer... dat is Gode de eer! Het leven van Gods kinderen wordt beschreven voor zover het heil des Heeren er in doorbreekt en uitblinkt. De dagen moeten geteld worden. Wij zijn mensen van een dag. Op één der vele dagen worden wij geboren, op één gaan we sterven. Wij verlangen soms naar een heel bijzonder levenseinde... de Heere oordeelt het soms nodig om Zijn kinderen die in het licht wandelen, wat in de schemer naar huis te halen... wij moeten niet te nieuwsgierig om een stervende heen staan; het leven zal uitwijzen of hij aan de hand van God ging. Die hand laat ons niet los, wanneer het sterven wordt! Die hand geleidt ons veilig!'

Niet gedoofd
Christus laat de 'sterren' niet vallen! En als dan de sterren sterven? En dat licht? Wordt dat gedoofd? Geen sprake van. Ik mag u – i.v.m. onze tekst – wijzen op de profetie van Daniël, die een gedeelte van degenen, die in het stof der aarde slapen, ziet ontwaken ten eeuwigen leven. En hij hoort een stem: De leraars... zullen blinken als de glans van het uitspansel, en die er (door hun onderwijs) velen rechtvaardigen, zullen stralen gelijk de sterren, voor eeuwig' (Dan. 12 : 2.
Vastgehouden! Niet verlaten!
Om Christus' wil. Die van God verlaten was, opdat allen die in Hem geloven, nimmer verlaten zullen worden.
Wij leven bij de dag en bij de eeuwigheid. In het heden van de genade danken wij God voor die genade, die Hij verheerlijkt heeft in het leven van ds. Kievit, en voor de genade dat hij op onze weg gestuurd is, dat zovelen door zijn bediening gezegend zijn. Wij zijn wel bedroefd, maar niet als degenen die geen hoop hebben. 'Want indien wij geloven dat Jezus Christus is opgestaan, alzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere zelf zal met een geroep, met de stem van de aartsengel, met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan. Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met Hem, opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen' (1 Thess. 4).

Verlangen
Dat zal me een dag zijn, geliefden! Hij komt – zegt Paulus – als een dief in de nacht.
Naar die dag heeft uw man, mevr. Kievit, je vader, Janneke, onze predikant, vriend, broeder, collega, uitgezien. Hij citeerde in gesprekken – en daarmee wil ik besluiten – graag uit de Psalmberijming van Datheen, die hij heeft leren zingen toe hij als kind z'n vakantie doorbracht in Middelburg. Het laatste wat ik uit zijn mond hoorde, was luid 'Amen', nadat ik Ps. 42 had opgezegd:
'Amen' zei hij op deze woorden:
'Als een hert gejaagd, o Heere,
dat verse water begeert,
alzo dorst mijn ziel ook zeere,
naar U, mijn God, hoog geëerd.
En spreekt bij haar met geklag,
o Heer, wanneer komt die dag,
dat ik toch bij U zal wezen,
en zien Uw aanschijn geprezen'.

En nu zeggen ook wij: Amen, ja: Amen.

(Preek in de rouw- en dankdienst bij de begrafenis van ds. L. Kievit.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zeven sterren in Zijn rechterhand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken