Bekijk het origineel

Godsverduistering en gereformeerde spiritualiteit (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Godsverduistering en gereformeerde spiritualiteit (2)

Een nieuw boek van prof. Graafland

8 minuten leestijd

Met velen in gesprek
In het eerste artikel heb ik enkele dingen geschreven over het jongste boek van prof. Graafland. Hij gaat diep in op de geestelijke crisis van onze tijd. Godsverduistering is het trefwoord. Hij zoekt naar vernieuwing. Vanwaar is hulp te verwachten? Voordat ik die vraag beantwoord, herinner ik er nog aan dat Graafland behalve met Berkhof, ook met vele anderen in gesprek is. Ik noem nu enkele name: prof. Dingemans (18/9), Lesslie Newbigin (III), prof. Runia, dr. Spijkerboer, ds. Nijssen, Okke Jager (IV), vooral ook Aleid Schilder (139, 147, 207), en prof. Veenhof (196).
Hij betreurt het dat in het boek 'Voorbij Domineesland' de stem van de gereformeerde traditie niet gehoord wordt (12, 102).
Het is jammer dat Graafland de interviews die door mevrouw Trudi Klijn voor de IKON-radio zijn opgenomen, nergens vermeldt. Het boekje is uit 1986 'Voorbij de vanzelfsprekendheid. Over kerk en secularisatie'. Daar is de stem van de traditioneel-gereformeerden wel te beluisteren.
Interessant is dat in het slothoofdstuk jonge predikanten uit de Gereformeerde Bond — drs. W. Dekker en drs. A. de Reuver worden met name genoemd — hartelijke bijval krijgen van Graafland. Zij hebben zich vergist in hun interpretatie van de Dordtse Leerregels. Zij hebben die te evangelisch geduid. Graafland wilde wel dat zij met hun uitleg gelijk zouden hebben. In elk geval loopt het boek uit op een voorstel tot herschikking (niet tot herschrijving) van de Leerregels. Dit voorstel is, zoals Graafland het zelf noemt, het 'een beetje abrupte slot' van zijn boek (210-218).

De Gereformeerde Traditie biedt hulp
Hiermee zijn we bij de eigenlijke boodschap van Graaflands boek. Die komt hierop neer, zoals hij al op blz. 10 schrijft: 'Hoewel wij worstelen met de vragen en zoeken naar antwoorden die wij nog niet hebben gevonden, zijn we in dit alles bezig vanuit de overtuiging, dat de gereformeerde traditie zozeer leeft uit het hart van het heil, uit de realiteit van God zelf, dat het mogelijk moet zijn om ook nu haar geestelijke kracht en actualiteit te bewijzen. Maar nogmaals, voorlopig is dit een werkhypothese die uit de verlegenheid geboren is, maar die ons wel aan het werk gezet heeft om te zoeken naar een weg tot vernieuwing en opwekking. Ik voel mij daarin een met al die gereformeerden, die op zoek zijn naar God' (10).

Welke gereformeerden heeft Graafland op het oog?
We zullen de titel moeten verklaren vanuit dit citaat. Ik heb mij afgevraagd: wie zijn deze gereformeerden? Gezien wat ik reeds heb gereleveerd zijn dat niet de mensen van het reformatorisch onderwijs, ook niet degenen die traditioneel-gereformeerd zijn. Zij worden scherp bekritiseerd, juist omdat zij niet zoeken, maar menen al gevonden te hebben.
Men kan de vraag stellen of Graafland de term werkhypothese ook daarom gebruikt, omdat hij zelf over de inhoud van de gereformeede traditie niet zeker is. Grondstelling van het boek is, zo zal blijken, dat de gereformeerde traditie bijgesteld en aangevuld moet worden.
Het is niet gemakkelijk om bij de gereformeerden uit de titel namen in te vullen, behalve dan in elk geval die van Graafland zelf. Ik vermoed dat voorwaarde om tot die 'gereformeerden op zoek naar God' te behoren is, dat men van de zojuist genoemde werkhypothese uitgaat. Misschien mag ik zeggen, dat ik me tot die kring niet zal rekenen. Voor mij is een formulering 'de gereformeerde traditie als werkhypothese voor de oplossing van de crisis van de Godsverduistering' geen adequate verwoording van wat ik in de gereformeerde belijdenis vind en van wat ik met haar ondertekening uitspreek.
Dit wil niet zeggen dat ik Graaflands bedoeling niet aanvoel, en dat ik niet de overtuiging ben toegedaan, dat er in de gereformeerde traditie een antwoord op de crisis is te vinden. Die overtuiging deel ik van harte. Ik wijs er alleen op, dat de grote mate van bescheidenheid in de richting van hen die anders oordelen en denken (Berkhof en vele gesprekspartners), een scheiding aanbrengt tussen gereformeerden die zoals Graafland zoeken en hen, die evenzeer de gereformeerde traditie liefhebben en uit haar leven, maar niet kunnen leven of werken met de gedachte van een werkhypothese. Brengt Graafland hier niet een beperking aan?
Het is niettemin verkwikkend dat Graafland de oplossing, het antwoord zoekt in de gereformeerde traditie. Zie hiervoor vooral hoofdstuk V 'Het eigene van de gereformeerde spiritualiteit', en ook de daarop volgende hoofdstukken.

Uit verlegenheid in een zoekhouding
Graafland zoekt een actualisering (10) en een vernieuwde bijbelse herijking van de gereformeerde traditie (101). Hij herhaalt aan het begin van V, 'Het eigene van de gereformeerde spiritualiteit', nog eens dat zijn kritiek op anderen voortkomt 'niet vanuit een gevoel, dat anderen het niet goed weten, om dan, als ze allen tot zwijgen zijn gebracht, zelf eens te gaan vertellen, hoe het feitelijk zit. Nee, mijn kritische opmerkingen zijn veeleer voortgekomen vanuit een zoek-houding' (94).
Deze laatste zin is toch wat merkwaardig in het licht van wat we hierboven uit blz. 10 citeerden. Helpt de gereformeerde traditie ons nu wel of niet? Het antwoord — als werkhypothese! — lijkt mij: Ja, maar... In dit 'maar' ligt eigenlijk een stukje moeite die ik heb met het boek van Graafland. De gereformeerde traditie kan het antwoord geven, mits we haar bijstellen. Laat ik dit woord mogen gebruiken. Er moet iets bij komen, wat er volgens Graafland zelfs bij Calvijn nog niet goed is uitgekomen. Dit bijstellen is naar mijn oordeel wel wat meer dan actualiseren. Actualiseren is immers niet bijstellen, verbreden, maar de actualiteit van het gegeven in een nieuwe tijd laten zien! Het is er en het moet blijken.

De discussie tussen H. Berkhof en G. Boer
Op welk punt moet de bijstelling plaatsvinden? Als we deze vraag proberen te beantwoorden, komen we voor een merkwaardige spanning in Graaflands betoog te staan.
Ik wijs er eerst op dat Graafland uitvoerig ingaat op de discussie tussen G. Boer en H. Berkhof. Hij noemt deze te behoren 'tot de hoogtepunten van het naoorlogse kerkelijke gesprek, althans binnen de modaliteiten van de Nederlandse Hervormde Kerk' (103).
Boeiend is hoe Graafland wikkend en wegend aan beide tracht recht te doen. Hij schrijft over het 'gelijk' van Berkhof (108/ 9). Berhof heeft goed gezien dat het fundamentele in de Godsrelatie zich in de tijd voltrekt op een eigen, concrete manier.
Het 'ongelijk' van Boer ligt hierin dat hij niet gezien heeft dat er ook mensen zijn die de vraag of God er is, niet stellen vanuit hun goddeloosheid of vijandschap tegen God, maar 'vanuit hun zoeken naar God, vanuit hun verlegenheid over het afwezig-zijn van God in hun leven. En moeten wij dan deze vraag niet positief waarderen en haar serieus nemen?' (109). Boers verwijzing naar alleen maar het goddeloze van deze vraag is Graafland te kras, te eenzijdig, lijkt me.

Ds. Boer preekte de toeleidende weg niet
Het merkwaardige is dat Graafland verderop in dit hoofdstuk nogmaals op ds. G. Boer terugkomt. Deze bespreking wordt ingeleid met een persoonlijke herinnering (driemaal is Graafland door hem bevestigd) en met het uitspreken van grote waardering. Toch wordt ook in dit gedeelte (136-138) kritiek op Boer geoefend. 'Mensen die nog tot de "buitenstaanders" behoorden, die überhaupt nog geen weg tot God kenden, ook geen toeleidende weg, konden moeilijk een handvat aan deze prediking vinden. Ze zeiden: hij preekt moeilijk, ik begrijp hem niet. Ook bleven de weerstanden tegen zijn prediking niet uit' (137). De kern van Graaflands bezwaar is dat Boer geen toeleidende weg preekte. Boer begint bij zondag 6, en niet bij zondag 2-4.
Ik moet zeggen dat ik hiervan opkijk. Ik heb zelf ds. Boer van dichtbij gekend, gedurende meer dan een jaar elke maandagmorgen van Leiden naar utrecht met hem gereisd en meermalen van hart tot hart met hem gesproken. Hij was recht toe, recht aan, liefelijk èn scherp, radicaal èn nodigend, zonder omwegen of overbodige gevoeligheden, èn voluit theocentrisch. Dat ds. Boer de toeleidende weg niet zou hebben gepreekt, komt mij wat vreemd voor. Ik zie niet in hoe mensen 'tot het nulpunt gebracht kunnen worden' (137) als zondag 2-4 niet functioneert. Men begrijpe mij goed. Ik acht de prediking van zondag 2-4 absoluut noodzakelijk, hoewel niet als een schema! Ik kan echter niet inzien dat iemand die zo nadrukkelijk het bevrijdende van Gods genade preekt (met zegen voor velen) en mensen metterdaad tot het nulpunt van hun bestaan brengt, als tekort kan worden aangerekend, dat hij geen toeleidende weg preekt.
Hoe dan ook, Graafland neemt het op voor een duidelijke behandeling van de toeleidende weg. Daarmee sluit hij aan bij een bepaald soort oude schrijvers.
Hangt dit bezwaar soms samen met het eerder besprokene, dat Boer tegenover Berkhof wel oog had voor de schuld, maar niet voor de nood van de Godsvraag? Als Graafland vanwege deze probleemstelling voor het preken van een toeleidende weg zou pleiten, bedoelt hij een andere toeleidende weg, dan welke gewoonlijk met die term wordt aangeduid.
Ik spreek hier in de als-vorm (eventualis), want het is mij niet duidelijk. Op dit punt zou verheldering welkom zijn. Wil Graafland naar bepaalde oude schrijvers terug, of wil hij een oude term vullen met een nieuwe probleemstelling die opgeworpen is vanuit de Godsverduistering?
De volgende keer verder over de bijstelling van de gereformeerde traditie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Godsverduistering en gereformeerde spiritualiteit (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken