Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jeremia (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jeremia (5)

Zijn profetische arbeid

6 minuten leestijd

Verborgen en vèrstrekkend
Als uit het niets duikt hij op, de priesterzoon uit Anatoth: Jeremia, de zoon van Hilkia. Gods instrument in een tijdperk van gisting, veranderingen en verschuivingen in de machtsevenwichten. Tegen de achtergrond van dergelijke tot de verbeelding sprekende taferelen lijkt de betekenis van hetgeen zich voltrekt in de heilige stilte tussen God en mens uiterst gering: het geschieden van het Woord des Heeren tot een mensenkind, jong, beschroomd en wat angstvallig. Schijn bedriegt echter. Het Woord des Heeren in Zijn hoog en heilig ontzag, tekent de werkelijke stand van zaken. Gods hand schuift deze mens naar voren en geeft hem een vitale functie en een centrale positie. Overzien wij nu, na tijd en persoon van de profeet, nu zijn profetische arbeid, dan ligt de kern en de reikwijdte daarvan uitaard verklaard in het tiende vers van hoofdstuk één: 'Zie, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken, om uit te rukken en af te breken en te verderven en te verstoren; ook om te bouwen en te planten'.
Geen sterveling had toentertijd aanvankelijk weet van deze gebeurtenis, die het leven van Jeremia tot aan diens dood toe zou beheersen en regeren. God hangt, met eerbied gesproken, wat Hij voornemens is te doen, niet altijd aan de grote klok. Zijn werk begint o zo vaak in stilte en in verborgenheid. Maar dat neemt niet weg dat in het uur van Jeremia's roeping kerk- en wereldgeschiedenis wordt geschreven. In de loop van zijn profetische arbeid blijkt dat zonneklaar.

Macht en volmacht
Op de schouders van deze jonge man — of moet ik zeggen: in de mond van deze profeet? — legt de Heere de opperste leiding neer. Iedereen kijkt in die tijd, trots dan wel angstig, naar Egypte en de Farao, naar Babel en Nebukadnezar. Anatoth en Jeremia, het zijn volslagen onbekende grootheden. Maar het woord dat deze jonge profeet spreekt, beslist. Zoals hij het zegt, zo zal het geschieden. Hij spreek niet op eigen last en in eigen naam, maar verkondigt wat de Heere hem openbaart, hèt kenmerk van de ware profeet. Heilige mannen Gods, door de Heilige Geest gedreven, spreken de woorden Gods en werpen dusdoende licht op het handelen Gods in verleden, heden en toekomst. Verbazend wat de roeping tot profeet inhoudt! Dat blijft niet beperkt tot het gegeven dat de profeet louter boodschapper van de tijdingen Gods is. Dat ook. Maar er is meer, veel meer. Daarbij kan het een mens duizelen. Dat Woord van God, in zijn mond en door zijn lippen gesproken, realiseert wat God heeft gezegd en vóórzegd. Het ontketent de heilige actie van de Allerhoogste, daadwerkelijk, in zegen en in vloek. Het ontknoopt èn bindt, verdoemt èn spreekt vrij, doodt èn maakt levend, doet de nacht vallen èn de dag lichten. Het bindt zelfs volken en machthebbers in de knoop van Gods gerichten, die een grote afgrond zijn. Maar ontknoopt ook de kluwens van de geschiedenis in haar cruciale momenten. Het luidt en leidt nieuwe tijden in, ja stuwt: de geschiedenis naar de grote apotheose, waarin de verwachting van de Kerk des Heeren wordt vervuld in nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont.

God (ver)kiest
In heel die gang van de profetie kiest God Zichzelf Zijn werktuig en instrument. Hij smeedt de wapenen van Zijn offensieven in Zijn eigen smidse in een procedé waarop goddelijk patent rust. Klaar en helder wordt dat in het geval van de roeping van Jeremia. God zoekt niet een man met voortreffelijke gaven, die duidelijk voor­ handen zijn. De idee van Zijn instrument bestond reeds vóórdat Jeremia het levenslicht zag. Er is hier van vóór de baarmoeder en nog in de moederschoot reeds bestemming, heiliging en van daaruit de vorming. God maakt hier déze mens klaar met slechts één doel: Zijn Woord te spreken en Zijn knecht te zijn. En hoe nu de Heere Zijn dienstknechten klaar maakt, dat is Zijn eigen geheim. Maar één ding is de verbindende schakel tussen al de dienaren van God, al de verkondigers van het profetische Woord en ik doe daarnaar navraag bij u en bij mij: Is onze enige bestaansgrond gelegen in het Woord des Heeren? Kunt u ergens uw leven denken, los van God en Zijn Woord? Uiteraard, daarvoor moeten wij ingewonnen worden en vooral overwonnen. En dat steeds weer en voortdurend dieper. Dat zulks in ons vlees snijdt, dienen wij proefondervindelijk te weten omdat niemand zonder dat wezenlijk het geheim van dienen leert. Een echte profeet, een ware dienaar van het Evangelie ráákt uit dat hout gesneden: ik zal horen wat God, de Heere, spreken zal. Heere, Gij hebt mij overreed en ik ben overreed geworden. Hèt kenmerk van roeping en verkiezing is overgave. Dat geldt in het ambt en daarbuiten evenzeer. Dat garandeert geen rimpelloos leven, maar wei een diepe zegen voor onszelf. In deze dienst vloeit persoonlijke zegen altijd uit naar anderen, naar hen, die wij mogen dienen.

Werkterrein
Aangenaam is de taak van Jeremia allerminst. In het Woord dat hij te verkondigen krijgt, voeren oordeel en vloek duidelijk de boventoon. Wie telt, komt aan de negatieve kant tot vier: uitrukken, afbreken, verderven en verstoren. De positieve strekking reikt niet verder dan tot twee woorden: bouwen en planten. Ook het werkterrein wordt afgebakend: volken en koninkrijken. Uiteraard allereerst het eigen volk, Juda, het volk van Gods verbond. Een notie die wezenlijken onmisbaar is, willen wij de prediking van Jeremia vatten. Juda moet terug in de omheining van het verbond, de verplichtingen daarvan in acht nemen, de Heere vrezen en liefhebben, wil het niet ondergaan in de gramschap van God. Uitrukken, afbreken, verstoren, verderven... al deze woorden wijzen erop hoe diep de ongerechtigheid wortel heeft geschoten. Maar dan wordt er ook nadrukkelijk aan toegevoegd dat de profetie ook geldt voor de volken en de koninkrijken. Het Woord van God moeit zich ook met volken en rijken van over de grenzen. De hoofdstukken 46 t/m 51 zijn daaraan geheel gewijd. De profetie bepaalt de opgang en de ondergang der volken. Zo wordt het Woord des Heeren niet alleen de enkele mens maar ook vorsten en volken tot een oordeel wanneer het wordt verworpen. Als God zo Jeremia Zijn Woord in de mond legt, het Woord van Hem, 'Die als aller Oppervoogd deez' vernedert, die verhoogt', dan heeft Hij daarmee de onbekende jongeman uit Anatoth iets van Zijn goddelijke almacht verleend en zal hij in de geweldige wereldstorm de leiding hebben. (H. Veldkamp).

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jeremia (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken